Schriftelijke vragen : Burgemeesters die meedoen aan Nakba-herdenkingen
Vragen van de leden Nanninga, Clemmink (beiden JA21) en Keijzer (Keijzer) aan de Ministers van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties en van Justitie en Veiligheid over burgemeesters die meedoen aan Nakba-herdenkingen (ingezonden 20 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de Utrechtse burgemeester Dijksma, met ambtsketen,
samen met wethouder Voortman namens het college van B&W van de gemeente Utrecht een
krans heeft gelegd bij een zogenoemde Nakba-herdenking op het Domplein, bij het verzetsmonument?
En dat de (loco)burgemeesters van Amsterdam en Arnhem ook, met hun aanwezigheid danwel
online, stilstonden bij een historisch onjuiste weergave van de zogenaamde «Nakba»?
Vraag 2
Bent u ermee bekend dat de kransen die op 4 mei waren gelegd voor Nederlandse verzetsstrijders,
bevrijders en slachtoffers van oorlog en Holocaust in Utrecht kennelijk moesten wijken
en achter het monument op een hoop zijn beland?
Vraag 3
Vindt u het normaal dat kransen voor verzetsstrijders en oorlogsslachtoffers nog geen
twee weken na de Nationale Dodenherdenking worden weggekwakt om ruimte te maken voor
een politieke herdenking over een buitenlands conflict?
Vraag 4
Wie heeft hiertoe opdracht gegeven, wie was hiervoor verantwoordelijk en deelt u de
mening dat dit nooit meer mag gebeuren?
Vraag 5
Heeft u reeds contact gehad met het college van B&W van de gemeente Utrecht over de
wijze waarop de 4 mei-kransen bij het verzetsmonument zijn behandeld?
Vraag 6
Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Bent u bereid het college van B&W van de gemeente Utrecht hierover alsnog om opheldering
te vragen en de Kamer te informeren over de uitkomst?
Vraag 8
Deelt u de mening dat een verzetsmonument geen podium is voor actuele geopolitieke
campagnes, zeker niet wanneer daardoor de herdenking van Nederlandse verzetsstrijders
en slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog letterlijk opzij wordt geschoven?
Vraag 9
Valt het volgens u onder de taakopvatting van Nederlandse burgemeesters om buitenlandse
gebeurtenissen en conflicten te herdenken, zoals de zogenaamde «Nakba»?
Vraag 10
Zo ja, waarom herdenken burgemeesters dan niet ook de Holodomor, de Ierse Troubles,
de val van Constantinopel, de Grieks-Turkse bevolkingsuitwisseling, de deling van
India en Pakistan of de verdrijving van honderdduizenden Joden uit islamitische landen?
Vraag 11
Zo nee, bent u bereid burgemeesters erop aan te spreken dat zij hun ambt niet moeten
misbruiken om buitenlandse conflicten de Nederlandse samenleving binnen te trekken?
Vraag 12
Deelt u de mening dat burgemeesters, die in Nederland al niet rechtstreeks democratisch
gekozen worden, juist een extra zware verantwoordelijkheid hebben om zichtbaar boven
de partijen te staan en er voor álle inwoners van hun gemeente te zijn?
Vraag 13
Hoe verhoudt die verantwoordelijkheid zich tot het optreden van burgemeesters rond
een eenzijdige, historisch incorrecte zogenoemde «Nakba»-herdenking?
Vraag 14
Vindt u het gepast dat een burgemeester in functie stilstaat bij een herdenking waarbij
de Arabisch-Israëlische oorlog van 1948 vanuit één politiek en inaccuraat perspectief
wordt gepresenteerd?
Vraag 15
Erkent u dat de zogenaamde «Nakba»-herdenking in deze vorm voor veel Joodse Nederlanders
niet voelt als een neutrale herdenking, maar als een politieke aanklacht tegen het
bestaansrecht van Israël?
Vraag 16
Begrijpt u dat Joodse Nederlanders zich door dit optreden van burgemeesters gekleineerd,
miskend en in de steek gelaten weten?
Vraag 17
Deelt u onze zorg dat deze burgemeesters hiermee niet verbinden, maar polariseren?
Vraag 18
Bent u bekend met het feit dat de organisator van de Utrechtse herdenking eerder een
raadsvergadering in Utrecht verstoorde, waar de veiligheid dusdanig in het geding
kwam, dat de politie moest ingrijpen?1
Vraag 19
Vindt u het acceptabel dat een burgemeester zich voor het karretje laat spannen van
dergelijke organisatoren?
Vraag 20
Acht u het samenwerken met knokploegen zoals deze door de burgemeester bewust en dus
kwalijk, of onbewust en dus bestuurlijk naïef?
Vraag 21
Vindt u dat burgemeesters, voordat zij met ambtsketen bij dit soort bijeenkomsten
verschijnen, ten minste behoren te weten wie de organisatoren, sprekers en betrokken
netwerken zijn?
Vraag 22
Heeft u zicht op welke organisaties en personen betrokken waren bij de zogenaamde
«Nakba»-herdenkingen waarbij burgemeesters of wethouders aanwezig waren?
Vraag 23
Zo nee, vindt u dat wenselijk, gezien de aanwezigheid van lokale bestuurders in functie
bij deze bijeenkomsten?
Vraag 24
Bent u bereid dit alsnog te laten nagaan?
Vraag 25
Heeft het kabinet zicht op eventuele verbanden tussen deze organisaties of personen
en netwerken waarover de AIVD, politie of het Openbaar Ministerie (OM) zorgen hebben
geuit?
Vraag 26
Zo nee, bent u bereid dit alsnog te laten onderzoeken?
Vraag 27
Hoe verhoudt deelname van lokale bestuurders aan dergelijke bijeenkomsten zich tot
de waarschuwing van de AIVD dat in Nederland een Hamas-netwerk actief is?
Vraag 28
Bent u bereid gemeenten actief te waarschuwen voor het risico dat bestuurders worden
ingezet als legitimatie voor radicale, extremistische of antisemitische agenda’s?
Vraag 29
Heeft u zicht op de financiering van de organisaties die betrokken waren bij de zogenaamde
«Nakba»-herdenkingen waarbij burgemeesters of wethouders aanwezig waren?
Vraag 30
Zo nee, acht u dat verantwoord, gelet op recente zorgen over buitenlandse en/of extremistische
beïnvloeding van anti-Israëlische activiteiten in Nederland?
Vraag 31
Bent u bereid te laten nagaan of de betrokken organisaties direct of indirect financiële
steun ontvangen uit het buitenland, van aan Hamas gelieerde netwerken, of van organisaties
waarover de AIVD, politie of het OM zorgen hebben geuit?
Vraag 32
Kunt u uitsluiten dat bij de organisatie, financiering of ondersteuning van deze herdenkingen
sprake is geweest van beïnvloeding door extremistische, antisemitische of aan Hamas
gelieerde netwerken?
Vraag 33
Deelt u de mening dat de versie van de «Nakba» die in dit soort bijeenkomsten centraal
staat vaak een eenzijdig en historisch verdraaid beeld geeft van 1948, waarbij de
aanval van Arabische legers op de pas opgerichte staat Israël buiten beeld blijft?
Vraag 34
Zo nee, waarom klopt volgens u dan deze versie van de historie van het gebied?
Vraag 35
Deelt u de mening dat het buitengewoon kwalijk is als Nederlandse bestuurders deze
eenzijdige geschiedschrijving bestuurlijk legitimeren?
Vraag 36
Bent u bereid uit te spreken dat burgemeesters zich niet behoren te lenen voor herdenkingen
die het conflict tussen Israël en Hamas importeren in Nederlandse gemeenten?
Vraag 37
Deelt u de mening dat deze herdenkingen, zeker wanneer zij plaatsvinden bij oorlogsmonumenten,
overbodig, polariserend en ongepast zijn?
Vraag 38
Bent u bereid de betrokken burgemeesters aan te spreken op hun optreden en hun verantwoordelijkheid
tegenover alle inwoners, waaronder nadrukkelijk ook de Joodse gemeenschap?
Vraag 39
Kunt u deze vragen afzonderlijk en volledig beantwoorden?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties -
Indiener
Annabel Nanninga, Kamerlid -
Medeindiener
Mona Keijzer, Kamerlid -
Medeindiener
Ranjith Clemminck, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.