Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Piri over de situatie in het Midden-Oosten
Vragen van het lid Piri (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de situatie in het Midden-Oosten (ingezonden 30 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het besluit van het Israëlische kabinet om het zuiden van Libanon
te bezetten en het standpunt van de Israëlische Minister van Financiën Smotrich dat
Israël Libanees grondgebied ten zuiden van de Litani-rivier moet annexeren?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2 en 3
Veroordeelt u de bezetting en mogelijke annexatie van Libanees grondgebied? Zo nee,
waarom niet?
Heeft u alleen begrip voor de veiligheidszorgen van Israël m.b.t. Libanon of heeft
u ook begrip voor de Israëlische aanvallen op Libanon? Zo ja, waarom?
Antwoord 2 en 3
Het kabinet erkent de veiligheidszorgen van Israël ten aanzien van Hezbollah, dat
al decennialang een dreiging voor Israël vormt en aanhoudend aanvallen op Israël uitvoert.
Tegelijkertijd onderstreept het kabinet dat militair optreden alleen binnen de kaders
van het internationaal recht mag plaatsvinden. De uitoefening van het recht op zelfverdediging
door Israël tegen de aanvallen van Hezbollah dient binnen de grenzen van noodzakelijkheid
en proportionaliteit te blijven. Bij de proportionaliteit plaats het kabinet vragen.
Annexatie is in strijd met internationaal recht. Het kabinet veroordeelt oproepen
van Israëlische bewindspersonen tot annexatie van Libanees grondgebied. Het kabinet
acht uitspraken van Israëlische bewindspersonen inzake bezetting van Zuid-Libanon
daarnaast zorgwekkend. De soevereiniteit en de territoriale integriteit van Libanon
zijn hierbij van essentieel belang, naast de leidende principes van noodzakelijkheid
en proportionaliteit onder het internationaal recht.
Het kabinet heeft steeds opgeroepen tot een onmiddellijk staakt-het-vuren in Libanon
en onderstreept het belang van een diplomatieke oplossing voor het conflict tussen
Israël en Hezbollah. Het kabinet verwelkomt het staakt-het-vuren tussen Israël en
Libanon, als gevolg van de directe onderhandelingen tussen deze landen onder leiding
van de Verenigde Staten. Het kabinet roept, via de EU en in bilaterale contacten,
alle partijen op zich aan de gemaakte afspraken te houden en de onderhandelingen voort
te zetten om te komen tot een duurzame vrede.
Vraag 4
Heeft u begrip voor de Israëlische vernietiging van zeven waterinstallaties in Libanon
deze maand, voor 64 Israëlische aanvallen op Libanese gezondheidsdiensten, en voor
de verwoesting van drie rivierovergangen waardoor de bewegingsvrijheid van burgers
en humanitair personeel ernstig is ingeperkt?2 Zo ja, waarom?
Antwoord 4
Zoals gesteld in het antwoord op vraag 3, moet militair optreden binnen de kaders
van het internationaal recht plaatsvinden. Dat betekent dat het humanitair oorlogsrecht,
alsook het recht voor het gebruik van geweld door staten, moet worden gerespecteerd.
Zie ook het antwoord op vraag 5.
Vraag 5
Zijn deze aanvallen op burgerdoelen volgens u verboden onder het oorlogsrecht? Zo
nee, waarom niet?
Antwoord 5
Het humanitair oorlogsrecht vereist dat burgers en burgerobjecten worden ontzien en
beschermd. Ook biedt het humanitair oorlogsrecht speciale bescherming voor humanitaire
hulpverleners en voor objecten die onmisbaar zijn voor de overleving van de burgerbevolking.
Die bescherming is niet absoluut. Wanneer hulpverleners handelingen uitvoeren die
schadelijk zijn voor de vijand, of wanneer objecten worden gebruikt voor militaire
doeleinden, kunnen zij hun bescherming verliezen. In die gevallen dienen alsnog de
regels over voorzorgsmaatregelen en proportionaliteit te worden toegepast. Het kabinet
beschikt over onvoldoende informatie om over deze specifieke gevallen te kunnen oordelen.
Vraag 6
Bent u bereid deze aanvallen te veroordelen? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Op 14 april jl. heeft Nederland een door Frankrijk geïnitieerde verklaring medeondertekend
over de situatie in Libanon. Hierin veroordeelt het kabinet in de sterkst mogelijke
bewoordingen de grootschalige Israëlische aanvallen in Libanon van 8 april jl. Zie
ook het antwoord op vragen 2 en 3.
Vraag 7
Deelt u de observatie dat Israël een gebrek aan water inzet als oorlogswapen? Zo nee,
waarom niet?
Antwoord 7
Het is verboden om opzettelijk gebruik te maken van uithongering van burgers als methode
van oorlogvoering, door hun voorwerpen te onthouden die onontbeerlijk zijn voor hun
overleving. Het gebruik van uithongering als methode van oorlogsvoering is een ernstig
internationaal misdrijf. Het is belangrijk dat dit wordt onderzocht en dat bewijsmateriaal
van vermeende schendingen wordt verzameld, op basis waarvan een rechter kan bepalen
of hier sprake van is.
Vraag 8
Bent u bekend met de uitspraak van Minister Smotrich dat de zuidelijke wijken van
Beiroet binnenkort op Khan Younis zullen lijken? Veroordeelt u deze uitspraak?
Antwoord 8
Ja, dit zijn verwerpelijke uitspraken.
Vraag 9 en 10
Bent u bekend met het bevel van de Israëlische Minister van Defensie om Libanese huizen
in het grensgebied te vernietigen «volgens het voorbeeld Beit Hanoun en Rafah»? Is
dit volgens u een oorlogsmisdaad? Zo nee, waarom niet?
Erkent u, op basis van deze uitspraken en het bewijs dat ruimschoots voorhanden is,
het risico dat Israël op dit moment in Libanon een blauwdruk van de militaire vernietigingscampagne
in Gaza uitrolt?
Antwoord 9 en 10
Het kabinet heeft kennisgenomen van de uitspraken van Israëlische bewindspersonen
waarin parallellen worden getrokken tussen militair optreden in Gaza en Libanon. Voor
het kabinet staat voorop dat burgerobjecten te allen tijde bescherming onder het humanitair
oorlogsrecht genieten. Het aanvallen of vernielen van gebouwen die normaal bestemd
zijn voor bewoning door burgers mag alleen onder strikte voorwaarden. Als niet aan
die voorwaarden is voldaan, kan sprake zijn van een schending van het humanitair oorlogsrecht
en mogelijk een oorlogsmisdrijf.
Vraag 11
Pleit u net als de Speciaal Coördinator voor Libanon Hennis-Plasschaert voor een staakt-het-vuren?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 11
Zie beantwoording vraag 2 en 3.
Vraag 12
Op welke manier heeft u uitvoering gegeven aan de motie-Klaver (Kamerstuk 23 432, nr. 645) om de Libanese regering te ondersteunen bij de implementatie van resolutie 1701
van de VN-Veiligheidsraad?
Antwoord 12
Het kabinet heeft extra steun beschikbaar gesteld voor de Lebanese Armed Forces (LAF) ter ondersteuning van het herstel van het geweldsmonopolie door middel van
de ontwapening van Hezbollah.3 Daarnaast heeft Nederland op 8 april jl. een verklaring ondertekend waarin wordt
opgeroepen tot een einde aan de vijandelijkheden. Nederland roept in politieke contacten
met Israël op tot de-escalatie en bij de Libanese regering tot extra inzet op de ontwapening
van Hezbollah.
Vraag 13
Bent u bekend met het bericht «Toename geweld Israël in Gaza sinds Iran-oorlog: «De
wereld kijkt andere kant op»» van de NOS, d.d. 23 maart 2026?4
Antwoord 13
Ja.
Vraag 14
Deelt u de analyse dat Israël nog steeds veel te weinig humanitaire hulp binnenlaat?
Zo nee, waarom niet?
Antwoord 14
Ja. Er komt nog altijd te weinig humanitaire hulp Gaza binnen en de humanitaire situatie
is onverminderd zorgelijk, mede door de belemmeringen die internationale ngo’s en
andere hulporganisaties ondervinden. Ook de herregistratieplicht bemoeilijkt hun inzet
aanzienlijk.
Het kabinet roept Israël op de herregistratieplicht terug te draaien en dringt aan
bij Israël om de VN, Rode Kruis- en Halve Maanbeweging en internationale ngo’s veilige,
ongehinderde en onvoorwaardelijke toegang te verschaffen. Zo heeft de Minister-President
in het gesprek met de Israëlische president op 1 april jl. benadrukt dat de humanitaire
situatie in Gaza moet verbeteren en dat Israël alle grensovergangen moeten openstellen
voor humanitaire hulp. Daarnaast heeft Nederland tijdens de Europese Raad Buitenlandse
Zaken van 23 februari jl. benadrukt dat de gevolgen van het Israëlische handelen in
de Gazastrook en de Westelijke Jordaanoever, waaronder de humanitaire situatie in
Gaza, aanleiding kunnen geven om de door de Commissie voorgestelde EU-maatregelen
in het kader van artikel 2 van het Associatieakkoord tussen de EU en Israël opnieuw
te agenderen.
Vraag 15
Hoeveel kinderen zijn er sinds de aanvang van het staakt-het-vuren gedood door de
Israëlische krijgsmacht in Gaza?
Antwoord 15
Volgens de meest recente cijfers van het Gazaanse Ministerie van Gezondheid en Save
the Children zijn er tussen 10 oktober 2025 en 3 april jl. meer dan 700 Palestijnen,
onder wie ten minste 180 kinderen, omgekomen door Israëlische aanvallen.
Vraag 16 en 17
Hoe heeft u in uw eerste maand als Minister van Buitenlandse Zaken de druk bij Israël
opgevoerd om de aanvallen op Gaza te staken en meer humanitaire hulp toe te laten?
Op welke manier gaat u de druk op de Israëlische autoriteiten verder opvoeren?
Antwoord 16 en 17
Het kabinet weegt voortdurend welke combinatie van diplomatieke druk en dialoog het
meest effectief is om invloed uit te oefenen op het beleid van Israël. Het kabinet
acht het van groot belang dat het staakt-het-vuren tussen Israël en Hamas standhoudt
en dat verdere stappen worden gezet om het vredesplan te implementeren. Deze boodschap
wordt consequent en op alle niveaus overgebracht aan de Israëlische autoriteiten,
recentelijk door de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken. Zie
verder het antwoord op vraag 14.
Vraag 18
Bent u bekend met het artikel «No Israel prosecutions for killing Palestinian civilians
in occupied West Bank since start of decade» van The Guardian, d.d. 25 maart 2026?5
Antwoord 18
Ja.
Vraag 19
Deelt u de mening dat deze straffeloosheid onacceptabel is? Zo ja, welke concrete
stappen onderneemt u om deze straffeloosheid te bestrijden?
Antwoord 19
Het kabinet ziet momenteel te weinig onderzoek naar, en berechting van, internationale
misdrijven door Israël zelf. Nederland spreekt Israël hier consistent op aan. Als
een staat niet bereid of niet in staat is om zelf internationale misdrijven te onderzoeken
en degenen die daarvoor verantwoordelijk zijn te vervolgen en te berechten komt de
internationale gemeenschap in beeld. In het geval van Israël en de bezette Palestijnse
Gebieden bestaan reeds door de VN-Mensenrechtenraad gecreëerde mandaten die onderzoek
doen naar vermeende schendingen.
Nederland zet zich in voor activiteiten die het afleggen van rekenschap in brede zin
(en in de toekomst) mogelijk maken, bevorderen en ondersteunen. Zo heeft Nederland
de afgelopen jaren in totaal een extra vrijwillige bijdrage aan het Internationaal
Strafhof gedaan van 6 miljoen euro voor de versterking van de onderzoekscapaciteit
van het Hof. Het kantoor van de VN Hoge Vertegenwoordiger voor Mensenrechten (Office
of the High Commissioner for Human Rights, OHCHR) ontvangt in 2026 iets meer dan 2,1 miljoen
euro ter ondersteuning van de onderzoekswerkzaamheden van het VN-landenkantoor in
de bezette Palestijnse Gebieden.
Vraag 20
Hoe past deze straffeloosheid volgens u in het oordeel van het Internationaal Gerechtshof
dat er sprake is van apartheid dan wel rassendiscriminatie in de bezette Palestijnse
Gebieden?
Antwoord 20
Zie het antwoord op vraag 19. In zijn advies van 19 juli 2024 over het optreden van
Israël in de bezette Palestijnse Gebieden, oordeelt het Internationaal Gerechtshof
onder meer dat Israël systematisch tekortschiet om aanvallen van kolonisten op de
lichamelijke integriteit en/of het leven van Palestijnen te voorkomen of te bestraffen.
Het Hof oordeelt tevens dat de Israëlische staat buitensporig geweld gebruikt. Volgens
het Hof is dit in strijd met Israëls verplichtingen om het recht op leven van Palestijnen
onder het humanitair oorlogsrecht en de mensenrechten te eerbiedigen. Het Hof koppelt
deze schending niet rechtstreeks aan artikel 3 van het Internationaal Verdrag inzake
de uitbanning van alle vormen van rassendiscriminatie. Wel oordeelt het Hof op basis
van een analyse van Israëlische wetgeving en maatregelen, waaronder het verblijfsvergunningsbeleid
in Oost-Jeruzalem en het beperken van de bewegingsvrijheid van Palestijnen, dat Israël
deze verplichting schendt.
Vraag 21
Vindt u dat het Israëlische rechtssysteem functioneert zoals het in een democratische
rechtsstaat zou moeten? Zo ja, kunt u toelichten waarom u dat vindt?
Antwoord 21
Israël wordt van oudsher gekenmerkt als een democratische rechtsstaat met een sterk
rechtssysteem. Deze staan echter onder druk, onder meer door (voorgenomen) juridische
hervormingen die de rechterlijke macht verzwakken. Het kabinet onderstreept het belang
van het respecteren van de fundamenten van de democratische rechtsstaat, waaronder
een onafhankelijke rechterlijke macht. Het kabinet is daarbij van mening dat het in
het belang van Israël zelf is om de fundamenten van de Israëlische rechtsstaat te
eerbiedigen.
Vraag 22
Deelt u de oproep van de voormalige Israëlische premier Olmert dat het Internationaal
Strafhof tegen het geweld tegen Palestijnse burgers op de Westelijke Jordaanoever
zou moeten ingrijpen? Zo ja, bent u bereid het Internationaal Strafhof daartoe een
financiële bijdrage te leveren? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 22
Het Internationaal Strafhof heeft op dit moment een lopend onderzoek naar de situatie
in de Palestijnse Gebieden. In het kader van dit onderzoek zijn door het Hof ook arrestatiebevelen
uitgevaardigd. Nederland respecteert de onafhankelijkheid van het Internationaal Strafhof
en bemoeit zich niet inhoudelijk met de onderzoeken die door het Hof worden uitgevoerd.
Zoals eerder gesteld heeft Nederland de afgelopen jaren in totaal een extra vrijwillige
bijdrage aan het Internationaal Strafhof gedaan van 6 miljoen euro voor de versterking
van de onderzoekscapaciteit van het Hof.
Vraag 23
Bent u bekend met het bericht «Slovenia decides not to join ICJ case against Israel
as political scandals deepen» van Euronews, d.d. 20 maart 2026?6
Antwoord 23
Ja.
Vraag 24
Heeft Israël ook druk uitgeoefend op Nederland om geen interventie te plegen in de
zaak van Zuid-Afrika tegen Israël bij het Internationaal Gerechtshof? Zo ja, kunt
u nader toelichten hoe?
Antwoord 24
Israël heeft zijn positie over een eventuele interventie destijds kenbaar gemaakt.
Vraag 25 en 26
Klopt het dat ook Nederlandse autoriteiten Israëlische software in gebruik heeft,
zoals Pegasus? Zo ja, deelt u de mening dat dit een afhankelijkheidsrelatie creëert waarmee Israël ons kan chanteren?
Welke stappen onderneemt u om ongewenste afhankelijkheden van Israël af te bouwen?
Antwoord 25 en 26
Het kabinet werkt via de Taskforce Strategische Afhankelijkheden aan het mitigeren
van de risico’s van strategische afhankelijkheden. Hierbij worden alle afhankelijkheden
die Nederland van landen buiten de EU heeft meegewogen. De Kamer is middels de Kamerbrief
(Kamerstuk 30 821, nr. 244) over de voortgang van de kabinetsaanpak risicovolle strategische afhankelijkheden
geïnformeerd. Wegens nationale veiligheidsoverwegingen wordt er niet openbaar gecommuniceerd
over de strategische afhankelijkheden die het kabinet als risicovol aanmerkt. Over
de wijze waarop de inlichtingen- en veiligheidsdiensten gebruik maken van hun wettelijk
toegekende bijzondere bevoegdheden kan in het openbaar geen mededeling worden gedaan.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.