Schriftelijke vragen : Kinderdagcentra
Vragen van het lid Van Houwelingen (FVD) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over kinderdagcentra (ingezonden 19 mei 2026).
Vraag 1
Hoeveel kinderen staan op dit moment op een wachtlijst voor een kinderdagcentrum (KDC)
in elk van de vier grote steden? Is dit aantal de afgelopen jaren toe- of afgenomen?
Vraag 2
Hoe lang moet een kind gemiddeld ongeveer wachten op een plek in een KDC in elk van
de vier grote steden? Is deze wachttijd de afgelopen jaren toegenomen? Zo ja, hoe
komt dit?
Vraag 3
Hoe heeft het aantal (operationele) KDC-plekken in elk van deze vier gemeenten zich
de afgelopen jaren ontwikkeld? Is het aantal operationele (waarvoor dus ook de benodigde
zorgmedewerkers beschikbaar zijn) KDC-plekken de afgelopen jaren toe- of afgenomen?
Indien er sprake is van een afname, waardoor wordt dit veroorzaakt?
Vraag 4
Is u bekend dat de wachttijd voor een KDC-plek in Den Haag inmiddels twee jaar is1?
Vraag 5
Bent u ermee bekend dat Jeugdhulp Haaglanden een wachttijd voor een KDC-plek van meer
dan 90 dagen als «schadelijk» definieert?2 Bent u het hiermee eens? Zo nee, waarom niet?
Vraag 6
Kan een KDC-wachttijd van twee jaar ertoe leiden dat een kind niet op tijd «schoolbaar»
is waardoor het geen (speciaal) onderwijs kan ontvangen zodra het kind de leerplichtige
leeftijd heeft bereikt? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wie is hiervoor (primair) verantwoordelijk
en welke rol ziet u voor zichzelf weggelegd om te voorkomen dat (leerplichtige) kinderen
geen onderwijs kunnen ontvangen en thuis komen te zitten omdat ze niet op tijd «schoolbaar»
zijn vanwege een gebrek aan KDC-plekken zijn?
Vraag 7
Kan de Kamer de beantwoording ontvangen voor het aanstaande debat over «passend onderwijs»?
Indieners
-
Gericht aan
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport -
Indiener
Pepijn van Houwelingen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.