Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op op de vragen van het lid Zwinkels over het artikel 'Ook Grieken overstag, regering wil verbod op sociale media voor kinderen'
Vragen van het lid Zwinkels (CDA) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat en de Minister van Justitie en Veiligheid over het artikel «Ook Grieken overstag, regering wil verbod op sociale media voor kinderen» (ingezonden 10 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Aerdts (Economische Zaken en Klimaat) (ontvangen 21 mei
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1795
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Ook Grieken overstag, regering wil verbod op sociale
media voor kinderen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het voornemen van Griekenland om kinderen tot 15 jaar de toegang
tot sociale media te verbieden, mede in het licht van het coalitieakkoord waarin is
opgenomen dat wordt gewerkt aan een handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar
voor sociale media met privacyvriendelijke leeftijdsverificatie?
Antwoord 2
Verschillende Europese lidstaten hebben wetsvoorstellen aangekondigd om een minimumleeftijd
in te stellen voor sociale media. Lidstaten hebben de bevoegdheid om een minimumleeftijd
voor te schrijven voor toegang tot bepaalde producten of online diensten, met inbegrip
van sociale mediadiensten.
In het coalitieakkoord is het voornemen geuit voor een Europese minimumleeftijd van
15 jaar voor sociale media, zolang sociale media onvoldoende veilig zijn. Een minimumleeftijd
op Europees niveau heeft mijn voorkeur, omdat sociale mediabedrijven grensoverschrijdend
opereren. Het is daarom efficiënter om te kiezen voor een gezamenlijke oplossing en
uniforme Europese regels, omdat dit versnippering tussen lidstaten voorkomt.
Vraag 3
Welke concrete stappen zet het kabinet op dit moment in Europees verband om te komen
tot die handhaafbare Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media?
Antwoord 3
Nederland heeft tijdens de Informele Telecomraad van 29 en 30 april 2026 het belang
uitgedragen van een Europese minimumleeftijd van 15 jaar voor sociale media met privacyvriendelijke
leeftijdsverificatie, zolang sociale media onvoldoende veilig zijn. De Kamer zal hier
op korte termijn via een verslag nader over worden geïnformeerd.
Daarnaast ga ik de komende periode mogelijkheden voor samenwerking verder verkennen
door met verschillende lidstaten in gesprek te gaan. Ik heb onder meer een bijeenkomst
op initiatief van Frankrijk bijgewoond, waar ik met andere Europese leiders en de
Europese Commissie sprak over een Europese minimumleeftijd voor sociale media.
Tot slot voert de Universiteit van Amsterdam (UvA) momenteel een onderzoek uit naar
de juridische inrichting van een Europese minimumleeftijd voor sociale media. Ik zal
de resultaten van dit onderzoek uiterlijk voor het zomerreces publiceren.
Vraag 4
Erkent het kabinet dat, in het licht van de ontwikkeling dat steeds meer landen overgaan
tot een verbod, nu het moment is om tot een gezamenlijke aanpak te komen?
Antwoord 4
Het is belangrijk om tot een gezamenlijke Europese aanpak te komen, zoals ik heb aangegeven
in de beantwoording van de vragen 2 en 3.
Vraag 5
Trekt Nederland hierbij actief op met andere Europese lidstaten die eveneens willen
komen tot strengere regels voor kinderen op sociale media, zoals Griekenland, Frankrijk,
en Spanje? Zo ja, op welke wijze?
Antwoord 5
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3, zal ik met verschillende lidstaten in
gesprek gaan om te verkennen wat de mogelijkheden zijn voor samenwerking. Na deze
gesprekken en de resultaten van het onderzoek van de UvA zal ik nagaan wat de meest
geschikte vorm van samenwerking is.
Vraag 6
Hoe wil het kabinet een Europese minimumleeftijd juridisch en technisch handhaafbaar
vormgeven, in het bijzonder in relatie tot de Digital Services Act (DSA) en de door
de Europese Commissie ontwikkelde leeftijdsverificatie-aanpak?
Antwoord 6
Zoals aangegeven in het antwoord op vraag 3 voert de UvA momenteel een onderzoek uit
naar de juridische inrichting van een Europese minimumleeftijd voor sociale media.
Daarbij wordt uiteraard ook ingegaan op de relatie tot de DSA als hoeksteen van het
Europese platformrecht. De uitkomsten van dit onderzoek worden meegenomen bij de uitvoering
van het coalitieakkoord.
Voor wat betreft de technische handhaafbaarheid, geldt dat online leeftijdsverificatie
een belangrijk instrument kan zijn, mits fundamentele rechten en grondrechten zoals
privacy, gegevensbescherming, non-discriminatie en digitale toegankelijkheid worden
gewaarborgd. De toepassing moet proportioneel zijn en steeds per context worden afgewogen;
er is geen one size fits all-oplossing. Om de ontwikkeling van privacyvriendelijke leeftijdsverificatie te ondersteunen,
heeft de Europese Commissie een blauwdruk voor een Europese white-label leeftijdsverificatie-app
gepubliceerd. Het kabinet verkent momenteel of de EU-blauwdruk app in Nederland geïmplementeerd
kan worden of dat er ook andere mogelijkheden zijn voor implementatie van leeftijdsverificatie.
Ondertekenaars
W.J.M. Aerdts, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.