Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid De Roon over het bericht dat de trans-Atlantische slavenhandel door de VN bestempeld is als "de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid" ooit
Vragen van het lid De Roon (PVV) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht dat de trans-Atlantische slavenhandel door de VN bestempeld is als «de ernstigste misdaad tegen de menselijkheid» ooit (ingezonden 26 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 23 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het absurde bericht dat de Verenigde Naties (VN) de trans-Atlantische
slavenhandel als ergste misdaad tegen de menselijkheid ooit heeft bestempeld?1
Antwoord 1
Het kabinet is bekend met de betreffende resolutie.
Vraag 2
Vindt u het ook krankzinnig dat er kennelijk landen zijn die VN-resoluties misbruiken
om misdaden tegen de menselijkheid te rangschikken om politieke redenen en geld?
Antwoord 2
Het kabinet ziet zowel het belang van blijvende aandacht voor het slavernijverleden
en de trans-Atlantische slavenhandel, als het historische onrecht en de doorwerking
daarvan tot op de dag van vandaag. Het staat landen verder vrij om resoluties in te
dienen over onderwerpen die zij belangrijk vinden.
Vraag 3
Heeft u de initiatiefnemer van de VN-resolutie gevraagd waarom de grootschalige islamitische
slavenhandel kennelijk veel minder erg was dan de trans-Atlantische?
Antwoord 3
Het kabinet is van mening dat alle vormen van slavernij en slavenhandel, waar en door
wie ook dan ook, ernstige misdrijven zijn. De resolutie richt zich specifiek op de
trans-Atlantische slavenhandel en de historische en hedendaagse gevolgen daarvan.
In de onderhandelingen heeft Nederland zich gericht op de inhoud van de voorliggende
resolutie en de daarbij relevante juridische en beleidsmatige aspecten.
Vraag 4
Wanneer gaat u deze waanzin, waarmee gruwelijke misdaden tegen de menselijkheid zoals
de Holocaust in feite naar beneden worden getrapt, publiekelijk en ferm veroordelen?
Antwoord 4
Alle misdrijven tegen de menselijkheid zijn van uitzonderlijke ernst en verdienen
blijvende erkenning en herdenking. Het kabinet ondersteunt het aanbrengen van een
hiërarchie tussen dergelijke misdrijven niet en heeft dit standpunt, alsook het standpunt
met betrekking tot het toepassen van internationaal recht met terugwerkende kracht
en eventuele juridische implicaties daarvan, ook kenbaar gemaakt in het kader van
deze resolutie.
Vraag 5
Wat gaat u doen om te verhinderen dat het slavernijverleden als verdienmodel binnen
alle organisaties en afdelingen van de VN blijft doorwoekeren als een ernstige ziekte?
Antwoord 5
Aandacht voor het slavernijverleden is een kwestie van erkenning en maatschappelijke
rechtvaardigheid. Het kabinet zet zich binnen de VN in voor een zorgvuldige en evenwichtige
benadering van dit verleden, met oog voor de blijvende doorwerking ervan in het heden.
Daarbij blijft het kabinet kritisch op voorstellen die juridisch of beleidsmatig onwenselijk
worden geacht.
Vraag 6
Waarom heeft Nederland niet gewoon glashelder TEGEN deze absurde VN-resolutie gestemd?
Antwoord 6
Het kabinet heeft zich, samen met 51 andere landen waaronder alle EU lidstaten, onthouden
van stemming. Deze keuze is gemaakt omdat de resolutie enerzijds elementen bevat die
het kabinet onderschrijft, namelijk de erkenning van de bijzondere ernst van het slavernijverleden
en de trans-Atlantische slavenhandel, evenals de doorwerking daarvan in het heden.
Het kabinet zet zich in voor blijvende aandacht voor dit verleden, onder meer via
erkenning, herdenken en een beter begrip van de doorwerkingen van het slavernijverleden,
bijvoorbeeld door middel van maatschappelijke dialoog, aanpassingen in het onderwijs
en de bestrijding van racisme en discriminatie. Anderzijds bevat de resolutie ook
onderdelen waar wij principiële en juridische bezwaren tegen hebben, waaronder het
aanbrengen van een hiërarchie in misdrijven tegen de menselijkheid, het toepassen
van internationaal recht met terugwerkende kracht en de juridische implicaties die
daaraan worden verbonden. Zowel betrokkenheid bij het onderwerp als de bezwaren tegen
specifieke onderdelen zijn door middel van een onthouding inclusief stemverklaring
duidelijk gemaakt.
Vraag 7
Deelt u de mening dat de VN zich beter bezig kan houden met bestrijding van de hedendaags
bestaande slavernij waarbij in het bijzonder voor de Afrikaanse Unie een rol weggelegd
kan zijn?2
Antwoord 7
Het kabinet acht de bestrijding van hedendaagse vormen van slavernij, zoals mensenhandel
en uitbuiting, van groot belang. Nederland zet zich hier zowel nationaal als internationaal
voor in, onder meer binnen de VN en in samenwerking met regionale organisaties zoals
de Afrikaanse Unie.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.