Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Moinat over de toename van huiselijk geweld
Vragen van het lid Moinat (Groep Markuszower) aan de Minister van Langdurig Zorg, Jeugd en Sport over de toename van huiselijk geweld (ingezonden 28 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 19 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Voor het eerst sinds 2022 meer huiselijk geweld in
het Westland» en soortgelijke berichten over een stijging van huiselijk geweld in
onder meer Westland, Epe, Arnhem en Alphen aan den Rijn?1
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met het bericht.
Vraag 2
Erkent u dat dit geen incidenten zijn, maar een landelijke trend?
Antwoord 2
Ik herken het beeld dat het aantal meldingen en adviezen dat Veilig Thuis landelijk
ontvangt een stijgende trend laat zien. Deze stijging is al enkele jaren zichtbaar.
Het is belangrijk om bij deze cijfers een splitsing aan te brengen tussen het aantal
adviesvragen en het aantal meldingen. De cijfers van beide categorieën stijgen namelijk
niet evenredig: zo is het aantal meldingen in 2025 ten opzichte van 2024 met ongeveer
5% gestegen, terwijl het aantal adviesvragen in dezelfde periode met 16% is gestegen.
Een vergelijkbaar verschil was ook in 2024 al zichtbaar ten opzichte van 2023. De
snellere groei van het aantal adviesvragen lijkt te laten zien dat Veilig Thuis vaker
al in een vroeg stadium wordt betrokken. Mensen zoeken sneller advies bij signalen
of twijfel, nog voordat situaties escaleren. Daarbij nemen ook direct betrokkenen
vaker zelf contact op met Veilig Thuis voor advies. Deze verschuiving naar de «voorkant»
betekent dat Veilig Thuis steeds vaker en eerder meedenkt, adviseert en ondersteunt,
zodat betrokkenen waar mogelijk zelf stappen kunnen zetten om de veiligheid te verbeteren
en escalatie te voorkomen. Deze trend sluit aan bij de inzet die hierop is gepleegd,
bijvoorbeeld met campagnes en het versterken van de adviesfunctie van Veilig Thuis.
Een tweede belangrijke nuancering bij deze cijfers is dat de stijging in aantallen
niet per definitie hoeft te betekenen dat huiselijk geweld vaker vóórkomt; deze cijfers
lijken er vooral op te wijzen dat huiselijk geweld eerder en vaker in beeld komt.
Dat is ook precies de inzet geweest van de diverse grootschalige publiekscampagnes
van afgelopen jaren. Een causaal verband is hierbij niet te geven, maar de relatief
sterker stijgende groei van het aantal adviesvragen ten opzichte van het aantal meldingen
lijkt hier wel sterk op te wijzen.
Vraag 3
Klopt het dat in ongeveer de helft van de gevallen sprake is van kindermishandeling?
Antwoord 3
Op basis van de cijfers van Veilig Thuis kan niet worden vastgesteld dat in de helft
van de gevallen daadwerkelijk sprake is van kindermishandeling. Het gaat hierbij om
signalen en vermoedens en niet om vastgestelde kindermishandeling. Ongeveer de helft
van alle meldingen en adviesvragen bij Veilig Thuis heeft betrekking op vermoedens
van kindermishandeling. Dit percentage is de afgelopen jaren stabiel gebleven. De
totale aantallen laten zien dat zowel het aantal meldingen als het aantal adviesvragen
toeneemt. Zoals ook toegelicht in het antwoord op vraag 2 kan dit duiden op een ontwikkeling
waarbij signalen eerder worden opgepakt en Veilig Thuis vaker in een vroeg stadium
wordt betrokken om mee te denken en te adviseren.
Vraag 4
Klopt het dat ook ouderen (65+) steeds vaker slachtoffer zijn van mishandeling en
verwaarlozing binnen de huiselijke sfeer?
Antwoord 4
Op basis van de cijfers van Veilig Thuis kan niet worden vastgesteld dat ouderen (65+)
vaker slachtoffer zijn van mishandeling en verwaarlozing. Wel is zichtbaar dat het
aantal meldingen van huiselijk geweld in de brede zin is toegenomen. Ouderenmishandeling
vormt daarin een relatief klein deel van het totaal en er zijn geen aanwijzingen dat
dit aandeel sneller stijgt. De cijfers hebben betrekking op meldingen en adviezen
en geven daarmee inzicht in hoeveel gevallen in beeld komen, niet in de daadwerkelijke
omvang van ouderenmishandeling.
Vraag 5
Hoe groot is het aandeel partner- en ex-partnergeweld in de meldingen bij Veilig Thuis?
Antwoord 5
Het aantal meldingen van (ex-)partnergeweld bedroeg in 2025 53.485. Op een totaal
van 136.325 meldingen, bedraagt het aantal meldingen van (ex-)partnergeweld daarmee 39 procent.
Vraag 6
In hoeveel van de 25 Veilig Thuis-regio’s stijgen de cijfers momenteel?
Antwoord 6
Het aantal meldingen is in 2025 ten opzichte van 2024 in acht Veilig Thuis regio’s
gedaald en in zeventien Veilig Thuis regio’s gestegen. Het aantal adviesvragen is
in dezelfde periode in twee regio’s gedaald en in drieëntwintig regio’s gestegen.
Vraag 7
Hoe verklaart u deze brede stijging bij kinderen, partners én ouderen ondanks jarenlang
beleid?
Antwoord 7
Zoals toegelicht bij vraag 2 is er een verschil tussen de stijging in aantal meldingen
en het aantal adviesvragen en dienen de cijfers met nuance te worden bezien. De stijging
kan niet aan één specifieke oorzaak worden toegeschreven. Deze kan mogelijk samenhangen
met verbeterde signalering, een grotere bereidheid van professionals en burgers om
te melden en/of advies te vragen en een toegenomen bekendheid van Veilig Thuis, waardoor
(zorgen rondom) huiselijk geweld en kindermishandeling eerder en vaker in beeld komt.
Direct betrokkenen nemen ook steeds vaker zelf contact op met Veilig Thuis als sprake
is van onveiligheid. Daarnaast geldt de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling
voor een groot aantal professionals. Wanneer zij vermoedens hebben van onveiligheid,
dienen zij de stappen van de meldcode te volgen. Contact met Veilig Thuis is daar
onderdeel van. Wanneer vermoedens van onveiligheid eerder of beter worden herkend
en volgens de meldcode wordt gehandeld, zullen professionals vaker contact opnemen
met Veilig Thuis. De stijging is niet voor alle groepen en geweldsvormen in gelijke
mate zichtbaar is, zo is bij ouderenmishandeling geen duidelijk stijgende trend waarneembaar.
Vraag 8
Deelt u de conclusie dat de huidige aanpak tekortschiet?
Antwoord 8
De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling vraagt continue aandacht. De
afgelopen jaren zijn veel stappen gezet in de verbetering van deze aanpak, gericht
op het voorkomen, eerder signaleren en zorgen voor duurzame veiligheid. Zo is bijvoorbeeld
ingezet op het versterken van de advies- en meldfunctie en het verbeteren van de toegankelijkheid
en bereikbaarheid van Veilig Thuis, het vergroten van bewustwording, het versterken
van deskundigheid van professionals, het verbeteren van risicotaxaties en het bieden
van integrale hulp. Het is van belang deze inzet door te zetten en verdere verbeteringen
te realiseren, samen met andere departementen, gemeenten en uitvoeringsorganisaties.
Vraag 9
Hoeveel meldingen krijgen geen tijdige opvolging door wachttijden of capaciteitstekorten?
Antwoord 9
Het is belangrijk dat bij gezinnen en huishoudens in een onveilige situatie zo snel
mogelijk een goede inschatting wordt gemaakt van wat er aan de hand is. Vervolgens
dienen zij zo snel mogelijk de juiste hulp en ondersteuning te krijgen. Op dit moment
lukt dit niet in alle Veilig Thuis regio’s, mede door het grote aantal adviesvragen
en meldingen dat zij ontvangen. Het exacte aantal meldingen dat op dit moment geen
tijdige opvolging krijgt door wachttijden of capaciteitstekorten is niet goed weer
te geven, onder andere als gevolg van regionale verschillen in uitvoering en registraties.
Het is daarbij ook niet eenvoudig om deze wachttijden terug te dringen, onder meer
vanwege de krappe arbeidsmarkt, de toename in complexiteit van de casuïstiek en de
bredere uitdagingen in de keten, zoals wachttijden bij lokale hulpverleners die een
soepele overdracht in de weg staan. In deze moeilijke omstandigheden zetten de professionals
van Veilig Thuis en de hulpverlening zich in om hun ingewikkelde werk uit te voeren.
Het is daarnaast belangrijk om te benadrukken dat ook als er sprake is van wachtlijsten,
Veilig Thuis bij iedere melding direct toetst of er sprake is van een acuut onveilige
situatie. Bij acuut gevaar of onveiligheid wordt altijd gehandeld. De Inspectie Gezondheidszorg
en Jeugd houdt toezicht op de uitvoering van de taken door Veilig Thuis.
Vraag 10
Wat gaat u per direct doen om alle slachtoffers, kinderen, partners en ouderen beter
te beschermen?
Antwoord 10
Zoals in de beantwoording van vraag 8 benadrukt, vraagt de aanpak van huiselijk geweld
en kindermishandeling continue aandacht en worden verbeterinitiatieven doorgezet.
Zo wordt ingezet op preventieve maatregelen en het verbeteren van de vroegsignalering
en de deskundigheid van professionals zodat huiselijk geweld eerder in beeld komt
en betrokkenen tijdig kunnen worden ondersteund.
Daarnaast wordt met het Toekomstscenario Kind- en Gezinsbescherming ingezet op het
realiseren van verbeteringen in de kind- en gezinsbescherming. Het stelsel is complex
georganiseerd, de problemen in gezinnen en huishoudens worden onvoldoende in samenhang
opgepakt en volwassenen en kinderen voelen zich onvoldoende gehoord en gezien. Dit
vraagt om een fundamenteel andere werkwijze bij het helpen en beschermen van volwassenen
en kinderen als sprake is van onveiligheid. Er wordt toegewerkt naar integrale ondersteuning
van gezinnen en huishoudens, met een centrale rol voor stevige lokale teams en een
kwalitatief sterk Regionaal Veiligheidsteam. De proeftuinen van het Toekomstscenario
laten zien dat de nieuwe manier van werken tot goede resultaten leidt. Op dit moment
wordt samen met alle betrokken partnerorganisaties hard gewerkt aan de zogeheten veranderstrategie,
waarin wordt beschreven aan welke inhoudelijke doelen en in welk tempo aan de gestelde
ambities wordt gewerkt – passend bij de beschikbare financiële ruimte.
Daarnaast wordt voor het zomerreces een Nationaal Coördinator Geweld tegen Vrouwen
en Huiselijk Geweld aangesteld. De Nationaal Coördinator gaat onder andere aan de
slag met een Nationaal Actieplan Geweld tegen Vrouwen en Huiselijk Geweld. De coördinator
zal zich richten op het versterken van het netwerk, het signaleren van knelpunten
in beleid en uitvoering en het verbeteren van de samenwerking. Ook kindermishandeling
heeft hierin nadrukkelijk de aandacht. Met deze maatregelen wordt beoogd de bescherming
van slachtoffers, kinderen, partners en ouderen te versterken.
Vraag 11
Bent u bereid landelijke normen in te voeren voor sneller ingrijpen en maximale wachttijden?
Antwoord 11
Er gelden reeds landelijke normen waar Veilig Thuis-organisaties zich aan dienen te
houden. Specifiek geldt de norm dat Veilig Thuis binnen 5 werkdagen na ontvangst van
de melding een veiligheidsbeoordeling uitvoert en een besluit neemt over het vervolg.
Indien uit de triage blijkt dat de dienst «Voorwaarden en Vervolg» van Veilig Thuis
nodig is, moet deze dienst zo spoedig mogelijk maar uiterlijk binnen 10 weken na de
veiligheidsbeoordeling zijn afgerond. Met inzet van deze dienst worden veiligheidsvoorwaarden
opgesteld en vervolghulp ingezet. Dat deze normen niet altijd gehaald worden heeft
zodoende niet te maken met het ontbreken van normen, maar voornamelijk met de eerder
geschetste uitdagingen op het gebied van de arbeidsmarkt en het grote aantal adviesvragen
en meldingen dat Veilig Thuis ontvangt. In deze context is Veilig Thuis ook altijd
bezig de eigen werkwijzen tegen het licht te houden, te zoeken naar efficiëntere vormen
van samenwerking en het innoveren van haar dienstverlening. Een voorbeeld hiervan
is de verdere doorontwikkeling van de chatfunctie, bedoeld om het contact met Veilig
Thuis en de daar beschikbare kennis en expertise vroegtijdig en laagdrempelig toegankelijk
te maken.
Vraag 12
Wilt u deze vragen beantwoorden vóór het commissiedebat Maatschappelijk domein van
28 mei aanstaande?
Antwoord 12
Ja.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.