Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Vermeer over de hoge energieprijzen naar aanleiding van de Iran oorlog
Vragen van het lid Vermeer (BBB) aan de Staatssecretaris van Financiën over de hoge energieprijzen naar aanleiding van de Iran oorlog (ingezonden 25 maart 2026).
Antwoord van Minister Heinen (Financiën) en van Staatssecretaris Eerenberg (Financiën)
(ontvangen 24 april 2026).
Vraag 1
In de brief aan de Kamer van 16 maart 2026 geeft het kabinet aan de situatie nauwlettend
te volgen en de komende periode potentiële maatregelen, inclusief de financiële consequenties,
verder uit te werken: kunt u aangeven wanneer de Kamer de uitwerking van deze mogelijke
maatregelen kan verwachten1?
Antwoord 1
Als bijlage bij de brief2 acties weerbaarheid energieschok is een overzichtstabel opgenomen met mogelijke maatregelen.
Vraag 2
In dezelfde brief geeft het kabinet aan dat deze mogelijke maatregelen pas in augustus
kunnen worden betrokken bij de bredere besluitvorming over lasten en koopkracht: begrijpt
u dat energiestations in de grensregio en energie-intensieve bedrijven nu al onder
grote financiële druk staan en dat het voor hen simpelweg niet haalbaar is om tot
augustus te wachten?
Antwoord 2
Het kabinet begrijpt de zorgen van burgers en bedrijven goed. Op korte termijn neemt
het kabinet daarom een aantal maatregelen om de effecten van de economische schok
bij burger en bedrijven op te vangen, de weerbaarheid op de langere termijn te vergroten
en de onafhankelijkheid van energie uit het buitenland te verminderen. Het kabinet
heeft uw Kamer hier op 20 april per brief nader over geïnformeerd. De realiteit is
echter ook dat de overheid de effecten van de energieschok niet volledig kan wegnemen.
In deze brief gaat het kabinet ook uitgebreider in op met welke scenario’s rekening
moet worden gehouden en welke type maatregelen er dan klaarliggen. Dit vraag telkens
een zorgvuldige weging.
Vraag 3
Kunt u aangeven wat de eerstvolgende mogelijkheid is voor de Kamer om eventuele maatregelen
eerder dan augustus te behandelen en te besluiten?
Antwoord 3
Op korte termijn neemt het kabinet een aantal maatregelen om de effecten van de economische
schok bij burger en bedrijven op te vangen, de weerbaarheid op de langere termijn
te vergroten en de onafhankelijkheid van energie uit het buitenland te verminderen.
Dit voorstel wordt in de brief nader toegelicht. Het kabinet gaat hierover graag met
uw Kamer in gesprek.
Vraag 4 t/m 6
Heeft de Staat op dit moment extra inkomsten gegenereerd uit accijnzen en btw op brandstoffen
als gevolg van de significant hogere adviesprijzen aan de pomp?
Indien dit het geval is, kunt u inzicht geven in de omvang van deze extra inkomsten?
Kunt u tevens aangeven wat het verwachte overschot zou zijn als deze prijsontwikkeling
zich de komende periode voortzet?
Antwoord 4 t/m 6
Sinds begin dit jaar is de brandstofprijs sterk toegenomen. Voor het effect op de
btw-inkomsten kan onderscheid gemaakt worden tussen een prijseffect en hoeveelheidseffect.
Het prijseffect komt doordat als de prijs toeneemt, het btw-bedrag (21% van de prijs)
per liter ook toeneemt. Bij de accijnsinkomsten is geen prijseffect zichtbaar, omdat
de accijns een vast bedrag per liter is. Tegenover het prijseffect staat het hoeveelheidseffect.
Door de hogere prijzen verwacht het kabinet op basis van de literatuur3, 4 dat sommige consumenten hun gedrag aanpassen, waardoor minder liters brandstof wordt
verbruikt. Dit leidt tot een derving aan accijnsinkomsten. Per saldo verwacht het
kabinet dat de meeropbrengst in de btw als gevolg van het prijseffect, wordt tenietgedaan
of omslaat in een derving door het hoeveelheidseffect in de btw en accijnsinkomsten.
Daarnaast spelen er macro-economisch nog andere factoren mee die de omzetbelasting
beïnvloeden en er zijn nog geen realisatiecijfers over afgelopen maand beschikbaar.
Het kabinet gaat de tankvolumes de komende maanden daarom nauwgezet monitoren. Deze
analyse wordt in de brief acties weerbaarheid energieschok nader toegelicht.
Vraag 7 en 8
Bent u van mening dat de situatie in het Midden-Oosten de druk op de energiemarkt
verder vergroot en dat Nederland al jarenlang structureel hogere energieprijzen kent
dan de omringende landen?
Kunt u toelichten op welke wijze het kabinet werkt aan een structurele oplossing voor
de hoge energiekosten, in plaats van tijdelijke maatregelen, zodat het ondernemersklimaat
duurzaam wordt versterkt?
Antwoord 7 en 8
De huidige crisis in het Midden-Oosten onderstreept de kwetsbaarheid van Nederland
door de afhankelijkheid van fossiele brandstoffen uit het buitenland. Dit geeft zorgen
en onzekerheid bij burgers en bedrijven over of de energierekening nog wel betaald
kan worden en of de bedrijfsvoering in de huidige vorm kan worden voortgezet. Het
is daarom belangrijk om weerbaarder te worden voor energieschokken, zodat de energiekosten
voor burgers en bedrijven voorspelbaarder worden en het aanbod van energie meer in
eigen hand hebben. Om de afhankelijkheid van olie- en gas verder te verminderen en
de energiekosten structureel te verlagen, zet het kabinet in op het vergroten van
energiezekerheid en betaalbare energie van eigen bodem. Daarnaast neemt het kabinet
op korte termijn een aantal maatregelen om de energiekosten voor burgers en bedrijven
te verlagen. Zo wordt voor 2026 onder andere extra budget vrijgemaakt voor het Warmtefonds
en wordt versneld geld uit het Klimaatfonds overgeheveld om het MKB te ondersteunen
bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Ook wordt de onbelaste reiskostenvergoeding
verhoogd en de motorrijtuigenbelasting voor bestelauto’s van ondernemers en vrachtwagens
verlaagd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Heinen, minister van Financiën -
Mede ondertekenaar
E. Eerenberg, staatssecretaris van Financiën
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.