Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Becker en Schutz over het bericht 'Chinese staatszender kocht een week lang reclameruimte in NS-treinen'
Vragen van de leden Becker en Schutz (beiden VVD) aan de Minister van Justitie en Veiligheid en de Staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat over het bericht «Chinese staatszender kocht een week lang reclameruimte in NS-treinen» (ingezonden 5 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Weel (Justitie en Veiligheid) (ontvangen 11 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1441.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Chinese staatszender kocht een week lang reclameruimte
in NS-treinen»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Bent u ervan op de hoogte dat in de treinen van de NS-reclame is uitgezonden van China
Media Group (CMG)?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Deelt u de mening dat het Centrale Propaganda Departement onder andere gericht is
op buitenlandse beïnvloeding? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Reclame maken over China en Chinese culturele activiteiten is een vorm van openlijke
beïnvloeding van de publieke opinie in Nederland. De relatie tussen het Centrale Propaganda
Departement (CPD) en de Chinese overheid maakt dat het CPD zich bezig houdt met buitenlandse
beïnvloeding. Buitenlandse beïnvloeding is niet ondermijnend wanneer het op openlijke
en legitieme wijze plaatsvindt en daarbij de normen en waarden van de Nederlandse
democratische rechtsorde respecteert.2 Desondanks kunnen zich situaties voordoen die wel degelijk als onwenselijk kunnen
worden ervaren, en toch binnen de grenzen van Nederlandse wet en- regelgeving blijven.
Vraag 4
In hoeverre acht u het wenselijk dat buitenlandse mogendheden toegang hebben tot advertentieruimte
in Nederlandse infrastructuur, zoals het openbaar vervoer?
Antwoord 4
Diplomatie of promotionele campagnes zijn op zichzelf geen uitzonderlijk fenomeen,
ongeacht of deze afkomstig zijn van statelijke of niet-statelijke actoren. Tegelijkertijd
kunnen buitenlandse advertentie- of mediacampagnes risico’s met zich meebrengen, omdat
dergelijke uitingen ook onderdeel kunnen zijn van bredere strategische communicatie
of beïnvloedingsactiviteiten. De rijksoverheid heeft geen sturingsmogelijkheid op
de (buitenlandse toegang tot) advertentieruimte in Nederlandse infrastructuur, mits
dit binnen de grenzen van de Nederlandse wet- en regelgeving blijft en zolang dit
geen risico vormt voor de continuïteit van vitale processen, zoals het openbaar vervoer
of voor de nationale veiligheid.
Vraag 5
Deelt u de mening dat staatsbedrijven, zoals de NS, een voorbeeldfunctie hebben om
buitenlandse mogendheden geen reclameruimte te bieden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
Van staatsdeelnemingen mag worden verwacht dat zij zich bewust zijn van hun maatschappelijke
positie en zorgvuldig omgaan met vraagstukken die raken aan publieke belangen.
Dat betekent echter niet dat in algemene zin moet worden uitgesloten dat buitenlandse
partijen gebruik maken van advertentieruimte voor toeristische of culturele uitingen.
Het is aan de onderneming om binnen de geldende kaders en met inachtneming van relevante
risico’s een afgewogen beleid te voeren.
Vraag 6
In hoeverre kunnen staatsbedrijven, zoals de NS, afstemmen en schakelen met een contactpersoon
binnen de rijksoverheid over zaken als buitenlandse inmenging en beïnvloeding? Zo
ja, tot wie kunnen zij zich richten en is dat op dit moment ook gebeurd? Zo niet,
bent u bereid te onderzoeken of hier behoefte aan is?
Antwoord 6
Iedere staatsdeelneming heeft goed contact met haar aandeelhouder (het Ministerie
van Financiën) en het betreffende beleidsdepartement. Staatsdeelnemingen kunnen daarom
bij vragen altijd in contact worden gebracht met het beleidsverantwoordelijke departement.
Vraag 7
In hoeverre kunnen commerciële partijen, zoals DSBP-consultants, schakelen met contactpersonen
binnen de rijksoverheid over ongewenste buitenlandse inmenging en beïnvloeding?
Antwoord 7
Afhankelijk van de situatie kan een commerciële partij schakelen met een passende
contactpersoon binnen de rijksoverheid, in eerste instantie van het beleidsverantwoordelijk
departement. Het is aan commerciële partijen om aan wet- en regelgeving te voldoen
en in eerste instantie zorg te dragen voor continuïteit van vitale processen. De rijksoverheid
heeft een rol op het moment dat de nationale veiligheid in het geding is.
Vraag 8
Bestaan er richtlijnen of kaders vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding
en Veiligheid of de Algemene Inlichtingen- en Veiligheidsdienst over samenwerking
met buitenlandse propagandakanalen? Zo ja, kunt u deze delen met de Kamer en zijn
deze ook gedeeld met de NS? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 8
Nee, vanuit de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid of de Algemene
Inlichtingen- en Veiligheidsdienst bestaan geen richtlijnen of kaders die specifiek
zijn gericht op de samenwerking tussen commerciële partijen in Nederland die (willen)
samenwerken met buitenlandse mediakanalen. Het staat commerciële partijen vrij om
binnen Nederlandse wet- en regelgeving buitenlandse advertenties te tonen, zolang
deze geen risico vormen voor de continuïteit van vitale processen of de nationale
veiligheid.
Vraag 9
Bent u van plan om in gesprek te treden met de NS over bovenstaande zaak en het advertentiebeleid?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 9
De aandeelhouder van NS (het Ministerie van Financiën) voert regelmatig gesprekken
met NS over de algemene gang van zaken en relevante maatschappelijke thema’s. Daarbij
staat NS als staatsdeelneming op afstand en treedt de aandeelhouder niet in de dagelijkse
bedrijfsvoering. Commerciële activiteiten, zoals het advertentiebeleid, behoren daarom
tot de verantwoordelijkheid van de raad van bestuur.
Vraag 10
Deelt u de mening dat de NS zich niet kan verschuilen achter het argument dat het
advertentiebeleid formeel is nageleefd?
Antwoord 10
Het is van belang dat NS handelt binnen de geldende wet- en regelgeving en haar eigen
beleid en tegelijkertijd oog heeft voor de bredere maatschappelijke context en daarmee
voor evidente risico’s, ook wanneer formeel aan de geldende kaders wordt voldaan.
NS baseert haar advertentiebeleid in hoofdzaak op de Nederlandse Reclame Code en de
richtlijnen van de Reclame Code Commissie, aangevuld met enkele eigen aanscherpingen.
Op grond van dit kader, en voor zover kan worden vastgesteld ook in het licht van
de Mediawet en de beleidsregels van het Commissariaat voor de Media, wordt de betreffende
advertentie niet uitgesloten. Advertenties worden voorafgaand aan publicatie getoetst
aan dit beleid.
Vraag 11
Zijn er bij u andere gevallen bekend van de afgelopen twaalf maanden waarbij buitenlandse
mogendheden gebruik maken van advertentieruimte van de NS?
Antwoord 11
NS geeft desgevraagd aan dat Duitsland, via het Duits Verkeersbureau, diverse keren
geadverteerd heeft in de trein bij NS. Naast overigens diverse regionale promotie-
en marketingorganisaties uit Nederland.
Ondertekenaars
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.