Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Mutluer over de (on)mogelijkheden van burgemeesters om de overlast door personen met onbegrepen/verward gedrag aan te kunnen pakken
Vragen van het lid Mutluer (GroenLinks-PvdA) aan de Minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over de (on)mogelijkheden van burgemeesters om de overlast door personen met onbegrepen/verward gedrag aan te kunnen pakken (ingezonden 1 april 2026).
Antwoord van Minister Heerma (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties) (ontvangen
23 april 2026).
Vraag 1
Kent u de berichten «10.000 euro boete, een huisverbod, een lantaarnpaal verplaatst:
Arnhem zette alles in tegen overlast Koert H.», «Wacht niet op steekpartij of brand
maar laat overlastgevers afkicken, betoogt Marcouch» en kent u de brief van de Vereniging
van Nederlandse Gemeenten (VNG) van 3 februari 2026?1, 2, 3
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Kunt u zich voorstellen dat in bewoners, lokale handhavers, de burgemeester en wellicht
nog anderen «de wanhoop nabij» waren toen nadat heel het beschikbare instrumentarium
om overlast tegen te gaan gebruikt was de overlast toch niet stopte? En dat de overlast
pas stopte na een ingrijpend incident? Zo ja, waarom? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 2
Ja, ik kan mij goed voorstellen dat vormen van overlast met zeer ernstige verschijningsvormen
en gevolgen grote impact hebben op inwoners, handhavers en burgemeesters. Ik zie dat
alle betrokkenen, professionals, zich vaak enorm inspannen maar dat het effect van
die inspanningen in situaties niet tot het gewenste effect leidt.
Vraag 3
Deelt u de mening van de burgemeester van Arnhem dat het te laat kan zijn als er pas
in het geval acuut gevaar voor de overlastgever en zijn omgeving is er handelingsperspectief
ontstaat om in te kunnen grijpen? Zo ja, deelt u dan ook de mening dat burgemeesters
de mogelijkheid moeten krijgen «om mensen ook al voor de fase dat gevaar acuut wordt,
op te laten nemen»? Zo nee, waarom deelt u die mening niet?
Antwoord 3
Vooropgesteld: situaties en de gevolgen van verward of onbegrepen gedrag in de samenleving
zullen nooit volledig kunnen worden voorkomen. De inzet van alle betrokkenen moet
er op gericht zijn om in nauwe verbinding en samenwerking overlast en calamiteiten
zo veel mogelijk te voorkomen en hanteerbaar te maken.
Ik deel de mening dat er ook voor de burgemeester, vanuit zijn verantwoordelijkheid
voor de veiligheid en openbare orde binnen de gemeente, voldoende handelingsperspectief
moet zijn om waar nodig tijdig te kunnen ingrijpen. Ik verwijs u in dit verband ook
naar het coalitieakkoord «Aan de slag»4 waarin is aangekondigd meer mogelijkheden voor burgemeesters te creëren om door middel
van bemoeizorg in te grijpen en meer crisisplekken te realiseren. Ik ga de komende
tijd in gesprek met betrokken partijen, waaronder gemeenten over de verdere uitwerking
hiervan en de vraag of burgemeesters meer bevoegdheden en handelingsperspectief nodig
hebben. Voor het einde van 2026 volgt een brief met meer uitgewerkte oplossingsrichtingen
en/of voorliggende keuzes.
Vraag 4
Herkent het in de VNG-brief gestelde dat «vrijwel iedere gemeente personen met verward
en onbegrepen gedrag kent, waarbij het bestuurders ontbreekt aan handelingsperspectief»
waarbij gemeentebestuurders «de huidige wettelijke kaders als ontoereikend [ervaren]
voor (overlastgevende) zorgmijders met complexe en multiproblematiek, die niet in
aanmerking komen voor gedwongen zorg of voor een strafrechtelijk kader»? Zo ja, over
welke informatie beschikt u?
Antwoord 4
Ik ken de signalen van bestuurders van gemeenten dat de huidige wettelijke kaders
als ontoereikend worden ervaren voor effectief ingrijpen bij (overlastgevende) zorgmijders
met complexe en multiproblematiek, waarbij de gedwongen zorgwetten nog niet van toepassing
zijn. Verschillende bestuurders hebben dit verklaard en/of hier aandacht voor gevraagd.
In het kader van de parlementaire verkenning Verward/onbegrepen gedrag en Veiligheid5 heeft ook uw Kamer deze conclusie getrokken en van een aanbeveling voorzien. Deze
aanbeveling wordt betrokken in de verkenning van oplossingen, die het kabinet in de
Kamerbrief van 11 december 20256 heeft aangekondigd.
Tegelijkertijd zijn er ook signalen dat er vanuit bestaande bevoegdheden handelingsperspectief
aanwezig is, maar dat het bijvoorbeeld ontbreekt aan voldoende woon(zorg-)voorzieningen,
aan adequate samenwerking en afstemming tussen de diverse domeinen (zorg, veiligheid,
wonen) en aan een wettelijke grondslag voor gegevensuitwisseling voor vroegtijdige
samenwerking. Het is dus van belang om het vraagstuk van handelingsperspectief en
bevoegdheden van de burgemeester in deze samenhang te bezien, zoals dit ook met de
brede aanpak Verward/onbegrepen gedrag wordt beoogd.
Vraag 5
Deelt u de mening van de VNG «om de wettelijke (on)mogelijkheden en mogelijke aanvullingen
op de huidige wettelijke kaders te inventariseren»? En zo ja, hoe en op welke termijn
gaat u daarvoor zorgen? Zo nee, waarom acht u die inventarisatie niet nodig?
Antwoord 5
Ja, die mening deel ik. Zie mijn reactie op de vragen 3 en 4. De planning is er op
gericht dat ik u rond de zomer een stand van zaken brief stuur over de voortgang van
de prioriteiten van de brede aanpak. Voor het einde van 2026 volgt een brief met meer
uitgewerkte oplossingsrichtingen en/of voorliggende keuzes. De vraag of burgemeesters
meer bevoegdheden en handelingsperspectief dienen te krijgen, wordt hierin betrokken.
Ondertekenaars
P.E. Heerma, minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.