Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van Asten en Rooderkerk over het bericht 'Enige school in Haagse Binckhorst stopt aan het einde van het schooljaar'
Vragen van de leden Van Asten en Rooderkerk (beiden D66) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening en de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over het bericht «Enige school in Haagse Binckhorst stopt aan het einde van schooljaar» (ingezonden 26 maart 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening),
mede namens de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (ontvangen 21 april
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Enige school in Haagse Binckhorst stopt aan het einde
van schooljaar»1?
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Deelt u de opvatting dat bij grootschalige woningbouwlocaties voorzieningen zoals
onderwijs en zorg vanaf de start onderdeel moeten zijn van de gebiedsontwikkeling,
juist met het oog op de verwachte groei van het aantal inwoners?
Antwoord 2
Ja. Het is aan gemeenten en schoolbesturen om te zorgen dat basisvoorzieningen zoals
onderwijs vanaf de start onderdeel zijn van gebiedsontwikkelingen.
Binnen nationaal grootschalige gebiedsontwikkelingen wordt middels financieel instrumentarium
(het gebiedsbudget) de ontwikkeling van de openbare ruimte (denk aan parken en pleinen)
nu al mogelijk gemaakt. Daarnaast ziet het Rijk vanuit zijn regierol toe op de ontwikkeling
van voldoende (maatschappelijke) voorzieningen in de breedte conform totaalaanpak.
Vraag 3
Kunt u in kaart brengen in hoeveel grootschalige woningbouwgebieden voorzieningen
zoals basisscholen onder druk staan of dreigen te verdwijnen, doordat zij in de opstartfase
nog niet voldoen aan geldende normen voor leerlingaantallen?
Antwoord 3
Het is niet mogelijk om aan te geven hoeveel basisscholen zijn opgeheven omdat ze
te klein waren en specifiek in grootschalige woningbouwgebieden stonden. De reden
voor een schoolsluiting kan verschillen. Soms heeft dit te maken met het stoppen van
bekostiging door de rijksoverheid vanwege een te laag leerlingenaantal, maar een schoolbestuur
kan ook zelf besluiten een school te sluiten. Dit kan ook als de school niet onder
de opheffingsnorm zit. Schoolsluitingen worden, vanaf 1997, door DUO in een openbaar
toegankelijk bestand geregistreerd.2
Vraag 4 en 5
Hoe beoordeelt u het feit dat gebiedsontwikkeling niet (altijd) een lineair bouwproces
kent en dat de verwachte groei van inwoners waaronder kinderen dus ook met sprongen
gaat en dat dit dus nadelig kan uitwerken voor de bezettingsgraad van een school?
Hoe beoordeelt u het spanningsveld dat ontstaat wanneer enerzijds wordt ingezet op
versnelde woningbouw en gebiedsontwikkeling, terwijl anderzijds de bekostigingssystematiek
voor voorzieningen zoals scholen onvoldoende ruimte biedt om de aanloopfase van zulke
gebieden te overbruggen?
Antwoord 4 en 5
Het klopt dat de ontwikkeling van een nieuwe wijk niet altijd lineair verloopt. Op
de site van DUO staat dat schoolbesturen en gemeenten rekening moeten houden met vertraging
in de oplevering en dat schoolbesturen hun stichtingsaanvraag dus goed moeten plannen.3 De start van een school kan met één jaar worden uitgesteld. Uit de evaluatie blijkt
dat gemeenten en schoolbesturen in sommige gevallen, zoals een nieuwe school in een
nieuwbouwwijk, behoefte hebben aan meer flexibiliteit. Daarom verkent de Staatssecretaris
van Onderwijs en Emancipatie of de mogelijkheid voor een tweede jaar uitstel kan worden
gecreëerd.
Een nieuwe school wordt in het vierde jaar en in het achtste jaar getoetst op de groei
van het aantal leerlingen. De groei van een school kan, om verschillende redenen,
achterblijven. Een schoolbestuur kan de Minister verzoeken om de bekostiging niet
te stoppen door een beroep te doen op een uitzonderingsgrond. Door middel van een
uitzonderingsgrond kan bekostiging worden behouden.
Vraag 6
Kunt u toelichten waarom in de Binckhorst de bestaande basisschool moet sluiten vanwege
leerlingenaantallen, terwijl op basis van verwachte inwonersgroei binnen enkele jaren
juist weer een nieuwe school nodig is?
Antwoord 6
Deze bassischool had in haar vierde jaar niet voldoende leerlingen om de tussentijdse
toets te halen (62 leerlingen, terwijl 167 leerlingen nodig zijn). Het schoolbestuur
had tegelijkertijd gecommuniceerd dat de school zou worden gesloten en bij DUO een
beroep gedaan op een uitzonderingsgrond om bekostiging te blijven ontvangen. Het is
uiteindelijk aan het schoolbestuur om te besluiten of een school wordt gesloten. Het
schoolbestuur heeft ondertussen laten weten hun besluit terug te draaien.4 De basisschool op de Binckhorst hoeft dus niet te sluiten.
Vraag 7
Ziet u mogelijkheden om binnen de huidige regelgeving meer ruimte te bieden voor maatwerk
in groeigebieden, bijvoorbeeld via tijdelijke ontheffingen, aangepaste leerlingennormen
of andere vormen van overbruggingsbekostiging?
Antwoord 7
Zoals in antwoord op vraag 4 en 5 is beschreven wordt de mogelijkheid verkend voor
een extra jaar uitstel voor de start van een school, naast de huidige mogelijkheid
van één jaar uitstel. Ook kan een schoolbestuur een beroep doen op een uitzonderingsgrond
als een van hun scholen niet snel genoeg groeit. In uitzonderlijke gevallen kan de
Staatssecretaris van Onderwijs en Emancipatie de discretionaire bevoegdheid inzetten
om de bekostiging voort te zetten.
Vraag 8
Welke instrumenten heeft het Rijk verder om, samen met gemeenten en andere betrokken
partijen, te borgen dat voorzieningen zoals onderwijs en zorg gelijktijdig met woningbouw
worden gerealiseerd?
Antwoord 8
Gemeenten zijn primair verantwoordelijk en aan zet voor het borgen en inplannen van
voldoende voorzieningen in grootschalige woningbouwontwikkelingen. Het Rijk neemt
vanuit zijn regierol actief deel aan de ontwikkeling van nationaal grootschalige woningbouw.
Conform coalitieakkoord werkt de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
momenteel aan de uitwerking van een totaalaanpak waardoor meer geborgd wordt dat door
middel van koppelkansen functies als wonen, werken, bereikbaarheid, groen en maatschappelijke
voorzieningen samen worden ontwikkeld. In de Taskforce Versnellen Woningbouw ziet
de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening toe op het actief benutten
van deze koppelkansen binnen grootschalige woningbouwontwikkelingen.
Vraag 9 en 10
Acht u de huidige instrumenten toereikend om te voorkomen dat nieuwe woonwijken in
de eerste jaren onvoldoende toegang hebben tot essentiële voorzieningen?
Zo nee, welke aanvullende maatregelen overweegt u?
Antwoord 9 en 10
Nee. Het ministerie financiert middels de huidige stimuleringsregelingen geen voorzieningen,
m.u.v. de eerder genoemde regeling gebiedsbudget. Middels deze regeling wordt openbare
ruimte (parken en pleinen) binnen nationaal grootschalige woningbouwlocaties gesubsidieerd.
Als onderdeel van de uitwerking van de totaalaanpak heeft dit verder mijn aandacht.
In de uitwerking van de totaalaanpak onderzoek ik de noodzaak en mogelijkheden voor
aanvullende maatregelen.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening -
Mede namens
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.