Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden : Verslag houdende een lijst van vragen en antwoorden
36 915 X Wijziging van de begrotingsstaten van het Ministerie van Defensie (X) voor het jaar 2026 (wijziging samenhangende met de Voorjaarsnota)
Nr. 4
VERSLAG HOUDENDE EEN LIJST VAN VRAGEN EN ANTWOORDEN
Vastgesteld 29 april 2026
De vaste commissie voor Defensie, belast met het voorbereidend onderzoek van dit voorstel
van wet, heeft de eer verslag uit te brengen in de vorm van een lijst van vragen met
de daarop gegeven antwoorden.
De vragen zijn op 9 april 2026 voorgelegd aan de Minister van Defensie. Bij brief
van 16 april 2026 zijn ze door de Minister en Staatssecretaris van Defensie beantwoord.
Met de vaststelling van het verslag acht de commissie de openbare behandeling van
het wetsvoorstel voldoende voorbereid.
De voorzitter van de commissie, Paternotte
Adjunct-griffier van de commissie, Manten
Vragen en antwoorden
1
Welke lopende contracten zijn er tussen Defensie en Amerikaanse wapenproducenten en
leveranciers?
Defensie heeft lopende contracten met Amerikaanse wapenproducten en leveranciers voor
onder andere leveringen van de F-35, langeafstandswapens zoals JASSM-ER raketten,
Patriot-lanceerinrichtingen en -raketten en radio’s voor het programma Foxtrot.
2
Welke lopende contracten zijn er tussen Defensie en Israëlische wapenproducenten en
leveranciers?
Israëlische bedrijven leveren diverse essentiële militaire systemen of onderdelen
daarvan waarvoor geen of alleen slechtere alternatieven beschikbaar zijn. Het gaat
om antitankwapens, counter-drone systemen, F-35 vliegerhelmen, optische middelen voor
marineschepen, PULS raketartilleriesystemen, zelfbeschermingsapparatuur voor diverse
vliegtuigen, zelfbeschermingssystemen en optische middelen voor CV90 pantservoertuigen,
en (componenten voor) het Verbeterd Operationeel Soldaat Systeem (VOSS).
Het kabinet zet in op het afbouwen van afhankelijkheden van landen buiten het NAVO-bondgenootschap
voor de levering van essentiële wapensystemen. Als een bedrijf uit Israël in beeld
is voor de levering van materieel, toetst Defensie zorgvuldig de beschikbaarheid van
eventuele alternatieven, mede in het licht van de motie Teunissen (Kamerstuk 22 054, nr. 478). Als geen vergelijkbare alternatieven beschikbaar zijn, dan wel niet tijdig door
andere leveranciers kunnen worden geleverd, kiest Defensie voor het door Israëlische
bedrijven geproduceerde materieel. Als op een later moment een alternatief beschikbaar
komt, wordt vastgelegd op welke termijn een herbeoordeling wordt uitgevoerd voor eventuele
vervolgbestellingen.
3
Hoe vaak in de laatste vijf jaar hebben bewindspersonen en ambtenaren van het Ministerie
van Defensie gesprekken gehad, zowel formeel als informeel, met vertegenwoordigers
van wapenproducenten en leveranciers? Met wie zijn deze gesprekken geweest en wat
was het onderwerp van het gesprek? Wat zijn de uitkomsten van deze gesprekken geweest?
Defensie voert regelmatig gesprekken met de Nederlandse en internationale industriepartners
over de aanschaf van materieel. De openbare agenda van de bewindspersonen is in te
zien via http://www.rijksoverheid.nl/actueel/agenda. Over de inhoud van deze gesprekken kan niet verder worden uitgeweid, want dit is
operationeel en commercieel vertrouwelijke informatie.
4
Verwacht u in 2026 onderbesteding bij het Ministerie van Defensie of bij het Defensiematerieelbegrotingsfonds?
Zo ja, hoe groot verwacht u de onderbesteding te zijn? Kunt u dit aantonen in relatie
tot de doorrekening van het CPB van het coalitieakkoord?
Beantwoording samengevoegd met vraag 5
5
Verwacht u tussen 2027 en 2031 onderbesteding bij het Ministerie van Defensie of bij
het Defensiematerieelbegrotingsfonds? Zo ja, hoe groot verwacht u de onderbesteding
te zijn? Kunt u dit aantonen in relatie tot de doorrekening van het CPB van het coalitieakkoord?
Antwoord op vragen 4 en 5: Bij elk begrotingsmoment wordt de begrotingsstand in lijn
gebracht met de actuele verwachte realisatie. Op dit moment wordt er voor 2026 en
de periode 2027 tot en met 2031 nog geen onderbesteding verwacht. Dit is op basis
van de huidige inzichten. Het CPB maakt een eigen inschatting over de onderuitputting.
U kunt de stand van de maandelijkse realisaties ten opzichte van de begrote standen
ook terugvinden in het realisatiedashboard op Rijksfinancien.nl.
Zoals tijdens het debat over de Ontwerpbegroting 2026 aangegeven worden er ook diverse
maatregelen genomen om sneller te realiseren, waardoor het risico op onderbesteding
afneemt. Dit zijn o.a. het tijdelijk verhogen van overprogrammering, versnellen van
het inkoopproces en langjarig zekerheid verschaffen aan de industrie. Ook wordt om
meer personeel te werven, ingezet op meerdere strategieën, waaronder afspraken maken
met het bedrijfsleven, werkgeversorganisaties en met de industrie over de inzet van
reservisten als ook het opschalen van het Dienjaar.
Dit draagt allemaal bij aan het realiseren van de begrote uitgaven. Zoals in het debat
over de Ontwerpbegroting 2026 aangegeven herken ik om deze redenen het beeld van het
CPB ten aanzien van de verwachte onderuitputting niet.
6
Hoeveel kernwapens worden in Nederland opgeslagen?
Zoals uw Kamer bekend doen wij geen uitspraken over de aanwezigheid van kernwapens
in Nederland.
7
Indien de enquête die aan jongeren wordt verstuurd verplicht wordt, welke maatregelen
volgen er indien een jongere niet aan deze verplichting voldoet en de enquête niet
invult? Indien nog niet bekend, welke maatregelen worden uitgewerkt?
Antwoord samengevoegd met vraag 8
8
Welke exacte criteria worden gehanteerd om over te gaan tot opkomstplicht?
Antwoord op vragen 7 en 8: Zoals ik u in mijn Kamerbrief «Groei van de krijgsmacht»
van 3 april jl. (Kamerstuk 33 763, nr. 176) heb toegelicht, zullen we in de komende periode de selectieve opkomstplicht – de
gradueel verplichtende stappen binnen het Dienmodel – verder uitwerken. Daar hoort
bij de uitwerking van de vraag hoe we het element «selectief» vormgeven; hoe we gaan
selecteren, op basis van welke criteria en op welke doelgroepen we ons richten etc.
Dit gaan we nader onderzoeken. Daar hoort ook bij de uitwerking wanneer we over gaan
van de ene fase naar de andere, hoe we in de verschillende fases gericht willen selecteren
om bepaalde (schaarse) functies te vullen en hoe lang en in welke vorm de opkomstplicht
uiteindelijk zou kunnen worden ingevoerd. Ook hoort daarbij de uitwerking van een
sanctiemechanisme wanneer niet aan de verplichtingen wordt voldaan. Nog voor de zomer
ontvangt u een eerste uitwerking van het model.
9
Hoeveel betaalt de belastingbetaler bruto mee aan de investeringen in Defensie?
Antwoord samengevoegd met vraag 10
10
Hoeveel betaalt de belastingbetaler netto mee aan de investeringen in Defensie?
Antwoord op vragen 9 en 10: De begrotingsregels – zoals naar uw Kamer gestuurd bij
de Voorjaarsnota – gaan uit van een trendmatig begrotingsbeleid met onder andere een
scheiding van inkomsten en uitgaven, een vooraf vastgesteld uitgaven- en inkomstenkader
en één hoofdbesluitvormingsmoment in het voorjaar.
Er is geen één-op-één koppeling tussen uitgaven in het uitgavenkader – zoals voor
Defensie – en de inkomsten. De belastingbetaler betaalt, net zoals voor de andere
begrotingen, mee aan de totale uitgaven van Defensie zoals begroot.
11
Kan er een overzicht gegeven worden van het uitgegeven geld aan Oekraïne in zowel
militaire als non-militaire steun tussen 2026 en 2030? Kunt u een overzicht geven
van het oorspronkelijk geoormerkte bedrag plus het nieuwe huidige bedrag door de verschillende
kasschuiven vanaf 2025 en de motie Klaver c.s. (Kamerstuk 36 045, nr. 243)?
Antwoord samengevoegd met vraag 12
12
Welke kasschuiven zijn sinds 2025 gepleegd met betrekking tot extra geld voor Oekraïne?
Kunt u hier een overzicht van geven?
Antwoord vraag 11 en 12
Er is van 2026 tot en met 2031 ca. € 11,6 miljard begroot voor militaire steun waarvan
een deel bestemd is voor de vervanging van reeds in het verleden geleverd materieel
uit eigen voorraad. Een gedetailleerde tabel over de totaal geraamde netto-uitgaven
aan Oekraïne, van zowel militaire als non-militaire steun, staat beschreven in de
Voorjaarsnota pagina 23 tabel 6.
In 2026 is er op de Defensiebegroting circa € 579 miljoen aan kas reeds uitgegeven
aan militaire steun (stand 12 april). Defensie heeft geen inzicht in de realisatie
van de uitgaven van de begrote niet-militaire steun. Deze uitgaven worden verantwoord
op de begroting van het Ministerie van Buitenlandse Zaken. Verder wordt u over de
stand van de realisatie van de uitgaven geïnformeerd bij Najaarsnota en Slotwet.
In onderstaande tabel staat de oorspronkelijke stand Miljoennota 2026 weergeven. Hierna
zijn er mutaties geweest waaronder de kasschuif in het kader van de motie Klaver en
de toegekende middelen vanuit het Coalitieakkoord. Onderaan staat de nieuwe stand
van de totaal begrote militaire steun Voorjaarsnota 2026 van totaal ca. € 11,6 miljard,
waarvan een deel bestemd is voor de vervanging van reeds in het verleden geleverd
materieel uit eigen voorraad.
In miljoenen euro
2026
2027
2028
2029
2030
2031
Stand Miljoenennota 2026
2.563
965
597
145
40
0
Mutaties Voorjaarsnota 2026
417
2.035
2.403
2.418
0
20
Stand Voorjaarsnota 2026
2.980
3.000
3.000
2.563
40
20
De grootste kasschuiven sinds 2025, van boven de € 100 miljoen, worden hieronder toegelicht:
• Bij 1e suppletoire begroting 2025 is € 2 miljard van de € 3,5 miljard extra toegevoegde
middelen aan 2026 ter continuering van de steun, naar 2025 geschoven om versnelling
van de militaire steun te bewerkstelligen.
• Met een nota van wijziging op de 2e suppletoire begroting 2025 is € 700 miljoen toegevoegd
aan de Defensiebegroting de motie Klaver deels in te vullen.
• Bij 1e suppletoire begroting 2026 wordt € 437 miljoen van 2029 naar 2026 geschoven.
De totale militaire steun in 2026 bedraagt hiermee circa € 3 miljard, waarvan circa
€ 0,5 miljard aan vervanging van eigen militair materieel dat eerder aan Oekraïne
is geleverd.
13
Hoeveel heeft Defensie in de laatste vijf jaar uitgegeven aan materieel van producenten
en leveranciers uit de Verenigde Staten? Kunt u de bedragen toelichten per bedrijf?
Met de brief van 17 juni 2025 is uw Kamer over voorgaande jaren geïnformeerd (36 725 X nr. 6). Sinds deze brief heeft Defensie voor ongeveer € 730 miljoen besteld aan materiaal
van leveranciers uit de Verenigde Staten. De bedragen per bedrijf zijn commercieel
vertrouwelijk.
14
Welke afhankelijkheden heeft Defensie van Amerikaanse wapenproducenten en leveranciers?
Antwoord samengevoegd met vraag 16
15
Hoeveel heeft Defensie in de laatste vijf jaar uitgegeven aan materieel van producenten
en leveranciers uit Israël? Kunt u de bedragen toelichten per bedrijf?
Met de brief van 17 juni 2025 is uw Kamer over voorgaande jaren geïnformeerd (36 725 X nr. 6). Sinds deze brief heeft Defensie voor ongeveer € 1 miljard besteld aan materiaal
van leveranciers uit Israël. De bedragen per bedrijf zijn commercieel vertrouwelijk.
16
Welke afhankelijkheden heeft Defensie van Israëlische wapenproducenten en leveranciers?
Antwoord vraag 14 en 16
De keuze voor een bepaald wapensysteem levert altijd een afhankelijkheid van de (buitenlandse)
leverancier op, zowel voor de initiële levering, voor de levering van de bijbehorende
munitie, en voor de instandhouding zoals door de levering van reservedelen. Defensie
maakt altijd een risico-inschatting van de continuïteit van de leverancier en beperkt
het risico van een dergelijke afhankelijkheid door het aanleggen van (inzet)voorraden
munitie en reservedelen, de aanschaf van onderhoudsdocumentatie en het onderhoud (deels)
in eigen beheer nemen. Voor elk project worden daarin afgewogen keuzes gemaakt, die
per project kunnen verschillen. Dit is bij de verwerving van wapensystemen van Israëlische
of Amerikaanse leveranciers niet anders.
In de economische beleidsanalyse defensie-industrie (Kamerstuk 31 125, nr. 143) wordt onder meer onderzocht op welke capaciteitsgebieden Nederland en Europa momenteel
afhankelijk zijn van partners en/of bedrijven buiten Europa en hoe afhankelijkheden
kunnen worden gemitigeerd.
17
Welke afspraken zijn er met de VS en NAVO gemaakt over de opslag van kernwapens op
Nederlands grondgebied?
Antwoord samengevoegd met vraag 18
18
Welke afspraken zijn er met Frankrijk gemaakt over de opslag van kernwapens op Nederlands
grondgebied?
Antwoord vragen 17 en 18
We doen geen uitspraken over de aanwezigheid van kernwapens in Nederland.
19
Hoeveel ambtenaren vallen bij het Ministerie van Defensie onder de nullijn?
Circa 25. Het betreft enkel topfunctionarissen van de ABD.
20
Hoeveel medewerkers bevinden zich in de lagere loonschalen (schalen 1 t/m 6)? Wat
is het aandeel van deze groep binnen de uitvoering (uitvoeringsorganisaties vs. beleid)?
Van de circa 26.500 burgermedewerkers (VTE) bij Defensie op 1 april 2026 vallen circa
8.600 VTE in de lagere loonschalen 1 tot en met 6. Dit betreft 32,6% van het totaal.
In absolute aantallen gaat het om circa 9.200 burgermedewerkers, waarvan er 12 werkzaam
zijn bij het Directoraat-Generaal Beleid (DGB). Hieruit volgt dat deze groep slechts
in zeer beperkte mate werkzaam is bij beleid.
21
Welke functies/beroepen vallen voornamelijk binnen de lagere loonschalen (schalen
1 t/m 6)? Wat is de huidige en verwachte personeelskrapte binnen deze functies?
Functies in de loonschalen 1 tot en met 6 betreffen overwegend ondersteunende en dienstverlenende
functies. Het gaat daarbij onder meer om functies binnen de facilitaire ondersteuning,
administratie, logistiek, techniek en overige uitvoerende ondersteuning. De mate van
personeelskrapte verschilt per beroep en per defensieonderdeel. Voor een deel van
deze functies geldt dat sprake is van een krappe arbeidsmarkt, waardoor vacatures
lastiger vervulbaar zijn. De verwachting is dat deze krapte in verschillende functiegroepen
ook de komende periode aanhoudt, mede door concurrentie op de arbeidsmarkt en de bredere
personeelsopgave van Defensie.
22
Zijn er interne analyses of risico-inschattingen gemaakt over de effecten van de nullijn,
bijvoorbeeld op de instroom of uitstroom? Zo ja, kunnen deze worden gedeeld?
Deze zijn niet gemaakt. Het betreft enkel topfunctionarissen van de ABD. We verwachten
niet dat voor deze groep een probleem zal ontstaan met instroom door de nullijn. Voor
de ambtenaren die onder de sector Defensie vallen, is de nullijn niet van toepassing.
23
Kan er een tijdspad gegeven worden voor de investeringen in Defensie conform de NAVO-norm
tussen 2026 t/m 2031?
Defensie zal de kamer voor het zomerreces met de Defensienota 2026 op hoofdlijnen
informeren over de voorgenomen besteding van de middelen uit het Coalitieakkoord.
De budgettaire verwerking van de Defensienota – en investeringen uit het coalitieakkoord
– wordt vervolgens verwerkt in de Ontwerpbegroting 2027.
24
Welke middelen zijn in 2026 geoormerkt voor werving? Kunt u dit uitsplitsen in de
verschillende campagnes?
In 2026 hebben we € 33,4 miljoen geoormerkt voor Arbeidsmarktcommunicatie en ongeveer
€ 30 miljoen daarvan is bestemd voor strategie, conceptontwikkeling en productie van
campagnes plus de daarbij benodigde media-inkoop (internet, televisie, radio, et cetera).
In dit bedrag zitten zowel relatief nieuwe, grote campagnes van enkele miljoenen per
stuk zoals bijvoorbeeld gericht op Hoofdtaak 1, op het in je kracht zetten van jou
als potentiële kandidaat (empowerment) en op ondersteunende functies (zorg, ict, logistiek
en techniek). Ook vallen hieronder de relatief kleine (herhaal-)campagnes gericht
op bijvoorbeeld het Korps Commandotroepen, de opleiding voor Veiligheid en Vakmanschap
(VeVa) en op Cyberfuncties.
25
Welke middelen zijn tussen 2027 en 2031 geoormerkt voor werving? Kunt u dit uitsplitsen
in de verschillende campagnes?
Er zijn voor 2027 tot en met 2031 geen specifiek geoormerkte middelen per verschillende
verwervingscampagne. Er wordt per jaar binnen dezelfde begrotingspost Instroom gekeken
hoeveel er nodig is voor het aantrekken en in laten stromen van nieuwe militairen.
Deze post bestaat uit circa € 50 miljoen per jaar. Naast campagnes op het gebied van
arbeidsmarktcommunicatie wordt hier ook de vacaturewebsite, schil van externe psychologen
en keuringscapaciteit, beurs- en evenementbezoeken en vele verschillende initiatieven
op het gebied van Defensity college, Dienjaar, Nationale weerbaarheidstraining NWT,
Maatschappelijke Diensttijd MDT en dergelijke van gefinancierd.
Ondertekenaars
-
Eerste ondertekenaar
J.M. Paternotte, voorzitter van de vaste commissie voor Defensie -
Mede ondertekenaar
N.E. Manten, adjunct-griffier
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.