Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceulemans over het tegen de afspraken in openhouden van de asielopvang in Hardenberg door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA)
Vragen van het lid Ceulemans (JA21) aan de Minister van Asiel en Migratie over het tegen de afspraken in openhouden van de asielopvang in Hardenberg door het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COA) (ingezonden 16 maart 2026).
Antwoord van Minister Van den Brink (Asiel en Migratie) (ontvangen 22 april 2026).
Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1546
Vraag 1
Wat is uw reactie op het besluit van het COA om het asielzoekerscentrum (azc) in Hardenberg
en de noodopvanglocatie in Loozen voorlopig alsnog open te houden, ondanks de al jaren
geldende afspraak dat deze per 8 maart van dit jaar gesloten zouden worden?1
Antwoord 1
Het besluit om het azc Hardenberg voorlopig open te houden is onwenselijk, maar ingegeven
door acute krapte in de opvang. Op 24 maart 2026 is de noodopvang in Loozen gesloten.
Landelijk zijn er onvoldoende vervangende opvangplekken beschikbaar om alle mensen
uit de locatie in Hardenberg elders onder te brengen. Wel is de bezetting van het
azc Hardenberg gedaald. Het gebrek aan voldoende opvangplekken komt mede doordat niet
alle plaatsen uit de verdeelbesluiten van de Spreidingswet zijn gerealiseerd en daarnaast
een achterstand op de taakstelling huisvesting is van 9.760 (d.d. 20 maart 2026).
Onder deze omstandigheden is het noodzakelijk om asielzoekers langer op deze locatie
te laten verblijven om zo te voorkomen dat mensen geen onderdak meer hebben.
Vraag 2 en 3
Wat is uw oordeel over het feit dat het COA twee weken voor de overeengekomen sluitingsdatum
nog per brief aan omwonenden van het azc liet weten dat het op 8 maart leeg zou zijn?
Op grond waarvan is het COA in deze tussentijd van slechts twee weken van gedachten
veranderd? Welke stappen zijn er vóór deze periode en sinds het versturen van de brief
gezet om ervoor te zorgen dat de asielopvanglocaties wel op de afgesproken datum konden
sluiten?
Antwoord 2 en 3
Ik begrijp de teleurstelling over de brief aan omwonenden waarin de beoogde sluiting
per 8 maart aangekondigd werd. Er is vanuit het COA maar ook het departement veelvuldig
gesproken met de gemeente over het langer openhouden van de locatie. Daarnaast heeft
het COA ingezet op het verlengen van andere locaties en het versnellen van openingen
van nieuwe locaties. Ook is ingezet op het ontlasten van het COA door nareizigers
tijdelijk te huisvesten in hotels. Ondanks deze inzet was het op 8 maart niet verantwoord
om de locatie te sluiten.
Vraag 4
Wat denkt u dat dit alles doet met het vertrouwen van de inwoners van Hardenberg in
de landelijke overheid? Kunt u zich voorstellen dat deze gang van zaken tot grote
onrust en frustratie heeft geleid?
Antwoord 4
Ik begrijp dat deze gang van zaken het vertrouwen kan schaden en lokaal tot teleurstelling
en frustratie leidt. Dat is uiterst ongewenst. Door met gemeenten en provincies in
gesprek te blijven wil ik ervoor zorgen dat onderling vertrouwen weer wordt versterkt.
Vraag 5
Deelt u de mening dat hier sprake is van onbehoorlijk bestuur richting de gemeente
Hardenberg? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 5
De gang van zaken in Hardenberg is onfortuinlijk geweest. Het streven is altijd om
bestuursovereenkomsten na te leven. Tegelijkertijd heeft het COA een wettelijke taak
om asielzoekers op te vangen. Om dit mogelijk te maken heeft het kabinet onder meer
afgesproken uitvoering te geven aan de Spreidingswet en de geldende verdeelbesluiten
van mijn ambtsvoorganger. Ondanks de inspanning van veel gemeenten zijn helaas nog
niet alle plekken uit de verdeelbesluiten van de Spreidingswet gerealiseerd. Mede
hierdoor is er een tekort aan opvangplekken en konden de locaties in de gemeente Hardenberg
niet tijdig sluiten. Voorafgaand hieraan is uitvoerig contact geweest tussen de gemeente,
het COA en het departement.
Vraag 6
Hoe kan het COA überhaupt asielopvang blijven verrichten op deze twee locaties nu
de bestuursovereenkomst en de omgevingsvergunning zijn verlopen? Op welke (juridische)
gronden doet het COA dit?
Antwoord 6
Er is momenteel geen juridische grondslag voor verblijf op deze locaties. In de jurisprudentie
is wel ruimte om onder bijzondere omstandigheden van handhaving af te zien. Het COA
doet er alles aan om zo snel mogelijk de bewoners van de locatie in Hardenberg een
nieuwe opvangplek te geven.
Vraag 7, 8 en 9
Hoe kunt u van gemeenten verwachten dat zij nog meewerken aan verzoeken voor nieuwe
asielopvanglocaties wanneer het COA keiharde afspraken en voorwaarden daaromtrent
op deze manier eenzijdig schendt?
Hoe kunt u van gemeenten verwachten dat zij opvolging geven aan verplichtingen in
de Spreidingswet wanneer het COA zich zelf niet aan een overeenkomst met een gemeente
houdt?
Kunt u zich voorstellen dat deze gang van zaken in veel plaatsen leidt tot nog grotere
zorgen over het nakomen van afgesproken sluitingsdata door het COA, zoals in Albergen
waar eerder al een azc werd doorgedrukt door het COA en het kabinet? Wat gaat u doen
om die zorgen weg te nemen en te zorgen voor harde garanties?
Antwoord 7, 8 en 9
Ik verwacht dat alle gemeenten hun verantwoordelijkheid nemen ten aanzien van het
realiseren van asielopvang. Tegelijkertijd besef ik mij dat het niet nakomen van afspraken
het vertrouwen kan schaden. Daarom hecht het kabinet er veel belang aan dat overheden
een betrouwbare partner zijn en afspraken nakomen. Door met gemeenten in gesprek te
blijven wil ik, samen met het COA, ervoor zorgen dat onderling vertrouwen weer wordt
versterkt en er goed wordt samengewerkt. Hierin is het werken aan structurele oplossingen
waarin zowel een rol voor het kabinet als medeoverheden ligt, van belang. Eén van
deze oplossingen is het uitvoeren van de Spreidingswet. Zoals ook in het coalitieakkoord
beschreven zet het kabinet hierop in. Hierom zijn op 9 april de brieven in het kader
van het interbestuurlijk toezicht op de uitvoering van wet aan gemeenten verzonden.
Vraag 10
Wanneer treedt de dwangsom van 81.000,– per dag die de gemeente Hardenberg aan het
COA heeft opgelegd in werking en welke juridische stappen (zoals de zienswijze die
vandaag door het COA is ingediend) worden tot die tijd doorlopen?
Antwoord 10
Het College van burgemeester & Wethouders van de gemeente Hardenberg heeft bij besluit
van 17 maart jl. het COA een last onder dwangsom opgelegd. In het besluit is een hersteltermijn
verstrekt van een week. Dit betekent dat de dwangsom per 24 maart j.l. in werking
is getreden omdat het azc Hardenberg nog niet is gesloten. Overigens heeft het College
de dwangsommen verlaagd naar in totaal € 62.500,- voor beide locaties. Zoals eerder
aangegeven, is de noodopvang in Loozen gesloten.
Vraag 11 en 12
Wanneer denkt het COA zelf het azc en de noodopvanglocatie te kunnen sluiten en welke
stappen worden daartoe gezet?
Deelt u de mening dat ongeacht de logistieke problemen van het COA één ding voorop
moet staan, namelijk dat het COA haar belofte aan de gemeente Hardenberg en haar inwoners
gewoon moet nakomen? Zo nee, waarom niet? Zo ja, wat gaat u doen om ervoor te zorgen
dat het azc en de noodopvanglocatie alsnog per direct dicht gaan?
Antwoord 11 en 12
De druk op de opvang is hoog. Er is een bezettingsgraad van 103%. Alle bedden zijn
bezet. Dit heeft er helaas toe geleid dat de locaties in Hardenberg niet tijdig zijn
gesloten. Mensen die recht hebben op opvang op straat zetten is nooit een oplossing.
Een stabiel opvanglandschap is wel een oplossing, vandaar dat het kabinet hierop inzet.
Onder andere door het uitvoeren van de Spreidingswet en door het realiseren van een
stabiele financiering voor het COA.
Vraag 13
Hoe gaat u voorkomen dat er een precedentwerking ontstaat en dat het COA gemaakte
afspraken vaker niet gaat nakomen?
Antwoord 13
Het COA streeft ernaar alle gemaakte afspraken na te komen. Het is geenszins de intentie
van het COA om afspraken vaker niet na te komen. Onder deze omstandigheden is het
tijdelijk noodzakelijk om de asielzoekers langer op de locatie te laten verblijven
om zo te kunnen voldoen aan de wettelijke opvangtaak. Het uitvoeren van de Spreidingswet
en de stabiele financiering van het COA zullen op termijn ervoor zorgen dat COA haar
afspraken kan nakomen.
Ondertekenaars
G. van den Brink, minister van Asiel en Migratie
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.