Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Podt over het MVO rapport van de VanDrie Group en maatregelen rond de import van kalveren uit Ierland
Vragen van het lid Podt (D66) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur over het MVO rapport van de VanDrie Group en maatregelen rond de import van kalveren uit Ierland (ingezonden 13 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Erkens (Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur)
(ontvangen 17 april 2026).
Vraag 1
Bent u op de hoogte van het feit dat de VanDrie Group in haar MVO-jaarverslag uit
2020 (uitgebracht op 28 juni 2021, zoals weergegeven op de website van dierenrecht.nl)
op pagina 38 bij «Doelen 2021 en verder» het volgende stelde: «Voor 2026 stoppen we
met de import van kalveren uit Oost-Europa en Ierland naar Nederland.»?1
Antwoord 1
Ja, hier ben ik van op de hoogte.
Vraag 2
Bent u tevens op de hoogte van het feit dat dit MVO-jaarverslag niet meer is te vinden
op site van de VanDrie Group en dat deze ambitie in het MVO jaarverslag van 2024,
dat nog wel online staat, is verdwenen?2
Antwoord 2
Ja, hier ben ik van op de hoogte.
Vraag 3
Klopt het dat het niet wenselijk is om achteraf MVO-doelstellingen aan te passen,
zonder hierover transparant te communiceren?
Antwoord 3
We leven in een dynamische wereld waarbij het soms nodig is om aanpassingen te doen.
Aanpassingen in MVO-beleid gaan in mijn ogen altijd gepaard met transparantie, actieve
betrokkenheid van stakeholders en duidelijke communicatie. Het is echter aan bedrijven
en organisaties zelf om te besluiten over hun MVO-doelstellingen. Zij stellen die
zelf op en bepalen ook zelf of doelstellingen haalbaar zijn of niet. Over of het klopt
dat aanpassingen niet wenselijk zijn kan ik mij niet uitspreken, maar transparantie
en betrouwbaarheid zijn voor mij essentieel voor draagvlak en geloofwaardigheid. Dat
zal ik dan ook te allen tijde blijven benadrukken in gesprekken met de sector en in
onze eigen beleidsvoering.
Vraag 4
Wat vindt u van het feit dat de VanDrie Group blijkbaar haar doelstellingen heeft
aangepast ten aanzien van de import van kalveren uit Ierland, zonder transparante
communicatie?
Antwoord 4
De doelstelling om te stoppen met de import van kalveren vanuit Ierland en Oost-Europa,
is vanuit het oogpunt van dierenwelzijn een zeer wenselijke en mooie doelstelling.
Het staat VanDrie Group vrij om in te spelen op een veranderende markt en daarbij
kunnen MVO-doelstellingen ook veranderen. De Europese wet- en regelgeving staat lang
transport van ongespeende kalveren ook toe, zij het onder strikte voorwaarden op het
gebied van verzorging en rij- en rusttijden. Hieraan moeten ondernemers zich houden.
Ik vind het daarbij belangrijk dat bedrijven, in dit geval VanDrie Group, transparant
zijn en uitleg geven over aanpassingen van de MVO-doelstelling.
Vraag 5
Kunt u deze aanpassing in de ambities van VanDrie Group rijmen met de eerder trots
gepresenteerde plannen van de sector ten aanzien van de afbouw van het transport over
lange afstanden?
Antwoord 5
Het actieplan van de sector – Veal Forward – spreekt niet zozeer van het afbouwen
van transport van ongespeende kalveren over lange afstanden, maar over het toepassen
van het «nee, tenzij principe». Wat betekent dat kalveren alleen over lange afstanden
vervoerd zullen worden, wanneer er voldaan wordt aan de in het plan beschreven voorwaarden.
De koers waar VanDrie Group voor kiest, kan daar binnen passen. Uit oogpunt van dierenwelzijn
vind ik het onwenselijk dat VanDrie Group de eerder getoonde ambitie los heeft gelaten.
Vraag 6
Hoe beziet u deze aanpassing in de ambities van VanDrie Group, ook in het licht van
de continue berichtgeving over misstanden bij deze transporten, met name ook vanuit
Ierland?3
Antwoord 6
Zoals hierboven al aangegeven, vind ik het vanuit het oogpunt van dierenwelzijn onwenselijk
dat VanDrie Group het doel om te stoppen met de import van ongespeende kalveren uit
Ierland en Oost-Europa niet terug laat komen in het laatste MVO-verslag. Dat wil niet
zeggen dat ze niet meer aan dit doel werken, maar het maakt het in ieder geval een
stuk minder transparant. Het is duidelijk dat de maatschappij en Tweede Kamer deze
transporten niet meer willen vanwege het effect op het dierenwelzijn onderweg. Maar
zolang de Europese wet- en regelgeving toestaat dat ongespeende kalveren over lange
afstanden vervoerd mogen worden, volgen deze dierstromen de route van vraag en aanbod.
Daarom zet ik in Europa bij de herziening van de Transportverordening alles op alles
om lange transporten van ongespeende kalveren te verbieden.
Vraag 7
Deelt u de mening van een van uw ambtsvoorgangers, Minister Adema, die in 2024 zei
dat de sector blijkbaar stappen wilde zetten in de afbouw van lange afstandstransporten,
maar dat hij deze stappen «niet ambitieus genoeg» vond?4 Wat vindt u er van dat deze stappen blijkbaar nog een stukje minder ambitieus zijn
geworden?
Antwoord 7
Ik vind het positief dat de sector zelf aan haar toekomst werkt door middel van een
actieplan zoals Veal Forward. Dit plan is sinds de publicatie ervan onveranderd gebleven
en niet minder ambitieus geworden.
Vraag 8
Deelt u de ambitie van toenmalig Minister Adema die eerder aangaf zich ook in Europa
in te zullen zetten om het transport over lange afstanden van kalveren aan banden
te leggen? Welke stappen gaat u concreet zetten en wanneer?
Antwoord 8
Ik vind dierenwelzijn en een goede werking van de interne markt belangrijk. Een betere
bescherming van dieren tijdens transport en een goed werkende interne markt kunnen
alleen bewerkstellig worden als we binnen de Europese Unie allemaal dezelfde standaarden
volgen, ook voor dierenwelzijn. Daarom zet ik mij – net als toenmalig Minister Adema –
in voor een verbod op lang transport voor ongespeende dieren én duidelijke regels
omtrent voederen en drenken onderweg bij de herziening van de Transportverordening.
Deze inzet wordt op ieder mogelijk moment naar voren gebracht bij de Raadswerkgroepen
over de herziening van de Transportverordening.
Vraag 9
Welke stappen, naast aanpassingen in de transportregels, gaat u zetten om de kalverhouderij
in te richten in balans met de belangen van de Nederlandse melkveehouderij, conform
de motie-De Groot/Grinwis (Kamerstuk 36 410 XIV, nr. 53)?
Antwoord 9
De melkvee- en kalversector zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Ik ben van mening
dat door deze beide sectoren bij het ontwikkelen van toekomstig beleid als één sector
te zien, recht wordt gedaan aan deze verbondenheid.
Zoals eerder door mijn voorganger beschreven in de Kamerbrief over de inrichting van
de kalverhouderij (Kamerstuk 28 624, nr. 372) zijn er een aantal belangrijke stappen te zetten in de kalverhouderij. Dit betreft
minder import en korter transport van kalveren, strengere diergezondheidseisen, uitwerking
van de AMvB dierwaardige veehouderij en emissiereductie. Dat zijn onderwerpen waar
ik onverminderd op inzet. Daarnaast zijn er pilots gestart waarin geëxperimenteerd
wordt gericht op een gezonde kalverketen. Door Wageningen University and Research
(WUR) wordt gewerkt aan het eindrapport over de (monitoring van) de pilots. Hierover
wordt uw Kamer na het zomerreces geïnformeerd.
Daarnaast heeft de Europese Commissie aangekondigd met herzieningen te komen op meerdere
dierenwelzijnsverordeningen. Ook hierbij zal ik mij inzetten op het verbeteren van
de welzijn van kalveren.
Momenteel wordt de omvang van de kalversector niet begrenst door dier- of fosfaatrechten.
De wens tot het verbreden van de wettelijke basis voor deze rechten naar de kalverhouderij
(en de geitenhouderij) staat opgenomen in het coalitieakkoord. Hiervoor ben ik de
opties aan het verkennen.
Vraag 10
Wat is de stand van zaken met betrekking tot de eerder aangekondigde regelgeving rond
de dierziekten Infectieuze Bovine Rhinotracheïtis (IBR) en Bovine Virus Diarree (BVD)?
Bent u bereid hier haast mee te maken?
Antwoord 10
Met betrekking tot de voortgang van de regelgeving voor IBR verwijs ik naar de brief
(Kamerstuk 28 807, nr. 324) die ik op 3 april heb verstuurd. Daarnaast werk ik samen met stakeholders aan een
bestrijdingsprogramma voor BVD. Ik doe alles wat binnen mijn mogelijkheden ligt om
de regelgeving voor IBR en BVD zo snel mogelijk in werking te laten treden. Voor beide
processen ben ik afhankelijk van verschillende verplichte juridische stappen in het
proces. Hier heb ik weinig invloed op en versnelling is niet mogelijk. Daarnaast is
in het ieders belang dat deze stappen zorgvuldige doorlopen worden. Ik streef er naar
dat de Amvb IBR op 1 januari 2027 in werking zal treden. Over het tijdpad voor BVD
zal ik de Kamer op een later moment informeren.
Vraag 11
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór het commissiedebat Dieren in de veehouderij
en NVWA van 23 april 2026?
Antwoord 11
Ja, daartoe ben ik bereid.
Ondertekenaars
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.