Antwoord schriftelijke vragen : Antwoord op vragen van het lid Ceder over het bericht ‘Pakistan court gives Muslim kidnapper custody of Christian girl’
Vragen van het lid Ceder (ChristenUnie) aan de Minister van Buitenlandse Zaken over het bericht «Pakistan court gives Muslim kidnapper custody of Christian girl» (ingezonden 13 maart 2026).
Antwoord van Minister Berendsen (Buitenlandse Zaken) (ontvangen 2 april 2026).
Vraag 1
Hoe luidt uw reactie op het bericht «Pakistan court gives Muslim kidnapper custody
of Christian girl»?1
Antwoord 1
De precieze details uit het artikel kunnen niet door het kabinet worden geverifieerd.
Tegelijk wijst het kabinet elke vorm van huwelijksdwang, gedwongen bekering en (kind)ontvoering
ten zeerste af.
Vraag 2
Hoe beoordeelt u de rechtsgang bij deze zaak? Bent u van mening dat van eerlijke rechtsgang
geen sprake was? Bent u bereid om deze specifieke zaak aan te kaarten in bilateraal
verband?
Antwoord 2
Het kabinet laat zich niet uit over de rechtsgang in derde staten en doet dat in dit
geval ook niet.
Nederland spreekt regelmatig met zowel vertegenwoordigers van religieuze minderheden
als de Pakistaanse autoriteiten over de vrijheid van religie en levensovertuiging.
Dit gebeurt bilateraal, in Den Haag alsook via de Nederlandse ambassade in Islamabad,
in EU-verband en via diverse multilaterale fora.
Vraag 3
Deelt u de conclusie van mensenrechtenadvocaten, zoals gesteld in het artikel, dat
dergelijke zaken een terugkerend patroon volgen, waar jonge meisjes «worden ontvoerd,
gedwongen bekeerd en seksueel misbruikt onder het mom van islamitische «huwelijken»»?
Antwoord 3
Ja, dit betreft geen unieke casus.
Vraag 4
Bent u bereid om vanuit Nederland actiever op te komen voor deze meisjes en hun families,
onder meer door Nederlandse diplomaten dergelijke rechtszaken te laten bijwonen en
om de Pakistaanse autoriteiten hierop aan te spreken? Zo nee, waarom niet?
Antwoord 4
Tijdens het bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari 2026)
zijn zorgen over vrijheid van godsdienst en levensovertuiging overgebracht aan de
Pakistaanse autoriteiten. Nederland doet dit ook in EU-verband, om meer gewicht aan
de boodschap te geven en om met gelijkgezinde landen per zaak de juiste aanpak te
vinden met stille diplomatie en publiekelijke verklaringen. In enkele gevallen wonen
Nederlandse diplomaten rechtszaken bij.
Vraag 5
Ziet u dat het vaak minderjarige meisjes uit minderheidsgroepen zijn, zoals christenen,
die worden gedwongen tot islamitische «huwelijken»? Welke rol kan de Speciaal Gezant
voor de Vrijheid van Religie en Levensovertuiging spelen in het aanpakken van deze
kwestie?
Antwoord 5
De praktijk van gedwongen islamitische «huwelijken» komt regelmatig naar voren in
rapportages van maatschappelijke organisaties die zich sterk maken voor vrijheid van
religie en levensovertuiging in Pakistan. Deze rapportages wijzen erop dat met name
minderjarige meisjes uit religieuze minderheden een verhoogd risico lopen op ontvoering,
gedwongen bekering en daaropvolgende huwelijken. Dit past in het bredere beeld dat
de vrijheid van religie en levensovertuiging in Pakistan onder druk staat.
In Pakistan worden zorgen over de positie van religieuze minderheden en de toepassing
van religiegerelateerde wetgeving zowel bilateraal als in EU-kader besproken. Tijdens
het recente bezoek van de Mensenrechtenambassadeur aan Pakistan (7–10 februari jl.)
zijn deze zorgen specifiek opgebracht. De EU brengt regelmatig zorgen over gedwongen
huwelijken op bij de Pakistaanse autoriteiten. De Nederlandse Speciaal Gezant voor
Religie en Levensovertuiging vult deze inzet aan en kan de problematiek structureel
agenderen in bilaterale, EU- en multilaterale contacten. Daarbij brengt de gezant
signalen samen van maatschappelijke organisaties en diasporagemeenschappen en draagt
zo bij aan een gecoördineerde internationale inzet ter bescherming van religieuze
minderheden.
Vraag 6
Erkent u dat de EU-Speciaal Gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging
ook een diplomatieke rol had kunnen spelen, mits we er één hadden gehad? Blijft u
aandringen op het aanstellen van deze gezant? Welke concrete stappen kunt u toezeggen
hier de komende tijd op te zetten?
Antwoord 6
Het kabinet erkent dat een EU-Speciaal Gezant voor vrijheid van religie en levensovertuiging
een aanvullende diplomatieke rol had kunnen spelen bij het adresseren van deze problematiek,
onder meer door deze bilateraal te agenderen en de EU-inzet te versterken. Mede daarom
heeft Nederland zich, samen met gelijkgezinde EU-lidstaten, actief ingezet voor de
benoeming van een nieuwe EU-gezant voor godsdienstvrijheid via diplomatieke contacten
in Brussel en door het belang van deze functie in relevante EU-fora te benadrukken.
Het kabinet acht een nieuwe EU-gezant van groot belang voor een consistente, zichtbare
en effectieve EU-inzet op het terrein van vrijheid van religie en levensovertuiging.
Op 26 maart 2026 heeft de Europese Commissie aangekondigd dat mevr. Mairead McGuinness
deze functie zal gaan vervullen.
Vraag 7
Wat waren de bevindingen van de Europese Commissie bij het bezoek aan Pakistan in
het kader van de tweejaarlijkse GSP+ (Generalised Scheme of Preferences Plus) monitoringscyclus
over de voortgang op mensenrechten van religieuze minderheden? Is naar het oordeel
van de Commissie voldoende voortgang geboekt dat verlenging van de GSP+-status van
Pakistan gerechtvaardigd zou zijn? Hoe kijkt u hiernaar?
Antwoord 7
De volledige rapportage van de monitoringsmissie van de Europese Commissie van december
2025 wordt in de zomer van 2026 verwacht.
In algemene zin kan gesteld worden dat de voortgang op mensenrechten, waaronder vrijheid
van religie en levensovertuiging, een punt van aandacht blijft voor Pakistan. Zorgen
hierover zijn ook recent tijdens het bezoek van de Nederlandse Mensenrechtenambassadeur
in februari 2026 overgebracht aan de Pakistaanse autoriteiten. Het kabinet zal in
lijn met motie-Ceder (Kamerstuk 32 735, nr. 391) in Europees verband het belang blijven benadrukken van het meewegen van de situatie
aangaande vrijheid van religie en levensovertuiging en rechten van minderheden in
de afwegingen hieromtrent.
Vraag 8
Bent u bereid om met de (christelijke) Pakistaanse gemeenschap in Nederland in gesprek
te gaan over deze en andere vormen van christenvervolging in het land en welke rol
Nederland heeft in de aanpak hiervan?
Antwoord 8
De vrijheid van religie en levensovertuiging is een van de prioriteiten van het Nederlandse
mensenrechtenbeleid. Aandacht voor de positie van christelijke gemeenschappen maakt
deel uit van de bredere Nederlandse inzet op vrijheid van religie en levensovertuiging
voor iedereen, zeker in landen waar christelijke gemeenschappen onder druk staan,
zoals Pakistan. De Nederlandse mensenrechteninzet en resultaten inclusief voor de
vrijheid van religie en levensovertuiging worden periodiek via de mensenrechtenrapportage
openbaar gedeeld. Het kabinet ziet nu geen aanleiding om specifiek met de (christelijke)
Pakistaanse gemeenschap in gesprek te treden.
Ondertekenaars
T.B.W. Berendsen, minister van Buitenlandse Zaken
Bijlagen
Gerelateerde documenten
Hier vindt u documenten die gerelateerd zijn aan bovenstaand Kamerstuk.