Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Lohman en Koorevaar over het afbouwen van de afhankelijkheid van kunstmest en het versnellen van de inzet van RENURE
Vragen van de leden Lohman en Koorevaar (beiden CDA) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het afbouwen van de afhankelijkheid van kunstmest en het versnellen van de inzet van RENURE (ingezonden 17 april 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
18 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1855.
Vraag 1
Kunt u aangeven hoeveel stikstofkunstmest (in tonnen Nitraat) Nederland jaarlijks
importeert, welk aandeel daarvan direct of indirect afkomstig is uit de Golfregio
en hoe de blokkade van de Straat van Hormuz de prijs van gangbare kunstmeststoffen
op de Nederlandse markt heeft beïnvloed?
Antwoord 1
De hoeveelheid stikstofkunstmest die Nederland jaarlijks importeert varieert de afgelopen
10 jaar grofweg tussen de 150 en 300 kiloton en is met name bedoeld voor doorvoer
naar andere landen. Deze import is niet goed in tonnen nitraat uit te drukken, omdat
er diverse vormen van stikstof worden geïmporteerd. Deze stikstofkunstmest was niet
afkomstig uit de Golfregio, maar werd in de afgelopen jaren met name vanuit Rusland
en in mindere mate ook uit Algerije, China en Noorwegen geïmporteerd. In 2026 is tot
dusver vooral uit Egypte en in mindere mate uit Noorwegen geïmporteerd.1
De grondstoffen die voor de productie van stikstofkunstmest in Nederland gebruikt
worden (met name aardgas) kunnen mogelijk wel afkomstig zijn uit de Golfregio. Dit
is echter niet goed te achterhalen.
De prijs van stikstofkunstmest in Europa2 is de afgelopen maanden met ongeveer 18–24% gestegen (m.u.v. ureum, dat met 48% steeg)
ten opzichte van eind februari 2026 door de blokkade van de straat van Hormuz, maar
ten dele ook door andere factoren.3 Door tijdelijke tekorten bij Indiase aanbestedingen steeg de ureumprijs eerder al.4 Ook het Carbon Border Adjustment Mechanism (CBAM) en heffingen op Russische kunstmest
zijn mogelijk van invloed. De prijs lijkt de afgelopen weken te zijn gestabiliseerd.5 Ten algemene valt te stellen dat de prijzen voor stikstofkunstmest op de Nederlandse
markt op dit moment niet zo hoog zijn als in 2022/2023, na het uitbreken van de oorlog
in Oekraïne (€ 923/ton ten opzichte van de huidige € 519/ton).
Vraag 2
Deelt u de inschatting van de brancheorganisatie Meststoffen Nederland dat er op dit
moment geen tekorten zijn dankzij de Europese productiecapaciteit? Hoe beoordeelt
u de houdbaarheid hiervan indien de Hormuz-blokkade voortduurt?
Antwoord 2
Ik deel deze inschatting, niet alleen vanwege de Europese productiecapaciteit maar
ook vanwege de voorraden die veel boeren al hadden aangelegd. Deze inschatting wordt
ook gedeeld door onder meer de toelichting van de Europese Commissie aan Lidstaten
over de uitkomst van de besprekingen met experts in de Fertilisers Market Observatory https://agriculture.ec.Europa.eu/data-and-analysis/markets/overviews/ma….
Indien de blokkade voortduurt kunnen de prijzen van aardgas en stikstofkunstmest verder
stijgen. De prijs van stikstofkunstmest is direct gekoppeld aan die van aardgas. Mogelijk
kan daarmee een situatie ontstaan waarin de productie in Nederland niet langer rendabel
is, zoals in 2022 kort is voorgekomen.6 Hiervoor moeten de gasprijzen echter nog significant stijgen, ook ten opzichte van
de wereldprijs van stikstofkunstmest uit andere landen. In de brief aan de Tweede
Kamer van 20 april 2026 heeft het kabinet uiteengezet wat de verwachting is ten aanzien
van de gasprijs.7 Zoals daarin aangegeven is de impact op prijzen en leveringszekerheid in Nederland
minder groot dan in 2022.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat leveringszekerheid van kunstmest een strategisch belang is
dat vraagt om het behoud van sterke Europese productiecapaciteit en ziet u in RENURE-technologie
en circulaire mestverwerking een aanvullend instrument om de Nederlandse landbouw
structureel minder kwetsbaar te maken voor geopolitieke verstoringen?
Antwoord 3
Ik deel de opvatting dat het borgen van Europese productiecapaciteit van strategisch
belang is. Dit is ook de reden dat ik tijdens de Landbouw- en Visserijraad steun heb
uitgesproken voor het in stand houden van het CBAM voor de kunstmestindustrieën, en
één van de redenen voor een verhoging van de importheffingen op stikstofkunstmest
uit Rusland en Belarus.8
Ik zie RENURE-technologie en circulaire mestverwerking daarbij als een aanvullend
instrument om de Nederlandse landbouw minder kwetsbaar te maken voor geopolitieke
verstoringen. Op korte termijn (1 á 2 jaar) zal de productiecapaciteit van RENURE
hiervoor echter onvoldoende zijn. Er is meer capaciteit voor circulaire mestverwerking
nodig om de volatiliteit in de kunstmestmarkt te kunnen dempen. Daarbij is de problematiek
rondom stikstofdepositie en de effecten daarvan op de vergunningverlening een belangrijke
factor.
Vraag 4
Welke concrete stappen zet u om de toepassing van RENURE (verwerkte dierlijke mest
als kunstmestvervanger) te versnellen zodat de Nederlandse landbouw minder afhankelijk
wordt van geïmporteerde stikstofkunstmest?
Antwoord 4
Zoals vermeld in de brief van 8 april 20269 ligt de regelgeving voor de nationale implementatie van de aanpassing van de Nitraatrichtlijn,
die het mogelijk maakt RENURE te gebruiken, voor notificatie voor in Brussel. De verwachting
is dat rond de zomer van 2026 de regelgeving in werking treedt en dat dan gestart
kan worden met het gebruik van RENURE-meststoffen boven op de norm dierlijke mest
die geldt vanuit de Nitraatrichtlijn (80 kg stikstof per hectare extra boven op de
norm van 170 kg stikstof per hectare per jaar uit dierlijke mest).
Om de productie van RENURE op te schalen wordt ook gewerkt aan een subsidieregeling
voor het opstarten van kleine installaties op veehouderijbedrijven en voor grootschalige
installaties voor mestverwaarding tot RENURE-producten. Het is daarbij van belang
stappen te zetten in de stikstofproblematiek, zodat er voldoende ruimte ontstaat voor
vergunning voor deze installaties. Het kabinet heeft daarnaast, zoals in de voornoemde
brief op 20 april 2026 aan de Kamer gecommuniceerd extra middelen beschikbaar gesteld
om de afhankelijkheid van energie en kunstmest in de land- en tuinbouwsector te verminderen.
Vraag 5
In hoeverre heeft Nederland zich in Brussel ingezet voor snellere Europese erkenning
van RENURE-producten als volwaardige kunstmestvervanger onder de EU Fertilising Products
Regulation?
Antwoord 5
In 2024 is de Fertilising Products Regulation (FPR) reeds aangepast zodat (producten
uit) verwerkte dierlijke mest, zoals RENURE, binnen de interne markt kunnen worden
verhandeld. Deze aanpassing van de FPR is echter minder relevant voor de huidige Europese
toelating van RENURE-meststoffen. De productietechnieken die met de recente aanpassing
van de Nitraatrichtlijn zijn toegestaan, zijn op dit moment met name geschikt voor
productie en gebruik op de lokale markt en om diverse redenen niet interessant voor
verhandeling op de interne Europese markt.
Redenen hiervoor zijn bijvoorbeeld de kosten die gepaard gaan met een voor de FPR
verplichte CE-markering, en het feit dat RENURE-meststoffen, die voldoen aan de eisen
van de FPR, tot dusver een relatief lage concentratie stikstof hebben ten opzichte
van stikstofkunstmest. Dat maakt transport snel onrendabel. Bovendien is er voor de
meeste producenten van bestaande RENURE-meststoffen in voldoende mate in Nederland
een afzetmarkt te vinden.
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.