Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bikker en Grinwis over het veronachtzamen van de zorgplicht voor gokverslaafden door het negeren van Cruks-bescherming door een staatsdeelneming
Vragen van de leden Bikker en Grinwis (beiden ChristenUnie) aan de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid en de Minister van Financiën over het veronachtzamen van de zorgplicht voor gokverslaafden door het negeren van Cruks-bescherming door een staatsdeelneming (ingezonden 2 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van Bruggen (Justitie en Veiligheid), mede namens de
Staatssecretaris van Financiën (ontvangen 4 mei 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen,
vergaderjaar 2025–2026, nr. 1742.
Vraag 1
Deelt u de opvatting dat het actief benaderen van personen met een Cruks-registratie
door kansspelaanbieders onverenigbaar is met het doel en de strekking van de Wet op
de kansspelen, namelijk het beschermen van kwetsbare spelers tegen (verdere) gokschade?
Antwoord 1
Ja, ik deel deze opvatting. Op grond van artikel 2, vierde lid van het Besluit werving,
reclame en verslavingspreventie kansspelen mogen vergunninghouders hun wervings- en
reclameactiviteiten niet richten op kwetsbare personen, waaronder personen die zich
hebben uitgesloten van deelname. Dit geldt ook voor uitsluiting via het Centraal Register
Uitsluiting Kansspelen (Cruks). In praktijk is dit voor vergunninghouders echter lastig
te bewerkstelligen. Op grond van artikel 33h van de Wet op de kansspelen is de raadpleegbasis
van Cruks voor vergunninghouders namelijk beperkt tot het verlenen van toegang van
spelers tot de speelhal, het casino of de spelinterface. Dit betekent dat het voor
vergunninghouders niet is toegestaan om bij het versturen van reclame te controleren
of iemand in Cruks staat ingeschreven.
Dit signaal is mij bekend en ik vind het problematisch dat kwetsbare personen hierdoor
reclame kunnen ontvangen. Ik werk op dit moment aan een wetswijziging voor online
gokken. Onderdeel hiervan is een reclameverbod voor online gokken, in lijn met het
coalitieakkoord. Een ander onderdeel hiervan betreft verbeteringen van de werking
van Cruks, zodat tevens voorkomen wordt dat mensen die in Cruks staan ingeschreven
geconfronteerd worden met werving- of reclameactiviteiten vanuit Holland Casino of
de speelautomatenhallen.
Vraag 2 en 3
Hoe beoordeelt u het feit dat Holland Casino, een staatsdeelneming, personen met een
actieve Cruks-registratie benadert met marketingmails en persoonlijke aanbiedingen,
terwijl dit wettelijk verboden is?
Deelt u de opvatting dat juist van een staatsbedrijf verwacht mag worden dat het de
wet niet alleen formeel naleeft, maar ook in geest en uitvoering het goede voorbeeld
geeft?
Antwoord 2 en 3
De Staatssecretaris van Financiën geeft voor de beantwoording van deze vraag aan dat
het publieke belang centraal staat, in dit geval het beschermen van burgers tegen
kansspelgerelateerde schade. Het naleven van wet- en regelgeving door Holland Casino
is daarbij een randvoorwaarde. Daarnaast verwacht de Staatssecretaris van Financiën
van Holland Casino dat zij niet alleen naar de letter, maar ook naar de geest van
de wet handelt en zo het goede voorbeeld geeft binnen de kansspelsector.
Na het binnenkomen van uw vragen, heeft het Ministerie van Financiën zich direct door
Holland Casino op de hoogte laten stellen over de situatie. Het is gebleken dat het
Holland Casino in dit geval niet is toegestaan om bij het versturen van reclame te
controleren of iemand in Cruks staat ingeschreven, zoals toegelicht in het antwoord
op vraag 1.
Vraag 4
Bent u het ermee eens dat dergelijke marketing richting Cruks-ingeschrevenen het risico
op terugval in gokverslaving vergroot (bijvoorbeeld via illegale aanbieders) en daarmee
haaks staat op het verslavingspreventiebeleid van de overheid?
Antwoord 4
Ja. Daarom wil de wet- en regelgeving aanpassen, zoals beschreven in mijn antwoord
op vraag 1.
Vraag 5
Bent u van mening dat slachtoffers die door dit soort illegale marketinguitingen terugval
in hun verslaving ondervinden recht hebben op compensatie door het desbetreffende
gokbedrijf (en in het geval van een staatsgokbedrijf ook door de overheid)?
Antwoord 5
Gezien het geschetste antwoord op vraag 1, zie ik geen aanleiding voor een compensatie.
Het oordeel hierover is echter voorbehouden aan de rechter.
Vraag 6
Welke concrete stappen gaat u zetten om te waarborgen dat overtredingen van het marketingverbod
richting Cruks-ingeschrevenen daadwerkelijk worden opgespoord en bestraft, in het
bijzonder wanneer het een staatsdeelneming betreft?
Antwoord 6
Aanpassing van wet- en regelgeving is nodig om goede naleving mogelijk te maken van
het verbod op het richten van werving- en reclameactiviteiten op personen die zich
hebben uitgesloten van deelname aan kansspelen. Hier werk ik aan, zoals toegelicht
in het antwoord op vraag 1. Het is aan de Kansspelautoriteit om toe te zien op de
naleving van de wet- en regelgeving en in voorkomend geval te handhaven.
Vraag 7
Bent u bereid om als aandeelhouder van Holland Casino in te grijpen indien blijkt
dat Cruks-registraties structureel niet correct worden verwerkt in marketing- en klantensystemen?
Antwoord 7
De Staatssecretaris van Financiën geeft voor de beantwoording van deze vraag aan dat
hij het van groot belang acht dat Holland Casino haar zorgplicht richting de burger
serieus neemt en dat zij handelt in het publieke belang. Zoals genoemd in het antwoord
op vraag 2 en 3 heeft het Ministerie van Financiën zich direct op de hoogte laten
stellen door Holland Casino. Gelet op het antwoord op vraag 1 bestaat er momenteel
geen aanleiding tot ingrijpen. Wel zie ik aanleiding voor het aanpassen van de wet-
en regelgeving, zoals tevens toegelicht in het antwoord op vraag 1. In andere gevallen
ziet de Kansspelautoriteit toe op de naleving van wet- en regelgeving.
Vraag 8
Kunt u deze vragen afzonderlijk en het liefst binnen de gebruikelijke termijn, maar
in elk geval ruim voorafgaand aan het commissiedebat over Staatsdeelnemingen (op 17 juni
2026) beantwoorden?
Antwoord 8
Voor de samenhang van de beantwoording heb ik ervoor gekozen om vragen 2 en 3 gezamenlijk
te beantwoorden.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
K.T. van Bruggen, staatssecretaris van Justitie en Veiligheid -
Mede namens
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.