Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Vos over het bericht ‘Vuurwerkverkopers zien bedrijf wegvallen, maar vergoeding blijft uit: ‘Heb een gezin te onderhouden’'
Vragen van het lid De Vos (FVD) aan de Ministers van Economische Zaken en van Justitie en Veiligheid over het bericht «Vuurwerkverkopers zien bedrijf wegvallen, maar vergoeding blijft uit: «Heb een gezin te onderhouden»» (ingezonden 20 februari 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Bertram (Infrastructuur en Waterstaat) (ontvangen 8 mei
2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1328.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Vuurwerkverkopers zien bedrijf wegvallen, maar vergoeding
blijft uit: «Heb een gezin te onderhouden»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Wat is de stand van de onderhandelingen met de vuurwerkbranche?
Antwoord 2
Sinds mei 2025 zijn er verschillende gesprekken gevoerd met de vuurwerkbranche.2 Na de Kabinetswisseling heb ik het dossier opgepakt en heb ik de gesprekken voortgezet,
ook met de vuurwerkbranche. Inmiddels zijn de gesprekken afgerond en zijn de uitgangspunten
voor de nadeelcompensatieregeling bekend. Een uitgebreide beschrijving van de uitgangspunten
van de nadeelcompensatieregeling kunt u vinden in de Kamerbrief (Eerste en Tweede
Kamer) over «de Nadeelcompensatieregeling vuurwerkbedrijven» van 8 mei 2026.
Vraag 3
Klopt het dat het laatste aanbod van het Rijk aan de vuurwerkbranche een vergoeding
is van eenmalig 20 procent van de jaaromzet, plus 15 procent? Zo nee, wat is dan het
aanbod dat het Rijk wil doen? Zo ja, bent u ervan op de hoogte dat deze vergoeding
door vuurwerkverkopers als (veel) te weinig wordt beschouwd en dat zij tienduizend
tot honderdduizenden euro’s aan schade vrezen? Hoe beoordeelt u dit gegeven?
Antwoord 3
Nee. Voor de vormgeving van de voorgestelde nadeelcompensatieregeling verwijs ik naar
de Kamerbrief van 8 mei 2026 daarover die u heden is toegezonden. Het nadeelcompensatierecht
is gebaseerd op het égalitébeginsel. Dit beginsel voorziet in een recht op vergoeding
van onevenredige schade die een gevolg is van rechtmatig overheidshandelen. Daarvoor is – onder meer – vereist dat de schade zoals de vuurwerkondernemers
die lijden, uitstijgt boven hun normaal ondernemersrisico. Hierbij is maximaal gezocht
naar een nette en eerlijke regeling zonder daarbij de grens van staatssteun te overschrijden.
Binnen deze kaders wordt de nadeelcompensatieregeling uitgewerkt. In de Kamerbrief
(Eerste en Tweede Kamer) van 8 mei 2026 is dit nader toegelicht.
Vraag 4
Deelt u de mening dat een eenmalige vergoeding geen recht doet aan de gedane investeringen
en toekomstig misgelopen winsten van ondernemers? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 4
Die mening deel ik niet. Met de voorgestelde nadeelcompensatieregeling3 wordt onevenredige schade die uitgaat boven het normaal ondernemersrisico vergoed.
Daarin zijn winstderving en overige schadeposten verdisconteerd.
Vraag 5
Indien het antwoord op vraag 4 bevestigend luidt, bent u bereid een beter aanbod te
doen, bijvoorbeeld een vergoeding gebaseerd op meerdere jaren misgelopen omzet en
winst? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke termijn?
Antwoord 5
Het antwoord op vraag 4 luidt niet bevestigend. Met de voorgestelde nadeelcompensatieregeling4 wordt onevenredige schade die uitgaat boven het normaal ondernemersrisico vergoed.
De nadeelcompensatie bestaat hoofdzakelijk uit het vergoeden van winstderving.
Vraag 6
Indien het antwoord op vraag 5 ontkennend luidt, bent u bereid de invoering van het
vuurwerkverbod te heroverwegen? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 6
Naar het oordeel van het kabinet is tegemoetgekomen aan de wens van de Tweede Kamer
om te komen tot een nette en eerlijke nadeelcompensatieregeling voor vuurwerkondernemers.
De Tweede Kamer heeft nog twee andere voorwaarden gesteld: een uitgewerkt handhavingsplan
en een AMVB met de mogelijkheid voor burgemeesters om groepen burgers ontheffing te
verlenen om vuurwerk af te steken.
Het is nu aan beide Kamers om te bepalen of daarmee aan de voorwaarden voor inwerkingtreding
van de Wet veilige jaarwisseling is voldaan. Het Kabinet streeft ernaar om het landelijk
vuurwerkverbod voor consumenten (de Wet veilige jaarwisseling en het Besluit veilige
jaarwisseling) per 1 augustus 2026 in werking te laten treden.
Vraag 7
Bent u bekend met het feit dat verenigingen (na toestemming van de burgemeester) nadat
het vuurwerkverbod is ingevoerd nog wel vuurwerk mogen afsteken?
Antwoord 7
Volgens het ontwerp van het Besluit veilige jaarwisseling kunnen verenigingen en stichtingen
die ingeschreven staan in het handelsregister een ontheffing aanvragen bij de burgemeester
voor het afsteken van consumentenvuurwerk tijdens de jaarwisseling. Het is aan de
burgemeester of en hoeveel ontheffingen verleend worden.
Vraag 8
Betekent dit dat de vuurwerkbranche (gedeeltelijk) door kan gaan met het verkopen
van vuurwerk? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 8
Ja. De ontheffingsmogelijkheid biedt – hoewel in beperkte mate – nog steeds de mogelijkheid
om vuurwerk te verkopen, namelijk aan verenigingen en stichtingen die een ontheffing
hebben gekregen. Tevens kan de professionele toepasser consumentenvuurwerk blijven
gebruiken in een vuurwerkshow. Ook blijft de verkoop van fop- en schertsvuurwerk van
categorie F1 toegestaan. Het is de verwachting dat, als gevolg van het landelijk vuurwerkverbod
voor consumenten, het aantal verkooppunten zal afnemen. Hoeveel verkooppunten dat
zijn, of dit importeurs of detailhandelaren zijn en waar de verkooppunten zich bevinden,
wordt aan de markt overgelaten.
Vraag 9
Kunt u over de vooruitzichten voor de vuurwerkbranche zo snel mogelijk duidelijkheid
verschaffen, aangezien ondernemers vuurwerk voor de komende jaarwisseling al op zeer
korte termijn moeten inkopen? Kunt u aangeven op welke termijn zij deze duidelijkheid
van u kunnen verwachten? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 9
In de toelichting bij het aangenomen amendement Michon-Derkzen5 is vermeld dat de Wet veilige jaarwisseling pas in werking kan treden als aan drie
voorwaarden is voldaan, te weten (1) een effectief handhavingsplan, (2) een uitgewerkte
AMvB en (3) een eerlijke en nette compensatieregeling. Het handhavingsplan is reeds
aan uw Kamer toegezonden en uw Kamer heeft op 31 maart jl. de voorhang van het Ontwerpbesluit
veilige jaarwisseling (de AMvB) afgerond. Met de toezending van de uitgangspunten
van de nadeelcompensatieregeling aan de beide Kamers heeft het Kabinet invulling gegeven
aan de derde en laatste voorwaarde.6 Het is nu aan beide Kamers om te bepalen of daarmee aan de voorwaarden voor inwerkingtreding
van de Wet veilige jaarwisseling is voldaan. Het Kabinet streeft ernaar om het landelijk
vuurwerkverbod voor consumenten (de Wet veilige jaarwisseling en het Besluit veilige
jaarwisseling) per 1 augustus 2026 in werking te laten treden.
Vraag 10
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en zo spoedig mogelijk beantwoorden?
Antwoord 10
Ja, na afronding van de gesprekken met de vuurwerkbranche zijn de vragen zo snel mogelijk
beantwoord en gelijktijdig met de Kamerbrief over de uitgangspunten van de nadeelcompensatieregeling
verzonden.
Ondertekenaars
A.W.H. Bertram, staatssecretaris van Infrastructuur en Waterstaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.