Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Maeijer en Boon over het bericht “Huisartsenpost Rotterdam verheerlijkt bombardement op Israëlische burgers: Het is jullie tijd om te bloeden''
Vragen van de leden Maeijer en Boon (beiden PVV) aan de Ministers van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en van Justitie en Veiligheid over het bericht «Huisartsenpost Rotterdam verheerlijkt bombardement op Israëlische burgers: «Het is jullie tijd om te bloeden»» (ingezonden 26 maart 2026).
Antwoord van Minister Hermans (Volksgezondheid, Welzijn en Sport) (ontvangen 11 mei
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1638.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Huisartsenpost Rotterdam verheerlijkt bombardement
op Israëlische burgers: «Het is jullie tijd om te bloeden»»?1
Antwoord 1
Ja. Dit bericht roept afschuw op bij het kabinet. De vertoning van een dergelijke
videoclip op de gevel van een huisartsenpraktijk vindt het kabinet volkomen onacceptabel.
Vraag 2
Deelt u de mening dat het onacceptabel is dat een huisartsenpraktijk met een groot
videoscherm op de gevel bombardementen op Israëlische burgers verheerlijkt? Zo ja,
hoe gaat u daar tegen op treden? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Dit bericht roept afschuw op bij het kabinet. De vertoning van een dergelijke videoclip
op de gevel van een huisartsenpraktijk vindt het kabinet volkomen onacceptabel. Het
kan een drempel opwerpen voor Rotterdammers om zich welkom te voelen als patiënt in
de huisartsenpraktijk. Daarnaast hebben het bombarderen van Tel Aviv en een hatelijke
boodschap over Joden niets te maken met huisartsenzorg.
Diverse instanties hebben een rol in opsporings- of toezichtsonderzoek. Allereerst
is er een opsporingsonderzoek opgestart onder leiding van het Openbaar Ministerie.
Na afronding van het opsporingsonderzoek zal de officier van justitie beslissen wat
de volgende stap is. Daarnaast heeft Bouw- en Woningtoezicht van de gemeente Rotterdam
een toezichtsonderzoek opgestart. Voor het plaatsen van een scherm aan een gevel is
op grond van de Omgevingswet een vergunning vereist. Een dergelijke vergunning blijkt
echter niet aangevraagd te zijn voor het scherm op de huisartsenpraktijk. Tot slot
is ook de Inspectie Gezondheidszorg en Jeugd (hierna: IGJ) op de hoogte van signalen
over deze situatie en betrekt deze binnen haar toezicht op de kwaliteit en veiligheid
van de zorg.
Vraag 3
Bent u van mening dat deze arts zich hiermee aan de gedragscode voor artsen houdt?
Zo ja, waarom? Zo nee, welke consequenties heeft dit?
Antwoord 3
De gedragscode van de KNMG is een leidraad voor het handelen van artsen en maakt deel
uit van de professionele standaard. De gedragscode is tot stand gekomen in nauw overleg
met artsen, experts en andere stakeholders, zoals de Patiëntenfederatie Nederland.2
Twee kernregels uit de gedragscode zijn hier relevant:
Kernregel 2: Als arts draag je bij aan de beschikbaarheid en toegankelijkheid van
de gezondheidszorg. Je behandelt iedereen in gelijke gevallen gelijk en in ongelijke
gevallen ongelijk, en je discrimineert dan ook niet.
Kernregel 8: Als arts blijf je binnen de grenzen van je eigen kennen en kunnen. Je
onthoudt je van handelingen en uitingen die daarbuiten liggen.
Kernregel 8 van de gedragscode geldt ook voor publieke uitingen.3 In de toelichting bij deze kernregel is opgenomen dat dit geldt voor uitingen zowel
binnen de spreekkamer als voor uitingen daarbuiten, zoals in de media of in het maatschappelijk
debat. Een arts heeft daarbij de verantwoordelijkheid om bij de eigen expertise te
blijven en zich te onthouden van uitingen die buiten de eigen kennis en kunde vallen.
De artsen-titel legt nu eenmaal gewicht in de schaal. In het algemeen wordt meer waarde
toegekend aan een uitspraak van een arts vanuit diens professionele deskundigheid,
zeker als die op zijn eigen werkterrein ligt. Het is daarom dat een arts zorgvuldig
moet omgaan met (persoonlijke) uitingen en het verspreiden van informatie. De gedragscode
is een leidraad van de beroepsgroep zelf en artsen kunnen daarop terugvallen en de
gedragscode als ruggensteun gebruiken. Ook de tuchtcolleges voor de gezondheidszorg
kunnen de gedragscode betrekken bij het toetsen van het handelen van een arts, ongeacht
of een arts lid is van de KNMG. Overigens geldt de gedragscode voor alle artsen die
in het BIG-register zijn opgenomen.
De vertoning van een dergelijke videoclip op de gevel van een huisartsenpraktijk vindt
het kabinet volkomen onacceptabel. Het kan een drempel opwerpen voor Rotterdammers
om zich welkom te voelen als patiënt in de huisartsenpraktijk.
Daarnaast hebben het bombarderen van Tel Aviv en een hatelijke boodschap over Joden
niets te maken met huisartsenzorg. De IGJ ziet toe op de kwaliteit en de veiligheid
van de zorg. De naleving van professionele standaarden maakt daarvan deel uit.
Ondertekenaars
S.T.M. Hermans, minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.