Schriftelijke vragen : Effectiviteit en slagkracht van de politieorganisatie
Vragen van het lid Coenradie (JA21) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over effectiviteit en slagkracht van de politieorganisatie (ingezonden 13 mei 2026).
Vraag 1
Vindt u het zelf niet onthutsend dat u op meerdere volstrekt basale vragen over de
politieorganisatie geen enkel concreet inzicht kunt geven?
Vraag 2
Sinds wanneer is bij het ministerie bekend dat deze informatie ontbreekt?
Vraag 3
Acht u dit niveau van informatievoorziening passend bij een organisatie met een begroting
van ruim zes miljard euro?
Vraag 4
Op basis waarvan maakt u beleidskeuzes of bezuinigingsafwegingen als deze cijfers
ontbreken?
Vraag 5
Hoe kan worden vastgesteld of beleid effectief is wanneer de onderliggende data niet
beschikbaar is?
Vraag 6
Kunt u garanderen dat er geen verspilling van publiek geld plaatsvindt op onderdelen
waar nauwelijks inzicht in bestaat?
Vraag 7
Welke andere onderdelen binnen de politieorganisatie kennen vergelijkbare «blinde
vlekken» in de informatievoorziening?
Vraag 8
Hoeveel geld en welk percentage van de totale politiebegroting wordt momenteel uitgegeven
aan beleid of programma’s waarvan de exacte kosten niet inzichtelijk zijn?
Vraag 9
Klopt het dat binnen de interne telefoongids en personeelsregistraties van de politie
eenvoudig gezocht en gefilterd kan worden op tijdelijke functies, ingehuurd personeel,
functiecategorieën en functieschaalniveaus? Zo ja, waarom heeft u de Kamer dan meegedeeld
dat een uitsplitsing van extern ingehuurd personeel naar functiecategorieën of werkzaamheden
«niet beschikbaar» zou zijn?
Vraag 10
Waarom is er geen overzicht van externe bureaus en de bedragen die hiermee gemoeid
zijn, terwijl het om aanzienlijke publieke uitgaven gaat?
Vraag 11
Hoe controleert u op doelmatigheid en afhankelijkheid van externe partijen zonder
gedetailleerd inzicht in inhuurstromen?
Vraag 12
Herkent u het signaal dat de centralisering van de bedrijfsvoering sinds de reorganisatie
van 2015 heeft geleid tot langere doorlooptijden bij reparaties en onderhoud van politievoertuigen,
waardoor voertuigen vaker langdurig niet inzetbaar zijn? Zo ja, welke gevolgen heeft
dit volgens u gehad voor de operationele inzetbaarheid van basisteams?
Vraag 13
Hoe weet u dat het vervoer van arrestanten geen onevenredig beslag legt op politie-inzet
als die uren niet worden geregistreerd?
Vraag 14
Hoeveel politiecapaciteit gaat jaarlijks verloren aan het vervoeren van arrestanten
naar cellencomplexen buiten het eigen district of de eigen eenheid wegens beperkte
beschikbare celcapaciteit, en waarom wordt deze capaciteitsinzet niet structureel
geregistreerd?
Vraag 15
Hoe kan de politie gericht beleid voeren op mentale weerbaarheid, uitval en Posttraumatische
stressstoornis (PTSS) als de aard en omvang van psychische problematiek niet inzichtelijk
zijn?
Vraag 16
Welke alternatieve indicatoren gebruikt u momenteel om de ontwikkeling van PTSS en
psychische problematiek binnen de politie te monitoren?
Vraag 17
Hoe kunt u stellen dat politiemedewerkers die dat nodig hebben beschikken over gehoorbescherming,
terwijl signalen uit de praktijk erop wijzen dat diverse specialistische eenheden
nog altijd werken met middelen waarvan de gehoorbeschermende werking volgens betrokkenen
onvoldoende is en agenten daardoor onnodig risico lopen op blijvende gehoorschade?
Bent u bereid dit uit te zoeken?
Vraag 18
Hoeveel politiecapaciteit en publieke middelen zijn de afgelopen vijf jaar besteed
aan externe diversiteits-, cultuur- en bewustwordingsprojecten binnen het programma
«Politie voor Iedereen», inclusief ingehuurde theatergroepen, consultants en trainers?
Graag een helder overzicht.
Vraag 19
Hoe groot is het budget dat eenheden en diensten krijgen voor het realiseren van wervingsactiviteiten
die effect hebben op de arbeidsmarkt precies en waaraan wordt dit besteed?
Vraag 20
Bent u bereid alsnog een inventarisatie uit te voeren naar de volgende ontbrekende
aspecten:
1. Uitsplitsing van externe inhuur naar functiecategorieën of werkzaamheden;
2. Overzicht van welke externe bureaus exact hoeveel ontvangen hebben via inhuurconstructies;
3. Specifieke kostenoverzichten van «Politie voor Iedereen», zoals: personeel, trainingen,
communicatiecampagnes, onderzoeken, evenementen en iftars;
4. Externe consultants/trainers;
5. Aantallen politiemedewerkers met PTSS of andere psychische klachten;
6. Gegevens over hoeveel arrestanten vanuit Utrecht elders moesten worden ondergebracht
én hoeveel politie-uren dat kost?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Indiener
Ingrid Coenradie, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.