Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Rooderkerk over verouderde schoolgebouwen en het binnenklimaat op scholen
Vragen van het lid Rooderkerk (D66) aan de Staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap over verouderde schoolgebouwen en het binnenklimaat op scholen (ingezonden 16 maart 2026).
Antwoord van Staatssecretaris Tielen (Onderwijs, Cultuur en Wetenschap) (ontvangen
7 april 2026).
Vraag 1
Klopt het dat meer dan de helft van de Nederlandse schoolgebouwen ouder is dan 45 jaar
en dat veel gemeenten moeite hebben om nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen te
financieren?
Antwoord 1
De meeste schoolgebouwen binnen het funderend onderwijs zijn gebouwd in de wederopbouwperiode
1946 tot 1978 (32,2%). Daarnaast zijn 12,8% van de schoolgebouwen gebouwd voor 1946.
Nog 20,4% is gebouwd tussen 1978 tot 1992.1 Er zijn geen concrete aanwijzingen dat gemeenten moeite hebben met het aantrekken
van financiering voor nieuwbouw en renovatie van schoolgebouwen. Wel is, zoals eerder
met uw Kamer gedeeld, in het IBO onderwijshuisvesting geconcludeerd dat er tot 2050
een grote opgave ligt om aan de klimaatdoelen te voldoen, waarvoor aanvullende middelen
nodig zijn.2
Vraag 2
Hoeveel scholen voldoen momenteel niet aan de geldende ventilatie- en binnenklimaatnormen,
mede in het licht van steeds warmere zomers en de gevolgen van klimaatverandering?
Antwoord 2
Verschillende onderdelen samen vormen het binnenklimaat van een gebouw, zoals bijvoorbeeld
ventilatie en CO2-waarden, temperatuur en luchtvochtigheid. Er zijn meerdere onderzoeken gedaan naar
onderdelen van het binnenklimaat op scholen. Het beeld (2021) is dat in het primair
onderwijs gebouwen uit de wederopbouwvoorraad het slechtst presteren. Bij 34% voldoet
de ventilatie niet aan de door het RIVM gehanteerde eisen. In het voortgezet onderwijs
presteren gebouwen gebouwd in de periode 1978–1992 het slechtst. Bij 42% voldoet de
ventilatie niet aan de door het RIVM gehanteerde eisen.3
Om het binnenklimaat in scholen te verbeteren, zijn meerdere acties ondernomen vanuit
de rijksoverheid. Het kabinet heeft sinds Covid in totaal € 360,– miljoen beschikbaar
gesteld voor verbetering van het binnenklimaat. Onder andere via Specifieke Uitkering
Ventilatie in Scholen (2021), Maatwerkregeling Ventilatie op Scholen (2022–2023) en
het beschikbaar stellen van middelen voor de aanschaf van CO2-meters voor ieder klaslokaal (2022). Sinds 1 juli 2025 zijn alle scholen in het hele
funderend onderwijs verplicht om een CO2-meter te hebben in iedere ruimte met een onderwijsfunctie.
Vraag 3
Deelt u de zorg dat een slecht binnenklimaat en gebrekkige ventilatie kunnen leiden
tot concentratieproblemen en verminderde leerprestaties bij leerlingen en een ongezonde
werkomgeving voor leraren en onderwijspersoneel?
Antwoord 3
Het kabinet onderschrijft het belang van een gezond binnenklimaat voor leerlingen
en onderwijspersoneel. Uit wetenschappelijk onderzoek blijkt dat de fysieke kwaliteit
van schoolgebouwen bepalend is voor concentratie, gezondheid, en leerresultaten.4 Ook de Inspectie van het Onderwijs bevestigt de relatie tussen temperatuur en schoolprestaties.5
Vraag 4
Deelt u de zorg dat de huidige verdeling van verantwoordelijkheden tussen Rijk en
gemeenten ertoe kan leiden dat noodzakelijke renovatie of vervanging van schoolgebouwen
wordt uitgesteld?
Antwoord 4
Het huidige systeem voor onderwijshuisvesting gaat uit van een gedeelde verantwoordelijkheid
van gemeenten en schoolbesturen. Het wetsvoorstel planmatige aanpak onderwijshuisvesting
verduidelijkt de verantwoordelijkheidsverdeling tussen gemeente en schoolbestuur op
het gebied van renovatie. De verantwoordelijkheidsverdeling tussen Rijk en gemeenten
staat niet in de weg van renovatie of vervanging. Gemeenten ontvangen middelen via
de algemene uitkering uit het gemeentefonds en geven deze uit op basis van hun eigen
prioritering.
Vraag 5
Bent u bekend met de aanpak in Vlaanderen waarbij via publiek-private samenwerking
schoolgebouwen worden gerealiseerd met investeringen van institutionele beleggers
en investeringsfondsen?
Antwoord 5
Ja, hiermee ben ik bekend.
Vraag 6
Ziet u mogelijkheden om ook in Nederland te onderzoeken of investeringen van institutionele
beleggers, pensioenfondsen en investeringsfondsen kunnen bijdragen aan de versnelling
van de bouw en renovatie van schoolgebouwen?
Antwoord 6
Eerder heeft de Taskforce Financiering Onderwijshuisvesting de institutionele financiering
van onderwijshuisvesting onderzocht.6 De taskforce concludeerde dat dit een keuze kan zijn om een investeringspiek of kapitaalbehoefte
mee te overbruggen, maar dat de aflossing uiteindelijk uit de bekostiging komt. Het
is alleen een oplossing als er een probleem is met het aantrekken van financiering.
Anders dan in Vlaanderen zijn er in Nederland al voldoende mogelijkheden voor gemeenten
om financiering aan te trekken. Gemeenten kunnen goedkoop geld lenen bij de Bank Nederlandse
Gemeenten. Geld lenen bij institutionele beleggers, pensioenfondsen en investeringsfondsen
is duurder. Vanwege het feit dat er momenteel al goedkoper geld geleend kan worden,
is het niet de verwachting dat er extra middelen vrij zullen komen door samenwerking
met beleggers en fondsen.
Vraag 7
Bent u bereid om samen met gemeenten, onderwijsorganisaties en mogelijke investeerders
te verkennen hoe dergelijke publiek-private investeringsconstructies kunnen bijdragen
aan de vernieuwing van schoolgebouwen en de Kamer hierover te informeren?
Antwoord 7
Zoals in het Coalitieakkoord aangekondigd, zal ik de mogelijkheden van publiek-private
samenwerking naar Vlaams voorbeeld nader verkennen. Zoals hun aanpak in standaardisatie
van met name bouw- en onderhoudscontracten. Na de zomer informeer ik uw Kamer hierover
nader.
Vraag 8
Ziet u daarnaast mogelijkheden voor meer standaardisatie van schoolontwerpen en vermindering
van regels om de bouw en renovatie van scholen te versnellen en goedkoper te maken?
Antwoord 8
Ja, die zie ik. Het programma onderwijshuisvesting (POHV) en het innovatieprogramma
onderwijshuisvesting (IPOHV) richten zich op standaardisatie en innovatie op bouwprocessen
en procedures. Beide programma’s hebben een eigen aanpak en versterken elkaar daarin.
Binnen het POHV wordt een integrale aanpak voor scholenbouw ontwikkeld. Het is gericht
op standaardisatie, professionalisering en kennisdeling. Binnen het IPOHV, gefinancierd
door het Nationaal Groeifonds, wordt innovatie onderzocht binnen scholenbouwprojecten.
Deze innovaties worden vervolgens vanuit het POHV landelijk beschikbaar gesteld. Beide
programma’s hebben de doelstelling om renovatie en nieuwbouw te versnellen, kostenefficiënter
en toekomstbestendiger te maken.
Vraag 9
Bent u bereid om, aangezien op 19 maart in gemeenten de collegeonderhandelingen starten
waarin ook besluiten worden voorbereid over investeringen in onder meer onderwijshuisvesting,
op korte termijn een brief en concreet actieplan naar gemeenten te sturen over de
uitvoering van de afspraken uit het coalitieakkoord met betrekking tot schoolgebouwen,
zodat zij dit kunnen betrekken bij hun lokale plannen en investeringsbesluiten?
Antwoord 9
In het coalitieakkoord wordt gewezen op de aanpak van het programma onderwijshuisvesting
en het innovatieprogramma onderwijshuisvesting, die samen met de Vereniging Nederlandse
Gemeenten en de PO- en VO-Raad worden uitgevoerd. Gemeenten en scholen worden hierover
regelmatig geïnformeerd. Een separate brief aan gemeenten is daarom niet nodig. Het
verkennen van de publiek-private mogelijkheden wordt ook in gezamenlijkheid met de
VNG opgepakt.
Ondertekenaars
J.Z.C.M. Tielen, staatssecretaris van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.