Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Kostić over ‘Onderzoek waaruit blijkt dat Nederlandse megatrawlers massaal natuurbeschermingswetten overtreden’
Vragen van het lid Kostić (PvdD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het onderzoek waaruit blijkt dat Nederlandse megatrawlers massaal natuurbeschermingswetten overtreden (ingezonden 16 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 18 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1600.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het recente onderzoek en campagne «Stop the Dirty Dozen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u ermee bekend dat door megatrawlers duizenden uren in Europese mariene beschermde
gebieden (MPAs) en Natura 2000-gebieden wordt gevist, terwijl ze daar vaak geen toestemming
of vergunningen voor hebben? Wat vindt u hiervan?
Antwoord 2
Ik ben mij ervan bewust dat in sommige Natura 2000 (N2000)- en Kaderrichtlijn Mariene
Strategie (KRM)-gebieden wordt gevist. Dit is niet per definitie illegaal omdat niet
in alle beschermde natuurgebieden visserijbeperkende maatregelen gelden. Als er in
deze natuurgebieden visserijbeperkende maatregelen gelden is dit vaak voor bodemberoerende
visserij en niet voor pelagische visserij. Voor de Nederlandse Noordzee zijn op dit
moment alleen een aantal gebieden gesloten voor bodemberoerende visserij en niet voor
pelagische visserij. Ik heb geen aanwijzingen dat de genoemde vaartuigen in Nederlandse
beschermde gebieden onrechtmatig hebben gevist.
Vraag 3
Heeft u ervan kennisgenomen dat de twaalf onderzochte trawlers die worden genoemd
in dit onderzoek direct of indirect zijn verbonden met twee Nederlandse bedrijven?
Antwoord 3
Ik heb kennisgenomen van de conclusies in het onderzoek. Binnen het genoemde onderzoek
zijn er twee Nederlands gevlagde vaartuigen, deze vaartuigen beoefenen uitsluitend
pelagische visserij.
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat deze praktijken in strijd met de geldende natuurbeschermingsregels
zijn? Zo ja, welke actie heeft u ondernomen tegen de betreffende bedrijven? Zo nee,
op welke bronnen baseert u zich dan?
Antwoord 4
Nee, ik kan dit niet bevestigen. Dit onderzoek gaat grotendeels over niet Nederlands
gevlagde vaartuigen en over gebieden die zich niet bevinden binnen Nederlandse jurisdictie.
Voor het toezicht, de controle en de handhaving zijn hiervoor in eerste instantie
de desbetreffende vlag- of kuststaten verantwoordelijk. In de Nederlandse Noordzee
(Nederlandse jurisdictie) gelden voor negen van de twaalf vaartuigen geen visserijbeperkende
maatregelen omdat zij enkel pelagisch vissen. Uit de beschikbare data van de Nederlandse
Voedsel-en Warenautoriteit (NVWA) blijken geen overtredingen van de genoemde vaartuigen
in beschermde gebieden op de Nederlandse Noordzee.
Vraag 5
Welke maatregelen worden getroffen tegen de genoemde bedrijven?
Antwoord 5
Er worden geen maatregelen genomen tegen de genoemde bedrijven. Wanneer overtredingen
worden geconstateerd zal er worden gehandhaafd volgens het geldende interventiebeleid.
In de Nederlandse situatie is de NVWA hier verantwoordelijk voor.
Vraag 6
Hoe en hoe vaak wordt er momenteel gecontroleerd of trawlers zich houden aan hun quota’s
en dat zij niet vissen in beschermde gebieden waar dit niet is toegestaan? Hoeveel
handhavingscapaciteit is hiervoor precies beschikbaar?
Antwoord 6
Vissers moeten tijdens de visreis hun vangsten en mogelijke discards registreren in
het elektronisch logboek. Bij de aanlanding wordt de totale omvang van de vangsten
bepaald door een officiële weging. De resultaten van deze weging worden gebruikt voor
het bepalen van de quotumbenutting. Naast de quotumbenutting wordt ook een kruiscontrole
uitgevoerd op de gegevens in het logboek en het resultaat van de weging. Op basis
van de Controleverordening2 is een tolerantiewaarde toegestaan van 10%, bij een overschrijding van 20% is er
sprake van een ernstige inbreuk. De NVWA ziet door middel van regelmatige fysieke
en administratieve controles toe op de weging van visserijproducten en de tolerantiewaarden.
Daarnaast wordt op wekelijkse basis de nationale benutting van de Nederlandse visquota
gemonitord door de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RVO). De individuele vangstmogelijkheden
van de trawlers worden op groepscontingent-niveau beheerd door de visserij producentenorganisatie.
De benutting van deze groepscontingenten wordt in co-management met de visserij producentenorganisatie
door RVO tweewekelijks gemonitord. Verder kan ik geen uitspraak doen over de specifieke
handhavingscapaciteit bij trawlers, omdat dit onderdeel is van de risico-gebaseerde
inzet van de NVWA.
Vraag 7
Deelt u de opvatting dat de vispraktijken van deze megatrawlers te veel buiten het
zicht van handhaving gebeuren en daardoor onvoldoende wordt opgetreden tegen natuurvernietiging
door deze schepen? Zo nee, waarom niet en waarop baseert u dat?
Antwoord 7
Nee, ik deel deze opvatting niet. Er zijn geen indicaties vanuit de controle-instanties
dat de vaartuigen waarnaar verwezen wordt overtredingen begaan in relatie tot beschermde
natuurgebieden. Er wordt door verschillende controlemaatregelen effectief toezicht
gehouden op visserijactiviteiten binnen en buiten beschermde gebieden met visserijbeperkingen.
Vraag 8
Kunt u aangeven hoe vaak trawlers, verbonden aan Nederlandse bedrijven, visten zonder
toestemming in beschermde gebieden of boven quota in de afgelopen vijf jaar? Welke
sancties zijn daarbij opgelegd?
Antwoord 8
Zoals benoemd in vraag 4 kan ik niet bevestigen of er door trawlers in beschermde
gebieden is gevist. Daarbij staan in het onderzoek niet overal bronvermeldingen waardoor
ik de betrouwbaarheid en correctheid van het genoemde onderzoek niet kan vaststellen.
Het onderzoek gaat grotendeels over niet Nederlands gevlagde vaartuigen en over gebieden
die zich niet bevinden binnen Nederlandse jurisdictie. Op de Nederlandse Noordzee
zijn op dit moment geen gevallen bekend waarbij een van de twaalf genoemde vaartuigen
illegaal in beschermde gebieden heeft gevist.
De afgelopen vijf jaar is er drie keer boven de toegestane quota van een bepaalde
soort gevist. Op het moment dat een quotum knellend lijkt te worden voor Nederlands
gevlagde vaartuigen bekijkt RVO, in samenwerking met de producentenorganisaties van
de visserij, of het mogelijk is om aanvullende vangstmogelijkheden bij te ruilen met
andere lidstaten, het Verenigd Koninkrijk óf dat er een andere maatregel moet worden
getroffen. Daarom wordt voornamelijk bij de afsluiting van het quotumjaar gekeken
of het nationale quotum overschreden is en niet meer bijgeruild kan worden. In de
gevallen waar dit niet mogelijk was, zijn in lijn met de Controleverordening deze
hoeveelheden in mindering gebracht op de vangstmogelijkheden voor Nederland van het
volgende jaar, al dan niet met een vermenigvuldigingsfactor waar van toepassing. Waar
het ging om overschrijding op een bijvangstbestand, is deze in mindering gebracht
op het quotum van de doelsoort met conversiefactor. Waarbij het geen Nederlandse vaartuigen
betreft, is de betreffende vlagstaat verantwoordelijk voor het monitoren op quotaverbruik.
Vraag 9
Bent u ermee bekend dat Europese mariene beschermde gebieden ook wel «Paper Parks»
worden genoemd, omdat enige bescherming op papier is geregeld maar de gebieden in
de praktijk nog steeds ernstig worden aangetast door onder meer de visserij? Onderschrijft
u dit? Zo nee, op welke onafhankelijke bronnen baseert u zich?
Antwoord 9
Ik ben met deze term bekend. Alle Europese lidstaten zijn zelf verantwoordelijk voor
het nemen van instandhoudingsmaatregelen om hun ecologisch waardevolle gebieden te
beschermen. De te nemen maatregelen zijn afhankelijk van het beschermingsregime. In
niet alle beschermde gebieden gelden visserijbeperkende maatregelen, waardoor vissers
in bepaalde beschermde gebieden mogen vissen. In het Nederlandse deel van de Noordzee
neemt de Minister van LVVN in afstemming met mij maatregelen voor beschermde gebiedenmiddels
beheerplannen en het treffen van visserijbeperkende maatregelen op basis van de artikel 11-procedure
van het Gemeenschappelijk Visserijbeleid conform het Noordzeeakkoord (NZA).
Vraag 10
Welke maatregelen gaat u treffen om ervoor te zorgen dat «Paper Parks» daadwerkelijk
worden beschermd?
Antwoord 10
Zoals in antwoord 9 aangegeven, werkt de Minister van LVVN in afstemming met mij aan
de bescherming van natuurgebieden door middel van uitvoering van het NZA. De NVWA
handhaaft de aangewezen beschermde gebieden volgens het geldende interventiebeleid.
Vraag 11
Onderschrijft u dat bodemberoerende visserij grote schade aanricht aan mariene ecosystemen
doordat ze de zeebodem, en daarmee de leefgebieden van vele diersoorten, ernstig aantasten?
Zo nee, op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich?
Antwoord 11
Het is bekend dat bodemberoerende visserij een grote drukfactor is voor het mariene
bodemleven. Daarom neemt Nederland, op basis van wetenschappelijke onderbouwing, maatregelen
ter bescherming van natuurwaarden om hiermee te voldoen aan internationale afspraken
ten behoeve van de bescherming van onze natuur.
Vraag 12
Hoe beoordeelt u de ecologische impact van bodemberoerende visserij op mariene ecosystemen
met betrekking tot de grote hoeveelheid bijvangst van andere zeediersoorten die door
deze netten wordt meegesleept en vaak ernstig gewond of dood worden teruggegooid?
Op welke wetenschappelijke bronnen baseert u zich?
Antwoord 12
Het is van belang dat de bijvangst bij visserij zo veel mogelijk te verminderen. Ik
zet me enerzijds in voor innovatie van vistuigen om dit effect te verminderen en anderzijds
voor legalisatie van reeds bewezen duurzamere vangsttechnieken zoals de pulskor. Het
is van belang dat de bijvangst bij visserij zo veel mogelijk wordt beperkt. Ik zet
me daarom in voor innovatie van vistuigen om dit effect te verminderen. Een goed voorbeeld
van innovatie om bijvangst te verminderen is het EU LIFE project CIBBRiNA (Coordinated
Development and Implementation of Best Practice in Bycatch Reduction in the North
Atlantic, Baltic and Mediterranean Regions) om bijvangst van beschermde en bedreigde
diersoorten te mitigeren. Daarnaast kijken we ook naar stappen om weer pulsvisserij
mogelijk te maken. Ik baseer mij daarbij op de meest recente wetenschappelijke inzichten.
Vraag 13
Bent u van mening dat ecologisch waardevolle gebieden moeten worden beschermd tegen
verstoringen door de mens? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Ja, ik vind het van belang dat we voldoen aan de internationale richtlijnen waar Nederland
zich aan heeft gecommitteerd. De te nemen maatregelen dienen daarbij wetenschappelijk
onderbouwd te zijn en zijn afhankelijk van het beschermingsregime van het natuurgebied.
Vraag 14
Welke aanvullende maatregelen gaat u treffen om bodemberoerende visserij in ecologisch
waardevolle gebieden op zee zo spoedig mogelijk te beëindigen?
Antwoord 14
Conform het NZA stelt het kabinet het beleidsdoel om in 2030 15% procent van het oppervlakte
van de Nederlandse Noordzee te vrijwaren van bodemberoerende visserij. Momenteel is
7,2% van de Nederlandse Noordzee gevrijwaard van bodemberoerende visserij. Een voorstel
om tot 13,8% bodembescherming te geraken heb ik ingediend bij de Europese Commissie
conform de afspraken uit het NZA. In dit voorstel staan naast visserijbeperkende maatregelen
ook een halfjaarlijkse beperking voor staandwantvisserij op de Bruine Bank en een
verbod op alle vormen van visserij op een gedeelte van het KRM-gebied Friese Front.
Op korte termijn zal de Minister van LVVN u informeren over de invulling van de resterende
1,2% bodembescherming in lijn met het verzoek van de vaste Kamercommissie van LVVN.
Ik zal me samen met Minister LVVN ervoor inzetten dat in lijn met dat besluit maatregelen
worden getroffen zodat in 2030 15% van de bodem van de Nederlandse Noordzee gevrijwaard
is van bodemberoerende visserij.
Vraag 15
Kunt u aangeven welke rol Nederland speelt binnen de Europese Unie (EU) bij het tegengaan
van visserspraktijken, zoals vissen zonder toestemming in beschermde gebieden of boven
quota?
Antwoord 15
Binnen de Europese Unie zijn de lidstaten onder andere verplicht om het overschrijden
van quota of het illegaal vissen in beschermde gebieden nationaal te monitoren, te
beheren en wanneer nodig te sanctioneren. Nederland geeft hier op basis van de Controleverordening
uitvoering door nauwe monitoring van de benutting van de vangstmogelijkheden, door
toezicht op afstand via het Vessel Monitoring System (VMS), door toezicht vanuit de
lucht en vanaf zee. De Europese Commissie ziet toe op dat lidstaten hun controleverplichtingen
onder het Gemeenschappelijk Visserijbeleid nakomen.
Vraag 16
Bent u bereid om binnen de EU te pleiten voor betere bescherming van mariene beschermde
gebieden en een stevige intensivering van handhaving tegen megatrawlers die ernstige
natuurschade aanrichten en zich daarmee niet houden aan de Europese regels? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 16
Niet alleen binnen de EU, maar ook internationaal zet ik mij samen met de Commissie
in om deze ambitie te realiseren. In de internationale visserij beheer organisaties
(RFMO's) pleiten zowel de Commissie als ik consequent om illegale, ongereguleerde
en ongecontroleerde visserij te beëindigen. Het streven is om de strenge regels die
binnen de EU zelf worden gehanteerd ook voor andere landen in te voeren. Het naleven
van de bestaande wettelijke verplichtingen zou moeten leiden tot voldoende bescherming
van natuurgebieden. Op het gebied van handhavings- en controlemaatregelen richt ik
mij op de implementatie van de herziene Controleverordening. Daarbij zijn per 10 januari
2026 onder andere strengere regels gaan gelden voor de VMS systemen. Op deze manier
zal nog effectiever toezicht gehouden kunnen worden op verboden visserijactiviteiten
binnen beschermde gebieden. Voor de controles op zee blijf ik inzetten op Europese
samenwerking middels de Joint Deployment Plans (JDPs) onder de coördinatie van het
Europees Bureau voor Visserijcontrole (EFCA) om op die manier de beschikbare middelen
en capaciteit zo efficiënt mogelijk in te zetten en het gelijk speelveld te bewaken.
Vraag 17
Kunt u deze vragen één voor één en binnen de daarvoor gestelde termijn beantwoorden?
Antwoord 17
Gezien de benodigde afstemming was ik genoodzaakt uitstel te vragen voor de gestelde
termijn voor de beantwoording.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.