Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord vragen van de leden Tijs van den Brink en Zwinkels over het bericht ‘Van drugs tot pijnstillers: met hun uitgebreide menukaart slaan whatsapp dealers een pijler weg onder het drugsbeleid’
Vragen van de leden Tijs van den Brink en Zwinkels (beiden CDA) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over het bericht «Van drugs tot pijnstillers: met hun uitgebreide menukaart slaan whatsapp dealers een pijler weg onder het drugsbeleid» (ingezonden 26 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid), mede namens de Minister van
Volksgezondheid, Welzijn en Sport (ontvangen 18 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1646.
Vraag 1
Bent u bekend met het NRC-artikel «Van drugs tot pijnstillers: met hun uitgebreide
menukaart slaan WhatsApp-dealers een pijler weg onder het drugsbeleid»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Herkent u het beeld dat drugsdealers via WhatsApp en andere sociale media uitgebreide
drugsmenu’s aanbieden waarin zowel softdrugs, harddrugs, designerdrugs als geneesmiddelen
worden verkocht? Zo ja, hoe groot is voor zover bekend deze vorm van handel in Nederland?
Antwoord 2
Ik herken dit beeld. In Nederland verloopt de onlinehandel via sociale media platforms,
het dark net en het openbare web. Onder jongvolwassen gebruikers blijken mobiele apps,
zoals WhatsApp, Telegram of Snapchat een populair kanaal om contact te leggen met
verkopers. De drugsmenu’s die op grote schaal verspreid worden via interpersoonlijke
communicatiediensten door aanbieders, zijn al geruime tijd een bekende modus operandi.
Hoe groot deze vorm van handel is, is lastig te zeggen. Er is bij georganiseerde criminaliteit
sprake van een «dark number» en daardoor is het sowieso lastig om een schatting van
de totale omvang van de markt te maken. Daarnaast registreren OM en politie niet of
een drugsdelict zich geheel in de fysieke wereld of (deels) online heeft afgespeeld,
aangezien dit geen verschil maakt in de strafbaarheid van de handelingen.
Vraag 3
In hoeverre deelt u de analyse dat de online verkoop via berichtendiensten het klassieke
uitgangspunt van het Nederlandse drugsbeleid, de scheiding tussen soft- en harddrugsmarkten,
in de praktijk ondermijnt?
Antwoord 3
Deze scheiding wordt onder andere gekenmerkt door het bestaan van coffeeshops waar
mensen cannabis kunnen kopen zonder dat ze met Lijst I-producten in aanraking komen.
Het Nederlandse beleid leidt tot een grotere scheiding van de markt van Lijst I- en
Lijst II-middelen, maar uiteraard niet tot een volledige. Desondanks blijft er helaas
sprake van een illegale (straat)markt die parallel aan de verkoop in coffeeshops plaatsvindt.
Volgens de Nationale Drug Monitor (NDM) koopt «het merendeel van de cannabisgebruikers
die hun cannabis zelf kopen» in een coffeeshop. Aankoop via illegale verkooppunten,
zoals thuisdealers en straatdealers komt onder de algemene bevolking minder voor.
Het aantal coffeeshops is in Nederland sinds 2017 stabiel.2 Vooralsnog zijn er dus geen aanwijzingen dat er een (grootschalige) verschuiving
plaatsvindt van mensen die hun cannabis bij coffeeshops kopen naar versleutelde berichtendiensten.
Daarmee lijkt er op dit moment geen sprake van ondermijning van dit klassieke uitgangspunt
van het Nederlandse beleid.
Vraag 4
Welke mogelijkheden hebben politie en justitie momenteel om op te treden tegen dealers
die via WhatsApp, Snapchat of andere berichtendiensten drugs aanbieden en bezorgen?
Antwoord 4
Indien er gegevensdragers, zoals telefoons of computers, in beslag zijn genomen, kan
de politie deze, na toestemming van de officier van justitie en een machtiging van
een rechter-commissaris, onderzoeken en de gevonden gegevens analyseren op dit soort
strafbare gedragingen. In dergelijke gevallen kan – indien het lukt toegang te krijgen
tot het apparaat – communicatie die verliep via een versleutelde berichtendienst (achteraf)
worden uitgelezen.
Er zijn op dit moment geen effectieve, schaalbare oplossingen om drugshandel tegen
te gaan die één op één verloopt via end-to-end versleutelde berichtendiensten zoals
WhatsApp of Signal. In Nederland zijn telecommunicatiediensten zoals KPN of Vodafone
wettelijk verplicht om toegang tot informatie in leesbare vorm te verstrekken op basis
van een gerechtelijke vordering;3 voor nummeronafhankelijke communicatiediensten, zoals WhatsApp of Signal, geldt deze
verplichting niet. Omdat deze diensten tevens aangeven dat zij geen toegang hebben
tot de communicatie van hun gebruikers, kunnen zij ook niet meewerken aan een vordering
om deze informatie alsnog te verstrekken. De Digital Services Act (DSA) biedt in deze
gevallen ook geen uitkomst; nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten
vallen niet onder het toepassingsgebied van de DSA. WhatsApp is een hybride dienst,
omdat de aangeboden functie «kanalen» kwalificeert als online platform, waardoor WhatsApp
voor dat specifieke gedeelte onder de DSA valt. Echter, de functie voor privéberichten
is uitdrukkelijk uitgezonderd, omdat deze niet voldoet aan de definitie van een online
platform.
De situatie waarbij niemand toegang heeft tot de inhoud van communicatie behalve de
gebruiker zelf en de personen waarmee deze communiceert, heeft uiteraard veel voordelen.
Zo biedt het privacy. De keerzijde hiervan is uiteraard dat dit het de bestrijding
van criminaliteit bemoeilijkt. Communicatie over strafbare feiten komt immers meestal
pas aan het licht wanneer een gebruiker daar zélf melding van maakt of wanneer een
telefoon in beslag kan worden genomen én kan worden gekraakt.
In Europees verband wordt momenteel door een interdisciplinaire groep van experts
gekeken naar technische mogelijkheden om, op een cyberveilige en privacy-vriendelijke
manier, gericht toegang te verkrijgen tot end-to-end versleutelde communicatie van
een verdachte in een strafrechtelijk onderzoek. Het kabinet heeft uw Kamer op 29 augustus
2025 hierover geïnformeerd.4 Het is op dit moment nog moeilijk te zeggen wat de uitkomsten daarvan zullen zijn
en of dit een oplossing gaat bieden voor het geschetste probleem.
Vraag 5
Klopt het dat het verbod op reclame voor drugs in de praktijk online nauwelijks handhaafbaar
is? Zo ja, welke maatregelen overweegt u om online marketing van drugs effectiever
te bestrijden?
Antwoord 5
Voor zover reclame voor drugs als illegale inhoud kwalificeert en is geplaatst op
een tussenhandeldienst waarop de Digital Services Act (DSA) van toepassing is, kan
daarvan melding worden gedaan bij de desbetreffende hostingdienst of het online platform.
Een tussenhandeldienst is bijvoorbeeld een website of app waarop anderen op eigen
initiatief content kunnen plaatsen. Denk aan websites of apps waarop gebruikers zelf
video’s, afbeeldingen of reviews kunnen plaatsen of hun producten of diensten kunnen
aanbieden. Hostingdiensten en online platforms zijn gehouden actie te ondernemen zodra
zij op de hoogte zijn gebracht van de aanwezigheid van illegale inhoud op hun dienst.
Vraag 6
Welke afspraken bestaan er momenteel met platforms en berichtendiensten zoals WhatsApp
en Snapchat over het signaleren en verwijderen van accounts die drugs aanbieden?
Antwoord 6
Het is belangrijk om een onderscheid te maken tussen platforms en berichtendiensten.
Voor de handhaving van illegale inhoud op platforms, zoals reclame voor drugs, is
de DSA van toepassing.
De DSA biedt echter geen uitkomst bij het tegengaan van illegale inhoud die één op
één wordt verstuurd via nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten
(zoals WhatsApp of Signal); deze functie valt expliciet buiten de reikwijdte van de
DSA. Voor het overige verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 4.
Vraag 7
Bent u bereid te onderzoeken of platforms en berichtendiensten een grotere verantwoordelijkheid
kunnen krijgen bij het opsporen en verwijderen van drugshandel via hun diensten?
Antwoord 7
Nummeronafhankelijke interpersoonlijke communicatiediensten zijn uitgezonderd van
de reikwijdte van de DSA. Zoals aangegeven in mijn beantwoording van vraag 4 worden
eventuele technische mogelijkheden in Europees verband onderzocht. Of dit traject
werkbare oplossingen zal opleveren om het geschetste probleem aan te pakken, is nog
onduidelijk.
In de DSA zijn de verantwoordelijkheden en aansprakelijkheid van tussenhandeldiensten,
zoals hostingdiensten en online platforms, geregeld. Via deze diensten kunnen gebruikers
online teksten, afbeeldingen, video’s of andere content doorgeven, opslaan of openbaar
maken. De DSA is een EU-verordening met maximumharmonisatie. Binnen haar toepassingsgebied
bestaat geen ruimte voor lidstaten om aanvullende nationale eisen te stellen of in
stand te houden.5 Op nationaal niveau kunnen daarom geen aanvullende zorgvuldigheidsverplichtingen
aan tussenhandeldiensten worden opgelegd. Het kabinet zet in op een effectieve en
uniforme toepassing en handhaving van de DSA. In 2027 wordt de DSA geëvalueerd op
het effect en doeltreffendheid. De regels omtrent verantwoordelijkheden van online
platforms zullen dan ook worden geëvalueerd en verdere aanscherping kan zo nodig worden
overwogen. Mijn ministerie zal aan deze evaluatie actief bijdragen en ervaringen,
zoals op dit thema, inbrengen.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de signalen dat dealers naast drugs ook geneesmiddelen of nagemaakte
medicijnen verkopen, waaronder mogelijk zeer gevaarlijke stoffen zoals nitazenen?
Antwoord 8
Deze signalen zijn zeer verontrustend. De problematiek van het online aanbod van illegale
(namaak) geneesmiddelen en (designer)drugs heeft de expliciete aandacht van het kabinet.
Inmiddels is breed bekend dat het OM onderzoek doet naar het verband tussen het online
bestellen van (namaak)geneesmiddelen en (designer)drugs en sterfgevallen met betrekking
tot de websites Funcaps.nl en Slaappillen.net. Om te komen tot een effectieve aanpak
van deze problematiek heeft mijn ministerie samen met het Ministerie van VWS intensief
overleg gevoerd met alle betrokken instanties die belast zijn met de opsporing en
handhaving. Uw Kamer zal voor de zomer een brief ontvangen over deze problematiek.
Het kabinet is zich zeer bewust van de risico’s van de nitazenen, zeer sterke synthetische
opioïden. Er zijn inmiddels al meerdere nitazenen onder de Opiumwet gebracht na internationale
risicobeoordelingen. Het gevaar is echter dat er steeds nieuwe nitazenen op de markt
worden gebracht die nog niet onder de Opiumwet vallen. Om deze reden werkt het kabinet
aan regelgeving waarbij de nitazenen als stofgroep worden toegevoegd aan lijst IA
van de Opiumwet. Dat is mogelijk geworden met de wijziging van de Opiumwet van 1 juli
2025. Als een stofgroep wordt verboden zijn alle nieuwe varianten binnen die stofgroep
automatisch verboden. Het kabinet streeft ernaar om de AMvB die de nitazenen als stofgroep
toevoegt aan deze Opiumlijst IA toevoegt per 1 juli in werking te laten treden. Vanaf
dat moment heeft de politie meer mogelijkheden om te handhaven op dit soort gevaarlijke
synthetische opioïden.
Vraag 9
Welke maatregelen worden genomen om te voorkomen dat jongeren via sociale media laagdrempelig
in contact komen met dealers die naast softdrugs ook harddrugs en farmaceutische middelen
aanbieden?
Antwoord 9
Onder de DSA bestaan verschillende verplichtingen en maatregelen die beogen de toegang
van jongeren tot illegale of anderszins schadelijke online content tegen te gaan.
Zo verplicht artikel 28 DSA online platforms om passende en evenredige maatregelen
te nemen om een hoog niveau van privacy, veiligheid en bescherming van minderjarigen
te waarborgen. De Europese Commissie heeft hierover recent richtsnoeren gepubliceerd.
Uw Kamer is daar op 14 november 2025 over geïnformeerd.6 Aangewezen zeer grote online platforms (zogeheten Very Large Online Platforms – VLOPs) dienen de systeemrisico’s, waaronder de schadelijke effecten van hun dienst op minderjarigen
en de verspreiding van illegale inhoud, te identificeren en beperken.
Het Ministerie van BZK heeft in het kader van het online kinderrechtenbeleid een kinderrechten
impact assessment ontwikkeld die kan worden ingezet om risico’s van een digitale dienst
in kaart te brengen.
Daarnaast is het van belang dat ouders en opvoeders al vroeg betrokken zijn bij de
online activiteiten van hun kinderen, zodat kinderen mediawijs opgroeien en daarbij
ondersteund kunnen worden. Daarom heeft het Ministerie van VWS in juni 2025 de richtlijn
gezond schermgebruik voor ouders en opvoeders gelanceerd, met als doel ouders en opvoeders
te ondersteunen bij het gezond opvoeden en opgroeien van kinderen online.
Het Ministerie van VWS financiert drugspreventieprogramma’s specifiek voor jongeren
en sociale media. Deze richten zich vooral op voorlichting en schadebeperking. Dit
is onderdeel van het preventiebeleid van het kabinet om middelengebruik bij jongeren
te voorkomen, uit te stellen of te verminderen.
Vraag 10
Acht u het huidige instrumentarium van politie, justitie en toezichthouders toereikend
genoeg om de combinatie van online marketing en offline drugshandel effectief aan
te pakken? Zo ja, waar blijkt dat uit? Zo nee, welke aanvullende maatregelen acht
u noodzakelijk?
Antwoord 10
Het huidige wettelijke instrumentarium van politie, justitie en toezichthouders is
in mijn ogen toereikend genoeg als het gaat om illegale content op platforms en opsporing
van offline drugshandel, maar als het gaat om handhaving van illegale content op de
meest gebruikte berichtendiensten zie ik belemmeringen. De politie brengt altijd prioritering
aan in de inzet van opsporingscapaciteit op basis van professionele inschattingen,
dat geldt ook voor opsporing in het digitale domein. De politie doet in veel gevallen
onderzoek naar criminele organisaties en niet naar online marketing van drugs. Door
de verschuiving van offline criminaliteit naar online criminaliteit, verschuift ook
de aandacht van de politie meer naar online criminaliteit. Zoals aangekondigd wordt
extra geld geïnvesteerd in de opsporing van gedigitaliseerde criminaliteit. Met deze
investering wordt de capaciteit in de digitale opsporing uitgebreid. De aanpak van
online drugshandel is een van de diverse vormen van online criminaliteit die extra
aandacht vragen. Daarnaast kan worden gedacht aan het delen van naaktbeelden van onwetende
slachtoffers, het oplichten of afpersen van burgers en andere vormen van cyber- of
gedigitaliseerde criminaliteit die aandacht vragen van de opsporingsinstanties.
Voor wat betreft de bestrijding van criminaliteit die verloopt via grote berichtendiensten
zoals Whatsapp en Signal verwijs ik naar mijn antwoord op vraag 4. Waar het gaat om
de rol van platformen en het tegengaan van illegale online content, verwijs ik naar
het antwoord op vraag 7 waarin ik aangeef actief te zullen bijdragen aan de evaluatie
van de DSA.
Vraag 11
Deelt u de zorg dat de combinatie van online bestellen en snelle bezorging de toegankelijkheid
van drugs vergroot en daarmee mogelijk ook het gebruik en verslavingsproblematiek
doet toenemen, met name onder jongeren die actief zijn op deze platforms?
Antwoord 11
Ik deel die zorg. Zoals bij het antwoord op vraag 10 is beschreven, maakt het kabinet
extra middelen vrij voor de aanpak van online drugshandel. Daarnaast zet het kabinet
in op het denormaliseren en voorkomen van drugsgebruik.
Vraag 12
Kun u onderzoeken of de huidige aanpak van online drugshandel en digitale marketing
van drugs moet worden aangescherpt en de Kamer hierover informeren?
Antwoord 12
Uit gesprekken met betrokken partijen blijkt dat de handhaving van de online verkoop
van drugs niet los te zien is van de online handel in andere verboden middelen. De
investering in de opsporing van gedigitaliseerde criminaliteit zal ook de handhaving
van de online verkoop van drugs op platforms ten goede komen. De knelpunten in de
online handhaving liggen over de hele linie onder andere in het gebruik van veelal
versleutelde platforms of interpersoonlijke berichtendiensten, schaarste in capaciteit
bij betrokken (opsporings)diensten en het bestaan van open grenzen. Voor het openbaar
toegankelijke internet moet in de komende periode in de praktijk verder blijken hoe
de Digital Services Act (DSA) uitwerkt, waarbij richting 2027 de werking wordt gemonitord
en uiteindelijk geëvalueerd (zie ook het antwoord op vraag 7). Ik zal de Kamer nader
informeren over de huidige aanpak van online drugshandel en de uitdagingen die daarmee
samenhangen.
Voor de digitale marketing van drugs is het voor de handhaving van belang dat er meer
waarborgen komen, waarmee er een zelfreinigend mechanisme vanuit de platforms zelf
gecreëerd zou worden. Voor zover op Europees niveau wordt gezocht naar veilige en
privacy-vriendelijke manieren om gericht toegang te verkrijgen tot versleutelde communicatie
van een verdachte in een strafrechtelijk onderzoek, verwijs ik naar mijn antwoord
op vraag 4.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.