Voorstel van wet : Voorstel van wet
36 936 Wijziging van de Wet milieubeheer en de Wet op de economische delicten in verband met een jaarverplichting voor het vervangen van het waterstofgebruik door exploitanten van industriële installaties in de industrie door het gebruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong ter ondersteuning van het behalen van het doel in de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328) ter bevordering van het verbruik van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie (Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong in de industrie)
ARTIKEL I
ARTIKEL II
ARTIKEL III
ARTIKEL IV
ARTIKEL V
Nr. 2 VOORSTEL VAN WET
Wij Willem-Alexander, bij de gratie Gods, Koning der Nederlanden, Prins van Oranje-Nassau,
enz. enz. enz.
Allen, die deze zullen zien of horen lezen, saluut! doen te weten:
Alzo Wij in overweging genomen hebben, dat het wenselijk is de Wet milieubeheer en
de Wet op de economische delicten te wijzigen om een jaarverplichting voor het gebruik
van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong voor exploitanten van
industriële installaties in de industrie op te nemen ter ondersteuning van het behalen
van het doel in de richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad
van 11 december 2018 ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare
bronnen (PbEU 2018, L 328);
Zo is het, dat Wij, de Afdeling advisering van de Raad van State gehoord, en met gemeen
overleg der Staten-Generaal, hebben goedgevonden en verstaan, gelijk Wij goedvinden
en verstaan bij deze:
ARTIKEL I
De Wet milieubeheer wordt als volgt gewijzigd:
A
In artikel 2.2, eerste lid, wordt «titels 9.7 en 9.8» vervangen door «titels 9.7,
9.8 en 9.10».
B
Na titel 9.8 wordt een titel ingevoegd, luidende:
TITEL 9.10. JAARVERPLICHTING HERNIEUWBARE WATERSTOFEENHEDEN INDUSTRIE
Paragraaf 9.10.1. Algemeen
Artikel 9.10.1.1 Begripsbepalingen
In deze titel en de daarop berustende bepalingen wordt verstaan onder:
ammoniakproductie-installatie:
installatie waarin ammoniak wordt geproduceerd;
de Minister:
de Minister van Klimaat en Groene Groei;
energie-inhoud:
energie-inhoud als bedoeld in bijlage III bij de richtlijn hernieuwbare energie of,
indien niet opgenomen in die bijlage, berekend volgens bij ministeriële regeling te
stellen regels;
eindenergieverbruik:
verbruik van energie voor de opwekking van warmte, licht, elektriciteit of mechanische
arbeid;
Europese Innovatiefonds:
gedelegeerde verordening (EU) 2019/856 van de Commissie van 26 februari 2019 houdende
aanvulling van Richtlijn 2003/87/EG van het Europees Parlement en de Raad met betrekking
tot de werking van het innovatiefonds;
exploitant van een industriële installatie:
exploitant van een industriële installatie die waterstof gebruikt bestemd voor eindenergieverbruik
en niet-energetisch gebruik in de industrie en die als exploitant van een broeikasgasinstallatie
als bedoeld in artikel 16.5 wordt vermeld in de vergunning, bedoeld in dat artikel
voor die industriële installatie, of bij het ontbreken van die vergunning als exploitant
wordt vermeld in de omgevingsvergunning, bedoeld in artikel 5.1 van de Omgevingswet,
voor die industriële installatie;
hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong:
hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong als bedoeld in artikel 2,
onderdeel 36, van de richtlijn hernieuwbare energie;
hernieuwbare bronnen:
hernieuwbare niet-fossiele bronnen waarmee hernieuwbare energie als bedoeld in artikel 2,
eerste onderdeel, van de richtlijn hernieuwbare energie kan worden opgewekt;
hernieuwbare waterstof:
waterstof die is geproduceerd uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde biomassa, stortgas,
gas van rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogas;
hernieuwbare waterstofdrager:
hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong, niet zijnde hernieuwbare waterstof;
hernieuwbare waterstofeenheid industrie:
hernieuwbare waterstofeenheid industrie als bedoeld in artikel 9.10.3.1;
HWI-register:
register voor hernieuwbare waterstofeenheden industrie als bedoeld in artikel 9.10.5.1;
importeur van waterstof:
organisatorische eenheid die zich bezighoudt met de import van waterstof of met de
conversie van geïmporteerde waterstofdragers die wordt omgezet in waterstof, en deze
waterstof verhandelt ten behoeve van de inzet in een industrieel proces of deze waterstof
zelf inzet in een industrieel proces;
inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong:
onderneming die hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong overeenkomstig
de eisen gesteld krachtens artikel 9.10.4.2 inzet in een industrieel proces en de
ingezette hoeveelheid inboekt in het HWI-register;
inboekfaciliteit hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong:
eigenschap van een rekening in het HWI-register die de inboeking van hernieuwbare
brandstoffen van niet-biologische oorsprong bestemd voor eindenergieverbruik en niet-energetisch
gebruik overeenkomstig artikel 9.10.4.1 mogelijk maakt;
industrieel proces:
vervaardiging van producten op industriële schaal door toepassing van chemische, biologische
of andere processen in een industriële installatie;
industriële installatie:
een vaste technische eenheid waarin een of meer activiteiten en processen plaatsvinden
als bedoeld in secties B, C, F en de divisie 63 uit sectie J, bedoeld in artikel 2,
onderdeel 18 bis, van de richtlijn hernieuwbare energie, alsmede andere activiteiten
en processen die met eerstbedoelde activiteiten en processen rechtstreeks samenhangen
en daarmee technisch in verband staan;
jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare waterstofeenheden industrie:
eigenschap van een rekening in het HWI-register die een exploitant van een industriële
installatie ingevolge artikel 9.10.2.2 heeft om aan zijn jaarverplichting hernieuwbare
waterstofeenheden industrie te voldoen;
jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie:
aantal hernieuwbare waterstofeenheden industrie die de exploitant van een industriële
installatie is verschuldigd op grond van artikel 9.10.2.1;
leverancier van waterstof:
organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het verkopen of verhandelen van waterstof
ten behoeve van de inzet in een industrieel proces of deze waterstof zelf inzet in
een industrieel proces;
massabalans van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong:
een boekhouding die een getrouwe weergave geeft van de in- en uitgaande stromen en
voorraad van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong van een onderneming
al dan niet op een opslaglocatie gedurende een bepaalde periode, bedoeld in artikel 30
van de richtlijn hernieuwbare energie en uitgevoerd overeenkomstig artikel 19 van
verordening (EU) 2022/996, als onderdeel van een door de inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong gehanteerd vrijwillig systeem voor hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong;
niet-energetisch gebruik:
niet-energetisch gebruik als bedoeld in artikel 2, onderdeel 18 ter, van de richtlijn
hernieuwbare energie;
onderneming:
onderneming als bedoeld in artikel 5, van de Handelsregisterwet 2007, voor zover ze
rechtspersoonlijkheid bezit als bedoeld in artikel 3, met uitzondering van onderdeel
f, van Boek 2 van het Burgerlijk Wetboek;
overboekfaciliteit hernieuwbare waterstofeenheden industrie:
eigenschap van een rekening in het HWI-register die de overboeking van een hernieuwbare
waterstofeenheid industrie mogelijk maakt;
producent van waterstof:
organisatorische eenheid die zich bezighoudt met het produceren van waterstof en deze
waterstof verkoopt of verhandelt ten behoeve van de inzet in een industrieel proces
of deze waterstof zelf inzet in een industrieel proces;
gasrichtlijn:
richtlijn (EU) 2024/1788 van het Europees Parlement en de Raad van 13 juni 2024 betreffende
gemeenschappelijke regels voor de interne markten voor hernieuwbaar gas, aardgas en
waterstof, tot wijziging van Richtlijn (EU) 2023/1791 en tot intrekking van Richtlijn
2009/73/EG;
richtlijn hernieuwbare energie:
richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad van 11 december 2018
ter bevordering van het gebruik van energie uit hernieuwbare bronnen (PbEU 2018, L 328);
smr-installatie:
geïntegreerde stoom-methaanreforming installatie waarmee waterstof wordt geproduceerd
door een chemisch proces waarbij methaan, dat voornamelijk beschikbaar is in aardgas,
wordt omgezet met stoom;
verordening (EU) 2022/996:
uitvoeringsverordening (EU) 2022/996 van de Commissie van 14 juni 2022 betreffende
de voorschriften om de duurzaamheids- en broeikasgasemissiereductiecriteria alsmede
de criteria inzake laag risico op indirecte veranderingen in landgebruik te controleren;
verordening (EU) 2023/1184:
gedelegeerde verordening (EU) 2023/1184 van de Commissie van 10 februari 2023 ter
aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door
de bepaling van een gemeenschappelijke Uniemethode die voorziet in gedetailleerde
regels voor de productie van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong;
verordening (EU) 2023/1185:
gedelegeerde verordening (EU) 2023/1185 van de commissie van 10 februari 2023 tot
aanvulling van Richtlijn (EU) 2018/2001 van het Europees Parlement en de Raad door
de vaststelling van een minimumdrempel voor broeikasgasemissiereducties door brandstoffen
op basis van hergebruikte koolstof en door de methode te specificeren voor de beoordeling
van broeikasgasemissiereducties door hernieuwbare vloeibare en gasvormige transportbrandstoffen
van niet-biologische oorsprong en door brandstoffen op basis van hergebruikte koolstof;
vrijwillig systeem voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong:
door de Europese Commissie erkend vrijwillig systeem als bedoeld in artikel 30, vierde
lid, van de richtlijn hernieuwbare energie voor het certificeren dat een hernieuwbare
brandstof van niet-biologische oorsprong voldoet aan de broeikasgasemissiereductiecriteria,
bedoeld in artikel 29 bis van de richtlijn hernieuwbare energie, en aan de eisen gesteld
in artikel 27, zesde lid, van de richtlijn hernieuwbare energie;
waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik:
waterstof die voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik wordt bestemd in
de industrie.
Artikel 9.10.1.2 Uniedatabank
Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de invoer en het gebruik van
informatie door inboekers hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
en andere marktdeelnemers in de toeleveringsketen van hernieuwbare brandstoffen van
niet-biologische oorsprong in de Uniedatabank, bedoeld in artikel 31 bis, van de richtlijn
hernieuwbare energie.
Artikel 9.10.1.3 Informatieverplichting
Op verzoek van het bestuur van de emissieautoriteit worden de bij ministeriële regeling
vast te stellen gegevens verstrekt door producenten van waterstof over de door hen
geproduceerde waterstof, door importeurs van waterstof over de door hen geïmporteerde
waterstof of waterstofdragers of door leveranciers van waterstof over de door hen
geleverde waterstof of waterstofdragers, voor zover die gegevens voor de uitvoering
van deze titel noodzakelijk zijn.
Artikel 9.10.1.4 Uitzonderen categorieën industriële installaties
Bij algemene maatregel van bestuur kunnen categorieën industriële installaties worden
aangewezen waarop bepaalde of alle opgenomen bepalingen in deze titel met betrekking
tot die exploitanten van industriële installaties niet van toepassing zijn.
Artikel 9.10.1.5 Van overeenkomstige toepassing
De bepalingen in verordening (EU) 2022/996 en verordening (EU) 2023/1185 zijn van
overeenkomstige toepassing op hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
die voor eindenergieverbruik en niet-energetisch gebruik in de industrie worden bestemd.
Artikel 9.10.1.6 Clausule van wederzijdse erkenning
Met hernieuwbare waterstof en hernieuwbare waterstofdragers als bedoeld in deze wet
worden gelijkgesteld hernieuwbare waterstof en hernieuwbare waterstofdragers die rechtmatig
zijn vervaardigd of in de handel zijn gebracht in een andere lidstaat van de Europese
Unie of in een staat, niet zijnde een lidstaat van de Europese Unie, die partij is
bij een tot een douane-unie strekkend Verdrag, dan wel rechtmatig zijn vervaardigd
in een staat die partij is bij een tot een vrijhandelszone strekkend Verdrag dat Nederland
bindt, en die voldoen aan eisen die een beschermingsniveau bieden dat ten minste gelijkwaardig
is aan het niveau dat met de nationale eisen wordt nagestreefd.
Paragraaf 9.10.2 Jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie
Artikel 9.10.2.1 De jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie
1. De exploitant van een industriële installatie is in enig kalenderjaar het aantal
hernieuwbare waterstofeenheden industrie verschuldigd, dat overeenkomt met het bij
algemene maatregel van bestuur vast te stellen percentage van de energie-inhoud van
de waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik in het direct
aan dat kalenderjaar voorafgaande kalenderjaar.
2. Voor een exploitant van een industriële installatie die gebruik heeft gemaakt van
artikel 9.10.2.4, eerste, vierde of zevende lid, kunnen bij of krachtens algemene
maatregel van bestuur regels worden gesteld aan de wijze van berekening van de energie-inhoud
van de waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik voor
het aantal verschuldigde hernieuwbare waterstofeenheden industrie, bedoeld in het
eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden voor de toepassing van het eerste lid eisen
gesteld aan het aantal hernieuwbare waterstofeenheden industrie.
Artikel 9.10.2.2 Rekening met jaarverplichtingfaciliteit
De exploitant van een industriële installatie heeft een rekening met jaarverplichtingfaciliteit
hernieuwbare waterstofeenheden industrie in het HWI-register.
Artikel 9.10.2.3 Opvoeren van waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch
gebruik
1. De exploitant van een industriële installatie voert voor 1 april van enig kalenderjaar
zijn waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik inclusief
de waterstof, bedoeld in artikel 9.10.2.4, eerste, vierde en zevende lid, in kilogrammen
van het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit
hernieuwbare waterstofeenheden in het HWI-register op.
2. Na de datum, genoemd in het eerste lid, meldt de exploitant van een industriële installatie
wijzigingen in de voor enig kalenderjaar op zijn rekening opgevoerde waterstof bestemd
voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik aan het bestuur van de emissieautoriteit.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld aan
de wijze van berekening van de energie-inhoud van de waterstof bestemd voor eindenergieverbruik
of niet-energetisch gebruik, bedoeld in het eerste lid, en kunnen de bij het opvoeren
op de rekening te vermelden gegevens worden bepaald.
4. De gegevens, bedoeld in het derde lid, en de onderliggende stukken, worden door de
exploitant van een industriële installatie bewaard tot ten minste vijf jaar na afloop
van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
Artikel 9.10.2.4 Uitgezonderde categorieën waterstof en opvoeren van uitgezonderde
categorieën waterstof
1. De exploitant van een industriële installatie kan voor 1 april van enig kalenderjaar
als bedoeld in artikel 9.10.2.3, eerste lid, de volgende waterstof die hij inzet in
een industrieel proces in kilogrammen in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar,
en die hij op grond van artikel 9.10.2.3, eerste lid, heeft opgevoerd in het HWI-register,
op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare waterstofeenheden industrie
in het HWI-register opvoeren:
a. waterstof die als tussenproduct voor de productie van conventionele transportbrandstoffen
en biobrandstoffen als bedoeld in artikel 25, tweede lid, onderdeel a, sub i en ii,
van de richtlijn hernieuwbare energie wordt gebruikt;
b. waterstof die wordt geproduceerd door het koolstofvrij maken van industrieel restgas
en wordt gebruikt ter vervanging van het specifieke gas waaruit zij wordt geproduceerd;
c. waterstof die wordt geproduceerd als bijproduct of die wordt afgeleid van bijproducten
in industriële installaties.
2. Indien de exploitant van een industriële installatie de waterstof, bedoeld in het
eerste lid, heeft opgevoerd op de rekening met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare
waterstofeenheden industrie in het HWI-register wordt voor de toepassing van artikel 9.10.2.1
deze waterstof niet beschouwd als waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch
gebruik.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
aan de waterstof en de wijze van berekening van de energie-inhoud en de samenhang
van de waterstof, bedoeld in het eerste lid.
4. De exploitant van een industriële installatie kan voor 1 april van enig kalenderjaar
als bedoeld in artikel 9.10.2.3, eerste lid, waterstof waarmee ammoniak wordt geproduceerd
in een ammoniakproductie-installatie waardoor deze waterstof wordt ingezet in een
industrieel proces in het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening
met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare waterstofeenheden industrie in het HWI-register
opvoeren, indien deze ammoniakproductie-installatie uiterlijk op 20 november 2023
in gebruik is genomen en op die datum geïntegreerd was met een smr-installatie.
5. Indien de exploitant van een industriële installatie de waterstof, bedoeld in het
vierde lid, heeft opgevoerd op de rekening met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare
waterstofeenheden industrie in het HWI-register, wordt voor de toepassing van artikel 9.10.2.1
deze waterstof voor een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen percentage niet
beschouwd als waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik
als bedoeld in artikel 9.10.2.1.
6. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van het
vijfde lid voorwaarden en eisen worden gesteld aan de ammoniakproductie-installatie,
de smr-installatie en de wijze van berekening van de energie-inhoud van de waterstof,
bedoeld in het vierde lid.
7. De exploitant van een industriële installatie waarin ammoniak wordt geproduceerd
kan voor 1 april van enig kalenderjaar als bedoeld in artikel 9.10.2.3, eerste lid,
waterstof die is geproduceerd in een installatie waarvoor voorafgaand aan 20 november
2023 een besluit door de Europese Commissie met het oog op de toekenning van een subsidie
uit hoofde van het Europese Innovatiefonds is bekendgemaakt en die een gemiddelde
broeikasgasreductie van 70% op jaarbasis bereikt in het direct aan de datum, genoemd
in artikel 9.10.2.3, eerste lid, voorafgaande kalenderjaar op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit
hernieuwbare waterstofeenheden industrie in het HWI-register opvoeren, indien die
waterstof is ingezet in dezelfde industriële installatie.
8. Indien de exploitant van een industriële installatie de waterstof, bedoeld in het
zevende lid, heeft opgevoerd op de rekening met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare
waterstofeenheden industrie in het HWI-register, wordt voor de toepassing van artikel 9.10.2.1
deze waterstof niet beschouwd als waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch
gebruik als bedoeld in artikel 9.10.2.1.
9. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen voor de toepassing van het
achtste lid voorwaarden en eisen worden gesteld aan de exploitant van een industriële
installatie waarin ammoniak wordt geproduceerd, bedoeld in het zevende lid, de waterstof,
bedoeld in het zevende lid, en de wijze van berekening van de energie-inhoud en de
gemiddelde broeikasgasreductie van de waterstof, bedoeld in het zevende lid.
10. Bij ministeriële regeling worden de bij het opvoeren op de rekening te vermelden
gegevens bepaald.
11. De gegevens, bedoeld in het tiende lid, en de onderliggende stukken, worden door
de exploitant van een industriële installatie bewaard tot ten minste vijf jaar na
afloop van het kalenderjaar waarop die gegevens betrekking hebben.
Artikel 9.10.2.5 Verificatie opgevoerde waterstof
1. De exploitant van een industriële installatie koppelt in het HWI-register aansluitend
aan de opvoering van de waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch
gebruik als bedoeld in artikel 9.10.2.3, eerste lid, en de waterstof, bedoeld in artikel 9.10.2.4,
eerste, vierde en zevende lid, voor 1 juni een verklaring van een verificateur waaruit
blijkt dat is voldaan aan de bij of krachtens artikelen 9.10.2.3 en 9.10.2.4 gestelde
eisen.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de eisen, bedoeld
in het eerste lid.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld
aan de wijze van koppeling van de verklaring van de verificateur, aan de verificateur
en de verificatie.
4. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie,
bedoeld in het eerste en tweede lid, gedurende ten minste vijf jaar na afloop van
het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
Artikel 9.10.2.6 Ambtshalve vaststellen opgevoerde waterstof
1. Indien een exploitant van een industriële installatie in enig kalenderjaar zijn waterstof
bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik als bedoeld in artikel 9.10.2.3,
eerste lid, niet voor 1 april van het direct daaropvolgende kalenderjaar heeft opgevoerd
op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare waterstofeenheden industrie,
kan het bestuur van de emissieautoriteit zijn waterstof bestemd voor eindenergieverbruik
of niet-energetisch gebruik ambtshalve vaststellen.
2. Indien een exploitant van een industriële installatie in enig kalenderjaar zijn waterstof
bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch gebruik als bedoeld in artikel 9.10.2.3,
eerste lid, of zijn waterstof als bedoeld in artikel 9.10.2.4, eerste, vierde en zevende
lid, niet juist heeft opgevoerd op zijn rekening met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare
waterstofeenheden industrie of niet voor 1 juni een verklaring van een verificateur
heeft gekoppeld als bedoeld in artikel 9.10.2.5, eerste lid, kan het bestuur van de
emissieautoriteit deze waterstof bestemd voor eindenergieverbruik of niet-energetisch
gebruik of deze waterstof tot vijf jaar na dat kalenderjaar ambtshalve vaststellen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing
van het eerste en tweede lid.
Artikel 9.10.2.7 Doorschuiven van de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden
industrie
1. De exploitant van een industriële installatie kan gedurende de bij algemene maatregel
van bestuur bepaalde periode de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie
in enig kalenderjaar, bedoeld in artikel 9.10.2.1, geheel of gedeeltelijk doorschuiven
naar een jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie in een kalenderjaar
volgend op dat kalenderjaar volgens bij algemene maatregel vast te stellen regels.
2. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels gesteld worden over het gedeelte
van de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie in enig kalenderjaar
dat geheel of gedeeltelijk kan worden doorgeschoven, en in welk kalenderjaar dit gedeelte
van de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie kan worden opgeteld.
Artikel 9.10.2.8 Voldoen aan de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie
1. Op 1 juni van enig kalenderjaar:
a. heeft de exploitant van een industriële installatie ten minste het aantal hernieuwbare
waterstofeenheden industrie op zijn rekening dat overeenkomt met de voor die exploitant
van een industriële installatie voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar
geldende jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie; en
b. schrijft het bestuur van de emissieautoriteit het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden
industrie dat overeenkomt met de voor die exploitant van een industriële installatie
voor het direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar geldende jaarverplichting
hernieuwbare waterstofeenheden industrie af van de rekening van de exploitant van
een industriële installatie.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld over de afschrijving
van het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie, bedoeld in het
eerste lid, onderdeel b.
3. Indien toepassing van artikel 9.10.2.6, eerste of tweede lid, leidt tot een verhoging
van de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie voor het betrokken
kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit, met inachtneming van
het tweede lid, het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie dat
overeenkomt met die verhoging af van de rekening van de exploitant van een industriële
installatie.
4. Indien toepassing van artikel 9.10.2.6, eerste of tweede lid, leidt tot een verlaging
van de jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie voor het betrokken
kalenderjaar, schrijft het bestuur van de emissieautoriteit, met inachtneming van
het tweede lid, het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie dat
overeenkomt met die verlaging bij op de rekening van de exploitant van een industriële
installatie. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij rekening met artikel 9.10.5.5.
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie op de rekening
van de exploitant van een industriële installatie als gevolg van de toepassing van
het eerste of derde lid leidt tot een negatief saldo aan hernieuwbare waterstofeenheden
industrie, vult de exploitant van een industriële installatie het tekort binnen twaalf
kalendermaanden aan.
Paragraaf 9.10.3 Hernieuwbare waterstofeenheden industrie
Artikel 9.10.3.1 Hernieuwbare waterstofeenheid industrie
1. Het HWI-register heeft de volgende soorten hernieuwbare waterstofeenheden industrie:
a. een hernieuwbare waterstofeenheid industrie waterstof;
b. een hernieuwbare waterstofeenheid industrie waterstofdrager.
2. Een hernieuwbare waterstofeenheid industrie vertegenwoordigt een bijdrage aan de
jaarverplichting hernieuwbare waterstofeenheden industrie van één gigajoule hernieuwbare
brandstof van niet-biologische oorsprong.
3. Een hernieuwbare waterstofeenheid industrie kan uitsluitend in het HWI-register,
bedoeld in artikel 9.10.5.1, gehouden worden.
Artikel 9.10.3.2 Overdraagbaarheid
1. Een hernieuwbare waterstofeenheid industrie waterstof is vatbaar voor overdracht
indien de overdragende partij en de ontvangende partij ieder op hun naam een rekening
hebben in het HWI-register.
2. Een hernieuwbare waterstofeenheid industrie waterstofdrager is uitsluitend vatbaar
voor overdracht aan de Minister indien de overdragende partij en de Minister ieder
op hun naam een rekening hebben in het HWI-register.
Artikel 9.10.3.3 Beperkingen aan de overdracht
1. Overdracht van een of meer hernieuwbare waterstofeenheden industrie mag niet leiden
tot een negatief saldo aan hernieuwbare waterstofeenheden industrie waterstof of hernieuwbare
waterstofeenheden waterstofdrager op de rekening.
2. Overdracht van een of meer hernieuwbare waterstofeenheden industrie is niet toegestaan
bij een negatief saldo aan hernieuwbare waterstofeenheden industrie waterstof of hernieuwbare
waterstofeenheden waterstofdrager op de rekening.
Artikel 9.10.3.4 Levering van de hernieuwbare waterstofeenheid industrie
1. De voor overdracht van een hernieuwbare waterstofeenheid industrie vereiste levering
geschiedt door:
a. afschrijving van de hernieuwbare waterstofeenheid industrie van de rekening die in
het HWI-register op naam staat van de partij die de hernieuwbare waterstofeenheid
industrie overdraagt; en
b. bijschrijving op de rekening die in het HWI-register op naam staat van de partij die
de hernieuwbare waterstofeenheid industrie verkrijgt.
2. Het eerste lid is van overeenkomstige toepassing op elke overgang anders dan overdracht.
3. Elke overgang anders dan overdracht werkt tegenover derden eerst nadat de overgang
in het HWI-register is geregistreerd.
Artikel 9.10.3.5 Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst
1. Nietigheid of vernietiging van de overeenkomst die tot de overdracht heeft geleid,
of onbevoegdheid van degene die overdraagt, heeft, nadat de levering, bedoeld in artikel 9.10.3.4,
eerste lid, is voltooid, geen gevolgen voor de geldigheid van de overdracht.
2. Elk voorbehoud met betrekking tot de overdracht is uitgewerkt op het moment dat de
overdracht tot stand is gekomen.
Artikel 9.10.3.6 Afwijking Burgerlijk Wetboek
1. In afwijking van artikel 228 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek kan op een hernieuwbare
waterstofeenheid industrie geen recht van pand worden gevestigd.
2. Op een hernieuwbare waterstofeenheid industrie kan geen recht van vruchtgebruik worden
gevestigd.
3. Een hernieuwbare waterstofeenheid industrie is niet vatbaar voor beslag.
Artikel 9.10.3.7 Volgorde afschrijving bij negatief saldo
Indien het saldo van het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie
op een rekening in het HWI-register negatief is, worden de bijgeschreven hernieuwbare
waterstofeenheden industrie per soort volgens bij algemene maatregel van bestuur vast
te stellen regels afgeschreven.
Paragraaf 9.10.4 Inboeken hernieuwbare waterstof en hernieuwbare waterstofdragers
Artikel 9.10.4.1 Inboeken hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
1. Een inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong kan tot 1 april
van enig kalenderjaar in het HWI-register de direct aan die datum voorafgaande kalenderjaar
ingezette:
a. hernieuwbare waterstof in gigajoules inboeken die door hem in een industrieel proces
in Nederland is ingezet en die voldoet aan hetgeen bij of krachtens artikel 9.10.4.2
is bepaald;
b. hernieuwbare waterstofdragers in gigajoules inboeken die door hem in een industrieel
proces in Nederland zijn ingezet en die voldoen aan hetgeen bij of krachtens artikel 9.10.4.3
is bepaald.
2. De inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong koppelt aan
een inboeking voor 1 juni een verklaring van een verificateur als bedoeld in artikel 9.10.4.9,
eerste lid.
3. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen regels worden gesteld met betrekking tot
de inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, bedoeld in het
eerste lid.
Artikel 9.10.4.2 Eisen aan de inboeking van hernieuwbare waterstof
De in te boeken hernieuwbare waterstof:
a. voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29 bis van
de richtlijn hernieuwbare energie;
b. wordt geproduceerd via inzet van elektriciteit die voldoet aan de eisen gesteld in
artikel 27, zesde lid, eerste tot en met derde alinea, van de richtlijn hernieuwbare
energie;
c. kan in een bij algemene maatregel van bestuur te bepalen periode en te stellen voorwaarden
zonder bewijs van duurzaamheid als bedoeld in artikel 2, onderdeel 23, van de verordening
(EU) 2022/996 worden ingeboekt indien de inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong geen toegang heeft tot het Nederlandse landelijk waterstofnet, bedoeld in
artikel 2, onderdeel 21, van de gasrichtlijn;
d. voldoet aan de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
Artikel 9.10.4.3 Eisen aan de inboeking van hernieuwbare waterstofdragers
De in te boeken hernieuwbare waterstofdrager:
a. voldoet aan het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29 bis van
de richtlijn hernieuwbare energie;
b. wordt geproduceerd via inzet van elektriciteit die voldoet aan de eisen gesteld in
artikel 27, zesde lid, eerste tot en met derde alinea, van de richtlijn hernieuwbare
energie;
c. voldoet aan de overige eisen, gesteld bij of krachtens algemene maatregel van bestuur.
Artikel 9.10.4.4 Wijze van voldoen aan de eisen aan hernieuwbare waterstof en hernieuwbare
waterstofdragers
1. Bij ministeriële regeling:
a. worden regels gesteld over de bepaling van de ingeboekte hoeveelheid hernieuwbare
waterstof en hernieuwbare waterstofdragers;
b. wordt bepaald op welke wijze de inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong aantoont dat is voldaan aan artikelen 9.10.4.2 en 9.10.4.3;
c. worden de bij het inboeken te vermelden gegevens bepaald.
2. De gegevens, bedoeld in het eerste lid, onderdeel c, worden door de inboeker hernieuwbare
brandstoffen van niet-biologische oorsprong bewaard tot ten minste vijf jaar na het
kalenderjaar waarin de inboeking plaatsvond.
Artikel 9.10.4.5 Bij te schrijven hernieuwbare waterstofeenheden industrie
1. Het bestuur van de emissieautoriteit schrijft voor één gigajoule hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong die is ingeboekt:
a. één hernieuwbare waterstofeenheid industrie waterstof bij op de rekening van de inboeker
hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong indien de hernieuwbare brandstof
van niet-biologische oorsprong uit hernieuwbare waterstof bestaat;
b. één hernieuwbare brandstofeenheid industrie waterstofdrager bij op de rekening van
de inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong indien de hernieuwbare
brandstof van niet-biologische oorsprong uit hernieuwbare waterstofdragers bestaat.
2. De hoeveelheid hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong wordt per
soort hernieuwbare waterstofeenheid industrie naar beneden afgerond op één gigajoule.
3. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over
de rekenmethode voor het bepalen van de hoeveelheid hernieuwbare waterstofeenheden
industrie.
Artikel 9.10.4.6 Openbaarmaking per soort beschikbare hernieuwbare waterstofeenheden
industrie
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ieder jaar op bij ministeriële regeling
te bepalen momenten een overzicht van het aantal per soort beschikbare hernieuwbare
waterstofeenheden industrie openbaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld met betrekking tot
het openbaar maken, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9.10.4.7 Moment van bijschrijven van hernieuwbare waterstofeenheden industrie
Voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong die tussen 1 januari
en 1 juni van enig kalenderjaar zijn ingezet en ingeboekt in het HWI-register, schrijft
het bestuur van de emissieautoriteit na 1 juni van dat kalenderjaar de hernieuwbare
waterstofeenheden industrie bij op de rekening van de inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong.
Artikel 9.10.4.8 Opschorten of weigeren bijschrijven hernieuwbare waterstofeenheden
industrie
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan het bijschrijven van hernieuwbare waterstofeenheden
industrie opschorten of weigeren indien het misbruik of fraude vermoedt dan wel andere
redenen heeft om aan te nemen dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze
paragraaf gestelde eisen.
2. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld
over het opschorten of weigeren, bedoeld in het eerste lid.
Artikel 9.10.4.9 Inboekverificatie
1. Uit de verklaring van een verificateur als bedoeld in artikel 9.10.4.1, tweede lid,
blijkt dat, voor zover van toepassing, is voldaan aan de bij of krachtens de artikelen 9.10.4.1
tot en met 9.10.4.5, eerste lid, gestelde voorwaarden.
2. De verificateur geeft geen verklaring af indien niet is voldaan aan de voorwaarden,
bedoeld in het eerste lid.
3. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie
gedurende ten minste vijf jaar na afloop van het kalenderjaar waarop de verificatie
betrekking heeft.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld
aan de verificateur en de verificatie.
Artikel 9.10.4.10 Ambtshalve vaststellen ingeboekte hernieuwbare brandstoffen van
niet-biologische oorsprong
1. Indien naar het oordeel van het bestuur van de emissieautoriteit niet is voldaan
aan de bij of krachtens deze paragraaf gestelde eisen voor het inboeken in het HWI-register
van een hoeveelheid hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong of de
verificatie, bedoeld in artikel 9.10.4.9, kan het bestuur die hoeveelheid, tot vijf
jaar na het kalenderjaar van inboeken ambtshalve vaststellen.
2. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker hernieuwbare
brandstoffen van niet-biologische oorsprong te veel hernieuwbare waterstofeenheden
industrie heeft ontvangen voor de geleverde hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong, wordt het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie die
de inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong te veel heeft
ontvangen, afgeschreven van de rekening van die inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong.
3. Indien uit de vaststelling, bedoeld in het eerste lid, volgt dat de inboeker hernieuwbare
brandstoffen van niet-biologische oorsprong te weinig hernieuwbare waterstofeenheden
industrie heeft ontvangen voor de geleverde hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong, wordt het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie dat
die inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong te weinig heeft
ontvangen, bijgeschreven op de rekening van die inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt hierbij
rekening met artikel 9.10.5.5.
4. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen nadere regels worden gesteld over de toepassing
van het eerste, tweede en derde lid.
5. Indien het aantal per soort hernieuwbare brandstofeenheden industrie op de rekening
van de inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong als gevolg
van de toepassing van tweede lid leidt tot een negatief saldo aan hernieuwbare brandstofeenheden
industrie, vult hij het tekort aan binnen twaalf kalendermaanden.
Paragraaf 9.10.5 HWI-register
Artikel 9.10.5.1 Het HWI-register
1. Er is een elektronisch HWI-register.
2. Het HWI-register wordt beheerd door de emissieautoriteit.
3. Het HWI-register bestaat uit de rekeningen, bedoeld in artikel 9.10.5.3.
Artikel 9.10.5.2 Regels aan het HWI-register
1. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over de werking, organisatie, beschikbaarheid
en beveiliging van het HWI-register.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan voorwaarden voor het gebruik van het HWI-register
vaststellen.
Artikel 9.10.5.3 Rekening en faciliteiten in het HWI-register
1. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de exploitant van een industriële
installatie op diens naam een rekening met jaarverplichtingfaciliteit hernieuwbare
waterstofeenheden industrie en overboekfaciliteit hernieuwbare waterstofeenheden industrie.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van een inboeker hernieuwbare
brandstoffen van niet-biologische oorsprong op diens naam een rekening met inboekfaciliteit
hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en overboekfaciliteit hernieuwbare
waterstofeenheden industrie.
3. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op verzoek van de Minister in zijn naam
een rekening met overboekfaciliteit hernieuwbare waterstofeenheden industrie.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit opent op naam van een exploitant van een industriële
installatie als bedoeld in het eerste lid, een inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong als bedoeld in het tweede lid, of de Minister niet
meer dan één rekening met bijbehorende faciliteiten.
5. Bij ministeriële regeling worden regels gesteld over het openen, bijhouden en beheer
van de rekening.
Artikel 9.10.5.4 Weigeren openen van een rekening en fraude en misbruik bij het hebben
van een rekening
1. Het bestuur van de emissieautoriteit kan bij een vermoeden van fraude of misbruik
of dat niet wordt voldaan aan de bij of krachtens deze titel gestelde eisen voor het
hebben van een rekening in het HWI-register of voor het gebruik van die rekening:
a. weigeren een rekening te openen;
b. een rekening of een faciliteit van die rekening blokkeren;
c. een rekening opheffen.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit kan op verzoek van de rekeninghouder een rekening
opheffen.
3. Bij algemene maatregel van bestuur worden nadere regels gesteld over de toepassing
van het eerste lid en kunnen regels worden gesteld over de toepassing van het tweede
lid.
4. De hernieuwbare waterstofeenheden industrie op een opgeheven rekening vervallen van
rechtswege.
Artikel 9.10.5.5 Sparen van hernieuwbare waterstofeenheden industrie
1. Van het aantal per soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie op 1 juni van enig
kalenderjaar op de rekening van een exploitant van een industriële installatie, nadat
het bestuur van de emissieautoriteit toepassing heeft gegeven aan artikel 9.10.2.8,
eerste lid, onderdeel b, of van een inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong, wordt een gedeelte gespaard ten behoeve van een daaropvolgend kalenderjaar.
2. Bij algemene maatregel van bestuur worden regels gesteld omtrent het gedeelte, bedoeld
in het eerste lid, de volgorde waarin de soort hernieuwbare waterstofeenheden industrie
gespaard worden en de wijze waarop. Voor de exploitant van een industriële installatie
en de inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong kunnen verschillende
regels worden vastgesteld omtrent het gedeelte, bedoeld in het eerste lid.
3. In afwijking van het eerste lid kunnen bij of krachtens algemene maatregel van bestuur
regels worden gesteld over het gedeelte dat gespaard wordt ten behoeve van enig ander
kalenderjaar dan het direct daaropvolgende kalenderjaar.
4. De hernieuwbare waterstofeenheden industrie die niet worden gespaard, vervallen van
rechtswege.
Artikel 9.10.5.6 Vermelden prijs van de hernieuwbare waterstofeenheid industrie bij
overboeking
1. De exploitant van een industriële installatie en de inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong voeren bij elke overboeking van hernieuwbare waterstofeenheden
industrie waterstof in het HWI-register de door hem verkregen gemiddelde prijs op
van de door hem overgedragen hernieuwbare waterstofeenheden industrie waterstof.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het opvoeren en het gebruik
van de in het eerste lid bedoelde verkregen gemiddelde prijs.
3. De exploitant van een industriële installatie en de inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong koppelen voor 1 juni van enig kalenderjaar aan de overboeking,
bedoeld in het eerste lid, een verklaring van een verificateur.
4. Bij of krachtens algemene maatregel van bestuur kunnen nadere eisen worden gesteld
aan de wijze van koppeling van de verklaring van de verificateur, aan de verificateur
en de verificatie.
5. De verificateur bewaart alle gegevens en documentatie met betrekking tot de verificatie,
bedoeld in het eerste en tweede lid, gedurende ten minste vijf jaar na afloop van
het kalenderjaar waarop de verificatie betrekking heeft.
Artikel 9.10.5.7 Openbaar maken van de prijs van de hernieuwbare waterstofeenheid
industrie bij overboeking
1. Het bestuur van de emissieautoriteit maakt ten minste ieder kalenderjaar op een bij
ministeriële regeling te bepalen moment een overzicht openbaar van de gemiddelde prijs
van een hernieuwbare waterstofeenheid industrie waterstof.
2. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld met betrekking tot het openbaar
maken, bedoeld in het eerste lid.
§ 9.10.6 Naleving van de vereisten van hernieuwbare bronnen en broeikasgasemissiereductiecriterium
Artikel 9.10.6.1 Broeikasgasemissiereductie
1. De betrokken marktdeelnemers in de toeleveringsketen van hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong bepalen en controleren en voeren een goede boekhouding
over:
a. de aard en hoeveelheid van de gebruikte energie uit hernieuwbare bronnen, niet zijnde
biomassa, stortgas, gas van rioolwaterzuiveringsinstallaties en biogas, voor de vervaardiging
van de hernieuwbare brandstof van niet-biologische oorsprong;
b. de hoeveelheden geproduceerde volledig hernieuwbare brandstof van niet-biologische
oorsprong en brandstof van niet-biologische oorsprong die niet volledig hernieuwbaar
is;
c. de gegevens waarmee aangetoond wordt dat de broeikasgasemissiereductie van de hernieuwbare
brandstof van niet-biologische oorsprong ten minste 70% bedraagt; en
d. de in- en uitgaande stromen en voorraad van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong gedurende een bepaalde periode, inclusief gegevens over de bijbehorende
leveranciers en afnemers.
2. Bij het aantonen dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdeel c, is voor de betrokken
marktdeelnemers in de toeleveringsketen van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong verordening (EU) 2023/1185 van overeenkomstige toepassing.
3. Bij het aantonen dat wordt voldaan aan het eerste lid, onderdelen a en b, is voor
de producent van waterstof verordening (EU) 2023/1184 van toepassing.
4. Bij ministeriële regeling worden nadere regels gesteld over het eerste, tweede en
derde lid.
Artikel 9.10.6.2 Certificering en massabalans
1. De betrokken marktdeelnemer in de toeleveringsketen van hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong, alsmede de inboeker hernieuwbare brandstoffen van
niet-biologische oorsprong, is gecertificeerd volgens een vrijwillig systeem voor
hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong en voert een massabalans
van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong, met uitzondering van
een inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong die geen hernieuwbare
brandstoffen van niet-biologische oorsprong produceert of inkoopt en gebruik maakt
van artikel 9.10.4.2, onderdeel c.
2. Bij ministeriële regeling kunnen nadere regels worden gesteld over de massabalans
van hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong.
Artikel 9.10.6.3 Toezicht op de certificering vereisten van hernieuwbare bronnen en
broeikasgasemissiereductiecriterium
1. Het bestuur van de emissieautoriteit houdt toezicht op een certificeringsorgaan dat
namens het vrijwillig systeem voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong in het kader van de naleving van de vereisten van hernieuwbare bronnen en
het broeikasgasemissiereductiecriterium, bedoeld in artikel 29 bis van de richtlijn
hernieuwbare energie, voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong
onafhankelijke audits uitvoert.
2. Het bestuur van de emissieautoriteit brengt bij vastgestelde non-conformiteit met
de vereisten van hernieuwbare bronnen het broeikasgascriterium onverwijld het vrijwillig
systeem voor hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische oorsprong hiervan op de
hoogte.
§ 9.10.7 Invoering
Artikel 9.10.7.1 Invoering
In het eerste kalenderjaar na inwerkingtreding van de artikelen 9.10.2.1, eerste lid,
9.10.2.3, eerste lid, 9.10.2.4, eerste, vierde en zevende lid, 9.10.2.8, eerste lid,
9.10.4.1, eerste lid, 9.10.5.5, eerste lid, en 9.10.5.6, derde lid, wordt in die artikelen
met enig kalenderjaar het kalenderjaar bedoeld volgend op het kalenderjaar na inwerkingtreding
van die artikelen en wordt in die artikelen met het voorafgaande kalenderjaar het
kalenderjaar bedoeld waarin die artikelen in werking zijn getreden.
C
In artikel 18.2f, tweede lid, wordt «titels 9.7 en 9.8» vervangen door «titels 9.7,
9.8 en 9.10».
D
Na artikel 18.6b [waarvan de nummering in letters aansluit op het laatste artikel
van de artikelen die beginnen met 18.6] wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 18.6c
In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.10.1.2,
9.10.1.3, 9.10.2.2, 9.10.2.3, 9.10.2.5, eerste, tweede en derde lid, 9.10.2.8, vijfde
lid, 9.10.4.9, eerste lid, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.5.6, 9.10.6.1 en 9.10.6.2 kan
het bestuur van de emissieautoriteit een last onder dwangsom opleggen.
E
Na artikel 18.16t [waarvan de nummering in letters aansluit op het laatste artikel
van de artikelen die beginnen met 18.16] wordt een artikel ingevoegd, luidende:
Artikel 18.16u
1. In geval van overtreding van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 9.10.1.2,
9.10.2.2, 9.10.2.3, 9.10.2.5, 9.10.2.8, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.10.4.1
tot en met 9.10.4.4, 9.10.4.9, eerste lid, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.6.1 en 9.10.6.2,
kan het bestuur van de emissieautoriteit de overtreder een bestuurlijke boete opleggen.
2. De op grond van de artikelen, genoemd in het eerste lid op te leggen bestuurlijke
boete bedraagt ten hoogste het bedrag dat is vastgesteld voor de zesde categorie,
bedoeld in artikel 23, vierde lid, van het Wetboek van Strafrecht, of, indien dat
meer is, ten hoogste 10% van de omzet van de onderneming, onderscheidenlijk, indien
de overtreding door een ondernemersvereniging is begaan, van de gezamenlijke omzet
van de ondernemingen die van de vereniging deel uitmaken, in het boekjaar voorafgaande
aan de beschikking waarin de bestuurlijke boete wordt opgelegd.
3. Artikel 18.16e, vijfde lid, is van overeenkomstige toepassing.
4. Het bestuur van de emissieautoriteit kan, indien een inboeker hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong drie of meer overtredingen van de artikelen 9.10.4.1
tot en met 9.10.4.4, 9.10.4.9, eerste lid, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.6.1 en 9.10.6.2,
heeft begaan, bepalen dat die inboeker hernieuwbare brandstoffen van niet-biologische
oorsprong gedurende een door het bestuur te bepalen termijn geen hernieuwbare brandstoffen
van niet-biologische oorsprong kan inboeken op grond van artikel 9.10.4.1.
ARTIKEL II
De Wet op de economische delicten wordt als volgt gewijzigd:
In artikel 1a, onder 1°, van de Wet op de economische delicten wordt in de zinsnede
met betrekking tot de Wet milieubeheer na «9.8.2.5,» ingevoegd «9.10.1.2, 9.10.2.2,
9.10.2.3, 9.10.2.5, 9.10.2.8, eerste lid, onderdeel a, en vijfde lid, 9.10.4.1, 9.10.4.2,
9.10.4.3, 9.10.4.4, 9.10.4.9, eerste lid, 9.10.4.10, vijfde lid, 9.10.6.1, 9.10.6.2,».
ARTIKEL III
Onze Minister van Klimaat en Groene Groei zendt binnen vijf jaar na de inwerkingtreding
van deze wet aan de Staten-Generaal een verslag over de doeltreffendheid en de effecten
van deze wet in de praktijk.
ARTIKEL IV
Deze wet treedt in werking op een bij koninklijk besluit te bepalen tijdstip, dat
voor de verschillende artikelen of onderdelen daarvan verschillend kan worden vastgesteld.
ARTIKEL V
Deze wet wordt aangehaald als: Wet jaarverplichting hernieuwbare brandstoffen van
niet-biologische oorsprong in de industrie.
Lasten en bevelen dat deze in het Staatsblad zal worden geplaatst en dat alle ministeries,
autoriteiten, colleges en ambtenaren die zulks aangaat, aan de nauwkeurige uitvoering
de hand zullen houden.
Gegeven
De Minister van Klimaat en Groene Groei,
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.