Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Inge van Dijk over het bericht 'Grote zorgen over afhandeling BOSA-aanvragen 2026'
Vragen van het lid Inge van Dijk (CDA) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Grote zorgen over afhandeling BOSA-aanvragen 2026» (ingezonden 4 mei 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 20 mei 2026)
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Grote zorgen over afhandeling BOSA-aanvragen 2026»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u uitleggen waarom is gekozen voor een lotingssystematiek, terwijl veel verenigingen
aantoonbaar tijdig hun aanvraag hebben ingediend? Waarom is deze objectieve volgorde
van binnenkomst losgelaten?
Antwoord 2
Het besluit om de verdeelwijze van het budget op volgorde van binnenkomst van complete
aanvragen los te laten is niet lichtzinnig genomen. Zoals aangegeven in de Verzamelbrief
Sport en Bewegen april 20262 hebben aanvragers door de storing niet allemaal een eerlijke en gelijke kans gehad
tot het indienen van hun subsidieaanvraag. Om iedereen een gelijke kans te geven heb
ik besloten de verdeelwijze van het beschikbare budget van de BOSA aan te passen naar
rangschikking van de complete aanvragen op basis van loting.
Vraag 3
Hoe rechtvaardigt u dat verenigingen die zorgvuldig en tijdig hebben gehandeld, door
een willekeurige loting alsnog worden uitgesloten? Deelt u de opvatting dat dit het
vertrouwen in een voorspelbare en rechtvaardige overheid ondermijnt?
Antwoord 3
Door de storing was verdeling van het budget op volgorde van binnenkomst geen gelijke
en eerlijke methodiek meer. Met loting heeft elke BOSA-aanvrager een gelijke kans
om aanspraak te maken op subsidie. De loting zal voor sommigen positief uitvallen
en voor anderen een mogelijke teleurstelling zijn. Ik betreur met u dat deze storing
heeft plaatsgevonden en zal er alles aan doen om dit in de toekomst beter vorm te
geven.
Vraag 4
Bent u zich ervan bewust dat dit besluit leidt tot concrete en schrijnende situaties
bij verenigingen die hierdoor hun plannen moeten stilleggen? Hoe weegt zij deze gevolgen
in het licht van behoorlijk bestuur?
Antwoord 4
Ik ben me ervan van bewust dat dit vervelende situaties oplevert en dat betreur ik.
Tegelijkertijd betekent het doen van een aanvraag nog niet dat er een recht op subsidie
ontstaat. Daar komt bij dat ook bij verdeling op volgorde van binnenkomst zich schrijnende
situaties hadden voorgedaan bij organisaties die vanwege de storing geen aanvraag
hadden kunnen doen. Elke verdeelsystematiek sluit aanvragen in en uit.
Een wijziging van de regeling met terugwerkende kracht die nadelige gevolgen heeft
voor een bepaalde groep ontvangers is niet wenselijk in het kader van het rechtszekerheidsbeginsel.
Anderzijds moet ik op grond van het gelijkheidsbeginsel potentiële gegadigden gelijke
kansen bieden bij de verdeling van subsidie. Op grond van de bestaande jurisprudentie
weegt het gelijkheidsbeginsel zwaarder dan het rechtszekerheidsbeginsel.
Vraag 5
Waarom is er niet gekozen voor een alternatieve verdelingssystematiek die beter aansluit
bij rechtszekerheid en gelijke behandeling, zoals volgorde van binnenkomst of inhoudelijke
prioritering?
Antwoord 5
Zoals ik in eerdere antwoorden heb toegelicht was een gelijke verdeelvolgorde op volgorde
van binnenkomst door de storing niet meer mogelijk. Een volgorde op basis van inhoudelijke
prioritering is niet wenselijk, aangezien je daarmee criteria zou toevoegen waarop
aanvragers worden beoordeeld waar zij niet op hebben kunnen anticiperen. Daarom is
de inschatting gemaakt dat rangschikking op basis van een loting het meest recht doet
aan het bieden van een gelijke kans voor BOSA-aanvragers.
Vraag 6
Hoe beoordeelt u de positie van verenigingen die aantoonbaar tijdig hebben ingediend
en op basis daarvan gerechtvaardigde verwachtingen hadden over de behandeling van
hun aanvraag?
Antwoord 6
Het wijzigen van de verdeelvolgorde is een vervelende uitkomst voor de verenigingen
die het wel tijdig is gelukt om een aanvraag in te dienen en die een slechtere positie
bij de loting hebben gekregen. Het doen van een tijdige aanvraag betekent echter nog
niet dat er een recht op subsidie ontstaat. Er was immers ook nog een kans dat de
aanvraag die tijdig was ingediend op andere gronden zou worden afgewezen, bijvoorbeeld
als de activiteiten niet binnen de BOSA passen of als de aanvraag incompleet zou zijn.
Vraag 7
Herkent u de signalen dat verenigingen tijdens technische problemen bij de aanvraagprocedure
geen gehoor konden krijgen? Hoe verhoudt dit zich tot de zorgplicht van de overheid
richting aanvragers?
Antwoord 7
Ik vind het vervelend voor aanvragers als zij niet altijd direct gehoor kregen met
vragen over de storing. Door het grote aantal aanvragers dat gelijktijdig contact
opnam konden zij niet altijd direct telefonisch geholpen worden en zijn zij soms verwezen
naar het schriftelijke formulier. Ondanks de drukte en ontstane wachttijden bij de
telefoonlijn van DUS-I is het klantcontactcentrum niet gesloten en operationeel gebleven.
DUS-I heeft daarnaast met BOSA-alerts ingezet op het informeren van de doelgroep over
de status van het portaal en de uiteindelijke sluiting van het aanvraagportaal vanwege
de overvraging van het subsidieplafond.
Vraag 8
Welke concrete stappen gaat u zetten om te voorkomen dat aanvragers in de toekomst
opnieuw afhankelijk worden van een systeem dat als willekeurig wordt ervaren, en om
de procedure aantoonbaar eerlijker en transparanter te maken?
Antwoord 8
Ik trek lering uit de gevolgen van deze storing en neem deze lessen mee in de vormgeving
van de regeling voor komende jaren. Zowel de gebruiksvriendelijkheid van het portaal
als de verdeelwijze van het beschikbare budget zal hierbij tegen het licht gehouden
worden.
Vraag 9
Herkent u de signalen dat het aanvragen van de BOSA in toenemende mate complex aan
het worden is en veel sportverenigingen om die reden ervoor kiezen de aanvraagprocedure
over te laten aan externe partijen? Hoe beoordeelt u in het licht van deze toenemende
complexiteit het gelijke speelveld voor het aanvragen van de subsidie tussen de sportverenigingen?
Antwoord 9
Significant heeft eerder de doeltreffendheid en doelmatigheid van de BOSA onderzocht.
Zo stelt Significant dat uit de interviews blijkt dat aanvragen goed te doen zijn
voor de gemiddelde penningmeester en dat de administratieve lasten bij het doen van
een subsidieaanvraag schappelijk zijn.3 De aanvraagprocedure is sinds dit onderzoek niet substantieel gewijzigd. Ik zie niet
hoe de inzet van intermediairs het gelijke speelveld voor het aanvragen van de subsidie
tussen de sportverenigingen onder druk zou zetten: de regels zijn voor iedereen hetzelfde.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.