Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Russcher en Dekker over de VN-resolutie inzake de trans-Atlantische slavenhandel
Vragen van de leden Russcher en Dekker (beiden FVD) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over de VN-resolutie inzake de trans-Atlantische slavenhandel (ingezonden 27 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) en de Minister van Binnenlandse
Zaken en Koninkrijksrelaties (ontvangen 23 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de VN-resolutie die de trans-Atlantische slavenhandel bestempelt
als «de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid» ooit?
Antwoord 1
Ja. Het kabinet is bekend met de betreffende resolutie.
Vraag 2
Kunt u toelichten waarom Nederland zich heeft onthouden van stemming in plaats van
tegen te stemmen?
Antwoord 2
Het kabinet heeft zich, samen met 51 andere landen waaronder alle EU lidstaten, onthouden
van stemming. Deze keuze is gemaakt omdat de resolutie enerzijds elementen bevat die
het kabinet onderschrijft, namelijk de erkenning van de bijzondere ernst van het slavernijverleden
en de trans-Atlantische slavenhandel, evenals de doorwerking daarvan in het heden.
Het kabinet zet zich in voor blijvende aandacht voor dit verleden, onder meer via
erkenning, herdenken en een beter begrip van de doorwerkingen van het slavernijverleden,
bijvoorbeeld door middel van maatschappelijke dialoog, aanpassingen in het onderwijs
en de bestrijding van racisme en discriminatie. Anderzijds bevat de resolutie ook
onderdelen waar wij principiële en juridische bezwaren tegen hebben, waaronder het
aanbrengen van een hiërarchie in misdrijven tegen de menselijkheid, het toepassen
van internationaal recht met terugwerkende kracht en de juridische implicaties die
daaraan worden verbonden. Zowel betrokkenheid bij het onderwerp als de bezwaren tegen
specifieke onderdelen zijn door middel van een onthouding inclusief stemverklaring
duidelijk gemaakt.
Vraag 3
Deelt u de opvatting dat het creëren van een hiërarchie van historische wreedheden
onwenselijk is? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft Nederland niet tegengestemd?
Antwoord 3
Alle misdrijven tegen de menselijkheid, waaronder de Holocaust en (hedendaagse) slavernij,
zijn van uitzonderlijke ernst en verdienen blijvende erkenning en herdenking. Het
kabinet ondersteunt het aanbrengen van een hiërarchie tussen dergelijke misdrijven
niet en heeft dit standpunt ook kenbaar gemaakt in het kader van de resolutie.
Vraag 4
Deelt u de mening dat talloze andere gruweldaden door deze resolutie impliciet worden
gebagatelliseerd? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom heeft Nederland niet tegen gestemd?
Antwoord 4
Het kabinet acht het onwenselijk om verschillende misdrijven tegen de menselijkheid
in een rangorde te plaatsen. Daarmee is niet gezegd dat deze resolutie beoogt andere
historische gruweldaden te bagatelliseren, maar wel dat het kabinet de gekozen formulering
juridisch en principieel onjuist acht en zich daarom kritisch heeft opgesteld. Het
kabinet heeft desondanks niet tegen de resolutie gestemd, omdat de tekst ook onderdelen
bevat die het kabinet onderschrijft.
Vraag 5
Hoe gaat u garanderen dat deze resolutie op geen enkele wijze zal leiden tot financiële
verplichtingen voor Nederland?
Antwoord 5
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichtingen voor Nederland tot het
bieden van rechtsherstel, zoals herstelbetalingen. Het kabinet heeft zich bovendien
expliciet uitgesproken tegen passages die zouden kunnen suggereren dat sprake is van
een juridische verplichting tot het bieden van rechtsherstel, inclusief herstelbetalingen.
Vraag 6
Erkent u dat het internationaal recht ten tijde van de slavenhandel slavernij niet
verbood, en dat terugwerkende toepassing van hedendaagse normen juridisch onhoudbaar
is? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Het kabinet heeft bezwaar tegen verwijzingen in de resolutie die neerkomen op retroactieve
toepassing van internationaal recht. Nederland kan niet instemmen met de suggestie
dat historische slavernij en slavenhandel destijds al een schending van een internationaalrechtelijke
verplichting zou hebben opgeleverd zoals die nu in de resolutie wordt voorgesteld.
Juist dat punt vormde een van de kernbezwaren tegen de tekst en reden om te onthouden
van stemming. Dat laat onverlet dat het kabinet de bijzondere ernst van het slavernijverleden
en de trans-Atlantische slavenhandel, evenals de doorwerking daarvan in het heden
erkent.
Vraag 7
Deelt u het standpunt dat er geen recht op herstelbetalingen bestaat voor handelingen
die destijds niet illegaal waren onder het internationaal recht? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 7
Het kabinet deelt het standpunt dat het internationaal recht niet met terugwerkende
kracht kan worden toegepast en dat geen juridische verplichtingen voortvloeien uit
handelingen die destijds niet in strijd waren met internationaal recht.
Tegen die achtergrond heeft het kabinet bezwaar gemaakt tegen onderdelen van de resolutie
die uitgaan van een retroactieve toepassing van internationaal recht en de suggestie
wekken dat er een juridische verplichting tot het bieden van rechtsherstel, inclusief
herstelbetalingen zou bestaan.
Vraag 8
Hoe beoordeelt u de oproep in de resolutie om in gesprek te gaan over herstelbetalingen
aan nazaten van slaven?
Antwoord 8
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichting tot het bieden van rechtsherstel,
zoals herstelbetalingen. Na het aanbieden van excuses in 2022 door de Minister-President
en in 2023 door de Koning is er langs een brede agenda gewerkt aan erkenning, herdenking,
en een beter begrip van de doorwerkingen van het slavernijverleden, onder meer door
in gesprek te gaan met betrokken gemeenschappen van nazaten van tot slaafgemaakten.
Vraag 9
Kunt u uitsluiten dat Nederland onder druk van deze resolutie in de toekomst zal overgaan
tot herstelbetalingen, in welke vorm dan ook?
Antwoord 9
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichtingen tot het bieden van rechtsherstel,
zoals herstelbetalingen voor Nederland. Het kabinet baseert zijn handelen op politieke
en juridische afwegingen.
Vraag 10
Bent u bereid de eerder gemaakte excuses voor het slavernijverleden te heroverwegen,
nu blijkt dat deze worden gebruikt als hefboom voor financiële claims? Zo nee, waarom
niet?
Antwoord 10
Nee. De excuses voor het slavernijverleden zijn weloverwogen aangeboden en blijven
van betekenis als erkenning van het historische onrecht en de doorwerking daarvan.
Vraag 11
Deelt u de mening dat het aanbieden van excuses door premier Rutte in 2022 en Koning
Willem-Alexander in 2023 een strategische fout is gebleken, aangezien dit de deur
heeft geopend voor verdergaande eisen?
Antwoord 11
Nee. De excuses waren een bewuste keuze in het kader van erkenning van het historische
onrecht en de doorwerking daarvan. En het kabinet blijft zich inzetten voor erkenning,
herdenken en bewustwording over de doorwerking van het slavernijverleden. Tegelijkertijd
zijn die excuses geen juridische grondslag voor een verplichting tot het bieden van
rechtsherstel, zoals herstelbetalingen.
Vraag 12
Bent u van mening dat de moderne Nederlander schuld draagt voor handelingen die eeuwen
geleden plaatsvonden?
Antwoord 12
Nee. Het kabinet spreekt niet in termen van individuele schuld van huidige generaties.
De excuses zien op de verantwoordelijkheid van de Nederlandse staat voor zijn historische
rol en de doorwerking daarvan.
Vraag 13
Bent u bekend met het historische fenomeen van blanke slavernij in Arabische en Noord-Afrikaanse
landen, waaronder de zogenaamde Barbarijse slavenhandel waarbij naar schatting meer
dan een miljoen Europeanen werden geroofd en tot slaaf gemaakt, en deelt u de mening
dat het eenzijdig aanwijzen van Europese landen als daders van slavernij een onvolledig
en misleidend beeld schetst van de geschiedenis?
Antwoord 13
Het kabinet is bekend met het feit dat slavernij in verschillende tijden en regio’s
heeft bestaan. Dat laat onverlet dat Nederland verantwoordelijkheid neemt voor zijn
eigen rol in het trans-Atlantische slavernijverleden en de doorwerking daarvan.
Vraag 14
Acht u het rechtvaardig dat huidige generaties Nederlandse belastingbetalers financieel
aansprakelijk worden gesteld voor historische gebeurtenissen waaraan zij geen deel
hadden?
Antwoord 14
De resolutie schept geen juridisch bindende verplichtingen voor Nederland ook niet
tot het bieden van rechtsherstel, zoals herstelbetalingen.
Vraag 15
Waarom richt deze resolutie zich uitsluitend op de trans-Atlantische slavenhandel
en niet op de Arabische slavenhandel, die langer duurde en naar schatting evenveel
of meer slachtoffers maakte?
Antwoord 15
De resolutie richt zich specifiek op de trans-Atlantische slavenhandel en de historische
en hedendaagse gevolgen daarvan. Het staat een indiener van een resolutie in de Algemene
Vergadering van de Verenigde Naties, in dit geval Ghana, vrij zelf een thematische
focus te kiezen. Nederland onderschrijft dat alle vormen van slavernij en slavenhandel,
waar ook, ernstige misdrijven en grove schendingen van de menselijke waardigheid zijn.
Vraag 16
Heeft Nederland bij de beraadslagingen in de Algemene Vergadering aandacht gevraagd
voor slavernij die tot op de dag van vandaag voortbestaat in delen van Afrika en het
Midden-Oosten?
Antwoord 16
In de beraadslagingen in de Algemene Vergadering heeft Nederland zich gericht op de
inhoud van de voorliggende resolutie en de daarbij relevante juridische en beleidsmatige
aspecten.
Vraag 17
Deelt u de mening dat het hypocriet is dat landen waar moderne slavernij nog steeds
voorkomt, mede-indieners zijn van een resolutie over historische slavernij, vooral
gezien in die tijd deze landen actief hun eigen medemensen verkochten aan mensen van
over de hele wereld?
Antwoord 17
Het kabinet herkent zich niet in deze kwalificatie. Het tegengaan van hedendaagse
vormen van slavernij en mensenhandel is een mondiale opgave die alle landen aangaat,
ongeacht hun historische rol. Nederland zet zich hier actief voor in, zowel bilateraal
als in internationaal verband, waaronder binnen de VN.
Tegelijkertijd acht het kabinet het van belang dat ook het slavernijverleden en de
doorwerking daarvan worden erkend en besproken. Dat landen zich inzetten voor aandacht
voor historische slavernij staat niet op gespannen voet met de noodzaak om hedendaagse
vormen van slavernij krachtig te bestrijden. Beide sporen zijn complementair en vereisen
blijvende inzet.
Vraag 18
Hoe verhoudt deze resolutie zich tot het feit dat Nederland als een van de eerste
landen slavernij heeft afgeschaft?
Antwoord 18
Het kabinet onderschrijft die feitelijke veronderstelling niet. Nederland schafte
slavernij in de voormalige koloniën af in 1863; in Suriname gold tot 1873 een periode
van staatstoezicht. Hoewel slaven officieel vrij waren, moesten zij in Suriname nog
tien jaar lang verplicht onder staatstoezicht op de plantages werken.
Nederland is in Europa het eerste land dat formeel excuses aanbood voor het slavernijverleden,
en heeft die excuses bovendien verbonden aan een meerjarig beleidsprogramma voor erkenning,
herdenken, bewustwording en de aanpak van de doorwerking in het heden.
Vraag 19
Acht u het gepast om ontwikkelingshulp te blijven verstrekken aan landen die tegelijkertijd
herstelbetalingen van Nederland eisen?
Antwoord 19
Het kabinet beziet ontwikkelingssamenwerking en discussies over het slavernijverleden
als twee afzonderlijke trajecten met elk een eigen doel en afwegingskader. Ontwikkelingssamenwerking
is gericht op het bevorderen van stabiliteit, armoedebestrijding, mensenrechten en
duurzame ontwikkeling, en gebeurt op basis van beleidsmatige en internationale afspraken.
Vraag 20
Kunt u bevestigen dat slavernij een wereldwijd fenomeen was dat in vrijwel alle beschavingen
heeft bestaan, en dat het selectief aanwijzen van West-Europese landen een vertekend
historisch beeld geeft?
Antwoord 20
Het kabinet kan bevestigen dat slavernij historisch een wereldwijd fenomeen is geweest.
Dat neemt niet weg dat Nederland een eigen verantwoordelijkheid heeft voor zijn rol
in de trans-Atlantische slavenhandel en slavernij en voor de doorwerking daarvan.
Vraag 21
Deelt u de mening dat het Nederlandse volk niet gebaat is bij een voortdurende schuldcultuur
over historische gebeurtenissen?
Antwoord 21
Het kabinet herkent zich niet in de term «schuldcultuur». Het beleid is gericht op
erkenning van historisch onrecht, kennis en bewustwording, dialoog en het tegengaan
van racisme en discriminatie.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Mede ondertekenaar
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.