Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over het werkbezoek aan Marokko
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het werkbezoek aan Marokko (ingezonden 24 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 8 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «De lange arm van Marokko: actiegroep waarschuwt Kamer
voor spionage en intimidatie in Nederland»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Heeft u bij uw werkbezoek aan Marokko bij uw ambtsgenoot aangedrongen te stoppen met
de spionage en intimidatie van Marokkaanse Nederlanders in Nederland? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 2
De Nederlandse overheid is alert op ongewenste buitenlandse inmenging van andere landen
in Nederland. Wanneer het kabinet constateert dat er sprake is van statelijke inmenging,
worden landen hier consequent op aangesproken. Het staat andere landen, ook Marokko,
vrij om banden te onderhouden met mensen met de Marokkaanse nationaliteit die in Nederland
wonen. Voor alle landen geldt: mits dit geschiedt op basis van vrijwilligheid en binnen
de grenzen van onze rechtsstaat. Deze boodschap wordt structureel en breed uitgedragen
door de Nederlandse overheid. Ook in de goede en open relatie met Marokko.
Vraag 3
Heeft u uw ambtsgenoot aangesproken op de arrestatie van meer dan vijfduizend mensen
die vorig jaar demonstreerden tegen corruptie en de staat van de gezondheidszorg in
Marokko? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Ik heb tijdens mijn bezoek een breed scala aan onderwerpen besproken met mijn ambtsgenoot.
De demonstraties en arrestaties waar u naar verwijst zijn bij dit eerste bezoek niet
aan bod gekomen. Recht op demonstratie en vrijheid van meningsuiting zijn een groot
goed, en worden ook in gesprekken met Marokkaanse autoriteiten besproken.
Vraag 4
Heeft u gepoogd om het mensenrechtenvraagstuk expliciet in de gezamenlijke verklaring
op te nemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
We hebben met Marokko een open en gelijkwaardige dialoog waarbinnen ook mensenrechten
aan bod komen. Tijdens het bezoek van Minister Bourita aan Nederland in december 2025
is daarnaast afgesproken een informele bilaterale mensenrechtendialoog op te zetten.
Dit voornemen is expliciet opgenomen in de gezamenlijke verklaring van het bezoek
van december jl. Opnieuw vastleggen was daarom niet nodig in onze optiek. Met Marokko
werken we aan het laten plaatsvinden van de informele bilaterale mensenrechtendialoog
in Nederland later dit jaar.
Vraag 5
Heeft u bij dit werkbezoek, in lijn met de breed aangenomen motie Piri en Dobbe (Kamerstuk
32 735, nr. 407), de druk op de Marokkaanse regering opgevoerd om Nasser Zefzafi en andere politieke
gevangenen vrij te laten? Zo ja, op welke manier heeft u dat tijdens dit werkbezoek
gedaan? Zo nee, waarom niet? Op welke manier bent u dan wel voornemens om de motie
uit te voeren?
Antwoord 5
In het verslag van de Raad Buitenlandse Zaken van 20 oktober 2025 (Kamerstuk 21 501-02, nr. 3265) informeerde ik u over de manier waarop uitvoering is gegeven aan de motie Piri en
Dobbe (Kamerstuk 32 735, nr. 407). De Nederlandse zorg over politieke gevangenen, zoals de heer Zefzafi, is op hoogambtelijk
niveau uitgesproken. Nederland zal zich hier sterk voor blijven maken.
Vraag 6
Kunt u bovenstaande vragen elk afzonderlijk beantwoorden?
Antwoord 6
Ja.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.