Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Bikker over de uitkomsten van Europees rioolwateronderzoek naar drugsgebruik, waaruit blijkt dat Nederland hoog scoort op MDMA en ketamine
Vragen van het lid Bikker (ChristenUnie) aan de Minister van Justitie en Veiligheid over de uitkomsten van Europees rioolwateronderzoek naar drugsgebruik, waaruit blijkt dat Nederland hoog scoort op MDMA en ketamine (ingezonden 20 maart 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport), mede namens de
Minister van Justitie en Veiligheid (ontvangen 12 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1610.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Groot rioolwateronderzoek naar drugs: Nederland bovenaan
met MDMA en ketamine», waarin wordt bericht over de uitkomsten van Europees rioolwateronderzoek
door het drugsagentschap EUDA?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de uitkomst dat Nederland tot de Europese top behoort als het gaat
om MDMA-gebruik en dat het ketaminegebruik in Nederlandse steden volgens dit onderzoek
met ruim 40 procent is gestegen ten opzichte van het voorgaande jaar?
Antwoord 2
Het kabinet vindt het zorgelijk dat Nederland volgens dit onderzoek tot de Europese
top behoort als het gaat om MDMA-gebruik en dat hogere concentraties ketamine in Nederlandse
steden zijn gemeten. Het Sewage Analysis Core Group (SCORE)-onderzoek laat zien dat het gebruik van MDMA in 2025 in de Nederlandse steden
die deelnemen aan dit onderzoek (Amsterdam, Eindhoven en Utrecht) het hoogste is van
alle deelnemende Europese steden. Tegelijkertijd signaleert het onderzoek, in vergelijking
met 2024, een afname van het MDMA-gebruik in deze steden. Voor ketamine geldt dat
Amsterdam en Eindhoven behoren tot de Europese steden met de hoogst gemeten restanten
en dat sprake is van een toename ten opzichte van 2024.
Deze uitkomsten moeten zorgvuldig worden geïnterpreteerd. De deelnemende steden zijn
niet representatief voor het drugsgebruik in Nederland als geheel, zoals onder andere
blijkt uit de landelijke pilotstudie van het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en
Milieu (RIVM) en het Trimbos-instituut uit november 2025 (zie onder andere het antwoord
op vraag 5).2 Daarnaast kent rioolwateronderzoek beperkingen: een toename in gemeten restanten
kan niet zonder meer worden vertaald naar een toename van het aantal gebruikers, omdat
ook gebruiksfrequentie, dosering en zuiverheid van invloed zijn op de uitkomsten.
Daarbij is het van belang de uitkomsten in een meerjarig perspectief te bezien. Voor
ketamine geldt dat er nog slechts enkele jaren aan meetgegevens beschikbaar zijn,
waardoor het op dit moment niet mogelijk is om uitspraken te doen over langjarige
trends.
Vraag 3
Deelt u de zorg dat het sterk toenemende gebruik van ketamine, een middel met aanzienlijke
gezondheidsrisico’s, erop kan wijzen dat dit middel in toenemende mate wordt genormaliseerd
binnen het recreatieve uitgaansleven? Zo ja, welke consequenties verbindt u hieraan
voor het huidige drugsbeleid?
Antwoord 3
Het kabinet deelt de zorg om het niet medische gebruik van ketamine. Uit verschillende
gegevensbronnen blijkt dat het gebruik hiervan stijgt. Drugsgebruik maakt geen onderdeel
uit van een normale, gezonde leefstijl. Deze ontwikkeling bevestigt het belang van
het huidige beleid gericht op het ontmoedigen van drugsgebruik het denormaliseren
van drugsgebruik.
Vraag 4
In hoeverre bevestigen deze cijfers volgens u het beeld dat drugsgebruik in Nederland
niet afneemt, maar in bepaalde vormen juist structureel toeneemt? Wat betekent dit
voor de inzet van het kabinet op het ontmoedigen en denormaliseren van drugsgebruik?
Antwoord 4
De cijfers uit het rioolwateronderzoek geven geen eenduidig beeld dat drugsgebruik
in algemene zin structureel toeneemt. Wel laten zij zien dat er verschillen zijn per
middel en per locatie, en dat bij sommige middelen sprake is van een stijgende trend.
Dit bevestigt het belang van het huidige beleid gericht op het ontmoedigen en denormaliseren
van drugsgebruik. Het kabinet blijft inzetten op preventie, monitoring en het tijdig
signaleren van nieuwe ontwikkelingen, zodat waar nodig gericht kan worden bijgestuurd.
Vraag 5
Hoe verhouden de uitkomsten van dit Europese rioolwateronderzoek zich tot de lopende
Nederlandse pilot met rioolwatermetingen om trends in drugsgebruik inzichtelijk te
maken?
Antwoord 5
De uitkomsten van het Europese rioolwateronderzoek zijn wat de metingen in grote steden
en gemeenten betreft vergelijkbaar met de bevindingen uit de landelijke pilotstudie
van het RIVM en Trimbos. De pilot heeft aangetoond dat dit beeld niet overeenkomt
met drugsgebruik in kleinere gemeenten en steden. Hier is het gebruik van verschillende
drugs over het algemeen lager. Beide onderzoeken laten de meerwaarde zien van rioolwatermetingen
als aanvullend instrument om trends in drugsgebruik inzichtelijk te maken. Wel is
sprake van verschillen in de onderzochte stoffen. In het SCORE-onderzoek is gekeken
naar MDMA, amfetamine, cocaïne, ketamine, cannabis en methamfetamine. In de Nederlandse
pilot is niet gekeken naar cannabis en ketamine, maar in plaats daarvan naar 3-CMC
en 4-CMC. In de toekomst kunnen mogelijk andere stoffen in beschouwing worden genomen.
Bij de besluitvorming daarover worden recente risico-ontwikkelingen en signalen over
trends in gebruik betrokken. Daarbij wordt onder meer gebruik gemaakt van inzichten
van het RIVM en het Trimbos-instituut.
Vraag 6
Bent u bereid om, mede in het licht van deze Europese cijfers, rioolwateronderzoek
structureel en landelijk in te zetten als aanvullend instrument om trends in drugsgebruik
te monitoren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het kabinet ziet rioolwateronderzoek inderdaad als een waardevolle aanvulling op bestaande
monitoringsinstrumenten. Het kabinet informeert de Kamer voor het zomerreces over
de opzet van een landelijk rioolwateronderzoek.
Vraag 7
Welk rioolwateronderzoek naar drugsgebruik wordt er op dit moment gedaan en op wiens
initiatief?
Antwoord 7
Er worden incidenteel en structureel rioolwatermetingen uitgevoerd in verschillende
delen van het land. Zo voerde het Wetterskip Fryslân in opdracht van de gemeente Leeuwarden
een rioolwatermeting uit waarover de Kamer op 3 december 2025 schriftelijke vragen
heeft ingediend.3 Het is bekend dat meerdere gemeenten dergelijke metingen laten uitvoeren, veelal
met ondersteuning van kennisinstellingen zoals KWR Water Research Institute. Deze
instelling voert sinds 2011 in opdracht van gemeenten rioolwateronderzoek uit en levert
jaarlijks data aan voor het Europese SCORE-onderzoek, dat in samenwerking met het
Europese Drugsagentschap (EUDA) wordt uitgevoerd. In 2025 namen 128 Europese steden
deel aan het SCORE-onderzoek: dit aantal neemt jaarlijks toe. Van meet af aan worden
hiervoor een week lang rioolwaterzuiveringsinstallaties (RWZI) in de omgeving van
Amsterdam, Eindhoven en Utrecht bemonsterd. In de afgelopen jaren hebben Zwolle, Rotterdam,
Groningen, Nieuwegein en Leeuwarden vergelijkbare metingen laten uitvoeren door KWR,
waarbij de resultaten met instemming van de gemeenten zijn gedeeld met het SCORE-consortium.
Deze verschillende onderzoeken leveren waardevolle signalen over ontwikkelingen in
drugsgebruik op deze locaties. Met de landelijke pilot van het RIVM en Trimbos is
gekozen voor een opzet waarmee wordt beoogd een meer representatief beeld te verkrijgen
van ontwikkelingen in drugsgebruik op nationaal niveau.
Vraag 8
Welke lessen voor de effectiviteit van het huidige preventie- en handhavingsbeleid
trekt u uit het feit dat het onderzoek laat zien dat bij middelen als MDMA en cocaïne
sprake is van duidelijke weekendpieken, terwijl bij sommige steden en middelen juist
sprake lijkt van meer verspreid gebruik door de week?
Antwoord 8
De waargenomen weekendpieken bij bepaalde middelen sluiten aan bij het beeld dat drugsgebruik
samenhangt met het uitgaansleven. Dit soort inzichten helpt om preventie- en handhavingsactiviteiten
gerichter in te zetten, bijvoorbeeld door aan te sluiten bij specifieke momenten en
contexten van gebruik.
Vraag 9
Laat de volgende uitkomst volgens u zien dat er sprake is van problematisch drugsgebruik
in het uitgaansleven en dat hier maatregelen voor nodig zijn? Welke schade heeft dit
gebruik elk weekend voor de veiligheid, gezondheid en het milieu en zijn gebruikers
daar bekend mee?
Antwoord 9
Hoewel de uitkomsten van rioolwateronderzoek in samenhang met andere bronnen moeten
worden bezien, is het bekend dat drugsgebruik problematische vormen kan aannemen.
Dit kan leiden tot gezondheidsrisico’s voor gebruikers, zoals acute intoxicaties en
verslavingsproblematiek, maar ook tot risico’s voor de veiligheid, bijvoorbeeld in
het verkeer of in de vorm van gewelddadig gedrag richting hulpverleners.4 Daarnaast zorgen de productie en handel van illegale drugs voor milieuschade en houdt
deze handel een criminele praktijk in stand die schade toebrengt aan de rechtstaat.
Om deze risico’s te beperken zet het kabinet in op een combinatie van preventie, handhaving
en bewustwording. Zo heeft in uitvoering van de motie Bikker c.s. uit februari 2024
vorig jaar een campagne gedraaid die jongeren bewust maakt van de negatieve gevolgen
van drugsgebruik voor de samenleving, het milieu en de gezondheid. Het kabinet heeft
eerder informatie verschaft over de voortgang van deze campagne5 en zal de Kamer voor de zomer informeren over onze plannen met betrekking tot het
voortzetten van deze campagne.
Vraag 10
Op welke wijze wordt samengewerkt met gemeenten en andere belangrijke samenwerkingspartners
om de uitkomsten van dit soort onderzoeken te vertalen naar gerichte lokale maatregelen
om het gebruik van drugs terug te dringen?
Antwoord 10
Instellingen zoals het Trimbos-instituut worden vanuit de rijksoverheid gefinancierd
om materialen en interventies te ontwikkelen die gemeenten en professionals ondersteunen
bij het voeren van drugspreventiebeleid. Daarnaast is vanuit Verslavingskunde Nederland
(VKN) een basispakket verslavingspreventie ontwikkeld, dat bestaat uit een geïntegreerd
aanbod van kwalitatief goede, effectieve interventies die gemeenten op maat kunnen
afnemen bij lokale aanbieders, afgestemd op plaatselijke behoeften. Voor dit basispakket
wordt eveneens gebruikgemaakt van door het Trimbos-instituut ontwikkelde materialen.
Het is aan gemeenten om binnen dit landelijke kader lokaal invulling te geven aan
preventie, bijvoorbeeld via Gemeentelijke Gezondheidsdiensten (GGD), preventiecoalities
of regionale zorgaanbieders. Daarnaast heeft het Trimbos-instituut het Modelplan Lokaal
Drugspreventiebeleid ontwikkeld. Het modelplan is een concreet format, dat een gemeente
helpt bij het schrijven van een effectief, integraal en lokaal drugspreventiebeleid.
Het Trimbos-instituut kan daarnaast een zogeheten Scanner-onderzoek uitvoeren, om
gemeenten meer inzicht te geven in de lokale situatie rond middelengebruik en mogelijke
handelingsperspectieven.
Naast het verschaffen van deze kennis en tools is ook regelmatig contact met verschillende
gemeenten en de VNG over relevante onderwerpen.
Vraag 11
Leiden de uitkomsten van dit onderzoek tot andere prioriteiten in preventie, opsporing
en handhaving? Zo ja, welke? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
De uitkomsten van het onderzoek laten het belang zien van een preventiebeleid gericht
op vermindering en denormalisering van het drugsgebruik. Signalen uit het onderzoek
worden meegenomen om de effectiviteit van het beleid te verbeteren.
Keuzes betreffende opsporing en handhaving worden gemaakt door het bevoegd gezag.
Aangezien het gebruik van middelen op zichzelf niet strafbaar is in Nederland, ligt
het niet in de rede dat dit onderzoek, dat inzicht geeft in gemeten concentraties
en mogelijke ontwikkelingen in gebruik, aanleiding zou zijn voor herprioritering.
Vraag 12
Deelt u de zorg over de gezondheidsrisico’s van ketaminegebruik, zoals verslaving
en problemen met geheugen en concentratie, met name onder jongeren en jongvolwassenen?
Zo ja, welke maatregelen neemt het kabinet om deze risico’s te beperken?
Antwoord 12
Ja, het kabinet deelt de zorg over de gezondheidsrisico’s van ketaminegebruik. Daarom
heeft het kabinet het Coördinatiepunt Assessment en Monitoring nieuwe drugs (CAM)
gevraagd een risicobeoordeling uit te voeren en te adviseren over passende maatregelen.
De risicobeoordeling is zeer recent opgeleverd en brengt zowel de gezondheids- als
de maatschappelijke risico’s in kaart. De voorgestelde beleidsopties worden momenteel
gewogen. Het kabinet informeert de Kamer hierover voor het zomerreces.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport -
Mede namens
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.