Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van der Plas over openbaarmaking bedrijfsgegevens naar aanleiding van de technische briefing over doelsturing
Vragen van het lid Van der Plas (BBB) aan de Ministers van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over openbaarmaking bedrijfsgegevens naar aanleiding van de technische briefing over doelsturing (ingezonden 27 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Essen (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur) (ontvangen
23 april 2026)
Vraag 1
Klopt het dat bij een systeem van doelsturing op bedrijfsniveau gegevens over emissies,
managementmaatregelen of prestaties van individuele landbouwbedrijven verzameld en
verwerkt zullen worden?
Antwoord 1
Ja, dat klopt.
Vraag 2
Klopt het dat dergelijke gegevens, wanneer zij bij de overheid berusten, in beginsel
onder de reikwijdte van de Wet open overheid (Woo) kunnen vallen?
Antwoord 2
Ja, dat kan. De Woo geeft algemene regels voor het openbaar maken van de informatie
waarover de overheid beschikt. Daaronder vallen in beginsel ook de bedrijfsgegevens
van individuele bedrijven waar de overheid over beschikt, ongeacht hoe de overheid
daarover de beschikking heeft gekregen. Doorslaggevend voor de vraag of gegevens onder
de reikwijdte van de Woo vallen, is of er een verband bestaat tussen de informatie
en de publieke taak van het bestuursorgaan. Niet alle gegevens die bij de overheid
berusten zijn per definitie verbonden aan de publieke taak van in dit geval de Minister
van LVVN. Wat publieke taken zijn moet ruim worden uitgelegd zo blijkt uit de memorie
van toelichting bij de Woo.1
Vraag 3
Deelt u de zorg dat openbaarmaking van gedetailleerde bedrijfsgegevens van individuele
landbouwbedrijven kan leiden tot ongewenste effecten zoals reputatieschade, actiedruk
of juridisering richting individuele ondernemers?
Antwoord 3
Ik begrijp dat openbaarmaking van gedetailleerde bedrijfsgegevens van individuele
landbouwbedrijven impact kan hebben voor individuele ondernemers, zeker als bedrijfsgegevens
gelijk zijn aan het privéadres. Ik begrijp dat dit zijn weerslag kan hebben op ondernemers
en hun gezinnen. Zoals ik in mijn brief over de zienswijzeprocedure bij de openbaarmaking
van emissiegegevens 15 april 20262 heb aangegeven werk ik in dit kader met het Ministerie van Justitie en Veiligheid
aan een onderzoek naar de sociale veiligheid van agrarisch ondernemers.
Vraag 4
Hoe wordt voorkomen dat bedrijfsgegevens die nodig zijn voor doelsturing via Woo-verzoeken
openbaar gemaakt kunnen worden?
Antwoord 4
Openbaarheid van overheidsinformatie is een belangrijk onderdeel van onze democratische
rechtsstaat. Openbaarheid van gegevens maakt het mogelijk voor belangenorganisaties,
onderzoekers en burgers informatie te vergaren over onder andere hun leefomgeving.
Daarom zijn er internationaal afspraken gemaakt over openbaarheid van informatie.
Deze afspraken zijn vastgelegd in het Verdrag van Aarhus (hierna: het verdrag) en
de Europese milieu-informatierichtlijn (Richtlijn 2003/4/EG, hierna: de richtlijn).
De richtlijn en het verdrag zijn geïmplementeerd in de Woo.
Ik streef er dan ook niet naar om dergelijke informatie te onttrekken van de openbaarheid.
Tegelijkertijd kunnen er wel dilemma’s spelen, bijvoorbeeld wanneer de openbaarmaking
van dergelijke gegevens mede raakt aan de persoonlijke levenssfeer van agrarische
ondernemers. Daarbij spelen een aantal elementen een rol.
Als er een verzoek wordt gedaan tot openbaarmaking, is het van belang om welke gegevens
verzocht wordt. Als bedrijfsgegevens ook als milieu-informatie aan te merken zijn,
dan dient een afweging te worden gemaakt tussen het belang van openbaarmaking tegenover
het belang van het bedrijf om de bedrijfsgegevens niet openbaar te maken. Bij deze
belangenafweging staat openbaarmaking van de gegevens voorop. Er kan alleen van openbaarmaking
van de (betreffende) informatie worden afgezien wanneer het bedrijf concreet kan onderbouwen
dat openbaarmaking daadwerkelijk en ernstige schade toebrengt aan het bedrijfsbelang3.
Op grond van artikel 5.1, zevende lid, van de Woo mogen er bij emissiegegevens geen
uitzonderingsgronden worden toegepast. Deze gegevens moeten dan ook altijd openbaar
worden gemaakt als daartoe een verzoek wordt gedaan. Ook als het hierbij gaat om gegevens
die de persoonlijke levenssfeer raken, zoals bedrijfsadressen die tevens woonadressen
zijn.4 Dit laatste is een verplichting die direct voortvloeit uit de richtlijn.
Ik realiseer mij dat er zich dilemma’s kunnen voordoen bij de openbaarmaking van informatie,
bijvoorbeeld wanneer openbaarmaking van informatie mede raakt aan de persoonlijke
levenssfeer van agrarische ondernemers. Ik vind het daarom van belang om de verschillende
belangen die hier kunnen spelen af te wegen, binnen de kaders die onder meer de Woo,
de richtlijn en het verdrag bieden. Dit zal ook worden meegenomen in de wetsevaluatie
van de Woo en bij de vormgeving van doelsturing.
Vraag 5
Wordt overwogen om de dataverzameling voor doelsturing (deels) buiten de overheid
te organiseren, bijvoorbeeld via ketenorganisaties, sectorale systemen of onafhankelijke
dataplatforms?
Antwoord 5
In het kader van doelsturing zal nog besloten moeten worden hoe de organisatie van
data delen ingericht zal worden. Daarbij is het goed om op te merken dat informatie
die nodig is voor een goede taakuitoefening door de overheid niet gepositioneerd kan
worden buiten de invloedsfeer van het ministerie waardoor documenten buiten de reikwijdte
van de Woo vallen. Ook indien het verzamelen, controleren en bewerken van agrarische
bedrijfsinformatie gebeurt door een specifiek daarvoor op te richten private entiteit,
is niet uit te sluiten dat die entiteit geheel of gedeeltelijk onder de Woo valt,
omdat voor milieu-informatie een ruim begrip van «overheid» moet worden gehanteerd.
Bij besluitvorming door de overheid is het noodzakelijk dat de overheid over relevante
gegevens beschikt.
Vraag 6
Bent u bekend met systemen in de veehouderij waarbij gegevens over diergezondheid
en bedrijfsvoering via ketenpartijen worden verzameld, zoals binnen de zuivelsector
via systemen als KoeMonitor/KoeKompas?
Antwoord 6
Ja, daar ben ik mee bekend.
Vraag 7
Ziet u mogelijkheden om monitoring in het kader van doelsturing primair via gebiedsmonitoring
te organiseren, bijvoorbeeld via gebiedscoöperaties of andere collectieve verbanden
van boeren, zodat niet direct bedrijfsgegevens van individuele landbouwbedrijven bij
de overheid berusten?
Antwoord 7
Bij een systeem van doelsturing op bedrijfsniveau zal monitoring primair via individuele
landbouwbedrijven georganiseerd worden. Bovendien is voor sommige toepassingsvormen
van doelsturing herleidbaarheid naar bedrijven een vereiste. Hiernaast kunnen de mogelijkheden
naar gebiedsmonitoring verkend worden om gegevens op een meer geaggregeerd niveau
te verzamelen. Zie ook het antwoord op vragen 4 en 5 voor het geval herleidbaarheid
naar bedrijven nodig is.
Vraag 8
Welke waarborgen worden overwogen om ervoor te zorgen dat boeren veilig en zonder
risico op openbaarmaking van bedrijfsgevoelige informatie kunnen deelnemen aan systemen
voor doelsturing?
Antwoord 8
Er moeten hierover nog keuzes worden gemaakt, waarbij uiteindelijk van belang is dat
besluiten zorgvuldig worden voorbereid en dragend worden gemotiveerd. Bij het maken
van deze keuzes zal ik de belangen van openbaarheid en de bescherming van bedrijfs-
en persoonsgegevens afwegen binnen de geldende kaders.
Vraag 9
Kunt u deze vragen beantwoorden voorafgaand aan het op donderdag 9 april 2026 geplande
commissiedebat Doelsturing?
Antwoord 9
Het commissiedebat Doelsturing is door uw Kamer uitgesteld tot nader order. De reguliere
termijn voor het beantwoorden van Kamervragen is gehanteerd.
Ondertekenaars
J. van Essen, minister van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.