Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen het lid Wiersma over het verplicht afstaan van landbouwgrond voor maaipaden door waterschap Noorderzijlvest
Vragen van het lid Wiersma (BBB) aan de Minister van Infrastructuur en Waterstaat over verplicht afstaan van landbouwgrond voor maaipaden door Waterschap Noorderzijlvest (ingezonden 24 maart 2026).
Antwoord van Minister Karremans (Infrastructuur en Waterstaat), mede namens de Minister
van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur (ontvangen 18 mei 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1670.
Vraag 1
Bent u bekend met het voornemen van Waterschap Noorderzijlvest om vanaf 2028 standaard
vier meter brede maaipaden langs watergangen in te voeren?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Klopt het dat het waterschap hierbij gebruik wil maken van de wettelijke gedoogplicht,
waardoor agrariërs verplicht moeten toestaan dat deze stroken worden gebruikt zonder
dat het waterschap de grond aankoopt of een marktconforme vergoeding betaalt?
Antwoord 2
Ja, dat klopt. Waterschappen kunnen voor het onderhoud van watergangen gebruikmaken
van de wettelijke gedoogplicht. Dit staat in artikel 10.2 van de Omgevingswet. Het
doel van deze gedoogplicht is het waarborgen van een goed functionerend watersysteem.
Omdat dit een algemeen belang dient, moet de waterbeheerder in staat worden gesteld
noodzakelijke werkzaamheden uit te voeren, ook als deze op private grond moeten plaatsvinden.
Als onderdeel van de wettelijke taken moeten waterschappen watergangen goed onderhouden
voor een adequate aan- en afvoer van water. Een veilig en goed functionerend watersysteem
is een gezamenlijk belang waar ook de agrarische sector baat bij heeft.
Vraag 3
Realiseert u zich dat hiermee productieve landbouwgrond structureel uit productie
wordt gehaald, met directe gevolgen voor opbrengst, inkomen en bedrijfscontinuïteit
van agrarische ondernemers?
Antwoord 3
Het waterschap Noorderzijlvest heeft laten weten dat er geen sprake is van het structureel
uit productie nemen van productieve landbouwgrond. Zij geven daarbij ook aan zich
bewust te zijn van de mogelijke impact van dit besluit op agrarische ondernemers.
Het waterschap heeft het besluit op 18 februari 2026 genomen en heeft voorafgaand
hieraan in 2025 agrariërs opgeroepen om mee te denken of er mogelijkheden zijn om
tot een win-win te komen. Om te bezien welke impact het besluit heeft, gaat het waterschap
de komende periode in gesprek met de grondeigenaren over knelpunten en zal gezocht
worden naar mogelijke gezamenlijke oplossingen. Het doel hiervan is om met behulp
van maatwerk waar mogelijk rekening te houden met teeltplannen en de bedrijfsvoering
van agrariërs. De gesprekken met agrariërs zijn inmiddels van start gegaan. Het waterschap
gaat nog een brief sturen aan agrariërs in hun beheergebied met de oproep om samen
de knelpunten te identificeren.
Vraag 4
Hoe verhoudt het verplicht afstaan van landbouwgrond via een gedoogplicht zich volgens
u tot het uitgangspunt dat eigendomsrechten van boeren moeten worden gerespecteerd?
Antwoord 4
Zoals in de beantwoording van vraag 2 aangegeven zet het waterschap de wettelijke
gedoogplicht in van de Omgevingswet, ten behoeve van de veiligheid van de medewerkers
bij de uitvoering van de wettelijke taken voor een goed functionerend watersysteem.
Deze gedoogplicht is in de Omgevingswet opgenomen omdat het eigendomsrecht een belemmering
kan vormen voor werkzaamheden die in het algemeen belang zijn, in dit geval het belang
van een goed functionerend watersysteem. Bij het borgen van deze belangen beoordeelt
het waterschap welke maatregelen proportioneel zijn en levert hierbij gebiedsgericht
maatwerk. Het is aan het waterschap om bij het uitvoeren van de kerntaken de belangen
van alle belanghebbenden, waaronder agrariërs, mee te wegen.
Verder kan conform artikel 15.13 van de Omgevingswet een schadevergoeding (nadeelcompensatie)
worden toegekend indien er sprake is van nadelige gevolgen. Schade wordt vergoed als
deze rechtstreeks voortvloeit uit de gedoogplicht, het normale maatschappelijke- of
bedrijfsrisico overstijgt en de rechthebbende onevenredig zwaar treft in vergelijking
met anderen. Zoals aangegeven in de beantwoording van vraag 3 is het aan het waterschap
om dit mee te wegen in zijn gebiedsgerichte maatwerk.
Vraag 5
Deelt u de mening dat een maatregel die structureel landbouwgrond aan het gebruik
van de boer onttrekt, feitelijk sterk lijkt op onteigening van gebruik, maar dan zonder
de gebruikelijke procedures en zonder volledige schadeloosstelling?
Antwoord 5
Bij het opleggen van een gedoogplicht blijven agrariërs volledig eigenaar van hun
grond; er is geen sprake van onteigening. De grond wordt niet structureel aan het
gebruik onttrokken, maar slechts periodiek (in de regel twee keer per jaar) gebruikt
door het waterschap voor noodzakelijk onderhoud. Dit is een regulier juridisch instrument
dat waterschappen inzetten om hun wettelijke watertaken uit te voeren. Zoals aangegeven
in het antwoord op vraag 3 levert het waterschap maatwerk, zodat de agrariërs zo min
mogelijk hinder ondervinden.
Vraag 6
Deelt u de mening dat zo erg ingrijpen in het eigen eigendom onwenselijk is?
Antwoord 6
Zie het antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Welke juridische grenzen gelden voor waterschappen bij het opleggen van een gedoogplicht
voor onderhoudspaden, en vindt u het proportioneel dat deze bevoegdheid wordt ingezet
voor een generieke maatregel van vier meter breed in een heel beheergebied?
Antwoord 7
Zoals in de beantwoording op vraag 2 aangegeven is de gedoogplicht vastgelegd in artikel 10.2
van de Omgevingswet. Het is de bevoegdheid en verantwoordelijkheid van het Algemeen
Bestuur van een waterschap om de inzet van dit instrument juridisch en beleidsmatig
af te wegen en de proportionaliteit daarvan per situatie te beoordelen, zoals in de
beantwoording van vraag 3 aangegeven.
Vraag 8
Klopt het dat binnen het bestuur van het waterschap aanvankelijk ook een drie-meteroptie
is besproken, maar dat uiteindelijk toch direct is gekozen voor vier meter?
Antwoord 8
Ja, dat klopt. Het Algemeen Bestuur heeft gekozen voor vier meter met het oog op de
veiligheid bij het uitvoeren van de wettelijke taken voor een goed functionerend watersysteem.
De reden hiervoor is enerzijds dat modern breedspoormaterieel breder is dan drie meter
en er voldoende ruimte nodig is om veilig te kunnen manoeuvreren (ter voorkoming van
kantelgevaar). Een breder onderhoudspad, waarop het waterschap met breedspoormateriaal
het onderhoud kan uitvoeren, geeft medewerkers meer uitwijkruimte en vermindert de
risico’s.
Vraag 9
Waarom is volgens het waterschap drie meter niet voldoende, terwijl dit in veel situaties
jarenlang als gangbare werkbreedte voor onderhoud gold?
Antwoord 9
Zie het antwoord op vraag 8.
Vraag 10
Is het besluit genomen zonder eerst het gebied in te gaan en met agrariërs te kijken
naar de praktische situatie per watergang?
Antwoord 10
Zoals in de beantwoording op vraag 3 aangegeven heeft het waterschap voorafgaand aan
het nemen van het besluit agrariërs opgeroepen om mee te denken of er mogelijkheden
zijn om tot een win-win te komen, zodat belanghebbenden op de hoogte zijn gebracht
van de geconstateerde problematiek en de plannen van het waterschap om hiervoor een
oplossing te vinden. Het besluit van het Algemeen Bestuur van het waterschap Noorderzijlvest
is erop gericht om een veilige werkomgeving te bieden aan zijn medewerkers. De uitvoering
van het besluit om een veilige werkomgeving te creëren zal worden besproken met landbouwgrondeigenaren
voordat het waterschap tot uitvoering overgaat, naar verwachting per 2028.
Vraag 11
Hoe beoordeelt u het dat een dergelijke maatregel met grote gevolgen voor agrariërs
vanachter de bestuurstafel wordt opgelegd zonder een zorgvuldig gebiedsproces?
Antwoord 11
Zie het antwoord op vraag 10. Waterschappen zijn autonome, democratisch gekozen decentrale
overheden. Zij gaan over hun eigen besluiten, mits deze binnen de wettelijke kaders
vallen. Voorafgaand aan de daadwerkelijke invoering, naar verwachting per 2028, zal
de uitvoering in de praktijk nadrukkelijk met de betrokken landbouwgrondeigenaren
worden besproken. Het waterschap heeft hiertoe al de eerste verkennende gesprekken
gevoerd met de Land- en Tuinbouworganisatie (LTO), de Nederlandse Akkerbouw Vakbond
en het Collectief Boer & Natuur Midden-Groningen. Daarnaast staat het waterschap in
contact met agrariërs binnen hun beheergebied.
Vraag 12
Kunt u aangeven op welke concrete veiligheidsnormen deze keuze voor vier meter gebaseerd
is, mede gelet op het feit dat het waterschap zich beroept op onder andere veiligheid
voor medewerkers, en waarom veiligheid niet met maatwerk of smallere paden geborgd
zou kunnen worden?
Antwoord 12
De Arbowet verplicht werkgevers, waaronder waterschappen, om veilige en gezonde arbeidsomstandigheden
te garanderen. Waterschap Noorderzijlvest heeft het besluit genomen op basis van hun
Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) en de Arbowet. Het doel van het waterschap
met dit besluit is het borgen van een veilige werkomgeving voor medewerkers bij het
verrichten van onderhoudswerkzaamheden. Waterschap Noorderzijlvest voert periodiek
een RI&E uit om risico's in kaart te brengen. Daaruit is gebleken dat het werken met
smalspoormaterieel op smalle paden onverantwoorde veiligheidsrisico's (zoals kantelgevaar)
met zich meebrengt in vergelijking met het werken met breedspoormateriaal.
Vraag 13
Hoe realistisch is het volgens u dat grote onderhoudscombinaties overal kunnen werken
als watergangen doodlopend zijn en machines moeten draaien op aangrenzende landbouwpercelen?
Antwoord 13
De beoordeling van de wijze waarop onderhoudswerkzaamheden uitgevoerd moeten worden
is aan het waterschap. Daar kan ik vanuit mijn rol geen beoordeling over geven.
Vraag 14
Bent u ermee bekend dat in het eerste jaar van het nieuwe Gemeenschappelijk Landbouwbeleid
(GLB). en de daaruit voortvloeiende bufferstroken, boeren deze stroken konden benutten
voor eco-regelingen en -punten, maar dat deze mogelijkheden het jaar daarna door het
waterschap weer zijn weggenomen?
Antwoord 14
Mestvrije bufferstroken zijn verplicht vanuit nationale mestregelgeving en zijn daarmee
op zichzelf niet subsidiabel voor een eco-activiteit binnen het GLB. Wel zijn er mogelijkheden
voor de agrariër om op de bufferstrook niet-productieve eco-activiteiten uit te voeren,
zoals kruidenrijke bufferstroken, mits de bufferstrook is gelegen op landbouwgrond.
Vraag 15
Deelt u de frustratie van boeren dat zij enerzijds door Europees en nationaal beleid
worden verplicht bufferstroken en natuurmaatregelen aan te leggen, terwijl dezezelfde
stroken vervolgens door andere overheden weer worden afgepakt voor ander gebruik?
Antwoord 15
Agrariërs worden inderdaad verplicht om bufferstroken aan te houden. Bij het aanhouden
van een bufferstrook geldt voor het verkrijgen van de GLB-subsidie de voorwaarde dat
er geen gewasbeschermingsmiddelen en meststoffen worden toegepast op de bufferstrook.
Aanvullende natuurmaatregelen op de bufferstrook, zoals eco-activiteiten, zijn geen
verplichting maar een mogelijk gebruik van de grond waarvoor de agrariër een vergoeding
kan ontvangen.
Zoals in het antwoord van vraag 2 en 3 aangegeven kan een waterschap ertoe besluiten
verplichte onderhoudspaden naast de watergang voor tijdelijk gebruik aan te houden.
Zoals aangegeven in het antwoord van vraag 5 betekent dit niet dat de grond structureel
aan het gebruik wordt onttrokken. Het waterschap heeft aangegeven dat hierbij maatwerk
wordt toegepast waar mogelijk rekening te houden met teeltplannen en de bedrijfsvoering
van agrariërs, waaronder de bufferstroken en natuurmaatregelen.
Vraag 16
Klopt het dat door regels rond bloemrijke bufferstroken vaak niet door deze stroken
gereden of gemaaid mag worden, waardoor het onderhoud door het waterschap in de praktijk
juist lastiger kan worden?
Antwoord 16
De voorwaarden voor een kruidenrijke bufferstrook omvatten een zichtbare bedekking
van 1 juni tot 1 oktober, bestaande uit ten minste 25 procent kruiden en vlinderbloemigen.
Indien het onderhoud de opkomst van deze kruiden belemmert, is het inderdaad niet
mogelijk voor de agrariër om de betreffende eco-activiteit op die strook uit te voeren.
Zoals in de beantwoording van vraag 3 aangegeven gaat het waterschap in gesprek voor
het leveren van maatwerk, rekening houdend met de teeltplannen en bedrijfsvoering
van de agrariërs.
Vraag 17
Bent u ermee bekend dat loonwerkers en boeren in sommige gebieden hebben geïnvesteerd
in smalspoormachines, juist om onderhoud op smallere paden mogelijk te maken?
Antwoord 17
Nee, ik ben niet bekend met deze situaties binnen het waterschap Noorderzijlvest.
Het waterschap heeft aangegeven het beheer van de watergangen zelf uit te voeren en
dit niet uit te besteden aan externe partijen.
Vraag 18
Wat vindt u ervan dat deze investeringen door een plotselinge beleidswijziging feitelijk
waardeloos dreigen te worden?
Antwoord 18
Zie het antwoord op vraag 17.
Vraag 19
Klopt het dat het waterschap voornemens is deze stroken vaker te gebruiken dan nu
het geval is, bijvoorbeeld meerdere keren per jaar?
Antwoord 19
Het waterschap Noorderzijlvest gebruikt de onderhoudsstroken enkele keren per jaar.
In de praktijk komt dat vaak neer op één maaibeurt in de zomer en één in het najaar,
maar niet meer dan redelijkerwijs nodig is voor de uitvoering van het beheer en onderhoud
van het watersysteem. Het waterschap kijkt naar oplossingen in welke gebieden het
onderhoud minder intensief kan plaatsvinden, om zo de belasting per perceeleigenaar
te minimaliseren. Dit beoordeelt het waterschap op basis van de gesprekken die ze
gaat voeren met belanghebbenden.
Vraag 20
Wat betekent dit voor het gebruik van deze stroken door agrariërs en voor de opbrengstderving
op hun percelen?
Antwoord 20
Of de uitbreiding van het schouwpad invloed heeft op de opbrengsten, hangt af van
de vraag of er nog een vorm van landbouw mogelijk is, zoals beweiding of het verbouwen
van gewassen. Indien dit het geval is, kan de grond nog steeds worden opgegeven voor
GLB-subsidies of voor het plaatsen van mest op het gedeelte van het schouwpad dat
niet als bufferstrook is aangewezen.
Vraag 21
In hoeverre heeft het waterschap een economische impactanalyse gemaakt van de gevolgen
voor agrarische bedrijven in het gebied?
Antwoord 21
Het uitvoeren van een economische impactanalyse vooraf was geen vereiste, omdat de
grondslag van het besluit de wettelijke kerntaken van het waterschap en de veiligheid
van medewerkers (Arbowet) betreft. Eventuele bedrijfseconomische gevolgen voor individuele
belanghebbenden worden door het waterschap echter wel meegenomen in de komende gesprekken
met de agrarische bedrijven. Agrarische bedrijven hebben overigens ook baat bij een
goed functionerend watersysteem (bijvoorbeeld in het kader van het tegengaan van verzilting
en het voorkomen van droogte of wateroverlast).
Vraag 22
Hoe zijn volgens u de maatschappelijke baten voor het waterschap afgewogen tegen de
economische lasten die eenzijdig bij boeren terechtkomen?
Antwoord 22
Zie het antwoord op vraag 21.
Vraag 23
In hoeverre past een uniforme verplichting van vier meter bij het rijksbeleid dat
inzet op maatwerk, gebiedsgericht werken en het versterken van de positie van boeren
in het landelijk gebied?
Antwoord 23
Binnen de nationale mestregelgeving en het GLB is de mogelijkheid opgenomen de breedte
van een bufferstrook af te schalen, afhankelijk van het type waterloop en de oppervlakte
van het perceel. Lokale overheden kunnen nationale regelgeving niet versoepelen, maar
wel aanscherpen indien zij dit noodzakelijk achten. Deze afweging is aan het betreffende
waterschap.
Vraag 24
Bent u bereid om met Waterschap Noorderzijlvest in gesprek te gaan over alternatieven?
Antwoord 24
De bevoegdheid om besluiten te nemen over de wijze waarop een waterschap het waterbeheer
uitvoert, behoort toe aan het Algemeen Bestuur van het betreffende waterschap als
democratisch gekozen bestuursorgaan. Het waterschap gaat de komende periode zelf in
gesprek met de agrariërs om de impact van de maatregel in de praktijk zoveel mogelijk
te minimaliseren.
Vraag 25
Bent u bereid zich ervoor in te zetten dat boeren niet eenzijdig worden geconfronteerd
met verplichtingen zonder compensatie?
Antwoord 25
Zie het antwoord op vraag 24.
Vraag 26
Kunt u toezeggen dat u de Kamer informeert over de uitkomsten van dit gesprek en over
eventuele aanpassingen van juridische kaders om te voorkomen dat landbouwgrond via
een gedoogplicht structureel aan boeren wordt onttrokken?
Antwoord 26
Nee, dat kan ik niet toezeggen. Zie het antwoord op vraag 24 en ook wordt, zoals aangeven
in het antwoord op vraag 5, de grond niet structureel aan het gebruik onttrokken.
Het ministerie is niet betrokken bij de gesprekken tussen het waterschap en de agrariërs.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
V.P.G. Karremans, minister van Infrastructuur en Waterstaat -
Mede namens
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.