Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Boelsma-Hoekstra over het bericht dat een eeuwenoude paasvuurtraditie stopt door regeldruk
Vragen van het lid Boelsma-Hoekstra (CDA) aan de Staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties over het bericht dat een eeuwenoude paasvuurtraditie stopt door regeldruk (ingezonden 17 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Van der Burg (Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties)
(ontvangen 15 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het bericht «Einde van een eeuwenoude traditie: organisatie stopt
met paasvuur door regeldruk» van Omroep Gelderland?1
Antwoord 1
Ja.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het feit dat een bijna honderd jaar oude paasvuurtraditie in Huissen
moet stoppen omdat vrijwilligers achter de organisatie niet langer kunnen voldoen
aan de stapeling van regelgeving, vergunningseisen en bijkomende kosten?
Antwoord 2
In de media verschenen berichten dat een eeuwoude traditie, georganiseerd door een
kleine groep vrijwilligers, niet kan worden voortgezet. De oorzaak? Een opeenstapeling
van regels van verschillende overheden. Dit is een treffend voorbeeld van hoe regelgeving
de concrete praktijk – zoals bij een paasvuur – zeer complex maakt.
Dit is precies het soort onbegrijpelijke ingewikkeldheid dat wij als kabinet willen
aanpakken. Een traditie van bijna honderd jaar, gedragen door vrijwilligers met hart
voor hun dorp of stad, zou niet mogen stranden op regels die afzonderlijk misschien
redelijk lijken, maar alles bijeen geheel onhaalbaar lijken te zijn voor kleine organisaties.
Dit probleem speelt niet alleen in Huissen – het is een landelijk patroon.
Als Staatssecretaris voor de Slagvaardige Overheid is het mijn taak dit, samen met
vele anderen, structureel op te lossen. Niet alleen door regels één voor één te laten
schrappen of te vereenvoudigen, maar ook door de overheid anders te laten nadenken:
Is deze regel proportioneel?
Is hij ook uitvoerbaar voor een clubje vrijwilligers? Dit vraagt ook om een mentaliteitsverandering: regels moeten nodig zijn – niet meer dan nodig, en niet onnodig ingewikkeld. Ik ben ervan overtuigd dat heel veel zaken
veel simpeler kunnen, zonder afbreuk te doen aan breed gedeelde publieke waarden.
Als Staatssecretaris wil ik het derhalve breed en structureel aanpakken en zal ik
geen oordeel uitspreken over de feiten en omstandigheden van deze specifieke casus
of de concreet toepasselijke regels. Wel illustreert deze casus op indringende wijze
de klem waarin mensen belanden door de aard en opeenstapeling van regels. De regels
leiden in de praktijk, ook door de combinatie van regels, tot een blokkade van activiteiten
die wellicht helemaal niet schadelijk, gevaarlijk of anderszins maatschappelijk ongewenst
zouden hoeven zijn.
Vraag 3
Kunt u uiteenzetten met welke landelijke regelgeving en vergunningseisen organisatoren
van paasvuren te maken krijgen, waaronder regels op het gebied van evenementenvergunningen,
stikstof, natuurwetgeving en veiligheid?
Antwoord 3
Uit de mij bekende informatie over deze casus blijkt dat het gaat om een combinatie
van regelgeving en eisen van gemeentelijke en provinciale overheden op het gebied
van veiligheid en natuurbescherming. Ook spelen nationale wetten, zoals de Gemeentewet,
Omgevingswet en Waterwet, een rol die de basis vormen van veel decentrale regulering.
Dat blijkt ook af te hangen van de lokale situatie en bijvoorbeeld of het een nieuwe
locatie betreft. Genoemd kunnen worden een evenementenvergunning en verkeersontheffing
en eventueel een omgevingsvergunning, de daarbij behorende voorwaarden en daarvoor
in rekening te brengen leges. De concrete omstandigheden, wat men waar precies wil
doen bepalen de toepasselijke regels, waarbij de desbetreffende gemeente een belangrijke
rol speelt in het bepalen van de regels en de wijze waarop deze concreet worden toegepast
en ook het beleid binnen de desbetreffende veiligheidsregio een rol speelt. De toepasselijke
regels hangen dus van de concrete casus af.
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de stapeling van regels en administratieve verplichtingen voor
vrijwilligersorganisaties steeds moeilijker uitvoerbaar wordt, waardoor lokale tradities
en gemeenschapsactiviteiten onder druk komen te staan?
Antwoord 4
Ja, die zorg deel ik. Vrijwilligersorganisaties vervullen een belangrijke rol in onze
samenleving. Grote, professionele, organisaties hebben tegenwoordig al vaak met een
hoop regels en bureaucratie te maken, maar voor een kleine groep vrijwilligers is
het al snel ondoenlijk. Wanneer de regeldruk zo is gegroeid dat de uitvoering van
maatschappelijk gedragen activiteiten onhaalbaar wordt, heeft dat een onwenselijke
uitholling van het maatschappelijk leven tot gevolg. Dit is ook een onderbouwing van
het beleid van dit kabinet om de regeldruk voor burgers merkbaar te verminderen.
Vraag 5
In hoeverre wordt bij het opstellen en toepassen van regelgeving rekening gehouden
met de uitvoerbaarheid voor vrijwilligersorganisaties die evenementen organiseren
die gedragen worden door lokale gemeenschappen? Is hier procesmatig iets voor ingeregeld?
Antwoord 5
Bij de voorbereiding van nationale wetgeving moet binnen de Rijksoverheid allereerst
het Beleidskompas goed worden toegepast. Dit is de centrale werkwijze die vraagt om
een analyse van de gevolgen voor de relevante doelgroep(en), waaronder in voorkomende
gevallen ook vrijwilligersorganisaties. Ook de zogenoemde doenvermogentoets is een instrument en werkwijze die analyseert of het voorgenomen beleid uitgaat van
een realistisch mensbeeld en aansluit bij het gedrag en de leefsituatie van de relevante
doelgroep(en). Daarbij zal zo mogelijk ook aandacht moeten worden besteed aan de opstapelende
effecten voor burgers en wat nationale en lokale regels samen betekenen voor een kleine
vrijwilligersorganisatie.
Naast deze instrumenten hebben burgers en bedrijven ook de zelf mogelijkheid om te
reageren op nationale conceptregelgeving – bijvoorbeeld door te reageren op een consultatie.
De praktische mogelijkheden voor ongeorganiseerde burgers zijn echter zeer beperkt.
Het vraagt aan de andere kant ook veel van de makers van beleid en wetgeving om daar
oog voor te hebben. Wat betreft lokale en regionale regelgeving bieden gemeenten vaak
ruimte voor inspraak en participatie van burgers en (vrijwilligers-)organisaties.
Vraag 6
Bent u, in de context van de doelstelling om ten minste 500 regels te schrappen, bereid
om specifiek te kijken naar regelgeving die initiatieven uit de samenleving onevenredig
hard raakt? Bent u ook van plan hier een subdoel voor te nemen om een minimumaantal
regels te schrappen die vrijwilligersorganisaties in de weg zitten?
Antwoord 6
Deze maand vindt de internetconsultatie plaats voor vereenvoudigingen die worden opgenomen
in de eerste editie van de in het coalitieakkoord genoemde Vereenvoudigingswet. Daarin
zullen naar verwachting nog geen specifieke vereenvoudigingen voor vrijwilligersorganisaties
onderdeel van zijn. Daarnaast zal ik wel binnen enkele weken een groot aantal organisaties
oproepen om samen met de meest betrokken ministeries vereenvoudigingsvoorstellen te
ontwikkelen voor de eerstvolgende ronde in 2027. Mogelijk bevat die ronde ook regels
die het werk van vrijwilligers(organisaties) makkelijker maakt. Ik hoop namelijk op
een rijke oogst voor de tweede en volgende edities. Eind juni zal ik de Kamer nader
over deze vereenvoudigingswet en de bredere aanpak informeren.
Specifiek voor maatschappelijke organisaties en vrijwilligers staan in het coalitieakkoord
bovendien enkele gerichte maatregelen aangekondigd om de regeldruk te verminderen.
Maar er is dus meer nodig. De inzet van het gehele kabinet is om een aanpak te ontwikkelen
die zich richt op het maatschappelijk effect en merkbaar is voor de professionals,
burgers en ondernemers. Deze aanpak moet ook bijdragen aan de slagvaardigheid van
de overheid zelf en de ambtelijke dienst.
Het schrappen of vereenvoudigen van regels is daarbij geen doel op zich. Waar het
om gaat, is dat mensen hun leven kunnen leiden en inrichten, individueel of in georganiseerd
verband, zonder de overheid als obstakel te ervaren. En een overheid die ook eenvoudiger
werkt. Dat uitvoerders en vakmensen hun werk kunnen doen zonder onnodige regels en
formulieren. En dat mensen de overheid weer als begrijpelijk en betrouwbaar ervaren.
Hierin is het van belang dat er ook wordt gekeken naar het geheel aan regels waar
bijvoorbeeld een vrijwilligersorganisatie aan moet voldoen.
De kwestie van de paasvuren illustreert dat het ook bij vrijwilligersorganisaties
niet om een denkbeeldige problematiek gaat. De wijze waarop het kabinet de zeer stevige
ambities uit het coalitieakkoord op dit onderdeel zal gaan uitvoeren, wordt op dit
moment verkend, in samenspraak met de Minister van Economische Zaken en Klimaat en
binnen de Tasforce Slagvaardige Overheid. Casuïstiek als de Paasvuren zal daarin ook
besproken worden.
Op de korte termijn valt al veel te winnen door de administratieve zaken te vereenvoudigen,
voor alle ondernemers en burgers, ook vrijwilligersorganisaties, – dat is echte vereenvoudiging
zonder dat een publiek belang wezenlijk tekort wordt gedaan. Maar de ambitie is om
ook op brede domeinen zoals het fiscale, sociale en fysieke domein de stelsels meer
ingrijpend te vereenvoudigen.
Ondertekenaars
E. van der Burg, staatssecretaris van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.