Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord van het lid Moorman over de bevinding dat ruim 40 procent van de middelbare scholieren lhbtiq+’ers niet als gelijkwaardig beschouwt
Vragen van het lid Moorman (GroenLink-PvdA) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over de bevinding dat ruim 40 procent van de middelbare scholieren lhbtiq+’ers niet als gelijkwaardig beschouwt (ingezonden 3 april 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
23 april 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het onderzoek van OCW waaruit blijkt dat ruim 40 procent
van de middelbare scholieren lhbtiq+’ers niet als gelijkwaardig aan heteroseksuelen
beschouwt?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat deze cijfers zorgelijk zijn en op gespannen voet staan met
fundamentele waarden van gelijkwaardigheid, vrijheid en non-discriminatie, verankerd
in onze Grondwet?
Antwoord 2
Ja.
Vraag 3
Welke conclusies verbindt u aan de constatering van de onderzoekers dat grote groepen
jongeren deze basisvrijheden niet onderschrijven?
Antwoord 3
In Nederland mag je zijn wie je bent, houden van wie je wilt en uiting geven aan je
seksuele gerichtheid. Een gelijkwaardig Nederland, daar staat dit kabinet voor. Ik
vind het zorgwekkend dat een groot deel van de jongeren zegt te vinden dat heteroseksuele
en homoseksuele personen niet gelijkwaardig zijn. Ik stuur uw Kamer voor de zomer
een kabinetsreactie met mijn reactie op het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren en de beleidsmaatregelen die ik wil nemen.
Vraag 4 en 5
Deelt u de mening dat het onderzoek het belang onderstreept van het Regenboog Stembusakkoord,
dat ondertekend is door alle coalitiepartijen? Kunt u per afspraak uit het Regenboog
Stembusakkoord aangeven op welke manier u hier invulling aangeeft? Kunt u bij de maatregelen
waar u geen invulling aan geeft aangeven waarom u dit niet doet?
In het Regenboog Stembusakkoord is specifiek afgesproken dat het kabinet ervoor gaat
zorgen dat de Onderwijsinspectie scherper gaat toezien op de uitvoering van wetten
en regels die bepalen dat scholen veiligheid, respect en acceptatie van lhbtiq+’ers
dienen te bevorderen en dat er een einde komt aan afwijzing van lhbtiq+’ers door scholen;
op welke wijze gaat de regering deze afspraak uitvoeren?
Antwoord 4 en 5
In het coalitieakkoord 2026–2030 «Aan de slag» heeft het kabinet afgesproken dat het
Regenboog Stembusakkoord (RSA) de basis is om te blijven werken aan acceptatie, veiligheid
en emancipatie van de lhbtiq+ gemeenschap. Het kabinet is voornemens dit akkoord zorgvuldig
uit te voeren met (initiatief)wetgeving en beleid. In de Emancipatienota, die ik na
de zomer van 2026 aan uw Kamer stuur, geeft het kabinet nadere invulling aan de uitwerking
van het RSA.
Op dit moment zijn we al aan de slag via de Versterkte aanpak lhbtiq+-veiligheid om
de veiligheid van lhbtiq+ personen in verschillende leefdomeinen te verbeteren met
interventies op het gebied van preventie, herstel en erkenning. Daarnaast steunt het
kabinet initiatieven in het onderwijs die bijdragen aan een veilige leeromgeving voor
alle leerlingen, waaronder Paarse Vrijdag en Gender and Sexuality alliances (GSA’s). In het onderwijs worden de kerndoelen, waaronder burgerschap, wettelijk
verankerd met daarin aandacht voor onder andere gelijkwaardigheid, non-discriminatie
en autonomie. De inspectie gaat hierop toezien.
Vraag 6
Kunt u reflecteren op de in het onderzoek genoemde mogelijkheden ter bevordering van
acceptatie van lhbtiq+’ers en per betrokken actor uiteenzetten welke rol u voor de
overheid en de betreffende partijen ziet bij het realiseren van deze oplossingen?
Antwoord 6
Ik stuur uw Kamer voor de zomer de kabinetsreactie met daarin de opvolging van de
mogelijkheden ter bevordering van de acceptatie van lhbtiq+ personen die in het onderzoek
genoemd worden en de rol die ik hierbij zie voor de overheid. In de Emancipatienota
zal ik waar mogelijk aanvullende maatregelen opnemen die bijdragen aan het bevorderen
van gelijkwaardigheid.
Vraag 7
Welke concrete maatregelen neemt u op dit moment om de acceptatie van lhbtiq+’ers
binnen het basis- en voortgezet onderwijs te vergroten?
Antwoord 7
Scholen in het funderend onderwijs zijn wettelijk verplicht zorg te dragen voor een
veilig schoolklimaat voor alle leerlingen. Met het wetsvoorstel Vrij en veilig onderwijs2, dat reeds bij uw Kamer is ingediend, versterken we de zorgplicht voor de veiligheid
op school middels beter zicht op de veiligheid, goede ondersteuning en begeleiding
bij onveiligheid en een jaarlijkse evaluatie van het veiligheidsbeleid. Daarnaast
vereist de wettelijke burgerschapsopdracht dat scholen leerlingen kennis en respect
bijbrengen van en voor de basiswaarden van de democratische rechtsstaat en voor verschillen
tussen mensen, bijvoorbeeld in seksuele gerichtheid. De nieuwe kerndoelen voor de
leergebieden burgerschap en mens en maatschappij verplichten scholen diversiteit bespreekbaar
te maken.
Ook verleen ik een instellingssubsidie aan Stichting School & Veiligheid (SSV), de
landelijke expertiseorganisatie met informatie en advies voor sociale veiligheid op
school. SSV heeft aanbod voor docenten voor het veilig bespreekbaar maken van «gevoelige»
thema’s in de klas, waaronder gender en seksuele diversiteit. Voorbeelden zijn de
website www.gendi.nl en de leidraad die in samenwerking met het Landelijke Aktie Komitee Scholieren (LAKS)
is ontwikkeld. Ook ondersteun ik initiatieven van COC Nederland die scholen helpen
bij het bespreekbaar maken van diversiteit. Voorbeelden hiervan zijn Paarse Vrijdag,
GSA’s en een docentennetwerk.
Vraag 8
In hoeverre ziet u regionale verschillen in de acceptatie van lhbtiq+’ers onder scholieren,
en bent u bereid in regio’s waar de acceptatie aantoonbaar lager ligt extra ondersteuning
voor scholen en docenten te geven?
Antwoord 8
Het onderzoek De lhbtiq+-opvattingen van jongeren laat geen regionale verschillen zien in de acceptatie van lhbtiq+ personen onder
scholieren. In de Gezondheidsmonitor Jeugd 2026 wordt het onderwerp lhbtiq+-acceptatie
in alle regio’s uitgevraagd. De publicatie van deze cijfers wordt verwacht in het
voorjaar van 2027.
Vraag 9
Hoe beoordeelt u de conclusie van de onderzoekers dat acceptatie met name laag is
onder leerlingen die religieus en conservatief zijn? Hoe beoordeelt u de conclusie
dat dit onderzoek het idee weerlegt dat vooral jongeren met een migratieachtergrond
conservatieve opvattingen zouden hebben over lhbtiq+’ers? Welke stappen zet u concreet
om te voorkomen dat specifieke groepen jongeren onterecht worden gestigmatiseerd in
het publieke en politieke debat?
Antwoord 9
De resultaten van het onderzoek laten zien dat de verschillen in lhbtiq+-opvattingen
van jongeren vooral samenhangen met gender en de mate van conservatisme, en ook religie
en leerweg spelen een rol. Ik stuur uw Kamer voor de zomer een uitgebreidere kabinetsreactie
op het onderzoek.
Het onderwijs moet voor alle jongeren een fijne en veilige plek zijn waarin zij zichzelf
kunnen ontwikkelen en ontplooien. In de kabinetsreactie ga ik dieper in op de rollen
in het publieke en politieke debat.
Vraag 10
Bent u bereid, mede op basis van de bevindingen uit zowel het UvA-onderzoek als eerder
onderzoek van het COC en Columbia University te kijken naar hoe Paarse Vrijdag en
GSA’s en inclusieve lesprogramma’s landelijk structureel kunnen worden versterkt en
gefinancierd, aangezien deze als effectieve interventies uit het onderzoek komen?3 Hoe geeft u in dat kader vorm aan de volgende afspraak uit het Regenboog Stembusakkoord
dat volgens het coalitieakkoord wordt uitgevoerd: «Het kabinet blijft initiatieven
voor respect en acceptatie op de basis en middelbare school, zoals de GSA’s en Paarse
Vrijdag, financieel ondersteunen»?
Antwoord 10
Het kabinet steunt initiatieven in het onderwijs die bijdragen aan een veilige leeromgeving
voor alle leerlingen, waaronder Paarse Vrijdag en GSA’s. De alliantie Kleurrijk en
Vrij draagt financieel meerjarig bij aan de initiatieven GSA’s en Paarse Vrijdag in
het voortgezet onderwijs en mbo. Aangezien Paarse Vrijdag later is gestart in het
primair onderwijs, wordt dit momenteel financieel ondersteund middels een projectsubsidie
tot 31 juli 2026. In de Emancipatienota, die ik na de zomer van 2026 aan uw Kamer
zal sturen, informeer ik uw Kamer over een vervolg in het primair onderwijs.
Vraag 11
Is het juist dat bevorderen van een veilig klimaat voor lhbtiq+’ers en respect voor
seksuele diversiteit nog niet op alle docenten- en leerkrachtenopleidingen een verplicht
onderdeel is van het curriculum, terwijl dit onderwerp wel onderdeel uitmaakt van
de kerndoelen voor het basis- en voortgezet onderwijs en de wettelijke burgerschapsopdracht
van scholen? Bent u bereid om in gesprek te gaan met docenten- en leerkrachtenopleidingen
om te bevorderen dat dit wel een onderdeel wordt van hun curriculum?
Antwoord 11
Het bevorderen van een veilig klimaat voor lhbtiq+ personen en respect voor seksuele
diversiteit is op dit moment geen verplicht onderdeel van het curriculum van lerarenopleidingen.
De aandacht voor diversiteit, gelijkwaardigheid en respect verschilt per lerarenopleiding
en hangt samen met de kerndoelen en examenprogramma’s van het vakgebied.
De landelijke kennisbases van de hbo-lerarenopleidingen worden op dit moment herijkt
en opnieuw geformuleerd, waarbij de hogescholen nauw aansluiten bij de nieuwe kerndoelen
en bekwaamheidseisen. Om de aansluiting op die kerndoelen te borgen is Stichting Leerplan
Ontwikkeling (SLO) betrokken bij dat proces. Ik vertrouw erop dat de inhoud van de
nieuwe kerndoelen daarmee ook voldoende terug zal komen in de kennisbases en de daarop
gebaseerde individuele curricula van opleidingen. Ik zie op dit moment geen reden
om hierover in gesprek te gaan met de opleidingen in het Opleidingsberaad Leraren.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.