Schriftelijke vragen : De publicatie 'De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens' van het CPB van 6 mei 2026.
Vragen van het lid Inge van Dijk (CDA) aan de Staatssecretaris van Financiën over de publicatie «De hoogste bomen vangen minder wind: belastingdruk op inkomens en vermogens» van het CPB van 6 mei 2026 (ingezonden 13 mei 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het rapport van het CPB en hoe beoordeelt u in grote lijnen
de conclusies van het CPB?1
Vraag 2
Is het volgens u terecht dat vermogen in box 2 volledig in de inkomens- en vermogenspositie
van DGA’s wordt meegenomen, terwijl hier uiteindelijk bij uitkering toch een keer
belasting over betaald zal moeten worden?
Vraag 3
Bent u van mening dat de vermogenspositie van DGA’s verder genuanceerd zou moeten
worden omdat in het box 2 vermogen ook de oudedagsvoorziening is opgebouwd, terwijl
pensioenvermogen van werknemers (opgeteld zo’n € 1.800 miljard) opgebouwd in de tweede
pijler niet wordt meegenomen in de vergelijking?
Vraag 4
Klopt het dat het wel meenemen van pensioenvermogen in de vermogensvergelijking in
een eerdere analyse van het CPB de verschillen met ca. 10% verkleinde?
Vraag 5
Wat is volgens u de verwachte invloed op aanmerkelijk belangvermogen als gevolg van
maatregelen die na 2019 zijn genomen, zoals een hoger en beperkter opstaptarief in
de Vpb, twee tarieven in box 2 en inperking van lenen bij de eigen vennootschap, aangezien
het CPB zich baseert op de geobserveerde groei tussen 2011 en 2019?
Vraag 6
Klopt het dat het rapport niet alleen laat zien dat de hoogste inkomens en vermogens
het sterkst zijn gegroeid en relatief minder belastingdruk ervaren, maar ook dat de
welvaart in bredere zin in vrijwel alle inkomens- en vermogensgroepen is toegenomen?
Vraag 7
Klopt het dat de groeiende vermogens bij doorsnee huishoudens vooral het gevolg zijn
van eigenwoningbezit en klopt het dat de verschillen tussen kopers en huurders door
de stijgende woningprijzen steeds groter worden?
Vraag 8
Klopt het dat aan de onderkant van de inkomensverdeling een grote herverdeling plaatsvindt
met toeslagen en belastingkortingen, die in het rapport niet in de vergelijking wordt
meegenomen?
Vraag 9
Klopt het dat vooral de belastingdruk (na herverdeling) op de middenklasse, ten opzichte
van de laagste en hoogste inkomens, relatief hoger is?
Vraag 10
Deelt u de mening dat, hoewel er iets af te dingen is op de mate van ongelijkheid
die het CPB constateert, de boodschap van het rapport vooral is dat we moeten opletten
dat welvaartsgroei zich niet te veel bij een of enkele groepen concentreert omdat
dit negatieve effecten kan hebben voor de samenleving?
Vraag 11
Hoewel het CPB ook constateert dat niet te zeggen is wat een optimale mate van ongelijkheid
in een samenleving is, bent u van mening dat de inkomens- en vermogensverdeling op
dit moment te scheef aan het verdelen is en dat maatregelen nodig zijn om meer balans
te brengen?
Vraag 12
Bent u het met ons eens dat fiscaliteit voor ondernemers vooral gericht moet zijn
op het stimuleren van investeren, innoveren en werkgeverschap, en niet enkel op het
«zijn» van ondernemer?
Vraag 13
Bent u bereid, naar het voorstel van het CPB, in kaart te brengen of en hoe actief
ondernemingsvermogen en passief beleggingsvermogen in BV’s gescheiden kan worden,
zodat vermogen op de juiste plaats belast kan worden?
Vraag 14
Ten aanzien van de mogelijkheid tot arbitrage tussen box 2 en box 3, welke effecten
verwacht u van het voorgenomen nieuwe box 3-stelsel en vervolgens van de verdere doorontwikkeling
tot een volledige vermogenswinstbelasting?
Vraag 15
Wat zijn volgens u de oorzaken van de door het CPB geconstateerde (relatief) lage
effectieve belasting over erfenissen van 12% en over schenkingen van 6%? Hoe zou dit,
met het oog op de verwachte omvangrijke vermogensoverdrachten van ouders aan kinderen,
meer in de buurt kunnen worden gebracht van de beoogde progressieve tarieven in de
erf- en schenkbelasting?
Vraag 16
Deelt u de mening dat ook een inkomensonafhankelijke arbeidskorting per gewerkt uur
ondoelmatige inkomensverschillen tussen groepen kan verkleinen omdat dit economisch
effectiever kan uitwerken als daadwerkelijke beloning voor meer werken?
Vraag 17
Bent u voornemens om in uw plannen voor herziening van het belastingstelsel de boodschap
van het CPB mee te nemen, namelijk om verschillende soorten inkomen en vermogen gelijker
te belasten en fiscale regelingen die inefficiënt en scheef verdeeld zijn aan te pakken
om economische verstoring te voorkomen?
Indieners
-
Gericht aan
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën -
Indiener
Inge van Dijk, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.