Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Bushoff en Kathmann over de hack bij software voor patiëntendossiers aan de minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit
Vragen van de leden Bushoff en Kathmann (beiden GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport en de Staatssecretaris van Economische Zaken en Klimaat over de hack bij software voor patiëntendossiers aan de Minister van Volksgezondheid, Welzijn en Sport en de Staatssecretaris Digitale Economie en Soevereiniteit (ingezonden 10 april 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 24 april
2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van de hack bij ChipSoft, het bedrijf dat software voor patiëntendossiers
en andere digitale systemen voor ziekenhuizen levert?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u toelichten wat de ernst is van de hack en hoeveel ziekenhuizen, huisartsenpraktijken
en eventuele andere zorgverleners zijn geraakt door de hack?
Antwoord 2
Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens veilig zijn. Chipsoft voert
momenteel samen met een extern team van cybersecurity-experts forensisch onderzoek
uit om de oorzaak, omvang en bron van het incident vast te stellen. ChipSoft levert
software aan ongeveer 70% van de Nederlandse ziekenhuizen. Uit voorzorg zijn sinds
8 april 20:00 uur de verbindingen met patiëntportalen die door ChipSoft worden gehost,
verbroken. Dit betreft Zorgportaal, HiX Mobile2 en het Zorgplatform. Deze zijn hierdoor tijdelijk niet beschikbaar geweest. Inmiddels
is er sinds vrijdag 17 april weer sprake van het gefaseerd opstarten van functionaliteiten,
nadat deze veilig zijn bevonden. Op donderdag 16 april heeft ChipSoft gecommuniceerd
met de klanten die dat betrof dat er bij de hack ook gegevens zijn gestolen. Hierover
heb ik de Kamer, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in een
Kamerbrief op 21 april 2026 geïnformeerd3. ChipSoft heeft geen gedetailleerde inzage gegeven in welke klanten op welke wijze
getroffen zijn. In de zojuist genoemde Kamerbrief heb ik ons inzicht met u gedeeld.
De resultaten van het forensisch onderzoek, die van belang zijn voor de hersteloperatie
bij zorginstellingen, zullen, zo heeft ChipSoft ons laten weten, zo snel mogelijk
worden gecommuniceerd. In de tussentijd ondersteunt Z-CERT, als expertisecentrum cybersecurity
in de zorg, en biedt hulp aan ChipSoft voor analyse, communicatie en incidentmanagement.
Z-CERT informeert en adviseert haar deelnemers over deze situatie.
Vraag 3
Wat zijn de gevolgen van de hack voor zorgverleners en hun patiënten, bijvoorbeeld
doordat zorginstellingen hun systemen offline hebben moeten halen?
Antwoord 3
Navraag bij de betrokken zorginstellingen leert dat de zorgprocessen doorlopen en
zorgverleners bij de gegevens van patiënten kunnen. Patiënten kunnen echter wel hinder
ondervinden bij het online maken van afspraken, dit gaat nu telefonisch. Daarnaast
kunnen patiënten momenteel niet zelf hun dossier inzien. Ook is er met name impact
op de uitwisseling van gegevens. Tussen zorgverleners, zoals huisarts en ziekenhuizen,
kunnen digitale verwijzingen niet goed plaatsvinden.
Ziekenhuizen zijn hier echter op dit soort incidenten voorbereid en zij hebben hiervoor
noodprotocollen die ook in werking zijn getreden. Hierdoor kunnen veel zorgprocessen
doorlopen, maar vaak met een noodzakelijke extra inzet van personeel.
Vraag 4
Is bepaalde zorg uitgesteld vanwege de hack en zo ja, op welke schaal?
Antwoord 4
Nee, de zorgprocessen lopen door.
Vraag 5
Is er gevoelige data, zoals patiëntgegevens, in handen gekomen van criminelen?
Antwoord 5
Patiënten moeten erop kunnen vertrouwen dat hun gegevens veilig zijn. Op donderdag
16 april heeft ChipSoft gecommuniceerd met haar klanten dat er bij de hack patiëntgegevens
zijn gestolen. Welke exacte patiëntgegevens hierbij zijn buitgemaakt is nog in onderzoek.
Ik heb de Kamer, mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in een
Kamerbrief op 21 april hierover geïnformeerd.4 Ik vind dit een zeer ernstige zaak. ChipSoft moet alles uit de kast halen en de volle
verantwoordelijkheid nemen om snel en zorgvuldig te onderzoeken en duidelijkheid te
creëren voor patiënten en zorgverleners, zodat mensen weten of hun data gestolen is
en om welke data het gaat.
Vraag 6
Hoe verklaart u de verschillende aanpak van ziekenhuizen na de hack, bijvoorbeeld
in het wel of niet offline halen van systemen?
Antwoord 6
Ziekenhuizen die klant zijn bij ChipSoft hebben op advies van Z-CERT, het expertisecentrum
cybersecurity in de zorg, preventieve maatregelen genomen en hebben monitoring op
hun lopende systemen geïntensiveerd. De keuzes die gemaakt worden, zijn door de ziekenhuizen
of organisaties zelf gemaakt op basis van eigen specifieke situatie en risico inschatting.
Vraag 7
Verschilt de impact van de hack tussen ziekenhuizen die hun gegevens lokaal, hybride
of juist in een cloudomgeving opslaan? Kunt u uitleggen welke keuze de meeste weerbaarheid
biedt?
Antwoord 7
De gegevens van de zorgaanbieders die gebruikmaken van de cloudomgeving van ChipSoft
zijn gestolen. Van instellingen die de software van ChipSoft in eigen beheer uitvoeren
of door derden laten beheren, zijn geen gegevens gestolen. Hierover heb ik de Kamer,
mede namens de Staatssecretaris van Justitie en Veiligheid, in een Kamerbrief op 21 april
geïnformeerd.5
Er valt niet in z’n algemeenheid te zeggen welke keuze de meeste weerbaarheid biedt.
Dit hangt af van de lokale context van de zorgaanbieder en de risicoafweging die gedaan
is en de beheersmaatregelen die daarbij genomen zijn.
Vraag 8
Welke rol speelt de overheid in de afwikkeling van de hack?
Antwoord 8
Wat betreft de afwikkeling van de hack en opsporing en/of vervolging ligt de verantwoordelijkheid
bij de politie en het Openbaar Ministerie (OM). Diverse toezichthouders doen onderzoek
naar de hack. Vanuit onze stelselverantwoordelijkheid ondersteunen we de koepelorganisaties
die in het Informatieberaad Zorg zitten met informatie over de digitale aanval en
een woordvoeringslijn die zij kunnen gebruiken naar hun leden.
Ook worden bijvoorbeeld handelingsperspectieven uitgewisseld. VWS en organisaties
die gesubsidieerd worden door VWS ondersteunen de getroffen zorginstellingen zoveel
als mogelijk. Zo financiert de overheid Z-CERT, het expertise centrum cybersecurity
in de zorg. Z-CERT, biedt hulp aan ChipSoft voor analyse, communicatie en incidentmanagement.
Z-CERT informeert en adviseert haar deelnemers over deze situatie. Vanuit het ministerie
volgen we de ontwikkelingen zeer nauw, adviseren we koepels en zorgaanbieders en duiden
we de rollen en bevoegdheden, waar nodig.
Vraag 9
Zijn er alternatieven voorhanden bij een hack als deze, bijvoorbeeld alternatieve
software waar ziekenhuizen en andere zorgverleners op kunnen terugvallen?
Antwoord 9
Ziekenhuizen hebben draaiboeken en protocollen voor als systemen niet werken om te
zorgen dat het zorgproces door kan blijven gaan. Dit volgt uit de verplichte risico
analyse die zij moeten doen. Zo gaan bijvoorbeeld verwijzingen van huisartsen naar
Chipsoft-ziekenhuizen niet meer digitaal, maar per mail of telefonisch. Zie ook het
antwoord op vraag 3. Het is aan zorgverleners zelf om deze protocollen, gegeven de
specifieke situatie van de betreffende zorgverlener, in te richten. De ingebruikname
van een ander elektronisch patiëntendossier of andere alternatieve software is niet
iets wat in enkele dagen of weken geregeld kan worden. Dit is technisch zeer complex
en kent een lange doorlooptijd. Bovendien brengt het hoge kosten en andere risico’s
met zich mee.
Vraag 10
Welke eisen gelden er voor leveranciers van cruciale zorg-ICT?
Antwoord 10
Nederlandse zorgaanbieders zijn wettelijk verplicht om te voldoen aan de norm voor
informatiebeveiliging in de zorg, de NEN 7510. De NEN 7510 geeft richtlijnen voor
controlemaatregelen en stelt eisen aan het informatiebeveiligingssystemen. De norm
vereist ook beheersmaatregelen voor bedrijfscontinuïteit en bereikbaarheid. Bij de
inzet van ICT-producten die medische gegevens verwerken, eisen zorgaanbieders van
de softwareleveranciers van deze ICT-producten dat ook zij voldoen aan de NEN 7510.
Softwareleveranciers dienen dit aan te tonen met een certificaat.
In de nabije toekomst zullen aanvullende eisen voor cyberweerbaarheid worden gesteld
in de NIS2-richtlijn die wordt omgezet in de Cyberbeveiligingswet en het Cyberbeveiligingsbesluit.
De European Health Data Space-verordening (EHDS) draagt bij aan toegankelijkheid van
de zorg-ICT-markt in Nederland en Europa en betere databeschikbaarheid. Deze verordening
gaat de nieuwe eis stellen dat EPD-systemen aan de kaders rondom cyberveiligheid moeten
gaan voldoen conform de Cyberweerbaarheidsverordening6.
Vraag 11
Is de ketenweerbaarheid op het gebied van ICT in de zorg wat u betreft op orde, onder
andere in de domeinen hosting, beheer, en koppelingen? Waarom wel of niet?
Antwoord 11
Zorgaanbieders zijn verantwoordelijk voor de afspraken die gemaakt worden met hun
ICT-leveranciers. Uit deze verantwoordelijkheid volgt dat zij handelingsperspectieven
moeten opstellen op basis van de individuele risicoafwegingen en passend bij de eigen
context. In de NEN7510 is de verplichting opgenomen een risicobeoordeling uit te voeren
en digitale afhankelijkheden in kaart te brengen. Daarnaast gaat de Cyberbeveiligingswet
(Cbw) organisaties, waaronder zorgaanbieders, verplichten om hun leveranciersketen
in kaart te brengen, en om aan de leveranciers in die keten informatiebeveiligingsnormen
te stellen. De Cbw is voorzien medio 2026 in te gaan.
Vraag 12
Deelt u de opvatting dat dit geen incident is, maar een symptoom van te grote afhankelijkheid
van een paar dominante leveranciers in de zorg, waarbij een incident bij één leverancier
meteen een nationale zorgvraag wordt?
Antwoord 12
Nee, ik deel die opvatting niet. Zorgaanbieders dienen afspraken te maken met zorg-ICT-leveranciers
en hierbij risico’s af te wegen. Het is wel zo dat de omvang van een hack groter kan
zijn wanneer een leverancier met een groot marktaandeel wordt getroffen waarbij ook
nog eens patiëntgegevens zijn opgeslagen.
Vraag 13
Deelt u de zorgen over de risico’s wanneer één dominante marktpartij de infrastructuur
levert voor zorginstellingen of andere essentiële publieke voorzieningen?
Antwoord 13
Het is belangrijk dat er sprake is van een gezonde marktwerking op de zorg-ICT-markt.
Op verzoek van de toenmalige Minister van VWS heeft de Nederlandse Zorgautoriteit
(NZa) in januari 2025 een rapport uitgebracht: «Sturing op kwaliteit en betaalbaarheid
zorg-ICT». Daarin staat dat onder andere in de ziekenhuiszorg een paar grote leveranciers
de markt domineren. Deze marktconcentratie zorgt voor minder concurrentie, wat de
prijzen op kan drijven en innovatie kan vertragen. Ook is er een definitieve leidraad
goedwerkende markten voor zorg-ICT van de ACM7 gepubliceerd. Het Ministerie van VWS maakt hieruit op dat het voor nieuwe innovatieve
spelers moeilijk is voet aan de grond te krijgen, omdat zorginstellingen huiverig
zijn om risico’s te nemen door met kleine of nieuwe partijen in zee te gaan. Bovendien
wordt toetreding tot de Nederlandse markt van nieuwe buitenlandse leveranciers bemoeilijkt
door de complexe, internationaal niet te vergelijken bekostigingssystematiek in onze
zorgsector. Een te grote eenzijdige afhankelijkheid kan risico’s met zich brengen
voor de continuïteit van zorg. Zorginstellingen zijn zelf verantwoordelijk om deze
risico’s in kaart te brengen en keuzes te maken om invulling te geven aan overwegingen
van digitale autonomie.
In de brief Voortgang agenda databeschikbaarheid van 20 januari 2026 is de stand van
zaken over de zorg-ICT-markt uiteengezet. Om de risico’s te beperken, ga ik de komende
tijd aan de slag om de bewustwording en kennis en expertise bij bestuurders over zorg-ICT
te vergroten. Ook wordt samen met partijen onderzocht hoe het inkoopproces verbeterd
kan worden. Daarnaast wordt er samen met overheidspartijen met een regulerende of
toezichthoudende rol in het zorgveld een zogenoemde signaleringstafel opgezet. Daar
kunnen signalen over zorg-ICT worden gedeeld en kan vanuit bestaand instrumentarium
bekeken worden of en zo ja welke (gezamenlijke) interventie gewenst is. Naast de hierboven
genoemde acties zet ik in op de European Health Data Space (EHDS) om de markt toegankelijker
te maken voor EPD-leveranciers. Om dat te bereiken worden er op Europees niveau harmoniserende
regels gesteld aan interoperabiliteit tussen de EPD-systemen en aan een verplicht
loggingsmechanisme voor gebruik van gegevens door zorgverleners. Ook wordt gekeken
hoe het toezicht versterkt kan worden op zorg-ICT.
Vraag 14
Zijn er maatregelen die u neemt om dergelijke marktdominantie tegen te gaan, bijvoorbeeld
door afspraken te maken over het inkoop- en aanbestedingsbeleid in de zorgsector?
Waarom wel of niet?
Antwoord 14
In de eerste plaats zijn zorgaanbieders zelf verantwoordelijk voor de inkoop, aanbesteding
en contractering van zorg-ICT. Wel blijkt uit het NZa rapport «Sturing op kwaliteit
en betaalbaarheid zorg-ICT» januari 2025 dat de bewustwording en kennis en expertise
bij bestuurders over zorg-ICT vergroot kan worden. Daarom wordt samen met partijen
onderzocht hoe het inkoopproces verbeterd kan worden, bijvoorbeeld door de inzet van
externe expertise om gezamenlijke inkoop van een kernapplicatie te laten slagen. Dit
zorgt voor schaalvoordelen en vergroot de kans op samenwerking. Over dit soort onderwerpen
heeft mijn ministerie ook regelmatig overleg met de ICT-gebruikersverenigingen van
de ziekenhuizen.
Vraag 15
Hoe zorgt u voor voldoende diversificatie tussen ICT-leveranciers bij zorginstellingen?
Is het uw verantwoordelijkheid om monopolievorming in de zorg-ICT tegen te gaan?
Antwoord 15
De Autoriteit Consument en Markt (ACM) houdt toezicht op eerlijke concurrentie en
marktwerking, zo ook op de zorg-ICT markt. In eerste instantie is zij de toezichthouder
op basis van de Mededingingswet die toezicht houdt op de markt en ook concentraties
(fusies/overnames) beoordeelt. Zij heeft in haar brief op 28 januari 20258 aangegeven dat de zorg-ict markt niet goed werkt omdat ICT-systemen gesloten zijn.
De ACM geeft aan dat zij op dit moment onvoldoende instrumenten heeft om eerlijke
concurrentie en marktwerking structureel af te dwingen en adviseert het Ministerie
van VWS om openheid van digitale informatiesystemen via wetgeving te verplichten.
Ik vind het belangrijk dat de zorg-ICT-markt toegankelijk is, zodat concurrentie en
innovatie worden gestimuleerd. Met de EHDS wordt ook ingezet op een zo open mogelijke
markt voor onder andere EPD-leveranciers. Ik onderzoek de mogelijkheden om als randvoorwaardelijk
onderdeel van de EHDS, te komen tot additionele regulerende instrumenten.
Vraag 16
Is het wenselijk dat zorginstellingen individueel ICT-diensten inkopen en hierover
onderhandelen? Welke voor- en nadelen ziet u bij een meer gezamenlijke vorm van inkoop?
Antwoord 16
In de eerste plaats zijn zorgaanbieders zelf verantwoordelijk voor de inkoop, aanbesteding
en contractering. Gezamenlijke inkoop kan schaalvoordelen opleveren, vergroot de kans
op samenwerking en versterkt de positie van de zorgaanbieders. Een nadeel kan zijn
dat er minder maatwerk wordt geleverd.
Vraag 17
Wat is de status van de uitvoering van de motie-Bushoff/Bevers om bij de evaluatie
van de Wet vifo te bezien of bij fusies en overnames vanuit het buitenland van digitale
zorginfrastructuur vergelijkbare voorwaarden gesteld kunnen worden als bij andere
cruciale sectoren, zoals de chip-, energie- en telecomsector?9
Antwoord 17
Sinds juni 2023 is de Wet Veiligheidstoets investeringen, fusies en overnames (vifo)
van kracht. De Wet vifo introduceerde een mechanisme voor investeringstoetsing in
Nederland. Recent is de wet, conform de toezegging aan de Tweede Kamer, geëvalueerd.
Tevens is in december 2025 de herziene Foreign Direct Investment (FDI)-screeningsverordening
vastgesteld. Met de wijziging van de Verordening worden de reikwijdte en procedures
van de nationale investeringstoetsingsregimes in de Europese Unie gestroomlijnd om
economische veiligheidsrisico’s van investeringen op een meer coherente manier aan
te pakken. Nadat de herziene FDI verordening formeel is vastgesteld, start de termijn
voor omzetting van de Verordening in nationale wetgeving. In Nederland wordt deze
Verordening geïmplementeerd in de Wet vifo. Ik koers aan op een verwijzing in de wet
vifo naar de (terminologie van de) Wet weerbaarheid kritieke entiteiten (Wwke). Hiermee
zullen kritieke entiteiten in de zorg in het geval van vijandige investeringen, fusies
of overnames kunnen worden getoetst.
Vraag 18
Deelt u de zorgen van de Autoriteit Consument & Markt (ACM) over gesloten datastandaarden
bij ICT-aanbieders in de zorg, aangezien systemen daardoor niet goed met elkaar communiceren
en zorgaanbieders minder keuze hebben in hun leveranciers, met monopolievorming tot
gevolg?
Antwoord 18
Ja ik deel deze zorgen. Het niet gebruiken van open standaarden en de geslotenheid
van ICT-systemen bevordert niet de door de Nationale, Visie en Strategie10 gewenste interoperabiliteit op weg naar databeschikbaarheid. Om dat te veranderen
zal een mix van Europese verplichtingen en nationale keuzes nodig zijn. Met de European
Health Data Space (EHDS) verordening wordt ingezet op een zo open mogelijke markt
voor EPD-leveranciers. Om dat te bereiken worden er op Europees niveau harmoniserende
regels gesteld aan interoperabiliteit tussen de EPD-systemen. Vanuit de NVS-ambitie
stuur ik op openstelling van systemen via open gestandaardiseerde koppelvlakken: publiek
beschikbare koppelvlakken,
zodat data veilig, herbruikbaar en leverancier-onafhankelijk kan stromen door het
hele stelsel. De specificaties van deze open koppelvlakken zijn een publieke verantwoordelijkheid.
Zo nodig zal ik deze koppelvlakken ook als open source laten ontwikkelen en beschikbaar
stellen aan marktpartijen.
Vraag 19
Wat is de status van de uitvoering van de motie-Bushoff/Kathmann over een routekaart
waarlangs ICT-leveranciers in de zorg de komende jaren verplicht worden gebruik te
maken van open datastandaarden?11
Antwoord 19
In mijn brief «stand van zaken landelijk dekkend netwerk» die ik voor het commissiedebat
digitale zorg (gepland op 21 mei) naar uw Kamer zal sturen, zal ik dieper ingaan op
dit vraagstuk.
Vraag 20
Welke structurele problemen in de zorg-ICT legt deze hack bloot? Wie is er aan zet
om deze op te lossen?
Antwoord 20
Het onderzoek naar deze hack is nog in volle gang. Het is daarmee te vroeg om een
verband te leggen tussen deze hack en structurele problemen in de zorg-ICT.
Vraag 21
Welke maatregelen neemt u om de cyberveiligheid en weerbaarheid van zorginstellingen
structureel te vergroten?
Antwoord 21
In het versterken van de cyberweerbaarheid van de zorg neem ik een kader stellende,
toezichthoudende, stimulerende en faciliterende rol in. In de brief over informatieveiligheid
in de zorg van 4 december 2025 heeft mijn voorganger uw Kamer geïnformeerd over de
maatregelen die mijn ministerie neemt12. Ik ondersteun zorginstellingen bij het voorkomen van incidenten door het verhogen
van bewustzijn van zorgmedewerkers in het programma Informatieveilig gedrag in de
zorg. Een groot deel van cyberincidenten zijn mede veroorzaakt door menselijk handelen.
Daarnaast bied ik hulpmiddelen aan om te voldoen aan de NEN7510, de norm voor informatiebeveiliging
in de zorg. Deze norm schrijft organisatorische, mensgerichte, fysieke en technologische
beheersmaatregelen voor die de digitale weerbaarheid van een organisatie concreet
verhogen. Dit met het doel om dreigingen te voorkomen, detecteren of erop te reageren.
Tot slot helpt het expertisecentrum cybersecurity in de zorg (Z-CERT) zorginstellingen
in het voorkomen van incidenten door te monitoren en eventuele dreigingsinformatie
te delen. Daarnaast biedt Z-CERT ondersteuning bij het beperken van de gevolgen wanneer
er onverhoopt een incident heeft plaatsgevonden.
Vraag 22
Wat wordt de rol van de Cyberbeveiligingswet, zodra deze is aangenomen, om dergelijke
hacks te voorkomen en sneller af te wikkelen? Wat gaat er concreet veranderen in een
casus zoals deze?
Antwoord 22
Voor alle zorgaanbieders is de NEN 7510, de norm voor informatiebeveiliging in de
zorg, nu al wettelijk verplicht. De Cyberbeveiligingswet (Cbw) gaat bredere eisen
stellen aan netwerk- en informatiebeveiliging voor diverse sectoren waaronder de sector
zorg. Zodra de Cbw van kracht is (voorzien medio 2026), hebben organisaties die onder
de wet vallen een meldplicht. Dit houdt in dat een significante cyberincident13 binnen 24 uur wordt gemeld bij het portaal van het Nationaal Cyber Security Centrum
(NCSC). Het NSCS werkt nauw samen met Z-CERT, het expertisecentrum op het gebied van
het cybersecurity in de zorg. Deze meldplicht zorgt ervoor dat alle significante meldingen
worden gemonitord en er tijdig wordt gewaarschuwd tegen cyberdreigingen. Daarnaast
stelt de Cbw een zorgplicht voor organisaties verplicht. Dit houdt in dat organisaties
vallend onder Cbw maatregelen moeten nemen om hun netwerk- en informatiesystemen te
beschermen tegen significante incidenten. De Cbw zal cyberincidenten niet voorkomen,
maar de cyberweerbaarheid in Nederland en daarmee ook in de sector zorg wordt verhoogd
doordat significante cyberincidenten worden gemonitord en vervolgens snel wordt gehandeld
om de beveiliging van informatiesystemen en bedrijfscontinuïteit te waarborgen.
Vraag 23
Kunt u deze vragen afzonderlijk van elkaar en nog vóór het commissiedebat over digitale
ontwikkelingen in de zorg van 21 mei 2026 beantwoorden?
Antwoord 23
Ja.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.