Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Klos over het bericht dat de Hongaarse minister van Buitenlandse Zaken toegeeft dat hij tijdens belangrijke EU-meetings belt met de Russische minister van Buitenlandse Zaken
Vragen van het lid Klos (D66) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat de Hongaarse Minister van Buitenlandse zaken toegeeft dat hij tijdens belangrijke EU-meetings belt met de Russische Minister van Buitenlandse zaken (ingezonden 25 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht dat de Hongaarse Minister tijdens lopende Europese Unie
(EU)-bijeenkomsten contact onderhoudt met de Russische Minister?
Antwoord 1
Ja, ik ben bekend met berichtgeving in verschillende media over het contact dat de
huidige Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken Szijjártó lijkt te onderhouden met
de Russische Minister van Buitenlandse Zaken tijdens en rondom officiële EU overleggen.
Vraag 2
Hoe kwalificeert u dit gedrag, in het licht van het feit dat Rusland een agressieoorlog
voert tegen Oekraïne en de EU juist inzet op maximale eensgezindheid en vertrouwelijkheid?
Antwoord 2
Het kabinet is niet naïef over de mogelijkheid dat de huidige regering van Hongarije
informatie deelt met de Russische Federatie. Mocht het inderdaad gaan om vertrouwelijke
informatie, dan schaadt dat de Unie en ondermijnt dat het vertrouwen tussen EU-lidstaten.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat hier sprake is van een ernstige ondermijning van het onderlinge
vertrouwen binnen de EU, en mogelijk zelfs van het lekken van vertrouwelijke informatie
naar een vijandige mogendheid? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 3
Zoals aangegeven in antwoord op de vorige vraag, is het kabinet van mening dat directe
uitwisseling tussen de huidige regering van Hongarije en de Russische Federatie van
mogelijk vertrouwelijke informatie de Unie schaadt en het vertrouwen tussen lidstaten
ondermijnt. Deze zorgen heeft Nederland ook uitgesproken via de geëigende kanalen.
Vraag 4
Heeft deze ontwikkeling ertoe geleid dat Nederland zelf terughoudender is geworden
in het delen van informatie, standpunten of strategieën binnen EU-verband, uit vrees
dat deze indirect bij Rusland terecht kunnen komen? Zo ja, op welke wijze?
Antwoord 4
Effectieve en eensgezinde besluitvorming in de EU vergt dat lidstaten informatie en
standpunten met elkaar delen. Dit zal Nederland blijven doen zonder naïef te zijn,
en conform de geldende regels over geheimhouding binnen de Raad.
Vraag 5
Deelt u de opvatting dat het delen van informatie met Rusland over besloten EU-bijeenkomsten
in strijd is met artikel 4.3 van het Verdrag van de Europese Unie over «loyale samenwerking»?
Antwoord 5
Mocht er inderdaad sprake zijn geweest van het delen van vertrouwelijke informatie,
zou dat een schending van de geheimhoudingsplicht opleveren, zoals onder andere neergelegd
in artikel 6, lid 1, Reglement van Orde van de Raad, Artikel 11, Reglement van Orde
van de Europese Raad en artikel 339 van het Verdrag betreffende de werking van de
EU (VWEU). Het is dan aannemelijk dat er eveneens sprake is van een schending van
het beginsel van loyale samenwerking in de zin van artikel 4, lid 3, van het EU-Verdrag.
Als lidstaten het Unierecht schenden en daarvoor voldoende bewijs bestaat, kan de
Commissie handhavend optreden. Het kabinet steunt de Commissie in haar rol als hoedster
van de Verdragen.
Vraag 6
Acht u het wenselijk en noodzakelijk om op korte termijn binnen de EU opheldering
en consequenties te eisen richting Hongarije? Bent u bereid hierin het voortouw te
nemen?
Antwoord 6
De Commissie heeft haar zorgen over deze kwestie uitgesproken.1 De voorzitter van de Commissie zal dit verder bespreken op het niveau van de regeringsleiders.
Ook is in de Raad reeds aandacht besteed aan de berichtgeving. Hongarije is daarbij
gewezen op de juridische verplichtingen tot geheimhouding van vertrouwelijke informatie
onder artikel 6, lid 1, Reglement van Orde van de Raad en artikel 339 VWEU, en het
beginsel van loyale samenwerking onder artikel 4, lid 3, van het EU-Verdrag. De Hoge
Vertegenwoordiger heeft de huidige Hongaarse Minister van Buitenlandse Zaken Szijjártó
hier ook op aangesproken. Nederland heeft via de geëigende kanalen bij de EU instellingen
de zorgen uitgesproken en informatie opgevraagd.
Vraag 7, 8, 9 en 10
Bent u bereid om onmiddellijk verdere stappen te ondernemen richting Hongarije onder
artikel 7 van het Verdrag betreffende de Europese Unie (schending van fundamentele
waarden)? Zo nee, waarom niet?
Bent u bereid om onmiddellijk verdere stappen te ondernemen richting Hongarije onder
artikel 259 van het Verdrag betreffende de werking van de EU (VWEU) (inbreukprocedure
tussen lidstaten) in reactie op de contacten met Rusland?
Bent u bereid om zo snel mogelijk in kaart te brengen welke Europese financiële steun
richting Hongarije nog stopgezet kan worden?
Welke concrete sancties of maatregelen zijn er nog meer mogelijk wanneer een lidstaat
vertrouwelijke EU-informatie deelt met Rusland?
Antwoord 7, 8, 9 en 10
Mocht vertrouwelijke informatie inderdaad door de huidige regering van Hongarije zijn
gedeeld met de Russische Federatie, dan zou de Commissie een inbreukprocedure onder
artikel 258 VWEU kunnen starten wegens niet nakoming van EU-rechtelijke verplichtingen.
Met de artikel 7-procedure kan actie worden ondernomen als een EU-lidstaat de fundamentele
waarden (incl. rechtsstaat) uit art. 2 van het EU-verdrag schendt of als er een duidelijk
gevaar bestaat dat deze EU-waarden zullen worden geschonden. In 2018 startte het Europees
Parlement al een artikel 7-procedure tegen Hongarije. Die richt zich op de zorgen
over onder meer de onafhankelijkheid van de rechterlijke macht, corruptie en belangenverstrengeling,
ruimte voor het maatschappelijk middenveld, gelijke rechten voor minderheden, academische
vrijheid en mediavrijheid, privacy en gegevensbescherming. Zorgen over het delen van
vertrouwelijke informatie valt hier niet onder. Een (duidelijk gevaar op) schending
van de waarden van artikel 2 van het EU-Verdrag kan vanwege de ontstane zorgen nu
nog niet worden aangenomen. Het starten van een nieuwe procedure onder artikel 7 ligt
daarmee dan ook niet in de rede.
Het kabinet acht het evenmin opportuun een statenklachtprocedure conform artikel 259
VWEU in te zetten. Dit is binnen het Unierecht een ultimum remedium om geschillen
over de naleving van het Unierecht op te lossen en bedoeld voor die gevallen waarin
de Commissie niet optreedt of een lidstaat het niet eens is met de handelwijze of
beoordeling van de Commissie. Daar is in dit geval geen sprake van.
Alleen als de schendingen van de beginselen van de rechtsstaat het financieel beheer
of de bescherming van de financiële belangen van de Unie serieus dreigen aan te tasten,
kan het financiële instrumentarium worden ingezet, zoals eind 2022 is gebeurd tegen
Hongarije. Het kabinet heeft er voortdurend voor gepleit dat de Commissie snel en
effectief optreedt om terugval van Hongarije op rechtsstatelijk vlak te voorkomen
en aan te pakken, en daarbij gebruik maakt van al het beschikbare EU-rechtsstaatinstrumentarium,
inclusief het financiële instrumentarium.
Het kabinet blijft zich waar mogelijk inzetten, maar ziet juridische procedures niet
als oplossing voor de korte termijn voor een EU-lidstaat die de EU actief ondermijnt.
Politieke en diplomatieke druk is kansrijker.
Op 12 april jl. vonden in Hongarije verkiezingen plaats. Beoogd premier Maygar heeft
in zijn overwinningsspeech benadrukt een sterke bondgenoot voor de EU en NAVO te willen
zijn. Het kabinet kijkt uit naar samenwerking met de nieuwe regering en hoopt op een
positieve koers van Hongarije binnen de EU. Magyar heeft ook aangegeven de rechtsstaat
te gaan hervormen. Het is duidelijk dat er hervormingen moeten plaatsvinden voordat
EU fondsen kunnen worden vrijgegeven. Het kabinet zal zich daarvoor inzetten en deze
boodschap ook bij de Commissie afgeven. Het kabinet zal de nieuwe regering waar mogelijk
bij deze hervormingen helpen, afhankelijk van de behoefte.
Vraag 11 en 12
Deelt u de analyse dat het Hongaarse optreden past in een breder patroon waarin Viktor
Orbán het EU-besluitvormingsproces frustreert en ondermijnt, onder meer via het inzetten
van veto’s?
Bent u bereid om onmiddellijk op pad te gaan en steun te verzamelen voor hervorming
van de EU-besluitvorming op het terrein van buitenlands beleid, in het bijzonder het
afschaffen van het vetorecht, juist om misbruik zoals in dit geval tegen te gaan?
Antwoord 11 en 12
Zoals vastgelegd in het regeerakkoord ziet het kabinet Hongarije als een voorbeeld
van een land dat de EU actief ondermijnt, en het frustreren van besluitvorming valt
binnen dit patroon. Mocht vertrouwelijke informatie inderdaad door Hongarije zijn
gedeeld met de Russische Federatie schaadt ook dat het onderlinge vertrouwen binnen
de Unie.
Het kabinet pleit – samen met gelijkgezinde landen en binnen de kaders van het EU
verdrag – actief voor betere besluitvorming binnen het Gemeenschappelijk Buitenlands-
en Veiligheidsbeleid (GBVB). In lijn met motie-Klos2 zet het kabinet zich in voor het afschaffen van het vetorecht en voor de invoering
van gekwalificeerde meerderheidsbesluitvorming (QMV) binnen het GBVB, zolang dit de
nationale bevoegdheid om wel of niet aan militaire missies bij te dragen, respecteert.
Het is mogelijk om QMV besluitvorming binnen het GBVB uit te breiden middels zogenaamde
passerelle-clausules. Daar is echter unanimiteit voor nodig en tot nu toe bestaat
hiervoor onvoldoende draagvlak onder lidstaten. Ook zet het kabinet zich in voor het
gebruik van QMV voor GBVB-besluiten waar het EU-verdrag deze mogelijkheid nu reeds
biedt. Zo blijft Nederland voorstander van het gebruik van QMV voor het aanpassen
van de listings van sanctieregimes.
Vraag 13 en 14
Kunt u toezeggen dat u zich vanaf nu in iedere Raad zal uitspreken tegen de aanwezigheid
van Hongarije op het moment dat vertrouwelijke informatie besproken wordt, en zo nodig
zal verzoeken om de vergadering te staken tot Hongarije niet meer aanwezig is?
Bent u bereid manieren te onderzoeken om Hongaarse toegang tot vertrouwelijke EU-documenten
te ontzeggen zolang niet kan worden vastgesteld dat deze informatie niet wordt doorgespeeld
aan Rusland?
Antwoord 13 en 14
Zoals geantwoord op vraag 6, heeft de Raad reeds aandacht besteed aan de berichtgeving.
Hongarije is gewezen op de juridische verplichtingen tot geheimhouding van vertrouwelijke
informatie onder artikel 6, lid 1, RvO van de Raad en artikel 339 VWEU en loyale samenwerking
onder artikel 4, lid 3, EU-Verdrag. De Hoge Vertegenwoordiger heeft de Hongaarse Minister
van Buitenlandse Zaken hier ook op aangesproken. Nederland heeft via de geëigende
kanalen bij de EU-instellingen de zorgen uitgesproken en informatie opgevraagd. Zoals
gesteld in beantwoording van vraag 5 kan de Commissie handhavend optreden als lidstaten
het Unierecht schenden. Het kabinet steunt de Commissie in haar rol als hoedster van
de Verdragen. Daarnaast kijkt het kabinet uit naar een nieuwe afvaardiging van Hongarije
naar de verschillende Raadsformaties als gevolg van de verkiezingsuitslag van 12 april
jl.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.