Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Zalinyan over de onrust onder inwoners van Moerdijk
Vragen van het lid Zalinyan (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over de onrust onder inwoners van Moerdijk (ingezonden 16 februari 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening),
mede namens de Minister van Economische Zaken (ontvangen 24 april 2026). Zie ook
Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1249.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Moerdijk leeft tussen hoop en vrees: «Ik heb hier huilende
mensen gehad»» op Omroep Brabant?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2, 3 en 4
Deelt u de opvatting dat langdurige bestuurlijke onzekerheid over het voortbestaan
van een dorp diep ingrijpt in het dagelijks leven van inwoners en dat het Rijk hierin
een eigen verantwoordelijkheid heeft, nu het mede-initiatiefnemer is van de gebiedsontwikkeling?
Deelt u de mening dat het zeer onwenselijk is dat de inwoners van Moerdijk als gevolg
van het handelen van de Rijksoverheid nog langer in onzekerheid blijven?
Welke stappen onderneemt u, vooruitlopend op een principebesluit, om de spanning en
onzekerheid van de inwoners van Moerdijk te verzachten en rechtszekerheid en duidelijkheid
voor inwoners te vergroten om verdere sociale ontwrichting te voorkomen?
Antwoord 2, 3 en 4
Binnen het kabinet is de Staatssecretaris van KGG coördinerend bewindspersoon als
het gaat om Moerdijk. Ikzelf heb mij met de collega’s van IenW en KGG, die verantwoordelijk
zijn voor de beleidsterreinen die leiden tot deze ingrijpende ruimtelijke inpassing,
ook laten informeren over de situatie en ontwikkelingen in dit gebied. Ik begrijp
de behoefte van inwoners en ondernemers in Moerdijk aan duidelijkheid goed. Het is
belangrijk dat die duidelijkheid zo snel mogelijk wordt geboden. Ik zal mij ervoor
inzetten om samen met het kabinet de benodigde keuzes te maken en vervolgens, in overleg
met de gemeenten en de provincie – die hierin een belangrijke rol spelen – tot overeenstemming
komen. De duidelijkheid waar bewoners behoefte aan hebben, vraagt om een robuuste
en toekomstbestendige keuze die standhoudt. De Staatssecretaris van KGG heeft in dat
kader onlangs een werkbezoek gebracht aan Moerdijk.
Vanuit het Rijk, de provincie en gemeente, willen wij duidelijkheid bieden over de
voorkeursrichting, de bijbehorende toekomst van het dorp en de te volgen procedure.
Het is ons voornemen om in juni van dit jaar samen met provincie en gemeenten de voorkeursrichting
voor de uitbreidingsactiviteiten van de haven en de noodzakelijke energie-infrastructuur
te bepalen. Het is begrijpelijk dat er in de tussentijd vragen blijven bestaan. Wij
blijven daarom uiteraard via de dorpstafel in gesprek met de inwoners van Moerdijk.
Vraag 5
Kunt u uiteenzetten welke uitgangspunten het kabinet hanteert bij de beoordeling of
het opheffen van een dorp proportioneel en subsidiair is, en hoe deze toets zich verhoudt
tot het uitgangspunt van een leefbare woonomgeving in de Nota Ruimte?
Antwoord 5
Het energie-intensieve industriecluster Moerdijk is, samen met andere energie-intensieve
industrieclusters, in de Ontwerp-Nota Ruimte aangewezen als van nationaal belang.
In het coalitieakkoord is daarnaast vastgelegd dat voor deze clusters een nationale
ruimtelijkeconomische strategie wordt ontwikkeld. Deze clusters zijn van groot belang
vanwege hun rol in het nationale energiesysteem en hun bijdrage aan een toekomstbestendige
economie en strategische autonomie. Rondom het haven- en industriecluster Moerdijk
komen een aantal belangrijke energieprojecten van nationaal belang samen, die noodzakelijk
zijn voor de duurzame energievoorziening van Nederland. Deze projecten zorgen voor
duurzame energie voor woningbouw, ziekenhuizen, scholen, bedrijven en andere belangrijke
voorzieningen in de regio en de rest van Nederland. Zonder deze projecten kunnen deze
voorzieningen niet voorzien worden van stroom en andere energiebronnen. Tegelijkertijd
nemen we, in bredere zin voor heel Nederland, de kwaliteit van de leefomgeving als
uitgangspunt bij alle keuzes die we maken. Maar bij keuzes betekent dat soms ook dat
er effecten kunnen optreden die niet voorkomen kunnen worden, gemitigeerd of – indien
onvermijdelijk – geaccepteerd moeten worden. De impact op de omgeving wordt nadrukkelijk
meegewogen in de besluitvorming over de strategische uitbreiding van de energie-intensieve
industrieclusters.
Vraag 6
Hoe ziet het verplaatsen van het dorp Moerdijk eruit zowel als het gaat om het administratieve
proces als de ruimtelijke kaders?
Antwoord 6
Dit is nog niet besloten. Nadat een voorkeursrichting is bepaald kan dit nader worden
uitgewerkt op basis van de uitgangspunten die daarbij vastgesteld worden.
Vraag 7
Bent u bekend met het aangenomen voorstel van de gemeenteraad van Moerdijk (19 november
2025) dat een voorkeur voor de variant Oost uitspreekt omdat deze het minst schadelijk
is voor de gemeente als geheel? Zo ja, wat is uw visie over de inhoud?
Antwoord 7
De inhoud van het raadsbesluit is bekend en past bij de uitkomsten van onderzoeken
zoals verwoord in het besluit van het bestuurlijk overleg op 1 december 2025. «De analyses ten aanzien van verschillende perspectieven laten zien dat de oostelijke
richting de meest logische kenmerken heeft voor een uitbreiding van het haven- en
industrieterrein van Moerdijk en voor een toekomstbestendig werkend systeem van haven
en infrastructuur. Deze onderzoeken laten tevens zien dat de zuidoostelijke richting
minder aansluit bij de behoefte aan multimodale ontsluiting en een aantal belangrijke
infrastructurele werken en projecten doorkruist, waaronder buisleidingen, spoorlijnen
en snelwegen. Bij de zuidoostelijke richting wordt de leefbaarheid van meerdere omliggende
dorpskernen en voor meer inwoners aangetast en deze belemmert de ontwikkeling van
de gemeente aan deze zijden. Het dorp Moerdijk raakt ingeklemd door de ontwikkelingen
vanuit industrie en energie, waardoor overlast toeneemt en een leefbaar perspectief
onzeker is. Daarbij blijft de kans bestaan dat de discussie over de houdbaarheid van
het dorp op een later moment opnieuw terugkomt.»
Vraag 8 en 9
Bent u in het kader van het aangenomen Moerdijkse raadsvoorstel «Ophalen toestemming
voor besluit Powerport 1 december 2025» ermee bekend dat bij het oorspronkelijke raadsvoorstel
meerdere amendementen zijn aangenomen ten behoeve van de leefbaarheid na de realisatie
van Powerport, zoals de verbreding van de A16 bij de Moerdijkbrug?
Deelt u de visie zoals neergelegd door de Moerdijkse gemeenteraad, of heeft u een
andere visie?
Antwoord 8 en 9
De amendementen zijn bekend. Het principe in de amendementen om bij een te nemen besluit
over een voorkeursrichting ook een besluit te nemen over rechtvaardige condities en
randvoorwaarden ondersteunt het Rijk. Het pakket wordt nog nader uitgewerkt, waardoor
op dit moment nog niet gezegd kan worden of en welke amendementen onderdeel zullen
zijn van de aanpak en of en hoe de verschillende condities kunnen worden ingevuld.
Vraag 10
Waaraan denkt het kabinet als het gaat om «redelijke compensatie»?
Antwoord 10
Dat we goed moeten zorgen voor de inwoners en ondernemers in het dorp is voor alle
betrokken overheden een van de belangrijkste uitgangspunten bij het nemen van een
beslissing over de toekomst van het dorp Moerdijk. Hier kunnen we op dit moment nog
geen uitspraken over doen.
Vraag 11
Wordt er een integrale maatschappelijke kosten-batenanalyse opgesteld waarin ook psychosociale
effecten, verlies van erfgoed, waardedaling van omliggende dorpen en effecten op vertrouwen
in de overheid worden meegewogen? Zo ja, wanneer ontvangt de Kamer deze? Zo nee, waarom
wordt deze niet opgesteld?
Antwoord 11
Vooralsnog is geen aparte MBKA voorzien, dit is mogelijk een onderdeel van de bredere
merprocedure. Deze zal openbaar zijn. Planning afronding van de procedure is eind
2028.
Vraag 12
Wat is uw huidige inschatting van de totale publieke kosten van de verschillende varianten
(Oost en Zuid-Oost), inclusief verwerving, compensatie, herhuisvesting, infrastructuur,
leefbaarheidsmaatregelen en eventuele planschade?
Antwoord 12
Dit is afhankelijk van veel factoren waarover nog besloten moet worden. Op dit moment
is het daarom niet mogelijk over de individuele posten en het totaal aan publieke
kosten al uitspraken te doen.
Vraag 13 en 14
Hoe worden deze kosten verdeeld tussen Rijk, provincie, gemeente, havenbedrijf en
netbeheerders, en welke middelen zijn reeds gereserveerd op de Rijksbegroting?
Wat is de termijn waarop deze middelen beschikbaar kunnen zijn?
Antwoord 13 en 14
Er zijn momenteel geen middelen gereserveerd op de Rijksbegroting voor de strategische
uitbreiding en de mogelijke financiële consequenties. De mogelijke verdeling tussen
Rijk en de regionale overheden is onderdeel van de besluitvorming in juni 2026. Het
is op dit moment niet zeker op welke termijn middelen beschikbaar zijn voor deze gebiedsontwikkeling.
Vraag 15
Hoeveel extra milieubelasting (geluid, stikstof, verkeersbewegingen, veiligheidsrisico’s)
ondervinden omliggende kernen zoals Zevenbergen, Langeweg en Zevenbergschen Hoek in
beide varianten, en hoe weegt u deze effecten ruimtelijk en sociaal tegen elkaar af?
Antwoord 15
De milieueffecten van de ontwikkelrichting oost ten opzichte van zuidoost wordt nader
onderzocht in de bredere mer-procedure. Hier is nog geen concreet onderzoek naar gedaan.
Vraag 16, 17 en 18
Aan welke (lopende) extra onderzoeken werd door de Minister gerefereerd tijdens het
persmoment op 1 december 2025 in het gemeentehuis te Zevenbergen?
Wanneer wordt de Kamer geïnformeerd over deze onderzoeken?
Kunt u specificeren welke onderzoeken tussen december 2025 en juni 2026 worden uitgevoerd
(bijvoorbeeld naar alternatieven, brede welvaart, sociaal-maatschappelijke impact,
juridische haalbaarheid en milieueffecten), wie deze uitvoert en welke scenario’s
daarin worden meegenomen?
Antwoord 16, 17 en 18
Voor het Rijk bestond er de behoefte om meer inzicht te hebben in de te doorlopen
procedures in de samenwerking en de te verwachten kosten en opbrengsten en mogelijkheden
voor dekking vanuit het Rijk. Voor de juridisch/planologische procedures wordt eind
april een advies verwacht, welke de basis zal zijn voor besluitvorming over de wijze
waarop Rijk, provincie, gemeenten en waterschappen samen gaan werken.
Vraag 19
Hoeveel meer overlast gaan de bewoners van Zevenberg, Langeweg en Zevenberse Hoek
ondervinden wanneer het kabinet kiest voor de Zuid-Oost variant en hoe weegt u de
kosten van die overlast ten opzichte van de kosten van het verplaatsen van het dorp
Moerdijk?
Antwoord 19
Dat is nog onduidelijk, dit moet meegewogen worden in de bestuurlijke afweging rond
het kiezen van de voorkeursrichting en in het planologisch proces dat hierop volgt.
Vraag 20
Kunt u concreet aangeven welke typen bedrijvigheid onder de gereserveerde 450 hectare
voor de uitbreiding van het haven en industriegebied vallen en op basis van welke
ruimtelijke en milieukaders deze selectie plaatsvindt?
Antwoord 20
Op 11 juni 2025 hebben Rijk en regio afgesproken om een nationaal strategisch profiel
op te stellen voor het haven- en industriecluster Moerdijk. Op basis van dit profiel
willen we sturen op welke activiteiten, ketens en bedrijvigheid ruimte geboden moet
worden op het huidige terrein én de strategische uitbreiding. In de besluitvorming
die voorzien is in juni worden ook bestuurlijke afspraken gemaakt over dit strategische
profiel. Ik kan daar op dit moment nog niet op vooruitlopen.
Vraag 21 en 22
Welke waarborgen worden ingebouwd om te voorkomen dat deze ruimte uiteindelijk wordt
ingevuld met andersoortige, ruimte-intensieve of overlastgevende functies die niet
direct samenhangen met de energietransitie of circulaire economie?
Hoe past deze ontwikkeling binnen het rijksbeleid om zorgvuldig om te gaan met schaarse
ruimte, functiemenging te beperken waar leefbaarheid onder druk staat en verdozing
van het landschap tegen te gaan?
Antwoord 21 en 22
De vijf clusters vormen nu belangrijke knooppunten in een internationaal netwerk van
corridors voor vervoer van goederen, grondstoffen en energiedragers. Daarnaast zitten
hier belangrijke basisindustrieën voor de strategische autonomie en een brede economie
in Nederland. We kiezen er in de Ontwerp-Nota Ruimte voor om voor de vijf energie-intensieve
clusters een scherpere langetermijnstrategie op te stellen met een sterke regierol
van het Rijk, om daarmee te borgen dat de cruciale (nationale) functies tot hun recht
komen. Met het kiezen voor clustering van zware industrie in deze gebieden, het intensiever
benutten van de bestaande ruimte in deze gebieden en vraag en aanbod in samenhang
te optimaliseren zorgen we er ook voor dat deze functies minder spreiden over heel
Nederland en we de impact dus beperken. Een van de besluiten die in juni 2025 is genomen
is dat er voor Moerdijk een strategisch profiel wordt uitgewerkt om hier specifiek
invulling aan te geven. Daar zijn we nu mee bezig. Duidelijk is dat Moerdijk een belangrijke
rol in het logistieke systeem heeft, vanuit de zeehavenfunctie, een belangrijke rol
in het internationale chemiesysteem en in potentie een belangrijke rol in de grondstoffentransitie
en (kritieke) grondstoffen.
Vraag 23
Op welke wijze wordt het vertrouwen van inwoners in de overheid actief gemonitord
en versterkt in dit proces, en welke lessen trekt u hieruit voor toekomstige grootschalige
ruimtelijke ingrepen elders in Nederland?
Antwoord 23
De gemeente heeft goede contacten met inwoners en ondernemers in het dorp Moerdijk.
Daarnaast is de gemeente voornemens om een monitor uit te laten voeren. Op dit moment
is nog geen informatie beschikbaar om lessen te trekken voor grootschalige ruimtelijke
ingrepen elders.
Vraag 24
Kunt u bevestigen dat zonder een uitgewerkt en financieel gedekt pakket voor herhuisvesting,
compensatie en behoud van sociale samenhang geen onomkeerbare stappen worden gezet?
Antwoord 24
Bij besluitvorming in juni 2026 worden nog geen onomkeerbare stappen gezet. Het besluit
betreft een voorkeur voor de ontwikkelrichting van het Rijk, de provincie Noord-Brabant,
betrokken gemeenten en waterschap. Daarna wordt een planologische procedure doorlopen
met bredere mer-procedure. Pas na doorlopen van de planologische procedure (verwachting
eind 2028) worden besluiten onomkeerbaar.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
J. de Bat, staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.