Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over het bericht 'Israëlische aanval treft journalisten in Libanon: vermiste verslaggever dood onder het puin gevonden'
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking over het bericht «Israëlische aanval treft journalisten in Libanon: vermiste verslaggever dood onder het puin gevonden» (ingezonden 23 april 2026).
Antwoord van Minister Sjoerdsma (Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking)
en de Minister van Buitenlandse Zaken (ontvangen 19 mei 2026).
Vraag 1
Wat is uw reactie op de aanvallen op hulpverleners en journalisten door het Israëlische
leger in Libanon, zoals het AD meldt?1
Antwoord 1
De gevolgen van het geweld in Libanon baren het kabinet ernstige zorgen, specifiek
ook de slachtoffers die vallen onder hulpverleners en journalisten. Een van de centrale
uitgangspunten van het humanitair oorlogsrecht (HOR) is dat humanitaire hulpverleners
en humanitaire hulpgoederen door strijdende partijen moeten worden ontzien en beschermd.
Vraag 2
Herinnert u zich het AIV en CAVV rapport over geweld tegen hulpverleners? Zo ja, passen
deze aanvallen in het patroon van afbraak van het humanitair recht?
Antwoord 2
Het kabinet heeft het rapport van AIV en CAVV over geweld tegen hulpverleners meteen
bij ontvangst verwelkomd. Het is cruciaal dat manieren worden gevonden om het in vele
conflicten toenemende geweld tegen hulpverleners te keren. In de reactie op het rapport
deelt het kabinet de analyse van de AIV en CAVV dat er wereldwijd sprake is van afnemend
respect voor humanitair oorlogsrecht en mede als gevolg daarvan toenemend geweld tegen
hulpverleners. Zoals de VN Emergency Relief Coordinator, Tom Fletcher, het begin april verwoordde in de VN Veiligheidsraad is de toename
aan gedode hulpverleners geen toeval, maar de teloorgang van het humanitaire uitgangspunt
van bescherming.2 Helaas is sinds de geweldsescalatie tussen Israël en Hezbollah ook in Libanon sprake
van dergelijk toenemend geweld.
Vraag 3
Herinnert u zich uw uitspraak «door stilte sterft de norm» als reactie op het rapport
van de AIV en CAVV en hoe gaat u indachtig deze uitspraak reageren op deze aanvallen
op journalisten en hulpverleners door het Israëlische leger?
Antwoord 3
Een van de centrale uitgangspunten van het humanitair oorlogsrecht (HOR) is dat humanitaire
hulpverleners en humanitaire hulpgoederen door strijdende partijen moeten worden ontzien
en beschermd. Het kabinet staat pal voor respect voor het HOR, zoals kortgeleden benadrukt
in de kabinetsreactie op het rapport van de AIV en CAVV. Wereldwijd zien we dat in
Oekraïne, Soedan, Gaza, Libanon of de Democratische Republiek Congo steeds meer lokale
en internationale hulpverleners omkomen door een gebrek aan respect voor het HOR.
Dit niet adresseren leidt tot normerosie en het kabinet zet zich daarom in om deze
tegen te gaan en het werk van hulporganisaties in woord en daad te steunen.
Persvrijheid en vrijheid van meningsuiting, met in ruimere zin veiligheid van journalisten,
is en blijft één van de prioriteiten binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Journalisten
worden beschermd onder het humanitair oorlogsrecht en moeten hun belangrijke werk
in conflictgebieden in veiligheid kunnen uitvoeren. Het kabinet onderstreept deze
uitgangspunten en veroordeelt doelbewuste aanvallen op journalisten overal ter wereld,
ook in het Midden-Oosten. Vermeende internationale misdrijven vragen in algemene zin
om gedegen en onafhankelijk onderzoek, ook waar het journalisten betreft. Nederland
vraagt ook al geruime tijd om meer internationale aandacht voor de toenemende straffeloosheid
voor geweld tegen journalisten wereldwijd – onder andere in de context van de Media Freedom Coalition. Vanuit het Mensenrechtenfonds heeft Nederland het Safety for Voices-programma dat ziet op fysieke, digitale, juridische en psychosociale veiligheid van
journalisten en mensenrechtenverdedigers (EUR 40 miljoen voor periode 2023–2027),
waarmee ook journalisten in het Midden-Oosten worden geholpen. Nederland blijft het
belang van persvrijheid en veiligheid van journalisten consistent onderstrepen tegenover
Israël, zowel publiek als achter de schermen, mede met het oog op het tegengaan van
straffeloosheid voor dit soort misdrijven.
Vraag 4
Deelt u de mening dat aanvallen van hulpverleners en journalisten nooit de norm mogen
worden en dat hier dus actie op is vereist om het internationaal recht als norm te
herstellen?
Antwoord 4
Geweld tegen hulpverleners en journalisten mag inderdaad nooit de norm worden, net
zo min als straffeloosheid bij dergelijk geweld. Om straffeloosheid tegen te gaan,
is bewijsmateriaal nodig op grond waarvan vervolgens doortastend gehandeld moet worden.
In principe is het in eerste instantie aan de nationale autoriteiten om onderzoek
te doen naar mogelijke misdrijven. De internationale gemeenschap komt in beeld als
een staat niet bereid of niet in staat is om zelf op te treden. Het kabinet roept
daarom op tot transparant en onafhankelijk onderzoek naar de diverse gevallen waarbij
de afgelopen tijd door het geweld tussen Israël en Hezbollah in Libanon hulpverleners
en journalisten omkwamen of gewond raakten. Zie ook antwoord 7.
Vraag 5
Deelt u de mening dat deze aanvallen door het Israëlische leger een schending zijn
van het staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon? Op welke manier gaat u ervoor zorgen
dat het staakt-het-vuren overeind blijft?
Antwoord 5
Het kabinet verwelkomt het staakt-het-vuren tussen Israël en Libanon, de bemiddelende
rol van de VS hierin, en roept alle partijen op zich aan de gemaakte afspraken te
houden en de wederzijdse aanvallen te stoppen. Deze boodschap onderstreept het kabinet
onverkort, zowel in samenspraak met gelijkgezinden als bilateraal. Het is van groot
belang dat de onderhandelingen tussen Israël en Libanon worden voortgezet om te komen
tot een duurzame diplomatieke oplossing.
Vraag 6
Bent u bereid om deze aanvallen op hulpverleners en journalisten door het Israëlische
leger publiekelijk te veroordelen?
Antwoord 6
Het kabinet onderstreept dat militair optreden alleen binnen de kaders van het internationaal
recht mag plaatsvinden. Dat betekent dat het humanitair oorlogsrecht, alsook het recht
voor het gebruik van geweld door staten, door alle partijen moet worden gerespecteerd.
Daar waar dat niet gebeurt, spreekt het kabinet zich uit, voor en achter de schermen.
Zoals uw Kamer bekend wijst het kabinet de Israëlische regering op zijn internationaalrechtelijke
verplichtingen, waaronder de bescherming van burgers, inclusief journalisten en hulpverleners.
Vraag 7
Bent u bereid ervoor te zorgen dat dat er onafhankelijk onderzoek komt naar deze en
andere aanvallen op hulpverleners en journalisten in Libanon, en zo ja, op welke manier
gaat u dit doen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Ook in deze context dringt Nederland aan op transparant en onafhankelijk onderzoek
naar mogelijke schendingen van het humanitair oorlogsrecht. Het is in eerste instantie
aan de lokale autoriteiten om onderzoek te doen naar mogelijke schendingen. Het kabinet
onderzoekt mogelijkheden om de Libanese autoriteiten hierin te ondersteunen en steunt
Nederland het kantoor van de VN Hoge Commissaris voor de Mensenrechten (OHCHR) in
Libanon met een bedrag van USD 1,5 mln. over de jaren 2025–2026.
Vraag 8
Bent u bereid om de Israëlische ambassadeur te ontbieden naar aanleiding van deze
aanvallen, of welke andere actie gaat u ondernemen om druk te zetten op de Israëlische
regering om deze aanvallen op journalisten, hulpverleners of burgers te stoppen?
Antwoord 8
Het kabinet beziet steeds hoe het op een effectieve wijze kan bijdragen aan verbetering
van de situatie ter plaatse en blijft dit consistent onderstrepen in bilaterale gesprekken
met Israëli en in multilateraal verband. Dat doet het kabinet soms publiekelijk en
soms achter de schermen.
Vraag 9
Bent u bereid om deze vragen één voor één te beantwoorden en gezien de actualiteit
met spoed te beantwoorden?
Antwoord 9
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.W. Sjoerdsma, minister van Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking -
Mede ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.