Schriftelijke vragen : De overlast van invasiewaterplanten
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over de overlast van invasiewaterplanten (ingezonden 7 mei 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het artikel «Overlast invasieve waterplanten. «Boosdoeners» én methoden
van bestrijding in beeld» in het mei-nummer 2026 van het VISblad?1
Vraag 2
Deelt u de constatering dat invasieve uitheemse waterplanten, zoals de waterteunisbloem
(Ludwigia grandiflora), zich steeds verder verspreiden in Nederlandse wateren en daarbij
inheemse flora en fauna verdringen?
Vraag 3
Kunt u een actueel overzicht geven van de verspreiding in Nederland van invasieve
waterplanten, waaronder watercrassula (Crassula helmsii) en grote waternavel (Hydrocotyle
ranunculoides), en aangeven hoe deze verspreiding zich in de afgelopen jaren heeft
ontwikkeld?
Vraag 4
Welke ecologische gevolgen hebben deze invasieve waterplanten voor visstanden, waterkwaliteit
en biodiversiteit?
Vraag 5
In hoeverre belemmeren invasieve waterplanten het recreatief gebruik van wateren,
waaronder sportvisserij, waterrecreatie en onderhoud van watergangen?
Vraag 6
Welke rol spelen waterschappen bij de signalering, beheersing en bestrijding van invasieve
waterplanten en op welke wijze vindt landelijke coördinatie plaats?
Vraag 7
Welke bestrijdings- en beheersmaatregelen worden momenteel toegepast en wat is bekend
over de effectiviteit en duurzaamheid van deze maatregelen?
Vraag 8
Zijn er volgens u voldoende financiële en personele middelen beschikbaar bij waterschappen
en andere beheerders om de problematiek van invasieve waterplanten effectief aan te
pakken?
Vraag 9
In hoeverre draagt de verkoop van potentieel invasieve waterplanten via tuincentra
en webshops bij aan verdere verspreiding in het Nederlandse watersysteem?
Vraag 10
Kunt u toelichten hoe Nederland uitvoering geeft aan de Europese exotenverordening
(Verordening (EU) nr. 1143/2014) voor wat betreft invasieve waterplanten?
Vraag 11
Klopt het dat verbodsbepalingen uit de Europese exotenverordening uitsluitend gelden
voor soorten die zijn opgenomen op de zogeheten Unielijst en dat invasieve uitheemse
soorten die niet op deze lijst staan nog steeds verhandeld mogen worden?
Vraag 12
Acht u het wenselijk dat ernstig schadelijke invasieve waterplanten die (nog) niet
op de Unielijst staan nationaal beperkender worden gereguleerd, bijvoorbeeld via verkoopverboden
of aanvullende beheersmaatregelen?
Vraag 13
Hoe zijn de verantwoordelijkheden op het terrein van invasieve waterplanten verdeeld
tussen het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat en het Ministerie van Landbouw,
Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en leidt deze verdeling in de praktijk tot knelpunten
in de aanpak?
Vraag 14
Welke rol spelen maatschappelijke organisaties, waaronder hengelsportorganisaties
en natuurbeheerders, bij het signaleren en bestrijden van invasieve waterplanten?
Vraag 15
Wordt het effect van bestrijding en beheer van invasieve waterplanten structureel
gemonitord en zo ja, hoe worden deze resultaten gebruikt voor beleidsverbetering?
Vraag 16
Bent u bereid te komen tot een nationale strategie voor invasieve waterplanten, waarin
preventie, handel, bestrijding, verantwoordelijkheidsverdeling en samenhang met doelen
uit de Kaderrichtlijn Water expliciet worden betrokken?
Vraag 17
Erkent u dat snelgroeiende waterplanten in onder andere het Markermeer en de Randmeren
leiden tot onveilige situaties voor watersporters en zwemmers?
Vraag 18
Hoe beoordeelt u het feit dat boten regelmatig vastlopen en zelfs reddingsboten hinder
ondervinden van waterplanten?
Vraag 19
Kunt u aangeven hoe vaak hulpdiensten, zoals de Koninklijke Nederlandse Redding Maatschappij
(KNRM), moeten uitrukken vanwege problemen met waterplanten en hoe deze trend zich
ontwikkelt?
Vraag 20
Bent u bereid om met de KNRM in gesprek te gaan over de overlast van waterplanten
zodat voorkomen kan worden dat ze onnodig veel moeten uitrukken.
Vraag 21
Deelt u de zorg dat watersporters soms risicovolle handelingen verrichten om hun schroef
vrij te maken, met mogelijk levensgevaarlijke situaties tot gevolg?
Vraag 22
Waarom worden waterplanten voornamelijk gemaaid in hoofdvaargeulen, terwijl recreatiegebieden
en zwemlocaties relatief onbehandeld blijven?
Vraag 23
Welke concrete maatregelen neemt u om de veiligheid buiten de hoofdvaargeulen te verbeteren,
waar juist veel recreanten aanwezig zijn?
Indieners
-
Gericht aan
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Caroline van der Plas, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.