Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vermeer over de onafhankelijke positie van de rechtbank Den Haag en de uitspraak over de zaak van Greenpeace over het ‘beschermen’ van Bonaire
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei en de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid over de onafhankelijke positie van de rechtbank Den Haag en de uitspraak over de zaak van Greenpeace over het «beschermen» van Bonaire (ingezonden 12 februari 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei), mede namens
de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid (ontvangen 8 mei 2026). Zie ook Aanhangsel
Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1222.
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van de uitspraak van de rechtbank Den Haag van 28 januari 2026
over de «Klimaatzaak Bonaire» van Greenpeace tegen de Staat?
Antwoord 1
Ja, dat heb ik. Op 2 februari 2026 stuurde het vorige kabinet een Kamerbrief met een
eerste appreciatie van deze uitspraak1 en op 10 april over de beslissing om hoger beroep in te stellen2.
Vraag 2
Deelt u het inzicht dat nationale wet- en regelgeving, ook gelet internationale afspraken
en verplichtingen met betrekking tot het klimaat, altijd in het perspectief van een
brede belangenafweging dienen te staan om te evenwicht in beleid en uitvoering te
waarborgen?
Antwoord 2
Ja, en dit gebeurt ook. Regels van internationaal recht, hieronder vallen ook mensenrechtenverdragen,
maken deel uit van de Nederlandse rechtsorde op basis van onze Grondwet (Gw). Artikel 91,
eerste lid, Gw bepaalt dat het Koninkrijk niet aan verdragen gebonden mag worden zonder
voorafgaande goedkeuring van de Staten-Generaal. De verplichting tot naleving van
internationaal recht is vastgelegd in de artikelen 93 en 94 Gw. Zodra regels van internationaal
recht Nederland op internationaal niveau binden, is er de verplichting om deze regels
na te komen, ook in de nationale rechtsorde. Bij de totstandkoming van nationale wet-
en regelgeving wordt steeds een belangenafweging gemaakt. Al bij de voorbereiding
van een wetsvoorstel worden belanghebbende partijen betrokken, bijvoorbeeld door hen
te verzoeken te adviseren. Hierbij worden ook uitvoeringsconsequenties betrokken.
Als het wetsvoorstel vervolgens via internetconsultatie openbaar wordt gemaakt kunnen
burgers, organisaties of professionals adviseren, hun mening of feedback geven. Op
basis van alle voorhanden zijnde informatie wordt een belangenafweging gemaakt waarbij
alle relevante belangen worden betrokken.
Vraag 3
Deelt u de mening dat de rechter het hoogste scenario 8.5 in het IPCC-rapport (met
een stijging van de zeespiegel van 27 centimeter in 2050 en 85 centimeter in 2100)
dat een modelmatige wetenschappelijke benadering bevat over stijging van de zeespiegel
door klimaatverandering ten onrechte interpreteert als feitelijke werkelijkheid in
de motivering van zijn uitspraak?
Antwoord 3
In het algemeen kan ik over de scenario's die zijn gebaseerd op het IPCC-rapport het
volgende mededelen: alle scenario’s zijn gebaseerd op modelberekeningen. Ieder scenario
is een mogelijkheid. De rechtbank heeft het in de uitspraak over de «verwachte» zeespiegelstijging
en geeft de bandbreedtes van de mogelijke zeespiegelstijging weer. Daarmee geeft de
rechtbank de onzekerheid over de mate van zeespiegelstijging door klimaatverandering
weer. Voor ieder mogelijk scenario geldt dat er een verschil in waarschijnlijkheid
van het scenario zit.
Vraag 4
Deelt u de mening dat deze feitelijk onjuiste en onzorgvuldige omgang door de rechter
met een wetenschappelijk rapport geen detail betreft, maar een grove fout is die grote
gevolgen heeft in de onderbouwing en motivering van het vonnis en daarmee in de beoogde
uitwerking voor het beleid van de staat en de al dan niet te nemen maatregelen die
daaruit voortvloeien?
Antwoord 4
Zie hiervoor het antwoord op vraag 3.
Vraag 5
Deelt u de mening dat de rechter wetenschap serieus dient te nemen en daarom extreme
scenario’s in modelmatige rapporten die mede de basis vormen voor een brede belangenafweging
nooit mag verwarren met feitelijke waarheden?
Antwoord 5
Wetenschap dient serieus genomen te worden. De rechtbank beschrijft in de uitspraak
de «verwachte» zeespiegelstijging en geeft de bandbreedtes van de mogelijke zeespiegelstijging
weer. (zie ook het antwoord op vraag 3).
Vraag 6
Hoe beoordeelt u het feit dat in de uitspraak van de rechtbank rekening gehouden wordt
met een zeespiegelstijging van tot 127 cm bij het hoge uitstootscenario, terwijl we
volgens het IPCC op koers liggen voor een gemiddeld uitstootscenario?
Antwoord 6
Het past mij als bewindspersoon niet om duiding te geven aan de overwegingen in een
rechterlijke uitspraak. In het algemeen kan ik zeggen dat de rechtbank de «zeespiegelstijging
tot 127 cm» niet als feit maar als mogelijk scenario noemt. Er is geen reden om dit
scenario uit te sluiten als mogelijkheid, dit doen het IPCC en het KNMI ook niet.
De rechtbank geeft slechts aan wat in verschillende scenario’s de verwachte zeespiegelstijging
is. Daarmee geeft de rechtbank de onzekerheid over de mate van zeespiegelstijging
door klimaatverandering weer.
Vraag 7
Onderkent u het feit dat in de uitspraak wordt verondersteld dat het doel van het
Klimaatakkoord van Parijs «opwarming beperken tot 1,5 graad Celsius» is, terwijl dat
feitelijk onjuist is omdat het akkoord niet spreekt over de opwarming beperken tot
minder dan 1,5 graad Celsius, maar letterlijk «well below» 2 graad Celsius, en over
het nastreven van pogingen («pursue efforts») om aan het einde van de eeuw tot minder
dan 1,5 graad Celsius te komen ten opzichte van het pre-industriële niveau?
Antwoord 7
Het klopt dat artikel 2 van de Overeenkomst van Parijs spreekt over «ruim onder 2°C»
en «streven de stijging te beperken tot 1,5 °C». De rechtbank geeft in de uitspraak
aan dat na de Overeenkomst van Parijs de klimaatdoelen uit de Overeenkomst van Parijs
steeds zijn bevestigd en zelfs aangescherpt. Gelet op het toenemende aantal rampen
door extreme weersomstandigheden en nadere wetenschappelijke inzichten besloten de
VN-verdragstaten onder andere bij het Glasgow Climate Pact (COP26), het Sharm el Sheikh Implementation Plan (COP27) en de First Global Stocktake in Dubai (COP28) dat de opwarming van de aarde moet worden beperkt tot maximaal 1,5 °C.
Daarbij verwijst de rechtbank onder andere naar het advies van het Internationaal
Gerechtshof (IGH). In het IGH-advies kwalificeert het IGH de temperatuurgrens van
1,5°C als het overeengekomen primaire doel van de partijen bij de Overeenkomst van
Parijs ter beperking van de mondiale gemiddelde temperatuurstijging.
Vraag 8
Deelt u de mening dat deze feitelijk onjuiste interpretatie door de rechter van het
Klimaatakkoord geen detail betreft, maar een fout is die grote gevolgen heeft in de
onderbouwing en motivering van het vonnis en daarmee in de beoogde uitwerking voor
het beleid van de staat en de al dan niet te nemen maatregelen die daaruit voortvloeien?
Antwoord 8
Zie het antwoord op vraag 7.
Vraag 9
Welke maatregelen, die de Nederlandse regering de afgelopen jaren trof, hebben bijgedragen
aan de instandhouding of versterking van het koraal bij Bonaire, of welke voorgenomen
maatregelen gaan bijdragen aan de instandhouding of versterking van het koraal?
Antwoord 9
Er is een aantal maatregelen genomen op Bonaire om verdere achteruitgang van koraal
op Bonaire tegen te gaan. Bijvoorbeeld in de afgelopen vier jaar in het kader van
fase 1 van het Natuur en Milieubeleidsplan Caribisch Nederland 2020–2030. Deze zijn
afgestemd met het Openbaar Lichaam Bonaire, gefinancierd door het Rijk, en uitgevoerd
door lokale organisaties onder aansturing van het Openbaar Lichaam. Het gaat hierbij
om een koraalrestauratieproject, natuurherstel Slagbaai, verbetering van beheer van
afvalwater door onder andere uitbreiding van de RWZI, bestrijding van Sargassum, maar
ook de aanpak van loslopend vee zodat er minder sedimentafspoeling richting zee plaatsvindt.
Voor fase 2 zal samen met de Openbare Lichamen vastgesteld worden welke maatregelen
nodig zijn om verdere achteruitgang te voorkomen. Deze maatregelen vallen onder het
Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.
Vraag 10
Deelt u de mening dat het onrealistisch is om te denken dat maatregelen die Nederland
kan treffen ten aanzien van klimaat bijdragen aan instandhouding of versterking van
het koraal bij Bonaire?
Antwoord 10
Er zijn maatregelen genomen op Bonaire om verdere achteruitgang van koraal op Bonaire
tegen te gaan (zie het antwoord op vraag 9). Deze maatregelen kunnen bijdragen aan
instandhouding of versterking van het koraal. Daarbij merk ik op dat de rechtbank
in de uitspraak aangeeft dat landen een deelverantwoordelijkheid hebben om maatregelen
te treffen om klimaatverandering te voorkomen.
Vraag 11
Deelt u de mening dat in de uitspraak van de rechtbank aantoonbare onjuistheden en
onvolledige weergaven van internationale afspraken staan, zodat deze uitspraak geen
stand kan houden en hoger beroep geboden is?
Antwoord 11
De Kamer is geïnformeerd over de beslissing om hoger beroep in te stellen. Het kabinet
zal de precieze gronden van het hoger beroep bepalen en uitwerken.
Vraag 12
Hoe beoordeelt u het dat de landsadvocaat heeft nagelaten om tegenargumenten te geven
tegen aantoonbare onjuiste beweringen van de eisende partij?
Antwoord 12
Deze veronderstelling in uw vraag deel ik niet. In een civielrechtelijke procedure
als onderhavige stellen partijen eigen processtukken op. Zo heeft de Staat met een
conclusie van antwoord en een conclusie van dupliek gereageerd op de vorderingen en
stellingen van Greenpeace. Door middel van deze processtukken heeft de Staat verweer
gevoerd tegen stellingen waar volgens de Staat een andere interpretatie van bestaat
of stellingen die volgens de Staat onjuist of onvoldoende onderbouwd waren.
Vraag 13
Hoe beoordeelt u het feit dat de rechter en voorzitter van de zitting publiekelijk
op social media al jarenlang frequent uitspraken doet over zijn uitgesproken opvattingen
over klimaat, geopolitiek en zelfs een petitie deelt om «het financieren van de klimaatcrisis»
te stoppen?
Antwoord 13
Voor een sterke, goed functionerende rechtspraak is het belangrijk dat rechters volop
deelnemen aan het maatschappelijke leven. Ook rechters hebben, net als iedereen in
Nederland, vrijheid van meningsuiting. Voor rechters zitten hier wel grenzen aan.
Rechters hebben immers ook een bijzondere positie in de samenleving. De samenleving
moet op de Rechtspraak kunnen vertrouwen. De Rechtspraak heeft een gedragscode die
online te raadplegen is. In de Gedragscode Rechtspraak3 is ook aandacht voor het gebruik van sociale media. Ten slotte heeft de Nederlandse
Vereniging voor Rechtspraak (NVvR) een rechterscode. De NVvR-rechterscode is in 2026
geactualiseerd en bevat normen die rechters zichzelf stellen. Zowel binnen als buiten
de zittingszaal.
Indien een partij twijfelt aan de onpartijdigheid van een rechter kan hij of zij een
wrakingsverzoek indienen. Wraken is het formeel vragen om een andere rechter voorafgaand
aan of tijdens een rechtszaak, omdat de huidige rechter partijdig of vooringenomen
lijkt.
Vraag 14
Deelt u de mening dat een rechter die herhaaldelijk persoonlijke opvattingen deelt
over klimaatbeleid niet onafhankelijk en daarom niet geschikt is om een gerechtelijke
uitspraak te doen over klimaatbeleid?
Antwoord 14
De onafhankelijkheid en onpartijdigheid van de rechtspraak worden via verschillende
wegen voldoende gewaarborgd, zie het antwoord op vraag 13.
Vraag 15
Waarom heeft de landsadvocaat geen verzoek gedaan om de rechter te wraken omdat hij
publiekelijk persoonlijke opvattingen deelt over klimaatbeleid?
Antwoord 15
Indien een partij twijfelt aan de onpartijdigheid van een rechter kan hij of zij een
wrakingsverzoek indienen. In de rechtszaak over klimaatverandering op Bonaire heeft
de Staat geen aanleiding gezien om de landsadvocaat te vragen een wrakingsverzoek
in te dienen. Zie verder het antwoord op vragen 13 en 14.
Vraag 16
Hoe beoordeelt u het feit dat deze rechter in het verleden ook gerechtelijke uitspraken
met verstrekkende gevolgen voor democratisch beleid heeft gedaan over stikstof en
klimaat?
Antwoord 16
Om te waarborgen dat rechtszaken op basis van objectieve maatstaven aan rechters in
een rechtsgebied of team worden toebedeeld zijn in ieder gerecht regels opgesteld
voor zaakstoedeling. De Code zaakstoedeling4 heeft tot doel te waarborgen dat rechtszaken op basis van objectieve maatstaven aan
de rechters worden toegedeeld. Een rechter kan aldus betrokken zijn bij meerdere uitspraken.
Ik heb geen reden om aan te nemen dat deze Code in dit geval onjuist is toegepast
of dat voornoemde gedragscodes zijn geschonden (zie het antwoord op vragen 13 en 14).
Vraag 17
Gaat de Staat in hoger beroep tegen de uitspraak?
Antwoord 17
Het kabinet heeft de Kamer geïnformeerd over de beslissing om hoger beroep in te stellen.
Het kabinet zal de precieze gronden van het hoger beroep bepalen en uitwerken.
Vraag 18
Deelt u de mening dat de onmiskenbaar vooringenomen houding van de rechter die zijn
positie om onafhankelijk en onbevooroordeeld te oordelen leidt tot een mogelijke herzieningsgrond,
dit nog afgezien van voldoende zwaarwegende argumenten om in hoger beroep te gaan?
Antwoord 18
Zoals hiervoor al is gemeld, is er geen aanleiding geweest voor de Staat om de rechter
te wraken. De Kamer is geïnformeerd over de beslissing om hoger beroep in te stellen.
Een herziening (of zoals dat in het civiele recht heet, een herroeping) is overigens
in Nederland alleen mogelijk als tegen de uitspraak geen rechtsmiddel meer openstaat
(en in zeer uitzonderlijke gevallen). Daarvan is in dit geval geen sprake.
Vraag 19
Kunt u deze vragen ieder afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 19
Ja.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei -
Mede namens
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.