Schriftelijke vragen : Het lijden van dieren op verzamelplaatsen en het zelfstandig houdverbod en andere maatregelen bij dierenmishandeling in de veehouderij
Vragen van de leden Podt, Sneller (beiden D66), Ouwehand en Teunissen (beiden PvdD) aan de Staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur en de Minister van Justitie en Veiligheid over het lijden van dieren op verzamelplaatsen en het zelfstandig houdverbod en andere maatregelen bij dierenmishandeling in de veehouderij (ingezonden 8 april 2026).
Vraag 1
Heeft u kennisgenomen van het bericht waaruit blijkt dat dieren structureel en ernstig
lijden op erkende verzamelplaatsen waar (een deel van de) dieren uit de veehouderij
naartoe worden gebracht voordat zij worden afgevoerd naar het slachthuis?1
Vraag 2
Kunt u bevestigen dat jaarlijks meer dan 10.000 dieren op verzamelcentra dood worden
aangetroffen, omdat zij aan hun verwondingen zijn overleden of worden gedood omdat
ze te ziek, te zwak of gewond zijn om verder te mogen worden vervoerd?
Vraag 3
Heeft u de beelden gezien van de staat waarin dieren die via verzamelplaatsen zijn
getransporteerd in het slachthuis worden aangetroffen? Heeft u gezien dat deze dieren
kampen met ernstige kreupelheid, ziektes, open wonden, graatmager zijn of zelfs lichaamsdelen
missen?2
Vraag 4
Kunt u bevestigen dat deze dieren dringend medische zorg nodig hadden, maar dat zij
in plaats daarvan op transport zijn gezet naar het slachthuis, omdat ze dan nog geld
opleveren?
Vraag 5
Wat vindt u van dit alles?
Vraag 6
Hoe kan het volgens u dat dieren, nadat zij een aantal maanden of jaren in de huidige
veehouderij hebben moeten doorbrengen, er zo erbarmelijk aan toe zijn?
Vraag 7
Deelt u de conclusie dat dit soort verwondingen doorgaans niet op één dag ontstaan,
maar het gevolg zijn van een (stal)systeem waarin dieren structureel worden gefokt
en gehouden in dieronwaardige, ongezonde en onnatuurlijke omstandigheden?
Vraag 8
Heeft u kennisgenomen van de eerdere beelden van vijf verschillende erkende verzamelplaatsen,
waarop te zien was dat op alle locaties is waargenomen dat koeien en kalfjes worden
geslagen en geschopt, ook wanneer zij ziek en kreupel waren (Aanhangsel Handelingen
II, vergaderjaar 2025–2026, nr. 1010)?
Vraag 9
Onderschrijft u dat dit niet kan worden afgedaan als een incident?
Vraag 10
Onderschrijft u de uitspraak van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit (NVWA)
dat we te maken hebben met een sector (veeverzamelplaatsen) die «structureel de wet
niet naleeft en steeds de ruimte opzoekt»? Zo nee, waarom niet?3
Vraag 11
Hoe verklaart u dat uit de inspectierapporten blijkt dat sommige handelaren tientallen
keren worden betrapt op het overtreden van de regels, maar gewoon door kunnen gaan?
Vraag 12
Hoe verklaart u dat een verzamelplaats die onder verscherpt toezicht staat opnieuw
ernstige overtredingen kan begaan, zonder consequenties?
Vraag 13
Kunt u bevestigen dat de NVWA sinds de inwerkingtreding van de Wet aanpak dierenmishandeling
en dierverwaarlozing de bevoegdheid heeft om bedrijven (permanent) te sluiten wanneer
het welzijn van dieren in gevaar is (artikel 5.12 van de Wet dieren)? Kunt u aangeven
waarom dit in gevallen zoals die genoemd in het artikel niet gebeurt?
Vraag 14
Hoe vaak is het houdverbod de afgelopen twee jaar opgelegd, hoe vaak sinds de intrinsieke
waarde van het dier is vastgelegd in de Wet dieren in 2013 en hoe vaak werd dit gedaan
per categorie bedrijf (in de veehouderij, het veetransport, slachterij of op een veeverzamelplaats)
als gevolg van geconstateerde dierenmishandeling? Hoe verhoudt zich dit tot het aantal
veroordelingen voor ernstige dierenmishandeling?
Vraag 15
Wordt het houdverbod ook voorwaardelijk opgelegd? Zo ja, hoe vaak en hoe vaak specifiek
in de veehouderij?
Vraag 16
Valt er iets te zeggen over de afwegingen bij het wel of niet opleggen van houdverboden
in de veehouderij?
Vraag 17
Hoe vaak is er de afgelopen twee jaar sprake geweest van een (tijdelijke) stillegging
van bedrijven in de veehouderij, het veetransport, slachterij of op veeverzamelplaatsen
als gevolg van geconstateerde dierenmishandeling? Hoe verhoudt zich dit tot het aantal
geconstateerde mishandelingen? Kunt u een uitsplitsing maken per categorie bedrijf?
Vraag 18
Welke andere sancties zijn er opgelegd als gevolg van dierenmishandeling, die specifiek
zijn gericht op het voorkomen van recidive? Welke sancties zijn daarbij specifiek
gebruikt in het veetransport en op veeverzamelplaatsen, waar houdverboden vaak niet
aan de orde zijn? Kunt u deze sancties kwantificeren?
Vraag 19
Wordt er, na een veroordeling voor dierenmishandeling in de veehouderij, veetransport,
slachterij of op veeverzamelplaatsen standaard verscherpt toezicht door de NVWA ingesteld?
Zo nee, wanneer gebeurt dit wel/niet?
Vraag 20
Is het gebruikelijk dat, in gevallen, zoals in het NRC wordt genoemd, waarin sprake
is van dierenmishandeling «met een sadistisch karakter», de werkzaamheden van de veroordeelden
gewoon door kunnen gaan?4
Vraag 21
Deelt u de mening dat het van groot belang is dat we sancties zo inrichten dat mensen
die zich eerder schuldig hebben gemaakt aan dierenmishandeling niet de kans krijgen
dit te herhalen?
Vraag 22
Vindt u dat de huidige mogelijkheden om recidive bij dierenmishandeling in veeteelt,
veetransport, slachterij en veeverzamelplaatsen te voorkomen (het houdverbod en andere
maatregelen zoals stillegging en verscherpt toezicht) voldoende zijn en voldoende
(kunnen) worden ingezet? Zo nee, welke extra stappen kunnen er worden gezet?
Vraag 23
Welke andere maatregelen gaat u treffen om te voorkomen dat handelaren blijven wegkomen
met grove dierenwelzijnsovertredingen en ernstig dierenleed?
Vraag 24
Onderschrijft u dat verzamelcentra een structureel probleem vormen voor dierenwelzijn?
Zo nee, waarom niet?
Vraag 25
Onderschrijft u dat het huidige veehouderijsysteem ernstig en structureel lijden van
dieren veroorzaakt dat ook met betere handhaving niet kan worden opgelost en dat daarom
ook (fundamentele) verandering van het systeem zelf nodig is? Zo nee, waarom niet?
Vraag 26
Kunt u bevestigen dat de Europese Transportverordening ruimte biedt voor lidstaten
om strengere maatregelen te nemen ter verbetering van het welzijn van dieren voor
binnenlands transport en slacht (Aanhangsel Handelingen II, vergaderjaar 2025–2026,
nr. 1010)?
Vraag 27
Bent u bereid om die ruimte te benutten en verzamelcentra voor binnenlands transport
en slacht te verbieden in nationale wetgeving? Zo nee, waarom niet?
Vraag 28
Bent u bereid deze vragen te beantwoorden vóór het commissiedebat Dieren in de Veehouderij
en de NVWA van 23 april?
Indieners
-
Gericht aan
D.M. van Weel, minister van Justitie en Veiligheid -
Gericht aan
S.P.A. Erkens, staatssecretaris van Landbouw, Visserij, Voedselzekerheid en Natuur -
Indiener
Anne-Marijke Podt, Kamerlid -
Medeindiener
Joost Sneller, Kamerlid -
Medeindiener
Christine Teunissen, Kamerlid -
Medeindiener
Esther Ouwehand, Kamerlid
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.