Schriftelijke vragen : De absolute noodzaak om serieuze maatregelen te treffen tegen Israël nu er zelfs een racistische doodstrafwet voor Palestijnen is aangenomen door de Knesset
Vragen van de leden Ouwehand en Teunissen (beiden PvdD) aan de Minister-President en de Minister van Buitenlandse Zaken over de absolute noodzaak om serieuze maatregelen te treffen tegen Israël nu er zelfs een racistische doodstrafwet voor Palestijnen is aangenomen door de Knesset (ingezonden 10 april 2026).
Vraag 1
Is uw kabinet zich bewust van zijn grondwettelijke plicht om de internationale rechtsorde
te bevorderen?
Vraag 2
Erkent u dat Israël de internationale rechtsorde steeds verder tart, door structurele
ontmenselijking en onderdrukking van de Palestijnen, oorlogsmisdaden, misdaden tegen
de menselijkheid en illegale nederzettingen en nu ook nog het legaliseren van het
doodmartelen van Palestijnse gevangenen die zonder eerlijk proces zijn vastgezet met
de nieuwe doodstrafwet?
Vraag 3
Waarom spreekt u Israël wel aan op de doodstrafwet, maar veroordeelt u niet keihard
het racistische karakter van de wet die mogelijk maakt dat Israëlische militaire rechtbanken
uitsluitend Palestijnen op de bezette Westelijke Jordaanoever kunnen en zelfs moeten
veroordelen tot executie door ophanging, binnen 90 dagen, zonder mogelijkheid tot
hoger beroep?
Vraag 4
Erkent u dat deze wet een verdere voltooiing is van het geïnstitutionaliseerde apartheidsregime
van Israël gericht op de Palestijnse bevolking?
Vraag 5
Wat vindt u ervan dat het aannemen van deze racistische wet in het Israëlische parlement
ter plekke door de Israëlische regering werd gevierd met bubbels?
Vraag 6
Erkent u dat Israël deze wet kon doorvoeren na voortdurende straffeloosheid voor het
apartheidsregime van Israël en de genocide in Gaza door het wegkijken van landen als
Nederland? Zo nee, waarom niet?
Vraag 7
Erkent u dat wanneer een staat schendingen van het internationaal recht kan plegen
zonder vervolging, als een bezetting kan voortduren zonder consequenties en als economische
en politieke relaties gewoon blijven bestaan alsof er niets aan de hand is, het internationaal
recht op z’n zachtst gezegd selectief wordt toegepast en uitgehold? Zo nee, waarom
niet?
Vraag 8
Erkent u dat het onbeschrijfelijke lijden van het Palestijnse volk niet alleen wordt
veroorzaakt door de misdaden die Israël structureel pleegt tegen de Palestijnen, maar
ook door de wetenschap dat landen zoals Nederland (dat immers een belangrijke handelspartner
is van Israël en dat Israël nog steeds een bondgenoot noemt) weigeren een rode lijn
te trekken en daadwerkelijk consequenties te verbinden aan het overschrijden van die
rode lijn door Israël?
Vraag 9
Welke verantwoordelijkheid voelt u voor dit deel van het leed dat het Palestijnse
volk wordt aangedaan; het wegkijken en het niet-handelen van de zogenaamde omstanders,
zoals Nederland?
Vraag 10
Kent u de geschiedenis van de druk die de internationale gemeenschap op Zuid-Afrika
heeft uitgeoefend, met boycots tegen het apartheidsregime? Deelt u de mening dat de
internationale gemeenschap daar goed aan heeft gedaan (ook al had het allemaal beter
en sneller gekund)? Zo nee, waarom niet? Zo ja, waarom zou een soortgelijke boycot
van Israël nu niet op z’n plaats zijn?
Vraag 11
Wanneer heeft u kennisgenomen van het nieuwe rapport van de Speciaal VN-rapporteur
voor de mensenrechten in de Palestijnse gebieden over het Israëlische gevangenisstelsel
(maart 2026), waaruit blijkt dat duizenden Palestijnen, waaronder vrouwen en kinderen,
zonder geldig rechtsproces worden opgepakt, opgesloten en gemarteld?1 Wat was uw eerste, eerlijke reactie op wat u las in dit rapport?
Vraag 12
Onderschrijft u de conclusie in het rapport dat marteling en gevangenschap systematisch
worden toegepast op de totale Palestijnse bevolking en dat ze daarom onderdeel zijn
van de genocide op het Palestijnse volk? Zo nee, op welke gronden denkt u de conclusie
van dit VN-rapport te kunnen verwerpen?
Vraag 13
Hoe beoordeelt u het nieuwe rapport van de speciaal VN-rapporteur inzake foltering
en andere wrede, onmenselijke of vernederende behandelingen of straffen, Alice Jill
Edwards van 2 april jl.? Onderschrijft u haar conclusie dat de Israëlische doodstrafwet
het risico op marteling en andere vormen van mishandeling verder verergert?2 Zo nee, op welke gronden denkt u de conclusie van dit VN-rapport te verwerpen?
Vraag 14
Erkent u dat het internationaal humanitair recht vereist dat alle Palestijnen die
zonder proces vastzitten onmiddellijk worden vrijgelaten, zeker nu het executeren
van deze gevangenen wettelijk beleid dreigt te worden onder leiding van de Israëlische
Minister Ben Gvir? Zo nee, op basis waarvan meent u dat deze mensen gevangen mogen
blijven zitten met dreigende executie als gruwelijk eindstation? Zo ja, welke middelen
gaat uw kabinet direct inzetten tegen Israel om het krachtige signaal af te geven
dat al deze mensen moeten worden vrijgelaten en dat de doodstrafwet moet worden ingetrokken?
Vraag 15
Erkent u dat de huidige kabinetsreactie – zorgen uiten over de doodstrafwet en in
EU-verband pleiten voor het opschorten van de doodstraf – niet in verhouding staat
tot wat nodig is om het systematische apartheidsregime van Israel tegen de Palestijnen,
waar deze doodstraf onderdeel van is, te stoppen?
Vraag 16
Op welke manier gaat u Israël aanzetten tot onmiddellijke toegang voor het Internationale
Rode Kruis tot alle Israëlische gevangenissen om noodzakelijke medische hulp aan Palestijnen
te bieden?
Vraag 17
Welke drukmiddelen gaat u tegen Israel inzetten om onafhankelijke waarnemers toe te
laten in de Israëlische gevangenissen, zodat onafhankelijk bewijsmateriaal kan worden
verzameld en Nederland Israël voor het internationaal Gerechtshof kan dagen wegens
schending van het VN-verdrag tegen foltering – zoals Nederland dat in 2023 ook tegen
Syrië deed?
Vraag 18
Erkent u dat van een normale handels- en samenwerkingsrelatie met een land dat oorlogsmisdaden
en mensenrechtenschendingen pleegt geen sprake kan zijn? Zo ja, bent u bereid om nu
eindelijk een economische boycot in te stellen? Zo nee, waarom niet?
Vraag 19
Erkent u dat een volledige stop op militaire samenwerking en wapenhandel noodzakelijk
is zolang een reëel risico bestaat dat deze bijdragen aan ernstige schendingen van
het internationaal humanitair recht? Bent u bereid om elke militaire samenwerking
met Israël op te schorten? Zo nee, waarom niet?
Indieners
-
Gericht aan
R.A.A. Jetten, minister-president -
Gericht aan
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken -
Indiener
Esther Ouwehand, Kamerlid -
Medeindiener
Christine Teunissen, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.