Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Meetelen over het bericht 'Leiden scherpt de regels voor jeugdhulp aan; Zorg Minder snel doorverwijzen, meer eigen verantwoordelijkheid'
Vragen van het lid Van Meetelen (PVV) aan de Minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport over het bericht «Leiden scherpt de regels voor jeugdhulp aan; Zorg Minder snel doorverwijzen, meer eigen verantwoordelijkheid» (ingezonden 20 maart 2026).
Antwoord van Minister Sterk (Langdurige Zorg, Jeugd en Sport) (ontvangen 9 april
2026).
Vraag 1
Bent u bekend met het Leidse plan om de regels voor jeugdhulp aan te scherpen, met
als doel duidelijker af te bakenen wat wel en niet onder jeugdhulp valt, het terugdringen
van onterechte doorverwijzingen terug, en de kosten beter te beheersen? Zo ja, wat
is uw oordeel over deze aanpak?1
Antwoord 1
Ja, daar ben ik mee bekend. Een oordeel over de conceptverordening is in de eerste
plaats aan de gemeenteraad van de gemeente Leiden. Op landelijk niveau zie ik dat
deze beweging in lijn is met de Hervormingsagenda Jeugd en ik zie verschillende elementen
uit het concept wetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet terug. Bijvoorbeeld het inrichten
van een stevig lokaal team met verschillende taken waaronder informatie en advies,
toeleiding en het bieden van hulp en het voorliggend maken van jeugdhulp op groepsbasis.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u het voornemen in Leiden om verwijzingen naar jeugdhulp scherper te
laten toetsen door gemeentelijke jeugdteams en eerder te kijken naar eigen kracht,
het sociale netwerk en andere vormen van ondersteuning, voordat gespecialiseerde jeugdhulp
wordt ingezet? Ziet u hierin elementen die landelijk navolging verdienen?
Antwoord 2
In het conceptwetsvoorstel Reikwijdte Jeugdwet komen verschillende van deze voornemens
terug, zoals de toets op eigen kracht, mogelijke inzet van het sociale netwerk en
inzet van voorliggende voorzieningen. Met dit wetsvoorstel worden gemeenten verplicht
stevige lokale teams in te richten die breed kijken naar hulpvragen van gezinnen en
jeugdigen en zelf jeugdhulp kunnen bieden. Deze teams moeten daarnaast zorgvuldig
beoordelen of aanvullende jeugdhulp nodig is, dan wel of een gezin voldoende ondersteuning
heeft vanuit het sociale netwerk of dat voorzieningen in de pedagogische basis passend
zijn, die voorliggend zijn op aanvullende jeugdhulp.
Vraag 3
Deelt u de zorg dat binnen de jeugdhulp fraude en misbruik veelvuldig plaatsvinden,
bijvoorbeeld doordat zorgverleners zaken onterecht naar jeugdhulp doorschuiven, zorgtrajecten
onnodig verlengen of oneigenlijk declareren, zoals in Leiden expliciet wordt benoemd?
Hoe groot acht u dit probleem landelijk?
Antwoord 3
Ik deel de zorg over fraude en misbruik binnen de jeugdhulp. Fraude en misbruik tasten
de betrouwbaarheid en de betaalbaarheid van de jeugdhulp en de zorg in het algemeen
aan. Dit is onaanvaardbaar en moet worden voorkomen en effectief worden aangepakt.
Met name omdat jeugdigen hier de dupe van zijn en als gevolg hiervan vaak niet de
zorg krijgen die nodig is. Geld voor de zorg hoort in de zorg.
Het is niet mogelijk om tot een goed onderbouwde omvang van fraude in de zorg te komen.
De exacte landelijke omvang van fraude en misbruik binnen de jeugdhulp is niet bekend.
Helaas is wel duidelijk dat het om veel geld gaat en weten we ook dat we nog veel
niet in beeld hebben.
Het Informatieknooppunt zorgfraude (IKZ) ontving in 2025 in totaal 678 signalen van
fraude in de zorg, waarvan er 81 gerelateerd zijn aan de Jeugdwet. Voor de interpretatie
van deze cijfers is het belangrijk te benoemen dat zij nog geen volledig beeld geven
van de fraude in de jeugdzorg. Oorzaak daarvan is onder andere dat nog niet alle gemeenten
zijn aangesloten bij het IKZ en de aangesloten partners nog niet alle signalen delen
met het IKZ. Tot slot wordt binnen de jeugdzorg veel gewerkt met onderaannemers, wat
het zicht op wanpraktijken soms belemmert.
Vraag 4
Welk inzicht heeft u op dit moment in de omvang, aard en verspreiding van fraude binnen
de jeugdhulp, in het bijzonder rond declaraties, persoonsgebonden budgetten, onnodige
verlenging van zorgtrajecten en onjuiste verwijzingen? Kunt u daarbij aangeven waar
de grootste blinde vlekken in toezicht en handhaving zitten?
Antwoord 4
Zie het antwoord op vraag 3. Er is geen volledig inzicht in de omvang, aard en verspreiding
van fraude binnen de jeugdhulp. Ik wil hierbij benadrukken dat de uitvoering van de
jeugdzorg decentraal is georganiseerd. Dit betekent dat het toezicht op de rechtmatigheid
van de gedeclareerde jeugdzorg ook decentraal is belegd. Hierdoor ontbreekt een landelijk
totaalbeeld.
De cijfers die ik van het IKZ heb ontvangen over 2025 geven de indruk dat het onder
andere gaat om zorgverwaarlozing/onvoldoende kwaliteit van zorg, spookzorg (valse
declaraties), upcoding (zwaardere behandeling declareren dan uitgevoerd) en het geven
van een onjuiste voorstelling van zaken.
Vraag 5
Welke concrete maatregelen gaat u op korte termijn nemen om fraude in de jeugdhulp
keihard aan te pakken, frauderende aanbieders sneller op te sporen en van de markt
te weren, onterecht besteed zorggeld terug te vorderen en gemeenten beter in staat
te stellen misbruik direct te signaleren en te stoppen? Acht u het daarbij noodzakelijk
om gemeenten meer ruimte, beleidsvrijheid, wettelijke bevoegdheden of handhavingsinstrumenten
te geven op het gebied van opsporing en handhaving? Zo ja, welke?
Antwoord 5
Mijn voorgangers, de Minister en Staatssecretarissen van VWS, hebben uw Kamer op 3 oktober
2025 geïnformeerd over de aanpak van fraude in de zorg, waaronder de jeugdhulp2. De brief omschrijft de maatregelen die reeds genomen zijn of momenteel voorbereid
worden om fraude in de zorg tegen te gaan. Ik zal deze hieronder kort samenvatten,
waarbij ik specifiek focus op jeugdhulp.
Gemeenten hebben, als inkoper van jeugdzorg, instrumenten om fraude tegen te gaan.
Het is aan gemeenten om bij het aangaan van contracten met zorgaanbieders nadere voorwaarden
op te nemen, zoals nadere (kwaliteits-)eisen aan (pgb-) zorgaanbieders en regels voor
het tegengaan van misbruik en oneigenlijk gebruik. Dit kan bijvoorbeeld gaan om de
mogelijkheid een VOG te eisen, ook voor bestuurders. Bij zorgen over de integriteit
van een zorgaanbieders kunnen gemeenten een Bibob toets uitvoeren. Naast goed contractmanagement
is belangrijk dat de gemeente ook het rechtmatigheidstoezicht op de Jeugdwet professioneel
organiseert.
De Wet verbetering beschikbaarheid jeugdzorg (Wvbj), die op 1 januari 2026 inwerking
is getreden stelt bovendien strengere eisen aan de bestuursstructuur en een transparante
financiële bedrijfsvoering van jeugdhulpaanbieders en gecertificeerde instellingen
door de eis van een intern toezichthouder, transparante financiële bedrijfsvoering
en openbare jaarverantwoording.
Ook het wetsvoorstel Wet integere bedrijfsvoering zorg- en jeugdhulpaanbieders (Wibz),
dat momenteel in voorbereiding is, beoogt extra voorwaarden en verplichting te stellen
aan de bedrijfsvoering van aanbieders. De voorwaarden en verplichting hebben betrekking
op het uitkeren van winst, het aantrekken of terugbetalen van eigen of vreemd vermogen
en op van betekenis zijnde transacties met verbonden partijen.
In het Aanvullend Zorg- en Welzijnsakkoord (AZWA) zijn afspraken gemaakt over een
breed, integraal pakket van maatregelen gericht op het voorkomen, stoppen en bestraffen
van zorgfraude. Onder andere is in het AZWA opgenomen dat het (gemeentelijk) toezicht
op de jeugdhulp verstevigd en geprofessionaliseerd zal worden en dat hiertoe een stimuleringsprogramma
wordt opgezet. Daarnaast is in het AZWA en de Hervormingsagenda Jeugd afgesproken
dat verkend wordt of voor jeugdhulpaanbieders een vergunningsplicht ingevoerd dient
te worden. Ik werk samen met branche- en beroepsorganisaties, inkopers van zorg, toezichthouders
en opsporingsinstanties hard aan de uitwerking van deze maatregelen. We zetten erop
in dat ze zo spoedig mogelijk en zoveel mogelijk effect hebben.
In het coalitieakkoord is aanvullend daarop over zorgfraude afgesproken dat:
– het Informatieknooppunt Zorgfraude (IKZ) meer gegevens kan uitwisselen; er meer strafrechtelijk
wordt vervolgd;
– fraudeurs niet meer in de zorg mogen werken;
– toezichthouders meer bevoegdheden krijgen, om overnames stil te leggen of op te treden
tegen schimmige constructies;
– de Kamer van Koophandel hogere eisen kan stellen; en
– een Taskforce zorgfraude wordt opgericht.
Ondertekenaars
W.R.C. Sterk, minister van Langdurige Zorg, Jeugd en Sport
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.