Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over de berichten 'PA drafts constitution, omits Jewish ties to Jerusalem, calls for Sharia legal system' en 'PA paid half a billion shekels to terrorists in pay-for-slay scheme, sources reveal -exclusive'
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de berichten «PA drafts constitution, omits Jewish ties to Jerusalem, calls for Sharia legal system» en «PA paid half a billion shekels to terrorists in pay-for-slay scheme, sources reveal -exclusive» (ingezonden 30 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 24 april 2026).
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op de berichten «PA drafts constitution, omits Jewish ties to
Jerusalem, calls for Sharia legal system»1 en «PA paid half a billion shekels to terrorists in pay-for-slay scheme, sources
reveal -exclusive»2?
Antwoord 1
Het kabinet heeft de berichten voor kennisgeving aangenomen.
Vraag 2
Wat is de etymologische geschiedenis van de benaming «Jeruzalem»?
Antwoord 2
Er zijn verschillende theorieën over de etymologische geschiedenis van de benaming
van Jeruzalem.
Vraag 3
Klopt het met uw informatie dat de Joodse banden met Jeruzalem in de ontwerp-Grondwet,
zoals opgesteld door de Palestijnse Autoriteit (PA), worden weggelaten en bijvoorbeeld
enkel het beschermen van islamitische en christelijke heiligdommen wordt benoemd?
Hoe beoordeelt u dit?
Antwoord 3
Het klopt dat er in de conceptgrondwet geen referentie wordt gemaakt naar de bescherming
van Joodse heilige plekken in Jerusalem, maar wel naar Islamitische en Christelijke
heiligdommen. Het kabinet is van mening dat vrije, veilige en niet-discriminerende
toegang tot heilige plaatsen van alle religies – waaronder de Joodse heiligdommen
in Jeruzalem – een essentieel onderdeel is van de vrijheid van religie en levensovertuiging.
Het kabinet zal de ontwikkelingen omtrent de Grondwet nauwkeurig blijven volgen. Zie
ook het antwoord op vraag 4 en 5.
Vraag 4 en 5
Meent u dat in een toekomstige situatie de Joodse banden met Jeruzalem nooit mogen
worden ontkend en bent u bereid dit standpunt randvoorwaardelijk uit te dragen voor
de toekomst?
Welke historische banden heeft het Joodse volk en het judaïsme wetenschappelijk-historisch
gezien volgens dit kabinet ten aanzien van de vroege geschiedenis van Jerusalem en
aanwezigheid door de eeuwen heen tot op heden? Hoe verhoudt dit zich tot de uitingen
van de PA? Is er sprake van bewuste geschiedvervalsing volgens dit kabinet door de
PA en zo ja, op welke onderdelen? Bent u bereid de PA hierop aan te spreken?
Antwoord 4 en 5
Jeruzalem heeft historisch gezien en vandaag de dag een speciale status in het jodendom,
de islam, en het christendom. Het respecteren van verschillende religieuze plaatsen
in Jeruzalem is ook vastgelegd in de al lang bestaande Status Quo-overeenkomst. Vrijheid
van religie en levensovertuiging is een fundamenteel mensenrecht en een prioriteit
binnen het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Nederland draagt dit uit en zet zich in
om dit recht te beschermen, ook in Israël en de Palestijnse Gebieden. Deze conceptgrondwet
is wat het kabinet betreft geen bewijs van ontkenning van de geschiedenis van Jeruzalem
door de Palestijnse Autoriteit (PA). Zie ook het antwoord op vraag 3.
Vraag 6
Hoe wordt invulling gegeven aan de gewijzigde motie-Ceder/Stoffer over het standpunt
dat Joden welkom en veilig moeten zijn in Jeruzalem innemen en uitdragen (Kamerstuk
26 150, nr. 239)?
Antwoord 6
Nederland geeft uitvoering aan deze motie. Het standpunt van het kabinet is dat iedereen
het recht heeft om zijn of haar religieuze of levensbeschouwelijke keuze te maken,
en dit in vrijheid en veiligheid te doen. Dat geldt wereldwijd, en daarmee ook in
Jeruzalem.
Vraag 7
Klopt het dat de ontwerp-Grondwet shariawetgeving implementeert? Zo ja, hoe beoordeelt
het kabinet dit? Erkent het kabinet dat dergelijke wetgeving op zeer gespannen voet
staat met internationale mensenrechtenverdragen zoals de Universele Verklaring van
de Rechten van de Mens? Wat betekent dit voor de omgang van dit kabinet met de PA?
Antwoord 7
De conceptgrondwet voorziet geen directe implementatie van de sharia. Wel wordt in
de conceptgrondwet aangegeven dat bepaalde principes van de sharia als inspiratiebronnen
gelden voor wetgeving. Dit is gebruikelijk in islamitische landen en heeft geen invloed
op de betrekkingen die het kabinet onderhoudt met de PA.
Vraag 8
Bent u bekend met de uitspraken van uw ambtsvoorganger over dat «de systematiek van
betalingen aan de families van Palestijnen die door Israëlische troepen gevangen zijn
gezet of gedood [is] herzien» en dat de «de betalingen onder het vorige systeem (....)
zijn gestopt»?3
Antwoord 8
Daar ben ik mee bekend.
Vraag 9
Klopt het met uw informatie dat de ontwerp-Grondwet de voorzetting van het «pay-for-slay-programma»
lijkt te formaliseren? Zo nee, hoe interpreteert u het grondwetsartikel zoals genoemd
in het artikel van 13 februari jl.?
Antwoord 9
Er staat dat «rechten van gevangenen zullen worden bewaard». Er wordt in de conceptgrondwet
niet gerefereerd aan het sociale zekerheidssysteem waar betalingen aan achterblijvende
families van gevangenen onderdeel van zijn op basis van financiële behoeften. Zie
ook het antwoord op vraag 10 en 11.
Vraag 10 en 11
Heeft u signalen ontvangen dat de PA het «pay-for-slay-programma» in 2025 heeft voortgezet,
zoals uiteengezet in het artikel van 25 februari jl.? Wat vindt u daarvan?
Kunt u met zekerheid stellen dat het «pay-for-slay-programma» echt is gestopt? Zo
ja, kunt u dit onderbouwen?
Antwoord 10 en 11
De Palestijnse president Abbas ondertekende op 11 februari 2025 een decreet waarin
dit systeem werd vervangen door een nieuw sociaal systeem. Het decreet stelt dat deze
families in aanmerking komen voor uitkeringen op basis van hun financiële behoeften,
net zoals andere Palestijnen die steun behoeven. De hervorming op dit vlak is doorgevoerd
en wordt gehandhaafd. President Abbas ontsloeg op 10 november 2025 zijn Minister van
Financiën, die volgens berichtgeving goedkeuring had gegeven voor een beperkt aantal
betalingen volgens het oude systeem. Daaropvolgend publiceerde president Abbas een
verklaring waarin hij de hervormingen t.a.v. het sociale zekerheidssysteem nogmaals
bevestigde en waarin hij benadrukte dat alle betalingen volgens dit hervormde systeem
zullen plaatsvinden. Het kabinet heeft geen recente signalen ontvangen dat de PA het
eerdere systeem van uitkeringen voortzet. Het hervormde systeem wordt momenteel in
opdracht van de Palestijnse Autoriteit door een onafhankelijk auditbureau beoordeeld.
Daarnaast wordt een onafhankelijke audit uitgevoerd in opdracht van de EU.
Vraag 12
Mocht u niet met zekerheid kunnen stellen dat het «pay-for-slay-programma» daadwerkelijk
is gestopt, kunt u toezeggen om, in lijn met de aangenomen motie-Ceder (Kamerstuk
21 501-02, nr. 2948), enkel in te stemmen met EU-steun aan de PA als het geld dat de PA uitgeeft aan
de uitkeringen wordt afgetrokken van het bedrag aan steun? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 12
Zoals bekend zijn de uitbetalingen in het kader van het meerjarensteunprogramma van
de EU aan de Palestijnse Autoriteit afhankelijk van de voortgang op de implementatie
van de hervormingen van het sociale systeem, waaronder op het gebied van betalingen
van de Palestijnse Autoriteit aan de families van Palestijnen die door Israëlische
troepen gevangen zijn gezet of gedood. Het kabinet dringt er bij de Commissie op aan
dat deze afspraken nauwgezet worden gemonitord.
Vraag 13
Kunt u toezeggen om de Kamer proactief te informeren als u signalen krijgt dat de
PA bedragen uitkeert in het kader van «pay-to-slay» en uit een te zetten welke stappen
u gaat ondernemen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 13
Het kabinet informeert de Kamer geregeld over de voortgang van de hervormingen van
de PA en zal dit blijven doen.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.