Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Van Leijen over signalen van gemeenteraden over hospiteren in studentenhuizen en het tekort aan studentenwoningen
Vragen van het lid Van Leijen (D66) aan de Minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening over signalen van gemeenteraden over hospiteren in studentenhuizen en het tekort aan studentenwoningen (ingezonden 16 maart 2026).
Antwoord van Minister Boekholt-O’Sullivan (Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening)
(ontvangen 8 april 2026).
Vraag 1
Bent u bekend met de moties die de gemeenteraden van Delft, Leiden en Utrecht hebben
aangenomen over hospiteren in studentenhuizen, waarin zij de wens uitspreken dat studenten
de vrijheid moeten houden om zelf een nieuwe huisgenoot te kiezen? Hoe kijkt u naar
de signalen uit deze steden?
Antwoord 1
Ja, ik daar ben ik bekend mee. Het betreft signalen naar aanleiding van de voorgenomen
wijziging van DUWO, waarbij het bestaande hospiteerbeleid wordt aangepast. Hierdoor
lijkt in veel studentenhuizen de mogelijkheid voor zittende bewoners om zelf een nieuwe
huisgenoot te kiezen te worden ingeperkt. Zoals mijn ambtsvoorganger in eerdere vragen
over dit onderwerp heeft aangegeven, zijn de Ministeries van VRO en OCW geen partij
in deze wijziging.1 Het is niet aan mij om mij uit te spreken over de wijze waarop woningen met gedeelde
voorzieningen worden verdeeld.
Vraag 2
Klopt het dat de Wet goed verhuurderschap voorschrijft dat verhuurders bij het aanbieden
van woonruimte een transparante selectieprocedure moeten gebruiken, met gebruik van
objectieve criteria en een uitleg over de gemaakte keuze voor een huurder?
Antwoord 2
Op grond van de Wet goed verhuurderschap (Wgv) is het voor verhuurders en verhuurbemiddelaars
verboden om ongerechtvaardigd onderscheid te maken bij verhuur van woonruimte (woondiscriminatie).
De Wgv verplicht verhuurders en verhuurbemiddelaars om te werken met objectieve selectiecriteria,
een transparant selectieproces en aan de afgewezen kandidaat-huurder(s) te motiveren
waarom voor een huurder is gekozen, en dat zij een werkwijze ter voorkoming van discriminatie
vastleggen en openbaar maken.
Vraag 3
Kunt u toelichten hoe deze verplichtingen zich verhouden tot hospiteerprocedures in studentenhuizen, waarbij bewoners gezamenlijk een nieuwe huisgenoot
kiezen binnen een bestaande woongemeenschap?
Antwoord 3
De Wgv legt geen specifieke methode voor huurderselectie vast en tast het bestaande
recht op coöptatie (hospiteren) niet aan. Daarmee laat de wet ruimte voor verschillende
manieren van uitvoering, waarbij ook selectie via coöptatie mogelijk blijft, mits
deze transparant is ingericht en voldoet aan het verbod op ongerechtvaardigd onderscheid
zoals vastgelegd in de Algemene wet gelijke behandeling (Awgb). De concrete invulling
van deze wettelijke verplichtingen in beleid ligt in beginsel bij de verhuurder zelf.
Vraag 4
Deelt u de opvatting dat bij hospiteren vaak factoren een rol spelen zoals leefstijl,
huishoudelijke gewoonten, de sociale dynamiek binnen een huis? En dat dergelijke factoren
moeilijk te kwalificeren zijn als objectieve selectiecriteria?
Antwoord 4
Het is van belang onderscheid te maken tussen de verhuur van zelfstandige woonruimte
en situaties van hospiteren bij onzelfstandige woonruimte. Het hanteren van objectieve
selectiecriteria is in de eerste plaats een verantwoordelijkheid van de verhuurder
van een zelfstandige woning. In dat kader dient de verhuurder ook richting zittende
huurders duidelijk te maken dat geen onderscheid mag worden gemaakt op basis van afkomst
bij de selectie van nieuwe huurders. Bij hospiteren, waar het doorgaans gaat om onzelfstandige
woonruimte en samenwonen met anderen, is er voor zittende bewoners meer ruimte om
een afweging te maken die past bij het samenleven in één huishouden. Die ruimte is
echter niet onbegrensd. Factoren zoals leefstijl, huishoudelijke gewoonten en de sociale
dynamiek kunnen een rol spelen. Op grond van de Wet goed verhuurderschap, in samenhang
met de Algemene wet gelijke behandeling, geldt echter ook voor zittende huurders dat
het verboden is om bij het hospiteren ongerechtvaardigd onderscheid te maken op basis
van afkomst of huidskleur, dat in de Awgb wordt aangeduid met de grond «ras». In specifieke
situaties kan sprake zijn van een uitzondering op de Algemene wet gelijke behandeling,
bijvoorbeeld als de rechtsverhouding een privékarakter heeft. In dat geval bestaat
er enige aanvullende ruimte om eisen te stellen aan een kandidaat-huurder. Dit kan
zich voordoen wanneer een kamer wordt verhuurd binnen de eigen woning van de verhuurder.
Daarbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan een situatie waarin een vrouwelijke hospita
voorkeur geeft aan een vrouwelijke huurder. Ook in dergelijke gevallen blijft op grond
van de Algemene wet gelijke behandeling gelden dat er nooit onderscheid mag worden
gemaakt op basis van afkomst.
Vraag 5
Wat zouden volgens u de gevolgen zijn voor de sociale samenhang binnen bestaande studentenwoongemeenschappen
wanneer bewoners niet langer of in mindere mate zelf een nieuwe huisgenoot kunnen
kiezen?
Antwoord 5
Het is goed mogelijk dat als de keuze voor een nieuwe bewoner bij de huidige bewoners
ligt, de sociale samenhang groter is. Daar staat tegenover dat op deze wijze bepaalde
groepen een kleinere kans op een woning maken. Het is aan de verhuurder om deze belangen
af te wegen.
Vraag 6
Deelt u de opvatting dat de grootste opgave binnen de studentenhuisvesting het snel
terugdringen van het tekort aan studentenwoningen is? En deelt u de opvatting dat
de huidige discussies over selectieprocedures en de verdeling van studentenwoningen
in belangrijke mate voortkomen uit het grote tekort aan studentenwoningen?
Antwoord 6
Het is van groot belang dat het aantal studentenwoningen wordt uitgebreid. Ik steun
de noodzaak om het aantal studentenwoningen uit te breiden. Vanuit het ministerie
werken wij aan de realisatie van 60.000 extra studentenwoningen en stimuleren wij
het ontwikkelen van woonvormen met gedeelde voorzieningen. De huidige discussie komt
voort uit een beleidsvoornemen van DUWO, een van de sociale huisvesters. Zij geeft
in haar berichtgeving aan dat zij het hospiteersysteem wil wijzigen om op een eerlijke
manier de schaarse betaalbare kamers te verdelen en verwijst daarbij naar de krappe
woningmarkt.
Vraag 7
Welke stappen gaat u de komende periode zetten om dit tekort aan studentenwoningen
zo snel mogelijk terug te dringen, zodat iedere student een passende woning kan vinden?
Antwoord 7
Ik ga door met de uitvoering van het Landelijk Actieplan Studentenhuisvesting. Daarnaast
staan er in het coalitieakkoord een aantal afspraken die ik ga uitvoeren. Zo zal ik
woningdelen en het verhuren van een woning in (studenten)kamers makkelijker maken,
waarbij gemeenten alleen bij zwaarwegende redenen verkamering mogen beperken. Ook
ben ik bezig met de opzet van een objectsubsidie voor gedeelde woonvormen voor jongeren
en studenten. Daarnaast zie ik kansen voor meer studentenhuisvesting op campussen,
waarbij ik een belangrijke rol zie voor onderwijsinstellingen.
Ondertekenaars
E. Boekholt-O’Sullivan, minister van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.