Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Dobbe over de Toetsingsconferentie van het Non- proliferatieverdrag
Vragen van het lid Dobbe (SP) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de Nederlandse inzet tijdens de toetsingsconferentie van het non-proliferatieverdrag (ingezonden 20 april 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 8 mei 2026).
Vraag 1
Kunt u aangeven wie namens de Nederlandse regering aanwezig zullen zijn bij de aanstaande
toetsingsconferentie van het Non-Proliferatieverdrag (NPV) in New York en met welke
inzet zij deelnemen?1
Antwoord 1
Nederland werd op hoogambtelijk en ambtelijk niveau vertegenwoordigd. De Nederlandse
delegatie werdt geleid door de ontwapeningsambassadeur, tevens Permanent Vertegenwoordiger
bij de Ontwapeningsconferentie te Genève. Tijdens het opening (high level) segment in de eerste week was Nederland vertegenwoordigd door de directeur-generaal
Politieke Zaken van het Ministerie van Buitenlandse Zaken, in de hoedanigheid van
Vice-Minister. De delegatie bestond verder uit vertegenwoordigers van het inisterie van Buitenlandse
Zaken, vanuit het departement (Den Haag), de permanente vertegenwoordigingen in New
York, Genève en Wenen alsook de ambassade in Washington.
De Nederlandse inzet is uiteengezet in de Kamerbrief «De Nederlandse inzet voor de
NPV Toetsingsconferentie 2026» (Kamerstuk 33 783, nr. 53), die op 17 april 2026 aan uw Kamer is gestuurd.
Vraag 2
Bent u het ermee eens dat, in tijden van hoogopgelopen spanningen, het opzeggen van
wapenbeheersingsverdragen, uitbreiding van nucleaire arsenalen en agressieoorlogen
door kernmachten, nucleaire ontwapening nóg belangrijker is geworden?
Antwoord 2
Zoals in voornoemde Kamerbrief (Kamerstuk 33 783, nr. 53) is beschreven, blijft een kernwapenvrije wereld het uiteindelijke doel van de NAVO
en ook van Nederland. In deze veranderende wereld maakt het kabinet doorlopend een
afweging tussen het streven naar een wereld zonder kernwapens en de veiligheidssituatie
van het moment. Eenzijdige ontwapening door NAVO-bondgenoten maakt de wereld voor
Nederland niet veiliger. Ontwapening is een complex proces van lange adem. Het bereiken
van dit doel is van veel partijen afhankelijk en gekoppeld aan de mondiale veiligheidssituatie,
waardoor het een proces met stapsgewijze, incrementele vooruitgang en soms – al dan
niet tijdelijke – achteruitgang is.
Vraag 3
Deelt u onze zorgen dat het NPV onder toenemende druk staat? Kunt u uw antwoord toelichten?
Antwoord 3
De bredere architectuur op het terrein van wapenbeheersing, non-proliferatie en ontwapening
staat inderdaad onder druk. Cruciale afspraken en verdragen lopen af of worden beëindigd
en de bereidheid om de dialoog aan te gaan en multilaterale compromissen te zoeken
is aan erosie onderhevig. Het Non-proliferatieverdrag (NPV) geniet echter nog steeds
brede steun van de internationale gemeenschap. Alleen kernwapenbezitters India, Israël,
Pakistan en Noord-Korea (in 2003 uitgetreden) en Zuid-Soedan zijn geen partij bij
het NPV. Bovendien waren 190 van de 191 verdragspartijen bij de tiende Toetsingsconferentie
in augustus 2022 bereid de slottekst te ondersteunen, ondanks aanzienlijke compromissen
die alle landen hebben moeten accepteren. Enkel Rusland was destijds tegen.
Vraag 4
Zal Nederland zich tijdens de toetsingsconferentie uitspreken voor uitvoering van
artikel 6 van het verdrag, dat staten verplicht nucleair te ontwapenen? Zo ja, kunt
u aangeven welke concrete stappen op dit punt worden voorgesteld?
Antwoord 4
Nederland blijft zich inzetten voor alomvattende, onomkeerbare en controleerbare nucleaire
ontwapening in lijn met artikel VI van het NPV en heeft tijdens het algemene debat
van de NPV Toetsingsconferentie benoemd dat kernwapens geleidelijk moeten worden afgebouwd
en uiteindelijk volledig geëlimineerd. Het huidige tijdsgewricht vraagt echter om
realisme ten aanzien van de ontwapeningsdoelen van het NPV. Het vertrouwen tussen
kernwapenstaten is momenteel laag en dit beperkt op korte termijn het uitzicht op
significante ontwapeningsstappen. Nederland hecht daarom waarde aan versterking van
de non-proliferatiearchitectuur en maatregelen die de kans op gebruik van kernwapens
verlagen. Hierbij valt onder meer te denken aan meer transparantie over nucleaire
doctrines en uitbreidingen van arsenalen, vertrouwenwekkende maatregelen tussen kernwapenbezitters
en het verder ontwikkelen van technieken om toekomstige reducties en ontwapening te
monitoren en verifiëren.
Zoals ook bij het antwoord op vraag 2 aangegeven, blijft gelden dat een wereld waarin
NAVO-bondgenoten eenzijdig ontwapenen en andere landen niet, voor Nederland geen veiligere
wereld is. Zolang kernwapens bestaan in de wereld, blijft de NAVO een nucleaire alliantie
en blijft nucleaire afschrikking een essentiële rol spelen bij het behouden van strategisch
evenwicht en het voorkomen van de inzet van kernwapens.
Vraag 5, 6 en 7
Bent u van mening dat zogenoemde moderniseringsprogramma’s voor kernwapens, die de
levensduur van deze massavernietigingswapens decennia rekken, en ook het uitbreiden
van kernwapenarsenalen haaks staan op artikel 6 van het NPV? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om zich tijdens de toetsingsconferentie uit te spreken tegen modernisering
van kernwapens en uitbreiding van arsenalen? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om zich tijdens de toetsingsconferentie uit te spreken tegen uitbreiding
van kernwapenarsenalen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5, 6 en 7
Al geruime tijd zijn de meeste kernwapenbezitters bezig met het moderniseren van hun
kernwapenarsenalen. Deze moderniseringsprogramma’s staan op zichzelf niet haaks op
artikel VI van het NPV en kunnen bijvoorbeeld gericht zijn op het blijvend garanderen
van de veiligheid, beveiliging en effectiviteit van deze wapens. Dit geldt in ieder
geval voor de moderniseringsprogramma’s van de arsenalen van NAVO-bondgenoten Frankrijk,
het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten.
Tegelijkertijd breidt China op ondoorzichtige wijze zijn kernwapenarsenaal uit en
ontwikkelt Rusland nieuwe overbrengingsmiddelen die de strategische balans tussen
kernwapenstaten ondermijnen.
Zoals bij de beantwoording van vraag 4 is aangegeven heeft Nederland tijdens het algemene
debat van de NPV Toetsingsconferentie onderstreept dat kernwapens, overeenkomstig
artikel VI, geleidelijk moeten worden afgebouwd en uiteindelijk volledig geëlimineerd.
Daarbij zijn kernwapenstaten opgeroepen om met prioriteit stappen te zetten op thema’s
als risicoreductie en transparantie, zodat nucleair conflict voorkomen wordt en het
onderlinge vertrouwen onder kernwapenbezitters zich kan herstellen, en daarmee inspanningen
op het gebied van ontwapening, non-proliferatie en wapenbeheersing weer plaats kunnen
vinden. Tevens heeft Nederland China opgeroepen de rappe uitbreiding van het kernwapenarsenaal
te herzien en zich voor wapenbeheersing in te spannen. Tot slot heeft Nederland de
drie landen met de grootste kernwapenarsenalen – de Verenigde Staten, Rusland en China –
opgeroepen een nieuwe strategische wapenbeheersingsovereenkomst overeen te komen,
maar daar is wel een basis van onderling vertrouwen voor nodig.
Zoals bij de beantwoording van vraag 2 en vraag 4 is aangegeven, is enig realisme
waar het gaat om ontwapening in het huidig tijdsgewricht van belang.
Vraag 8
Kunt u aangeven hoe de meerderheid van lidstaten bij het NPV aankijkt tegen zogeheten
nuclear sharing, waar Nederland in NAVO-verband aan deelneemt? Klopt het dat dit wordt gezien als
niet in lijn met van het verdrag?
Antwoord 8
Sinds enkele jaren worden de zogeheten nuclear sharing
arrangementsvan NAVO door bepaalde NPV verdragspartijen, in het bijzonder Rusland en China, bekritiseerd.
Deze kritiek neemt toe, waarbij sommige landen stellen dat de NAVO-afspraken niet
in lijn zouden zijn met het NPV. Deze NAVO-afspraken bestaan echter reeds decennia
en zijn volledig in lijn met het NPV. Ze waren onderdeel van de onderhandelingen over
het NPV en geen van de verdragspartijen heeft formeel bezwaar aangetekend tegen de
afspraken bij de ondertekening van het verdrag in 1968, de inwerkingtreding in 1970
of in de decennia daarna.
Vraag 9 en 10
Bent u bereid om tijdens de toetsingsconferentie erop aan te dringen dat in het slotdocument
stevige taal wordt opgenomen over de catastrofale gevolgen van inzet van kernwapens
en daaraan te koppelen dat een kernoorlog nooit gevochten mag worden?
Deelt u de opvatting dat kernwapens, vanwege hun ongekende vernietigende kracht waarmee
geen onderscheid gemaakt kan worden tussen burgers en militairen, niet in lijn met
het oorlogsrecht ingezet kunnen worden? Zult u dit uitdragen tijdens de conferentie?
Antwoord 9 en 10
Nederland onderkent in algemene zin de verwoestende humanitaire en klimatologische
gevolgen van kernwapens. Het valt echter niet met zekerheid vast te stellen dat het
gebruik van kernwapens onder alle omstandigheden in strijd met het humanitair oorlogsrecht
zou zijn, zoals werd opgemerkt in het advies van het Internationaal Gerechtshof uit
1996 (Legality of the Threat or Use of Nuclear Weapons).
Vraag 11
Is de Nederlandse delegatie voorstander van positieve woorden in het slotdocument
over het verdrag inzake het verbod op kernwapens (Treaty on the Prohibition on Nuclear
Weapons, TPNW), specifiek dat dit verdrag wordt verwelkomd en landen worden opgeroepen
zich erbij aan te sluiten? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Nederland is niet aangesloten bij het Verdrag inzake het verbod op kernwapens (TPNW)
omdat het haaks staat op onze NAVO-verplichtingen. Daarnaast is Nederland van mening
dat effectieve ontwapening alleen kansrijk is met betrokkenheid van kernwapenstaten
en met robuuste verificatie. Nederland zet daarom in op versterking van het NPV-kader
en praktische maatregelen die bijdragen aan risicoreductie, toekomstige reducties
en ontwapening.
Vraag 12
Bent u voorstander van een Midden-Oosten vrij van kernwapens en andere massavernietigingswapens?
Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat doet Nederland om dit te bespoedigen?
Antwoord 12
Nederland is voorstander van zones vrij van kernwapens en andere massavernietigingswapens.
Voor het Midden-Oosten is dit in lijn met de resolutie die hierover werd aangenomen
door de NPV Toetsingsconferentie in 1995. De instelling van dergelijke zones kan,
zoals beschreven in het actieplan van de NPV Toetsingsconferentie in 2010, alleen
plaatsvinden door middel van vrijwillige overeenkomsten tussen alle staten in de regio.
De regionale veiligheidssituatie noopt tot realisme over de haalbaarheid op korte
termijn van een dergelijke zone in het Midden-Oosten. In de tussentijd moedigt Nederland
alle belanghebbenden, en met name de staten in de regio, aan om deel te nemen aan
overleggen om tot een inclusief en op consensus gebaseerd proces te komen voor de
uitvoering van de resolutie uit 1995.
Vraag 13
Zal Nederland zich tijdens de toetsingsconferentie uitspreken voor meer transparantie
over kernwapens? Zo nee, waarom niet? Zo ja, op welke maatregelen wordt dan concreet
aangedrongen en wat doet Nederland zelf voor extra transparantie?
Antwoord 13
Transparantie is belangrijk om onderling vertrouwen te verbeteren, nucleaire risico’s
te verminderen en op den duur stappen te zetten op het gebied van ontwapening. Het
verbeteren van transparantie is daarom een langdurige Nederlandse prioriteit binnen
het NPV. Middels het cross-regionale Non-Proliferation and Disarmament Initiative (NPDI) dringt Nederland bijvoorbeeld aan op transparantie over nucleaire doctrines
en arsenalen; versterkte nationale rapportage over NPV-implementatie; en interactieve
dialogen over nationale implementatie, met name die van kernwapenstaten, tijdens verdragsbijeenkomsten.2 Tevens financiert Nederland samen met Canada een tweetal projecten van de onafhankelijke
denktank British American Security Information Council (BASIC) – nl. de NPT Monitor en de Nuclear Transparency Inventory – die erop gericht zijn de implementatie van het NPV door verdragspartijen alsmede
de transparantiepraktijken van kernwapenstaten te volgen. Tenslotte heeft Nederland
zoals gebruikelijk een nationaal implementatierapport ingediend voorafgaand aan de
Toetsingsconferentie.3
Vraag 14 en 16
Kunt u nader toelichten wat de precieze plannen zijn in het kader van samenwerking
met Frankrijk op het gebied van nucleaire wapens? Waarom wordt hierover relatief weinig
informatie gedeeld?
Heeft Nederland samenwerking met Frankrijk op het gebied van nucleaire wapens toegezegd?
Wat is de status van de gesprekken hierover? Indien het kabinet voornemens is samenwerking
met Frankrijk op dit gebied toe te zeggen, wordt de Kamer daar, voorafgaande aan besluitvorming,
over geïnformeerd en betrokken?
Antwoord 14 en 16
Op 2 maart jl. is uw Kamer op de hoogte gesteld van de beoogde samenwerking met Frankrijk
op het gebied van nucleaire en conventionele afschrikking in Europa (Kamerstuk 33 279, nr. 40). Dit betreft een strategische dialoog ter versterking van de Europese dimensie van
de Franse nucleaire doctrine. Het Kabinet beziet momenteel hoe deze samenwerking wordt
ingevuld.
Gezien de aard van deze onderwerpen kan het Kabinet, conform de met de Kamer overeengekomen
praktijk, weinig tot geen nadere details over de beoogde samenwerking met Frankrijk
openbaar maken. Wanneer wenselijk en mogelijk, zal het kabinet uw Kamer op passende
wijze op de hoogte houden van de ontwikkelingen.
Vraag 15
Is uitgesloten dat samenwerking met Frankrijk het NPV schendt? Zo ja, hoe wordt dit
uitgesloten? Kunt u toelichten hoe het NPV naar uw opvatting de samenwerking met Frankrijk
begrenst?
Antwoord 15
Ja. De beoogde samenwerking met Frankrijk is niet in strijd met de verplichtingen
van het NPV. Dit is voor zowel Nederland als Frankrijk een leidend principe. Op dit
moment kunnen er geen aanvullende uitspraken worden gedaan over de beoogde samenwerking.
Vraag 17
Wat is de status van nucleaire wapens van de Verenigde Staten op vliegbasis Volkel?
Hoe verhoudt zich de aanwezigheid van nucleaire wapens op vliegbasis Volkel met het
NPV?
Antwoord 17
Vanwege veiligheidsredenen en bondgenootschappelijke afspraken doet het kabinet geen
mededelingen over aantallen of locaties van nucleaire wapens in Europa. Ten aanzien
van de verhouding van de praktijk van nucleair sharing tot het NPV verwijs ik graag
naar mijn antwoord op vraag 8.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.