Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Tijs van den Brink over kwetsbaarheden in het verkiezingsproces bij stemmen per volmacht
Vragen van het lid Tijs van den Brink (CDA) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over kwetsbaarheden in het verkiezingsproces bij stemmen per volmacht (ingezonden 31 maart 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
23 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Nederland stemt vaak per volmacht: «Zwakte in ons verkiezingsproces»»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het gegeven dat circa één op de tien kiezers bij de laatste gemeenteraadsverkiezingen
via een volmacht heeft gestemd?
Antwoord 2
Deze cijfers sluiten aan bij het gemiddelde beeld dat we bij verkiezingen zien. Ongeveer
één op de tien kiezers brengt zijn stem uit via een volmacht. Ook bij de vorige verkiezingen
was dit het landelijke gemiddelde.
Het gebruik van volmachten bij verkiezingen voorziet in een behoefte. Kiezers die
niet zelf naar het stembureau kunnen gaan – bijvoorbeeld door ziekte of verblijf in
het buitenland – krijgen zo toch de mogelijkheid om hun stem uit te brengen. Uit de
evaluatie onder kiezers na de Europees Parlementsverkiezing in 2024 blijkt bovendien
dat 54% van de kiezers die een volmacht hebben afgegeven, niet zou hebben gestemd
als deze mogelijkheid er niet was geweest. Stemmen per volmacht heeft daarmee aantoonbare
meerwaarde binnen ons verkiezingsproces: het voorkomt dat stemmen verloren gaan en
levert een belangrijke bijdrage aan de opkomst bij verkiezingen.
Vraag 3
Deelt u de zorgen van internationale waarnemers dat het grootschalige gebruik van
volmachtstemmen op gespannen voet kan staan met het stemgeheim en het principe van
«one man, one vote»?
Antwoord 3
Ik heb begrip voor de zorgen van internationale waarnemers dat grootschalig gebruik
van volmachtstemmen op gespannen voet kan staan met het stemgeheim en tot risico’s
kan leiden zoals het ronselen van volmachten. Daarbij merk ik op dat een volmachtnemer
namens een andere kiezer stemt. Het is dus niet het geval dat deze volmachtnemer een
zwaardere stem krijgt bij verkiezingen dan andere kiezers. Daarnaast merk ik op dat
het gebruik van volmachten in Nederland een breed gedragen en geaccepteerde methode
is, die bovendien bijdraagt aan de opkomst bij verkiezingen. Dankzij volmachten kunnen
ook mensen die niet zelf naar het stemlokaal kunnen gaan, toch hun stem uitbrengen
via een gemachtigde.
Dat neemt niet weg dat misbruik, zoals het ronselen van volmachtstemmen, zeer ernstig
is. Dit ondermijnt de integriteit van het verkiezingsproces en schaadt het vertrouwen
in de democratie. Juist daarom is per 1 januari de wet tot aanscherping van de strafbaarstelling
van het ronselen van volmachten (Stb. 2025, 272) in werking getreden. Met deze wet is de strafmaat verhoogd en de delictsomschrijving
bij de tijd gebracht.
Vraag 4
Hoe beoordeelt u de grote regionale verschillen in het gebruik van volmachtstemmen,
waarbij op sommige stembureaus tot een derde van de stemmen per volmacht wordt uitgebracht?
Kunt u hierbij specifiek ingaan op de situatie in de gemeente Den Haag?
Antwoord 4
De regionale verschillen in het gebruik van volmachtstemmen zijn soms groot, maar
vormen op zichzelf geen reden tot zorg. In veel gevallen zijn hogere percentages te
verklaren door de samenstelling van de bevolking in een bepaald gebied. Rondom stembureaus
waar relatief veel ouderen of mensen in zorginstellingen wonen, ligt het aandeel volmachtstemmen
hoger. Tegelijkertijd is het belangrijk om alert te blijven. Wanneer op dezelfde locaties
structureel hoge percentages voorkomen, is het zinvol om te begrijpen wat daar precies
speelt. Dat is niet om direct te veronderstellen dat er sprake is van misbruik, maar
om het functioneren van het systeem goed te blijven volgen en waar nodig te verbeteren.
In de evaluatie van de verkiezingen zal hier dan ook nadrukkelijk naar worden gekeken.
Met de gemeente Den Haag is contact geweest over het hoge percentage volmachten bij
enkele stembureaus. In dit contact komt naar voren dat de gemeente tijdens de verkiezingsdag
alle stembureaus monitort en een wijkambtenaar naar een stembureau stuurt bij opvallende
volmachtpercentages. Na de stemming worden alle processen-verbaal gecontroleerd op
afwijkingen. Daarnaast hebben inwoners de mogelijkheid om signalen door te geven aan
het centraal stembureau. De gemeente merkt hierbij op dat zij geen signalen hebben
dat volmacht stemmen zijn geronseld. Dit blijkt niet uit de data-analyse, maar ook
niet uit de bevindingen van wijkambtenaren die stembureaus met hoge percentages volmachten
hebben bezocht. Ook in de processen-verbaal zijn geen onrechtmatigheden gevonden.
Inwoners konden tot en met 24 maart meldingen doen. Er zijn geen signalen binnengekomen.
Op basis van een vergelijking met afgelopen verkiezingen concludeert de gemeente dat
de hoeveelheid volmachtstemmen bij die stembureaus deze verkiezing niet afwijkt van
de hoeveelheid volmachten bij eerdere verkiezingen.
Vraag 5
In hoeverre acht u het risico reëel dat kiezers onder druk worden gezet of actief
gevraagd wordt om een volmacht af te geven, of dat hun stem niet conform hun wens
wordt uitgebracht?
Antwoord 5
Dit risico neem ik serieus. Ronselen tast de stemvrijheid van kiezers aan en schaadt
het vertrouwen in de democratie. Recent is op dit onderdeel de Kieswet aangepast:
de strafmaat is verhoogd en de delictsomschrijving gemoderniseerd.
Tegelijkertijd zijn er geen aanwijzingen dat ronselen veel voorkomt in Nederland.
Uit onderzoek van de Kiesraad blijkt dat er in de periode 1998–2015 dertien keer aangifte
is gedaan van het ronselen van volmachten, waarna het OM een onderzoek is gestart.2 Bij de gemeenteraadsverkiezingen van 2022 is het OM in één geval tot vervolging overgegaan.
Echter, iedere casus van misbruik van volmachten is ongewenst.
Vraag 6
Kunt u aangeven welke verschillen u ziet in de risico’s van het gebruik van een schriftelijke
volmacht, een onderhandse volmacht, het stemmen per post en vroegtijdig stemmen?
Antwoord 6
– Het machtigen van een kiezer via de onderhandse volmacht is veruit de meest voorkomende
methode. Bij een onderhandse volmacht vult de kiezer het volmachtformulier op de achterkant
van zijn stempas in, en geeft deze direct mee aan de gemachtigde. Dat is laagdrempeliger
dan het aanvragen van een schriftelijke volmacht, maar ook kwetsbaarder. Het is minder
duidelijk dat de volmacht bewust is afgegeven, aangezien het in theorie mogelijk is
om – in weerwil van de Kieswet – het volmachtformulier volledig te laten invullen
door de gevolmachtigde.
– Bij een schriftelijke volmacht vraagt de kiezer de gemeente om een volmachtbewijs
aan de gemachtigde te sturen. Doordat de kiezer hier zelf contact opneemt met de gemeente,
kan worden aangenomen dat de kiezer heel bewust de gemachtigde aanwijst. Het is echter
niet zeker dat de kiezer ook zelf het initiatief heeft genomen om iemand te machtigen,
of dat de gemachtigde gevraagd heeft om een schriftelijke volmacht af te geven.
– Bij briefstemmen ontvangt de kiezer het stembiljet thuis, vult het stembiljet in en
stuurt deze vervolgens volgens per post naar het daarvoor aangewezen stembureau. Briefstemmen
neemt niet de risico’s van volmachten weg. Ook dan is het niet zeker of de kiezer
zelf en vrij zijn stem heeft uitgebracht.
– Vervroegd stemmen biedt kiezers meer ruimte om op een voor hen passend moment naar
het stemlokaal te komen, en kan zo de behoefte aan volmachten verminderen. Voor personen
die fysiek niet in staat zijn om zelf naar het stemlokaal te komen, biedt vervroegd
stemmen echter geen soelaas. Hiernaast vereist vervroegd stemmen dat ongetelde stembiljetten
worden vervoerd en opgeslagen, wat extra risico’s oplevert voor de betrouwbaarheid
van het verkiezingsproces. Door de extra inspanningen voor de openstelling van locaties
op extra dagen, het beschikbaar hebben van stembureauleden en de bijkomende logistieke
processen legt vervroegd stemmen extra druk op de uitvoering.
Geen enkele van de bovenstaande methodes is volledig risicoloos. Het is steeds een
afweging tussen toegankelijkheid, uitvoerbaarheid en het borgen van de integriteit
van het verkiezingsproces.
Vraag 7
Kunt u voor de verkiezingen die in de afgelopen drie jaar plaatsgevonden hebben per
type volmacht in kaart brengen in hoeverre er gebruik gemaakt is van schriftelijke
of onderhandse volmachten?
Antwoord 7
Er zijn geen exacte cijfers beschikbaar per type volmacht. Alleen het totaal aantal
uitgebrachte volmachtstemmen is bekend. Bij de Tweede Kamerverkiezing van 29 oktober
2025 waren dat er 991.649, bij de Europees Parlementsverkiezing van 6 juni 2024 716.963
en bij de Tweede Kamerverkiezing van 22 november 2023 zijn er 996.481 stemmen bij
volmacht uitgebracht. Van de recente Gemeenteraadsverkiezingen zijn nog geen definitieve
cijfers bekend.
Uit de evaluaties3 van de Europees Parlementsverkiezing4 en de Tweede Kamerverkiezing (2023) 5 komt naar voren dat respectievelijk tien en zes procent een schriftelijke volmacht
hebben aangevraagd via de gemeente.
Vraag 8
Hoe kijkt u, gezien de recente ontwikkelingen, aan tegen het advies van de staatscommissie
parlementair stelsel uit 2018 om vervroegd stemmen in te voeren?
Antwoord 8
Vervroegd stemmen, waarbij kiezers bijvoorbeeld gedurende de twee dagen voorafgaand
aan de dag van stemming hun stem kunnen uitbrengen, kan de behoefte aan stemmen bij
volmacht verminderen. Kiezers die op verkiezingsdag verhinderd zijn, kunnen dan op
een voor hen passend moment zelf naar de stembus. Er ligt een initiatiefwetsvoorstel
in de Tweede Kamer dat het aantal volmachten per persoon verlaagt van twee naar één,
waarbij tevens wordt voorgesteld om vervroegd stemmen in te voeren6. Het huidige kabinet heeft nog geen standpunt ingenomen over dit wetsvoorstel.
Vraag 9
Welke stappen bent u voornemens te nemen om de risico’s van het gebruik van volmachten
te ondervangen?
Antwoord 9
Ik vind het belangrijk om nogmaals te benadrukken dat er al stappen zijn gezet om
de risico’s van het onrechtmatige gebruik van volmachten te beperken. Per 1 januari
2026 is de Kieswet op dit punt gewijzigd: de delictsomschrijving van ronselen is aangepast,
zodat ook bij een eenmalige oproep of een oproep via sociale media vervolging mogelijk
kan zijn. Daarnaast is de maximale straf verhoogd van één maand naar zes maanden gevangenisstraf.
Er is ook extra ingezet op goede voorlichting voor kiezers, gemeenten en stembureaumedewerkers.
Via de website elkestemtelt.nl, sociale media en een uitlegvideo is uitgelegd hoe
de volmachtprocedure werkt en dat het initiatief tot afgeven van een volmacht altijd
bij de kiezer zelf moet liggen.
Aanvullend betrek ik de casus Gorinchem bij de evaluatie van de verkiezingen, om te
beoordelen of aanvullende aanpassingen nodig zijn. Daarbij geldt dat elke maatregel
zorgvuldig moet worden afgewogen: beperkingen van de mogelijkheid om bij volmacht
te stemmen kunnen de toegankelijkheid van de verkiezingen beïnvloeden, vooral voor
kiezers die echt niet zelf kunnen stemmen. Dit belang wordt altijd meegewogen.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.