Schriftelijke vragen : Het ontbreken van een heldere definitie van femicide in de Nederlandse rechtspraktijk
Vragen van het leden Mutluer (GroenLinks-PvdA), Armut (CDA), Becker (VVD), Coenradie (JA21) en Van der Werf (D66) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het ontbreken van een heldere definitie van femicide in de Nederlandse rechtspraktijk (ingezonden 19 mei 2026).
Vraag 1
Kent u het rapport «Femicide in de Nederlandse rechtspraktijk: juridische erkenning
en straftoemeting»?1
Vraag 2
Waarom ontbreekt tot op heden een eenduidige definitie van femicide binnen de Nederlandse
rechtspraktijk? Wanneer kan de Kamer een definitie verwachten?
Vraag 3
Deelt u de mening dat het van belang is om tot een landelijke en juridisch toepasbare
definitie van femicide te komen zodat politie, Openbaar Ministerie (OM) en rechtspraak
hetzelfde toetsingskader hanteren? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Vraag 4
Klopt het dat dat internationale organisaties zoals de World Health Organization en
United Nations Women een bredere en explicieter gender gerelateerde definitie van
femicide hanteren dan momenteel in Nederland gebruikelijk is? Zo ja, bent u bereid
de definities en aanbevelingen van deze organisaties mee te nemen bij het opstellen
van een Nederlandse definitie van femicide? En zo ja, wanneer kunnen we dat tegemoet
zien?
Vraag 5
Gaat u gevolg geven aan de aanbeveling uit het genoemde onderzoek om «femicidezaken»
consequenter als zodanig te laten benoemen omdat dit zorgt voor een betere registratie
en monitoring van femicide en bijdraagt aan maatschappelijke bewustwording van gender
gerelateerd dodelijk geweld? Zo ja, op welke wijze gaat u deze aanbeveling uitvoeren?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Deelt u de mening van respondenten uit het onderzoek die voorstander zijn «van de
introductie van femicide of gender gerelateerde kenmerken als wettelijke strafverzwaringsgrond,
omdat dit kan bijdragen aan het structureler (h)erkennen van gender gerelateerde kenmerken
in de strafrechtspraktijk»? Zo ja, waarom en hoe gaat u hier gevolg aan geven? Zo
nee, waarom niet?
Vraag 7
Deelt u de mening van de onderzoekers dat verdere specialisatie binnen de strafrechtpraktijk
en versterking van kennis over gender gerelateerd geweld van belang is? Zo ja, waarom
en hoe gaat u deze specialisatie bevorderen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 8
Deelt u de opvatting dat rode vlaggen zoals stalking, dwingende controle, psychisch
geweld, obsessief gedrag tijdens en zelfs na een relatiebreuk structureel beter moeten
worden herkend? Welke concrete acties worden thans hiertoe ondernomen door de justitiële
keten? Kunt u dat onderbouwen?
Vraag 9
Bent u bereid in overleg te treden met het OM en de rechterlijke macht over het verbeteren
van dossiervorming om femicide te kunnen herkennen en te erkennen?
Vraag 10
Bent u bereid de mogelijkheid te bespreken om ook zaken waar sprake is van vrouwenmoord,
maar de dader niet vervolgd kan worden omdat hij na de daad een einde aan zijn eigen
leven heeft gemaakt in de toekomst ook te kunnen registreren als femicide?
Vraag 11
Bent u bereid een kabinetsreactie inclusief voorgestelde maatregelen binnen zes weken
naar de Kamer te sturen?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Songül Mutluer, Kamerlid -
Medeindiener
Bente Becker, Kamerlid -
Medeindiener
Ingrid Coenradie, Kamerlid -
Medeindiener
Etkin Armut, Kamerlid -
Medeindiener
Hanneke van der Werf, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.