Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord vragen van het lid Ellian over het bericht 'Aanvaller jonge vrouw in Rotterdam blijkt asielzoeker (22) uit Marokko: ‘Vreselijk wat slachtoffer heeft meegemaakt’'
Vragen van het lid Ellian (VVD) aan de Minister Asiel en Migratie over het bericht «Aanvaller jonge vrouw in Rotterdam blijkt asielzoeker (22) uit Marokko: «Vreselijk wat slachtoffer heeft meegemaakt»» (ingezonden 6 maart 2026).
Mededeling van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 11 mei 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1449.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Aanvaller jonge vrouw in Rotterdam blijkt asielzoeker
(22) uit Marokko: «Vreselijk wat slachtoffer heeft meegemaakt»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 t/m 8
Kunt u bevestigen dat de verdachte ten tijde van het incident een asielzoeker was?
Kunt u bevestigen dat de verdachte verbleef op een opvanglocatie in Hendrik-Ido-Ambacht?
Kunt u bevestigen dat de verdachte afkomstig is uit Marokko?
In welke fase van de asielprocedure bevond betrokkene zich ten tijde van het incident?
Kunt u daarbij aangeven of al sprake was van een voornemen, besluit in eerste aanleg,
of een (hoger) beroep?
Was er in deze casus al begonnen met een terugkeerprocedure? Zo nee, waarom niet?
Zo ja, werkte de asielzoeker mee aan terugkeer?
Kunt u aangeven hoe lang betrokkene op dat moment in Nederland verbleef, hoelang hij
in de opvang verbleef en hoelang zijn aanvraag liep?
Is in deze zaak een versnelde procedure toegepast? Zo nee, waarom niet? Zo ja, welke
doorlooptijd gold in deze zaak vanaf aanmelding tot en met besluitvorming?
Antwoord 2 t/m 8
Zoals uw Kamer weet, gaat het kabinet niet in op individuele casuïstiek en doet geen
uitspraken over de verblijfsstatus of andere (persoons)gegevens van betrokkenen. De
Minister draagt stelselverantwoordelijkheid voor de migratieketen: operationele keuzes
en individuele beslissingen liggen bij de bevoegde organisaties en worden onafhankelijk
door de rechter getoetst.
Vooropgesteld moeten vrouwen veilig over straat kunnen. Crimineel gedrag van mensen
is ontoelaatbaar. Overlast en criminaliteit van een beperkte groep asielzoekers ondermijnt
de veiligheid van inwoners en het draagvlak voor opvang. Het is aan de politie en
het Openbaar Ministerie om strafbare feiten te onderzoeken en zo nodig tot vervolging
over te gaan.
Wanneer vreemdelingen strafbare feiten plegen, is het van belang dat de straf- en
vreemdelingrechtelijke consequenties hiervan worden bezien. Het uitgangspunt van het
openbare-ordebeleid is dat vreemdelingen die (ernstige) misdrijven plegen niet in
aanmerking komen voor verblijf in Nederland. Na een afwijzend besluit of een intrekking
van de IND start de DTenV het terugkeerproces. Dit kan, afhankelijk van de situatie,
vanuit strafdetentie of (aansluitend in) vreemdelingenbewaring plaatsvinden.
Vraag 9
Welke gemiddelde doorlooptijden hanteert u momenteel voor versnelde behandeling van
aanvragen van vreemdelingen uit een veilig land van herkomst? Kunt u die afzetten
tegen de reguliere procedure?
Antwoord 9
De lijst met veilige landen is opgeschort. De IND hanteert richtlijnen voor de afhandeling
van kansarme asielaanvragen. De beoogde behandeltijd van dergelijke aanvragen is 4
weken.
Vraag 10
Deelt u de opvatting dat bij aanvragen uit landen die in de praktijk veelal kansarm
zijn, snelheid in de procedure mede een veiligheidsbelang kan dienen voor de omgeving
van opvanglocaties? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 10
Ja. Snelheid in de asielprocedure kan bijdragen aan de veiligheid rond opvanglocaties.
Daarom is de inzet van de asielketen erop gericht om asielprocedures van overlastgevende
en criminele asielzoekers snel en slagvaardig af te doen, zodat de verblijfsduur in
de opvang wordt beperkt. Daarnaast worden aanvragen met weinig kans op een verblijfsvergunning
met prioriteit opgepakt.
Vraag 11
Waren er voorafgaand aan dit incident signalen bekend bij het Centraal Orgaan opvang
asielzoekers (COA), de Immigratie- en Naturalisatiedienst (IND), de Dienst Terugkeer
& Vertrek (DT&V), de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel
(AVIM), of andere ketenpartners over overlastgevend, gewelddadig, of anderszins risicovol
gedrag van betrokkene? Zo ja, welke maatregelen zijn genomen?
Antwoord 11
Zoals toegelicht kan op individuele casuïstiek niet worden ingegaan.
Vraag 12
Worden COA-incidenten waarbij asielzoekers betrokken zijn in alle gevallen gedeeld
met de IND, voor zover die incidenten relevant kunnen zijn voor de beoordeling van
openbare orde of nationale veiligheid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) registreert verschillende typen incidenten
op opvanglocaties. Signalen van ernstige overlast worden gedeeld met de Immigratie-
en Naturalisatiedienst (IND), zodat de asielprocedure waar mogelijk kan worden versneld.
Daarnaast kan sprake zijn van strafbare feiten die verblijfsrechtelijke consequenties
hebben. De Kwalificatierichtlijn vereist dat, als een vreemdeling internationale bescherming
nodig heeft, er voor het weigeren of intrekken van een asielvergunning sprake moet
zijn van veroordeling wegens een (bijzonder) ernstig misdrijf.
Vraag 13
Welke toets hanteert de IND momenteel bij de beoordeling of sprake is van gevaar voor
de openbare orde in asielzaken? Kunt u uiteenzetten welke indicatoren daarbij een
rol spelen, welke bronnen worden betrokken en hoe de evenredigheidstoets wordt uitgevoerd?
Antwoord 13
De toets of er sprake is van een gevaar voor de openbare orde in asielzaken is afhankelijk
van de grond voor vergunningverlening. De werkwijze is door de IND uitgewerkt en toegelicht
in de openbare werkinstructie 2026/012.
Eerst toetst de IND of een vreemdeling in aanmerking komt voor een asielvergunning.
Als een vreemdeling moet worden aangemerkt als verdragsvluchteling, kan de vergunning
alleen worden geweigerd of ingetrokken als er sprake is van een onherroepelijke veroordeling
voor een «bijzonder ernstig misdrijf». Relevante indicatoren zijn onder meer de ernst
van het misdrijf, de maximale en feitelijke opgelegde straf, de omvang van de schade,
opzettelijkheid en verzachtende of verzwarende omstandigheden. Het strafrechtelijk
vonnis is hierbij van belang. Daarnaast moet er ook sprake zijn van een gevaar voor
de gemeenschap.
Indien de vreemdeling geen verdragsvluchteling is maar wel in aanmerking komt voor
subsidiaire bescherming, moet sprake zijn van een veroordeling voor een «ernstig misdrijf».
Ook hier is het strafrechtelijk vonnis van belang en moet er sprake zijn van een misdrijf
dat een gevaar voor de gemeenschap oplevert.
In beide gevallen wordt het Unierechtelijk openbare orde criterium getoetst. Dit houdt
in dat het persoonlijk gedrag van de vreemdeling een actuele, werkelijke en voldoende
ernstige bedreiging voor een fundamenteel belang van de samenleving moet vormen.
Bij intrekking van de asielvergunning op grond van openbare orde geldt bovendien de
zogenoemde glijdende schaal. Hierbij wordt de hoogte van opgelegde straf afgezet tegen
de duur van het rechtmatig verblijf in Nederland. Hoe langer een vreemdeling rechtmatig
verblijf heeft, hoe hoger de opgelegde straf moet zijn voordat de vreemdeling in aanmerking
komt voor intrekking van het verblijfsrecht.
Daarnaast wordt in beide gevallen beoordeeld of het weigeren of intrekken van de verblijfsvergunning
asiel evenredig is. Dit betreft een individuele beoordeling waarbij alle relevante
feiten en omstandigheden worden betrokken. De IND hanteert daarbij het uitgangspunt
dat aan het beschermen van de openbare orde een zwaar gewicht toekomt.
Als de vreemdeling niet in aanmerking komt voor vluchtelingschap of subsidiaire bescherming,
wordt de asielaanvraag afgewezen. Het gevaar voor de openbare orde kan dan een aanvullende
afwijzingsgrond vormen. Er hoeft dan geen sprake te zijn van een bijzonder ernstig
of ernstig misdrijf.
Vraag 14
Is in deze zaak overwogen om maatregelen te treffen die de bewegingsvrijheid beperken,
zoals overplaatsing naar een locatie met strenger toezicht, een vrijheidsbeperkende
maatregel, of vreemdelingenbewaring? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Op individuele casuïstiek kan niet worden ingegaan.
Vraag 15
Kunt u aangeven welke drempels in de praktijk gelden om vreemdelingenbewaring te kunnen
inzetten bij asielzoekers met ernstige openbare-orde-signalen? Acht u die drempels
in de uitvoering toereikend?
Antwoord 15
In eerste instantie wordt bij verstoring van de openbare orde ingezet op straf- en
bestuursrecht. Daarna kan worden bekeken of vreemdelingrechtelijke maatregelen kunnen
worden ingezet. Vreemdelingenbewaring is hierbij geen doel op zichzelf en wordt uitsluitend
als uiterste middel toegepast. Primair dient vreemdelingenbewaring ertoe iemand beschikbaar
te houden voor de procedure en onttrekking aan het toezicht van de autoriteiten te
voorkomen. Vreemdelingenbewaring moet altijd proportioneel zijn. Een grond voor die
proportionaliteit is de openbare orde. De Opvangrichtlijn biedt daarvoor ruimte, maar
in de jurisprudentie wordt dit criterium strikt ingevuld. Pas bij een aanzienlijke
inbreuk op de openbare orde kan op deze grond een asielzoeker in bewaring worden genomen.
De openbare orde is echter niet de enige wettelijke grondslag voor detentie. Ook het
onttrekken aan onderzoek of de noodzaak van nader onderzoek naar de identiteit en
de nationaliteit kunnen reden zijn voor vreemdelingenbewaring. In sommige gevallen
kan bewaring op andere gronden dan de openbare orde worden toegepast.
Vraag 16
Kunt u aangeven hoeveel asielzoekers er in 2025 zijn aangehouden vanwege een verdenking
van verkrachting of van een poging tot verkrachting?
Antwoord 16
Het Wetenschappelijk Onderzoek- en Datacentrum (WODC) brengt jaarlijks overlast en
criminaliteit door asielzoekers in beeld. De cijfers over 2025 worden naar verwachting
voor het zomerreces gepubliceerd.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.