Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van de leden Van den Berg en Hoogeveen over het bericht dat Polen en Italië met acht andere lidstaten de aanval openen op de Europese CO2-beprijzing
Vragen van de leden Van den Berg en Hoogeveen (beiden JA21) aan de Minister van Klimaat en Groene Groei over het bericht dat Polen en Italië met acht andere lidstaten de aanval openen op de Europese CO2-beprijzing (ingezonden 20 maart 2026).
Antwoord van Minister Van Veldhoven-van der Meer (Klimaat en Groene Groei) (ontvangen
15 april 2026). Zie ook Aanhangsel Handelingen, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1561.
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Polen en Italië openen met acht andere lidstaten aanval
op Europese CO2-beprijzing»?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat meerdere EU-lidstaten inmiddels openlijk aandringen
op herziening, afzwakking of tijdelijke opschorting van het ETS vanwege de gevolgen
voor energieprijzen, industrie en concurrentiekracht?
Antwoord 2
Het kabinet erkent de zorgen die er momenteel bestaan vanuit de energie-intensieve
industrie. Om deze zorgen te ondervangen streeft het kabinet ernaar de hoge energiekosten
te adresseren, een zoveel mogelijk gelijk Europees te borgen, verduurzaming van energie-intensieve
industrieën te stimuleren, en investeringszekerheid te bewaken. Het EU ETS is het
voornaamste instrument om verduurzaming in de EU te stimuleren en is daarmee cruciaal
voor bovengenoemde ambities. Het instrument draagt bij aan de nodige investeringszekerheid
voor langjarige investeringsbeslissingen en is kosteneffectief doordat het gebruik
maakt van een marktmechanisme. EU-brede beleidsinstrumenten genieten bovendien een
sterke voorkeur boven nationale alternatieven, waarmee een ongelijk Europees speelveld
geriskeerd wordt.
Het afzwakken of uitstellen van het EU ETS zou extra onzekerheid geven voor de energie-intensieve
industrie en bedrijven treffen die al hebben geïnvesteerd in verduurzaming. Daarbij
draagt het EU ETS bij aan de wens van de EU en het kabinet om onafhankelijker te worden
van fossiele energie uit derde landen, waarvan het belang door de huidige hoge energieprijzen
opnieuw wordt onderstreept. Het kabinet is daarom voorstander van een goed functionerend
ETS en heeft zich tijdens de afgelopen Milieuraad, Energieraad en Europese Raad, uitgesproken
tegen afzwakking van het ETS, conform de motie van de leden Bushoff en Van Oosterhout.
Het kabinet zal zich bij de herziening van het ETS (juli 2026) inzetten voor ondersteuning
van de verduurzaming van de industrie, met specifieke aandacht voor koolstoflekkage-gevoelige
sectoren.
Vraag 3
Erkent u dat de kosten van het ETS in de praktijk niet beperkt blijven tot de papieren
handel in emissierechten, maar via de elektriciteitsprijs en productiekosten rechtstreeks
doorwerken in de rekening van bedrijven en uiteindelijk ook van consumenten?
Antwoord 3
Ja. Het deel van de ETS-rechten dat op de markt komt via veilingen leidt tot hogere
kosten. Deze kosten kunnen vermeden worden wanneer bedrijven verder verduurzamen.
Vraag 4
Waarom kiest u er niet voor zich actief aan te sluiten bij lidstaten als Polen en
Italië die pleiten voor een fundamentele herziening of tijdelijke opschorting van
het ETS?
Antwoord 4
Zoals toegelicht in het antwoord op vraag 2 is het kabinet geen voorstander van een
afzwakking of tijdelijke opschorting van het ETS.
Vraag 5
Klopt het dat in de Europese discussie over concurrentievermogen en energieprijzen
inmiddels expliciet wordt gewezen op de kosten die samenhangen met het ETS? Welke
conclusies trekt u daaruit voor de Nederlandse inzet?
Antwoord 5
Het klopt dat een aantal lidstaten wijst op het effect van het ETS op de elektriciteitsprijzen.
Gemiddeld op EU-niveau bestaat de elektriciteitsrekening voor industriële gebruikers
voor ongeveer 11% uit ETS-kosten, met variaties afhankelijk van de elektriciteitsmix
van de lidstaat. Andere componenten zijn energiekosten, netkosten en belastingen.
Lidstaten hebben de mogelijkheid om indirecte ETS-kosten te compenseren via de indirecte
kostencompensatie (IKC). In Nederland behelst het ETS gemiddeld ongeveer 7% van de
elektriciteitsrekening van industriële gebruikers, exclusief kostencompensatie. Het
kabinet heeft 0,5 miljard euro per jaar gereserveerd om voor Nederland indirecte kostenstijging
te mitigeren.
De impact van het ETS op korte termijn moet tevens worden afgewogen tegen de rol die
het ETS op de langere termijn speelt om de afhankelijkheid van fossiele energie af
te bouwen. Zolang de EU voor haar energievoorziening en industriële productie sterk
afhankelijk blijft van fossiele energie, blijft er een kwetsbaarheid bestaan voor
externe schokken. Het huidige hoge prijsniveau van fossiele brandstoffen benadrukt
eens te meer dat de energietransitie noodzakelijk is voor de leveringszekerheid en
betaalbaarheid van energie. Wegens de belangrijke rol van het ETS voor de energietransitie,
zet het kabinet daarom in op een sterk ETS.
Vraag 6
Bent u bereid in Brussel te pleiten voor een tijdelijke noodrem of opschorting van
onderdelen van het ETS zolang de energieprijzen uitzonderlijk hoog zijn en de concurrentiekracht
van de Europese industrie verder onder druk staat? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 6
Nee, zie de antwoorden op vraag 2 en vraag 5.
Vraag 7
Deelt u de mening dat ETS-opbrengsten in de eerste plaats ten goede moeten gaan van
de industrie en naar maatregelen die de energierekening en concurrentiedruk verlagen,
in plaats van te worden gebruikt om nieuw klimaatbeleid verder op te tuigen?
Antwoord 7
Alle lidstaten zijn, op basis van de ETS-richtlijn, verplicht om de ETS-veilinginkomsten,
of een financieel equivalent daarvan, te besteden aan klimaatbeleid. Het kabinet onderschrijft
deze regel. De Nederlandse begroting kent een scheiding tussen inkomsten en uitgaven
waardoor een directe koppeling tussen de ETS-opbrengsten en uitgaven niet mogelijk
is. Wel zijn de totale uitgaven aan stimuleringsmaatregelen voor verduurzaming van
de industrie momenteel ruim groter dan de ETS-1-inkomsten.2 Daarmee wordt bijgedragen aan een lagere energierekening en lagere concurrentiedruk
voor de industrie. Het kabinet zal zich in de EU blijven inzetten voor het hanteren
van deze regel.
Vraag 8
Bent u bereid zich in te zetten voor een ingrijpende herziening van het ETS, waarbij
betaalbaarheid van energie, leveringszekerheid en een gelijk speelveld voor Europese
bedrijven zwaarder gaan wegen dan de huidige ideologische fixatie op steeds hogere
CO2-prijzen?
Antwoord 8
Het kabinet zet zich in voor de betaalbaarheid van energie, leveringszekerheid en
een gelijk speelveld voor bedrijven. Om koolstoflekkage te voorkomen bevat het ETS
verschillende instrumenten: de toewijzing van gratis rechten, de koolstofgrensheffing
(CBAM) en de mogelijkheid tot indirecte kostencompensatie (IKC). Deze instrumenten
bieden op dit moment al bescherming en het kabinet zal de aankomende herziening benutten
om deze instrumenten verder te verbeteren. Ten aanzien van de betaalbaarheid van energie
en leveringszekerheid is het van belang dat we op zo snel mogelijke termijn onze afhankelijkheid
van fossiele brandstoffen afbouwen. Het ETS levert daar een noodzakelijke bijdrage
aan.
Vraag 9
Kunt u aangeven welke gevolgen het ETS volgens u momenteel heeft voor de Nederlandse
energie-intensieve industrie, waaronder de chemie, staal, raffinage en andere grootverbruikers?
Antwoord 9
Het ETS biedt een tijdpad voor het aantal nieuwe emissierechten dat in de toekomst
beschikbaar komt (het emissieplafond). Dit geeft duidelijkheid aan bedrijven over
de mogelijkheid om broeikasgassen uit te stoten in de toekomst en daarmee met de vraag
wanneer investeringen in verduurzaming noodzakelijk zijn. Omdat de energie-intensieve
industrie een hoog risico heeft op koolstoflekkage, ontvangt zij een hoeveelheid gratis
rechten die overeenkomt met de uitstoot per product van de top 10% meest efficiënte
installaties. De meest efficiënte installaties hebben daarom geen ETS-kosten of verdienen
aan de verkoop van ETS-rechten, en aan een hogere verkoopprijs van hun producten (in
sectoren die onder het CBAM vallen). In Nederland geldt dit bijvoorbeeld voor de kunstmestindustrie
en staalindustrie.
In andere sectoren zijn Nederlandse installaties echter veelal minder efficiënt dan
de top 10%, waardoor de industrie kosten ondervindt van het ETS. Deze kosten kunnen
worden voorkomen door te investeren in verduurzaming. Het is belangrijk dat bedrijven
met inefficiënte installaties gaan investeren: zonder investeringen stevenen verouderde
installaties onvermijdelijk af op sluiting. Het ETS verkleint daartoe de onrendabele
top van deze investeringen; aanvullend stelt het kabinet ondersteuning zoals de SDE++
ter beschikking voor verduurzamings-investeringen. Een belangrijke kanttekening bij
het vermijden van ETS-kosten door verdere verduurzaming, is dat oog moet worden gehouden
voor de randvoorwaarden (bv. netcongestie). Hierdoor kunnen de ETS-kosten niet altijd
op korte termijn worden vermeden.
Vraag 10
Kunt u daarbij ook inzichtelijk maken in hoeverre ETS-kosten doorwerken in de Nederlandse
elektriciteitsprijs en daarmee het vestigingsklimaat en de werkgelegenheid raken?
Antwoord 10
Volgens een recente publicatie van de Europese Centrale Bank3 bestond de prijs die de energie-intensieve industrie in Nederland in 2024 betaalde
voor elektriciteit, voor ongeveer 7% uit ETS-kosten. Of deze kosten gevolgen hebben
voor het vestigingsklimaat hangt af van de mate van bescherming tegen koolstoflekkage.
Het ETS houdt hiermee rekening door middel van gratis rechten, de koolstofgrensheffing
(CBAM) en de mogelijkheid tot indirecte kostencompensatie (IKC). Voor dit laatste
heeft het kabinet in het coalitieakkoord € 0,5 mld. per jaar gereserveerd, met als
doel de elektriciteitskosten van de weglekgevoelige elektriciteits-intensieve industrie
te verlagen.
Vraag 11
Klopt het dat binnen het bestaande Europese ETS een deel van de opbrengsten van emissierechten
wordt aangewend voor een fonds ten behoeve van lagere-inkomenslidstaten, het zogenoemde
Modernisation Fund?
Antwoord 11
Ja.
Vraag 12 en 13
Hoe beoordeelt u het principiële bezwaar dat Europese CO2-beprijzing daarmee niet alleen een prijsprikkel is, maar ook een herverdelingsmechanisme
wordt waarbij opbrengsten uit het ETS worden ingezet voor vergroening in andere lidstaten?
Kunt u inzichtelijk maken welk deel van de totale ETS-opbrengsten binnen de Europese
Unie momenteel wordt gereserveerd voor het Modernisation Fund en in hoeverre dit leidt
tot minder ruimte voor lastenverlichting of concurrentieversterking in lidstaten als
Nederland?
Antwoord 12 en 13
Het Moderniseringsfonds draagt bij aan het moderniseren van energiesystemen en de
bevordering van energie-efficiëntie in de genoemde EU lagere-inkomenslidstaten. Een
beperkt deel van de inkomsten uit veilingen (2% van de veilinginkomsten tussen 2021–2030
en 2,5% tussen 2024–2030) valt ten gunste aan het Moderniseringsfonds. In totaal gaat
het op EU-niveau om gemiddeld 4,3 miljard euro per jaar. De dertien lidstaten die
voor dit fonds in aanmerking komen hebben een relatief verouderde industrie en elektriciteitsproductie,
waardoor de ETS-kosten relatief hoog zijn. Om hier deels voor te compenseren, zorgt
het Moderniseringsfonds voor een beperkt solidariteitselement in het ETS.
Vraag 14
Deelt u de mening dat dit fonds de prikkel vergroot om ETS-opbrengsten te zien als
financieringsbron voor steeds verdergaande Europese klimaatpolitiek in plaats van
als middel dat juist zou moeten worden beperkt vanwege de schade voor koopkracht en
concurrentiekracht?
Antwoord 14
Nee, deze mening deel ik niet.
Vraag 15
Kunt u uitsluiten dat Nederland in toekomstige Europese onderhandelingen zal instemmen
met nieuwe of grotere ETS-gerelateerde herverdelingsfondsen ten behoeve van andere
lidstaten? Zo nee, waarom vindt u het aanvaardbaar dat Nederlandse huishoudens en
ondernemingen worden geconfronteerd met hogere energiekosten, terwijl ETS-opbrengsten
mede worden afgeroomd voor klimaatuitgaven elders in Europa?
Antwoord 15
Het kabinet staat in beginsel kritisch tegenover nieuwe fondsen die ETS-inkomsten
herverdelen en zal dat signaal ook afgeven bij de onderhandelingen over de herziening
van de ETS-richtlijn. Uiteindelijk zal een akkoord bereikt moeten worden over de gehele
wijziging van de ETS-richtlijn, waarbij voorop staat dat een ambitieus ETS nodig is
voor een tijdige energietransitie en daarmee uiteindelijk ook voor de betaalbaarheid
van energie in de EU.
Ondertekenaars
S. van Veldhoven-van der Meer, minister van Klimaat en Groene Groei
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.