Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Kisteman, Den Hollander en Bikkers over de berichten 'Rattenplaag in horeca, explosieve stijging overtredingen: 'Niet normaal, man!'' en 'Muizen maken de dienst uit op ministeries, maar daar komt mogelijk verandering in: 'Verbod op gif heroverwegen''
Vragen van de leden Kisteman, Den Hollander en Bikkers (allen VVD) aan de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretarissen van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Infrastructuur en Waterstaat over de berichten «Rattenplaag in horeca, explosieve stijging overtredingen: «Niet normaal, man!»» en «Muizen maken de dienst uit op ministeries, maar daar komt mogelijk verandering in: «Verbod op gif heroverwegen»» (ingezonden 2 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens
de Minister van Economische Zaken en Klimaat en de Staatssecretaris van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 20 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Rattenplaag in horeca, explosieve stijging overtredingen:
«Niet normaal, man!»»1 en het bericht «Muizen maken de dienst uit op ministeries, maar daar komt mogelijk
verandering in: «Verbod op gif heroverwegen»»?2
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is uw reflectie op deze berichten?
Antwoord 2
Beide artikelen benadrukken terecht dat ratten en muizen gevaar, schade of hinder
kunnen veroorzaken en dat een effectieve en duurzame knaagdierbeheersing vakmanschap
vereist. De titel van het artikel in De Telegraaf kan onjuist worden geïnterpreteerd,
maar dat beeld wordt elders in het artikel genuanceerd. Van een «verbod op gif» is
namelijk geen sprake: een deskundig bedrijf mag rodenticiden (biociden tegen ratten
en muizen) toepassen, voor zover dat onvermijdelijk is.
Sinds enkele jaren is de toepassing van een effectieve en duurzame methode voor knaagdierbeheersing
voorgeschreven, gebaseerd op integraal plaag management (ook wel «integrated pest
management» of IPM genoemd).
Integraal plaag management gaat uit van een voorkeursvolgorde. Beheersing begint met
preventieve maatregelen, zoals het opruimen van eetbaar afval en het verwijderen van
schuilmogelijkheden voor knaagdieren. Voor zover die maatregelen onvoldoende toereikend
zijn, worden niet-chemische maatregelen en methoden getroffen, zoals vallen, klemmen
of het gebruik van een PCP-buks. Bij alle maatregelen is samenwerking tussen knaagdierbeheerser
en opdrachtgever noodzakelijk.
Als de maatregelen onvoldoende blijken, mag een deskundig bedrijf als laatste redmiddel
rodenticiden inzetten.
In het verleden werden soms direct rodenticiden toegepast, zonder aanpak van de oorzaken
van het probleem. Dit was niet effectief, had zeer negatieve gevolgen voor mens, dier
en het milieu. Het blijkt dat tientallen procenten van de muizen en ratten resistent
zijn voor rodenticiden. Doorvergiftiging naar andere dieren blijft daarbij wel een
reëel risico.
Vraag 3
Bent u bekend met het feit dat ondernemers duizenden euro’s per jaar kwijt zijn aan
ongediertebestrijding, maar dat dit volgens hen nauwelijks effect heeft op het daadwerkelijk
terugdringen van het ongedierte?
Antwoord 3
Ratten en muizen komen voor in geheel Nederland, maar vooral op locaties met een ruim
voedselaanbod en veel schuilmogelijkheden. De effectiviteit van knaagdierbeheersing
wordt onder meer bepaald door de bereidheid en de mogelijkheden om de in antwoord
2 bedoelde preventieve maatregelen uit te voeren.
De kosten en de effectiviteit van knaagdierbeheersing zijn dan ook niet voor alle
ondernemingen vergelijkbaar.
Vraag 4
Hoe kijkt u aan tegen het feit dat de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
steeds meer bedrijven moet sluiten vanwege ongedierteoverlast en dat diverse sectoren
melden dat het uit de hand loopt, terwijl er volgens de overheid weinig tot geen extra
maatregelen nodig zijn?
Antwoord 4
Verordening (EG) nr. 852/2004 inzake levensmiddelenhygiëne verplicht horeca-ondernemers
en ambachtelijke ondernemers tot de uitvoering van maatregelen. Het gaat, naast de
algemene verplichting om hygiënisch te werken, om het voorkomen van toegang voor muizen
en ratten door het dichten van gaten en kieren, het voorkomen van schuilplekken door
goed opruimen, het opbergen van voedsel zodat dit niet toegankelijk is voor ongedierte
en het zorgen voor afvalbeheer zodat afval geen plaagdieren aantrekt.
Ondernemers die deze acties uitvoeren, behoeven volgens de NVWA geen structureel probleem
te hebben met plaagdieren. Extra of nieuwe wetgeving is niet nodig.
Vraag 5
Wat is dan uw reflectie op het bericht dat nu het ministerie last heeft van ongedierte,
er wordt overwogen om gif te herintroduceren?
Antwoord 5
Het bericht is onjuist. Er is geen sprake van een gebruiksverbod voor rodenticiden,
dus evenmin van een «herintroductie van gif». Zie het antwoord op vraag 2.
Vraag 6
Deelt u de mening dat er voor ondernemers een gelijke aanpak mogelijk moet zijn als
voor onze overheid?
Antwoord 6
Ja, en dat is ook het geval. De beginselen van integraal plaag management zijn voor
ondernemers en overheden gelijk.
Vraag 7
Hoe kijkt u aan tegen de kernadviezen van de NVWA voor ongediertebestrijding nu het
ministerie hier zelf last van heeft? Deelt u de mening dat dit op papier een goed
verhaal is, maar dat dit in de praktijk niet werkt? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Niet duidelijk is welke adviezen worden bedoeld.
De voorschriften, bedoeld in de antwoorden 2 en 4, zijn gebaseerd op praktijkkennis
en -ervaring van (brancheorganisaties van) knaagdierbeheersingsbedrijven, toezichthouders,
wetenschappelijke instellingen, opleidingsinstituten en anderen. Uitvoering gebeurt
door probleemeigenaren en deskundige (knaagdierbeheersings)bedrijven.
Ik heb vertrouwen in deze aanpak.
Vraag 8
Bent u bekend met de risico’s voor de volksgezondheid die optreden bij situaties waar
muizen en ratten (en ander ongedierte) vrij spel hebben door het ontbreken van een
goed maatregelenpakket en/of goede ongediertebestrijding?
Antwoord 8
Die risico’s zijn bekend. Op de website van het RIVM zijn publicaties over die risico’s
beschikbaar. Probleemeigenaren en knaagdierbeheersingsbedrijven hebben voldoende instrumenten
voor een effectieve en duurzame plaagbeheersing.
Vraag 9
Welke bewindspersoon is daadwerkelijk verantwoordelijk voor de ongediertebestrijding
in Nederland? Wie gaat de regie pakken op deze plagen die uit de hand lopen?
Antwoord 9
«Ongediertebestrijding» (plaagbeheersing) is primair een taak voor de eigenaar of
gebruiker van een locatie. Plaagbeheersing is geen onderwerp voor één ministerie;
meerdere ministeries hebben ermee te maken, door hun taken en bevoegdheden op beleidsterreinen
als volksgezondheid, woningbouw, dierenwelzijn of milieubescherming. Vanwege deze
gezamenlijke betrokkenheid hebben de Ministeries van BZK, LVVN, VWS en IenW een coördinatiestructuur
opgezet, bedoeld voor het afwegen van een nationale rol, het delen van beschikbare
kennis en afstemmen van mogelijke maatregelen.
Vraag 10 en 11
Deelt u de mening dat ondernemers in deze tijd al met veel hoge kosten te maken hebben
en dat euro’s die zij moeten inzetten voor ongediertebestrijding dus ook daadwerkelijk
wat moeten opleveren?
Welke kansen ziet u om de kosten voor ondernemers te verlagen, bijvoorbeeld door het
inzetten van middelen ter bestrijding van ongedierte toe te staan die wél werken?
Antwoord 10 en 11
Een ondernemer kan eerst zelf tal van preventieve en niet-chemische maatregelen en
methoden inzetten om de aanwezigheid van knaagdieren te beheersen. Het gebruik van
«middelen» (rodenticiden) is vervolgens echter voorbehouden aan deskundige (knaagdierbeheersings)bedrijven,
vanwege de zeer gevaarlijke aard en eigenschappen van die middelen en de onaanvaardbare
risico’s van ondeskundig gebruik. Om het perspectief op efficiënte en effectieve knaagdierbeheersing
te vergroten zal ik best practices ophalen van juist gebruik van rodenticiden als
laatste redmiddel.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Mede namens
H.G. Herbert, minister van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.