Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Russcher over de centrale rol van een Turkse diplomaat binnen de zogenaamd onafhankelijke Islamitische Stichting Nederland, en de subsidies die het ministerie aan deze stichting heeft verstrekt
Vragen van het lid Russcher (FVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de centrale rol van een Turkse diplomaat binnen de zogenaamd onafhankelijke Islamitische Stichting Nederland, en de subsidies die het ministerie aan deze stichting heeft verstrekt (ingezonden 11 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken), mede namens de Minister van
Werk en Participatie (ontvangen 18 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de berichtgeving van GeenStijl waaruit blijkt dat de Turkse diplomaat
Ömer Özgül een centrale rol speelt binnen de Islamitische Stichting Nederland (ISN),
terwijl ISN stelt een zelfstandige en onafhankelijke organisatie te zijn?
Antwoord 1
Ik heb kennis genomen van deze berichtgeving.
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat de heer Özgül, als officieel religieus attaché van de Turkse
ambassade, regelmatig aanwezig is in het pand van ISN en ook meereist met ISN-delegaties
naar het buitenland, waaronder naar Ankara?
Antwoord 2
Nee. Het kabinet heeft geen inzicht in de agenda van diplomaten van andere landen.
Vraag 3
Hoe verhoudt de aanwezigheid van een Turkse diplomaat als feitelijk leidinggevende
binnen ISN zich tot de belofte die ISN in 2020 aan de Kamer deed om de Turkse diplomatieke
invloed uit de organisatie te weren?
Antwoord 3
Met het bestuur van ISN is in 2020 de afspraak gemaakt dat in de nieuwe organisatiestructuur
de attaché Religieuze Zaken, of een andere vertegenwoordiger met diplomatieke of consulaire
status, geen rol meer zal vervullen in het bestuur. Dit omdat deze structuur op zijn
minst de schijn wekt van een ongewenste vermenging van politiek en religie. In het
huidige bestuur van ISN zitten dan ook geen diplomatieke of consulaire functionarissen.
Vraag 4
Waarom heeft het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid via het Kennisplatform
Inclusief Samenleven samengewerkt met en subsidie verstrekt aan een stichting die
zo nauw verbonden blijkt te zijn met de Turkse staat?
Antwoord 4
Het Ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid heeft geen subsidie verstrekt
aan ISN.
Het Kennisplatform Inclusief Samenleven (KIS) ontvangt op basis van een vastgesteld
werkplan jaarlijks een instellingssubsidie van het Ministerie van Sociale Zaken en
Werkgelegenheid. KIS is onafhankelijk en maakt eigen afwegingen.
Vraag 5
Bent u het eens dat financiering van onderzoek door een stichting die onder invloed
staat van een buitenlandse mogendheid de objectiviteit en betrouwbaarheid van dat
onderzoek ernstig ondermijnt?
Antwoord 5
Onderzoek moet altijd onafhankelijk, transparant en boven iedere twijfel verheven
zijn. Dat betekent dat zowel financiering als betrokkenheid van partners nooit de
schijn van beïnvloeding mogen oproepen. In het geval van het onderzoek «Opgroeien
als moslimjongere in een polariserende samenleving» van KIS is die schijn wél ontstaan,
en dat is onwenselijk.
De Islamitische Stichting Nederland (ISN) speelt voor veel mensen een religieuze en
sociale rol. Tegelijkertijd is er al jaren een maatschappelijke discussie over de
zorgen over mogelijke buitenlandse beïnvloeding. Ten aanzien van de structuur van
de betreffende organisatie zijn in het verleden door het Ministerie van Buitenlandse
Zaken afspraken gemaakt met de Turkse autoriteiten. Deze afspraken zijn door het Ministerie
van SZW overgebracht aan en besproken met ISN.
Bij wetenschappelijk onderzoek is het essentieel dat de onafhankelijkheid en transparantie
boven iedere twijfel zijn verheven. Juist om de uitkomsten van dergelijke onderzoeken
niet te schaden en te waarborgen. De Minister van Werk en Participatie heeft eerder
aangegeven de samenwerking met ISN in deze context geen verstandige keuze te vinden.1 Dit betekent overigens niet dat binnen andere context samenwerking met ISN is uitgesloten.
Vraag 6
Welke due diligence heeft u uitgevoerd alvorens samen te werken met ISN, en waarom
is de bekende voorgeschiedenis van Turkse inmenging daarin niet meegewogen?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Bent u bereid alle subsidierelaties met ISN en de ISN Academie per direct op te schorten
totdat volledige helderheid bestaat over de mate van Turkse staatsinvloed binnen deze
organisatie?
Antwoord 7
Zie het antwoord op vraag 4.
In zijn algemeenheid: het nieuwe kabinet werkt – zoals de Minister van Werk en Participatie
eerder heeft aangegeven in de beantwoording op schriftelijke vragen over dit onderwerp –
aan een herijking van de koers en prioriteiten op het gebied van inburgering, integratie
en samenlevingsvraagstukken, waaronder de samenwerking met maatschappelijke partners.2
Vraag 8
Bent u bereid de AIVD (Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst) te vragen een
actueel dreigingsbeeld op te stellen over de rol van de Turkse Diyanet en daaraan
gelieerde organisaties in Nederland, en de Kamer daarover te informeren?
Antwoord 8
Daar zie ik geen aanleiding toe. De AIVD, MIVD en de NCTV hebben reeds in 2025 het
Dreigingsbeeld Statelijke Actoren gepubliceerd.
Vraag 9
Bent u bereid de diplomatieke status van de heer Özgül opnieuw te beoordelen in het
licht van zijn activiteiten buiten de ambassade, en zo nodig stappen te ondernemen
richting de Turkse ambassade?
Antwoord 9
Het staat Turkije vrij om een diasporabeleid richting de Turkse diasporagemeenschappen
in Nederland te voeren, en in dit kader relaties te onderhouden met de Islamitische
Stichting Nederland, mits dit binnen de grenzen van de Nederlandse rechtstaat blijft
en het de participatie van individuen in onze samenleving niet in de weg staat. Het
kabinet blijft alert op signalen van diasporabeleid vanuit derde landen dat de grenzen
van de gestelde kaders overschrijdt. Mochten deze signalen er zijn, dan neemt het
kabinet verdere stappen. Het kabinet heeft op dit moment geen indicatie dat de activiteiten
van de religieus attaché deze kaders te buiten gaan.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede namens
A.A. Aartsen, minister van Werk en Participatie
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.